Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een bont gezelschap te boek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een bont gezelschap te boek

Biografieën van Spier en Van de Hulst tot en met Carmiggelt

6 minuten leestijd

„Mensen die alleen maar laten komen wat het leven brengt, staan niet in het Biografisch Woordenboek. Dat spaart veel ruimte, want van zulke mensen zijn er nogal wat”, beweert prof. dr. G. T. Harmsen, redactielid van deze ‘woordenboeken’, die door het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis worden uitgegeven. „’t Gaat om mensen die hándelden”, aldus Harmsen. Ook van hén zijn er echter nogal wat, getuige de 1600 mini-biografieën die te boek staan, nu deel 4 in de serie is verschenen.

Simon Carmiggelts schrijverschap begon met een dagelijks cursiefje in Het Parool, dat hij ondertekende met ‘Kronkel’; W. G. van de Hulst verloor zijn eerste vrouw in het kraambed; Jo Spier wilde liever tekenend journalist dan kunstenaar genoemd worden.

Het zijn vogels van allerlei pluimage, met wie je tussen de kaften van het nieuwe boek nader kennismaakt. Gemeenschappelijk kenmerk is dat ze allemaal na 1900 zijn overleden en dat hun naam bij nét iets -of soms bij héél wat- meer mensen bekend was dan die van Jan-met-de-pet. De levensloop van politici, bankdirecteuren, ondernemers, verzetsstrijders, romanschrijvers, toneelspelers, filosofen, sporthelden en journalisten wordt in de biografische serie beschreven.

Verhaal

Dat betekent niet dat voor het Biografisch Woordenboek alleen maar beroemdheden in aanmerking komen. Ook minder bekende Nederlanders, mensen aan wie niet zo snel een publikatie zal worden gewijd, maar die wel als vermeldenswaard worden beschouwd, staan in het boek.

Elke biografie bestaat uit drie onderdelen. Eerst worden de persoonlijke gegevens vermeld: naam, functie-aanduiding, geboorte- en sterfdatum, ouders, huwelijk, kinderen. Daarna worden leven en werk beschreven. Niet alleen als kille feiten, maar als een overzichtelijk en helder verhaal, waarin ook de persoonlijkheid en het privé-leven aan boel komen. Zo wordt van C. W. Ouwehand verteld hoe hij na de Duitse inval in 1940 van Nederlandse officieren de opdracht kreeg alle roofdieren af te maken, omdat ze bij mogelijke bombardementen zouden kunnen losbreken. Voor het aanbod om soldaten met mitrailleurs te sturen, die de dieren zouden doden, bedankte de dierentuindirecteur. Deze moeilijke klus verrichtte hij zélf

Wie graag meer wil weten, krijgt aan het eind informatie over eventuele archivalia; wat hij of zij heeft gepubliceerd en wat er in de literatuur over hem of haai te vinden is. Over auteur Jan Mens is bijvoorbeeld meer te vinden in de Collectie J. Mens van het Letterkundig Museum in Den Haag.

De omvang varieert per biografie van een tot drie bladzijden. Elk deel van de serie loopt van A tot Z. Je weet dus bij het inkijken van één deel niet of een ontbrekende naam wellicht in een van de andere delen uit de serie wél te vinden is, maar in deel 4 bevindt zich een index waarin de personen uit alle delen zijn opgenomen en w aar gemakkelijk te zien is in welk deel hij staat beschreven. Het voordeel van deze methode, waarbij elk boek van A tot Z loopt, is natuurlijk dat de mogelijkheid blijft bestaan prominente Nederlanders die nog niet beschreven zijn in een volgend deel een plaats te geven.

Pech

Volgens het ING zijn de aangezochte auteurs specialisten op het desbetreffende gebied, zo schrijft „prof. J. Bosmans over Willem Drees, Alexander Münninghoff over Max Euwe, Lex Lammen over Boy Edgar en Wim Ibo over Dora Paulsen”. De namen staan onder aan elke biografie, maar hun relatie met de desbetreffende persoon of het betreffende gebied ontbreekt. Dat zou wellicht wel aardig zijn geweest. Ook een biografie is immers niet altijd helemaal objectief geschreven. „Als je pech hebt met je biograaf, is je hele leven voor niets geweest”, schijnt iemand ooit gezegd te hebben. Met familie kun ie volgens Harmsen ook nooit voorzichtig genoeg zijn, want die zijn juist geneigd om van hun voorvader een niet te evenaren held te maken.

Het Biografisch Woordenboek niet alleen een naslagwerk: „Niet dat ik iets tegen naslagwerken heb, die vind ik zelfs onmisbaar, maar hier is iets anders aan de hand. Het gaat om een beeld van mensen uit het verleden en hun tijd. Het is een overgang van een feitelijk relaas naar een meer inlevend portret. De schetsen worden langzamerhand langer”. Het Biografisch Woordenboek is volgens Harmsen ook een leesboek.

Nu zullen de meeste mensen zich nog altijd liever in een roman verdiepen dan dat ze de bijna zeshonderd bladzijden van dit woordenboek in één adem uitlezen. Toch is het een feit dat de meeste minibiografieën in dit nieuwe boek meer zijn dan een opsomming.

Geen gaaf kunstwerk

De selectie heeft volgens Harmsen vooral te maken met „lot en wil”: „Mensen die handelden, komen erin. Mensen die het leven lieten komen, zoals het kwam, niet”, verklaart de prof „Een probleem bij het beschrijven van hun leven is dat de biografieën een zekere omvang niet mogen overschrijden. Dat vraagt veel van de biograaf, omdat het niet alleen om de feiten gaat, maar ook om een inlevend portret. Wie de betreffende persoon op zijn zeventigste verjaardag allemaal de hand hebben gedrukt, staat hier dus niet in, zoals in sommige lijvige biografieën wel het geval is”.

Een biografie is geen gaaf kunstwerkje, benadrukt Harmsen verder. Een leven is immer ook geen gaaf kunstwerk. Daarvoor bestaan er te veel tegenstrijdigheden in het leven en in mensen. De uitdrukking dat je alleen maar iemand kunt begrijpen en beschrijven als je sympathie voor hem hebt, trekt hij in twijfel: „Dat zou dan moeilijk worden bij extremen als Hitler”.

Bovendien moeten biografen ervoor waken een psychologische analyse te willen maken: „Het mateloze activisme van iemand moet bijvoorbeeld verklaard worden. Dus wordt hem een schuldcomplex aangepraat, omdat zijn vrouw in het kraambed is gestorven. Nou ja, ik denk dan: er zijn gewoon heel actieve mensen. Zo vind je in biografieën wel meer psychologie van de kouwe grond”.

Bondig

Beknoptheid en bondigheid staan duidelijk hoog in het vaandel. Opmerkingen die evengoed bij een andere biografie zouden passen, zijn vermeden. Nog even een greep in het brede aanbod van het jongste biografisch woordenboek: minister Joop den Uyl; Tweede-Kamerlid Marga Klompé; hydrobioloog G. Romijn; “boer” Koekoek; ds. G. H. Kersten; bisschop T. H. J. Zwartkruis en schilder D. H. Nijland.

De index bevat helaas enkele onjuist verwijzingen. Het boek -dat mooi is uitgevoerd in een stevige linnen band en voorzien van stofomslag- is te bestellen via de boekhandel of bij de uitgever: ING, Antwoordnummer 93229, 2509 WB, Den Haag.

N.a.v. “Biografisch Woordenboek, deel 4”, onder eindredactie van dr. J. Charité en dr. A. J. C. M. Gabriëls; uit. Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag, 1994; 602 blz; ƒ 92,-; Deel 1 t/m 4 samen ƒ 360.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Een bont gezelschap te boek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken