Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het felle “nei” van Dagan komt niet van Haanes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het felle “nei” van Dagan komt niet van Haanes

Noors dagblad zette verzet conservatieve vleugel tegen Europese Unie krach bij

8 minuten leestijd

In Zuid- en West-Noorwegen klinkt nog steeds een fel nei tegen de Europese Unie. Sommigen zijn zelfs van mening dat het christelijke dagblad Dagen de druppel was die de emmer deed overlopen. Maandenlang publiceerde deze krant berichten als zou Europa zich als de hoer van Babijion voorbereiden voor haar laatste val. De Unie werd afgedaan als des duivels. Evangelicalen deden in dat spel niet mee. Volgens de Noorse theoloog Haanes is er intussen meer te zeggen.

Een kerkganger uit Zuid-Noorwegen die ,al jaren op Dagen is geabonneerd, stak zijn kritiek op zijn lijfblad dezer dagen niet onder stoelen en banken. „Werkelijk, ik kon die krant op) een gegeven moment niet meer zien. Mijn vrouw en ik lazen alleen de koppen nog, maar elke dag was het raak. In elke editie ging het wel weer om de grote draak. Dat moet zijn weerslag hebben gehad op grote delen van de Noorse christenheid”.

“Nei” dus, want dat werd het. Dagen onderstreepte dat. Dat gebeurde in commentaren, maar ook in objectievere, redactionele artikelen. De Europese Unie heette “een goddeloos lichaam”, “de antichrist” en “het herleefde Romeinse Rijk”. De schrijvers verwezen voor en na naar de profetieën uit de bijbelboeken Daniël en Openbaring. Ook wezen zij op het gevaar van de handelsvrijheid. De vrees voor een toename van drugs en alcohol zat er volgens de lezers diep in.

Maar alles is relatief, ook in Noorwegen. Terwijl toonaangevende leiders in kerk en staat zich opwonden over “het Amsterdam- en Rotterdam-effect” in de samenleving liepen in de Domkirke in Oslo dagelijks verslaafden binnen. Net als in iedere andere grotere wereldstad. De een na de ander zocht heil bij het menslievende diaconaat. Aan drank en drugs bleek intussen ook hier geen gebrek. En evenals in het vermaledijde Nederland was ook in Noorwegen de bedeltruc dé methode om aan geld te komen.

Stein

Midden in de prachtig beschilderde ruimte van de Domkerk klonk Steins verhaal als een klok. Zijn kleding stonk een uur in de wind. Natuurlijk zou hij die dag niet meer drinken, „maar mijn vrienden, weetje”. Hij zou ze ontvluchten. Dat was beter. Nee, dan zijn zussen. Die waren kerks, maar naar zo’n verdoolde als hij keken ze natuurlijk niet om. En ook zijn huwelijk was „naar de knoppen”. Een ouderlijk thuis had hij ook al niet meer. Een baan? „Wat is dat meneer? Ik wil wel, maar zij willen niet”.

Achter in de kerk luisterde een Noorse moeder zijn verhaal uit. Stein had haar in een eerder stadium reeds 50 kronen afgetroggeld. Het geringe aantal kerkbezoekers bood geen uitzicht op meer. Intussen liet ook de kerk het afweten. De dienst-, doende predikant beende die middag met snelle, ontwijkende passen door het gangpad. Stein vestigde zijn hoop daarom op het buitenland. „Met 200 kronen ben ik uit de brand. Dan heb ik een ticket naar huis. Weg van mijn vrienden uit Oslo”.

Steunend en warempel snotterend zakte hij in de kerkbank. „Alle volken zijn gelijk. Alsjeblieft, help me”. Bekeringspogingen hadden volgens Stein nog nimmer soelaas geboden, „Stein bleef Stein als Stein Stein niet was, dat moest toch ook de Domkerk weten”. De dame achter in de kerk beaamde die waarheid volmondig, maar zag desalniettemin perspectieven. Stein kreeg daarom wat hij hebben moest: geen geld, wel een kaartje. En dus kende zijn boosheid geen grenzen. „Kristiansand? Mij niet gezien”.

Nog zie ik die dromerige, ontwijkende blik in zijn ogen: „Oslo…, dat is het. In Amsterdam moet het nog beter zijn”. Inderdaad, de psalmdichter had gelijk. Er is niets nieuws onder de zon. „Wij zijn allen afgeweken, tezamen zijn wij stinkende geworden, er is niemancj die goed doet, ook niet een” (Psalm 14:3). Dat geldt de Unie, dat geldt Nederland, dat geldt zelfs Noorwegen. Al is het “nei” nog zo principieel.

Roomse rijk

Het “nei” van de Noren stoelt overigens maar in een beperkt aantal gevallen op de Bijbel. De Noorse theoloog dr. Vidar L. Haanes ontdekte parallellen met groeperingen in Engeland, Schotland, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Zij spraken de vrees uit voor een opleving van het oude Habsburgse en rooms-katholieke wereldrijk, met daarin een speciale plaats voor de maagd Maria en voor de paus.

Volgens Haanes, die kerkgeschiedenis doceert aan de Menighets Fakultet in Oslo, zijn deze opvattmgen voorbehouden aan kleine, niet noemenswaardige delen van het kerkelijke spectrum. Dé doorslaggevende reden voor de internationale oppositie tegen de Europese Unie is’naar zijn oordeel van economische en politieke aard. Tenminste, wat Noorwegen betreft.

Noorwegen verkreeg zijn onafhankelijkheid pas in 1905. Tot dan was het land afhankelijk van het buurland Zweden. De politieke unie met deze grotere Scandinavische broer hangt volgens Haanes nog steeds als een zwarte wolk boven de vaderiandse geschiedenis. Haanes: „Onafhankelijkheid is voor Noren een zaak van zelfrespect”.

„Misschien”, zegt Haanes nadenkend, „zijn we wel te kort een vrije natie om ineens in een andere unie, de Europese in dit geval, te worden ojigenomen. Noorwegen is er waarschijnlijk nog niet l’elemaal aan toe”. Opvallend noemt hij intussen dat de meerderheid van de mannen in Noorwegen “da” stemde. Bij de vrouwen zei meer dan 60 procent “nei”.

Zwijgen

In het debat over het lidmaatschap van de Europese Unie heeft de Lutherse Staatskerk overigens steeds gezwegen. „Te veel gezwegen”, zegt Haanes. Met klem ontkent hij echter dat het “nei” van de Noorse lutheranen te maken zou hebben met de angst voor het pluralisme in het multiculturele Europa van de jaren negentig, „Dat herken ik niet, Noorwegen onderscheidt zich in niets”.

Mochten er desondanks mensen zijn die deze angst wel hebben, dan vinden zij in Haanes geen medestander. „Ik ben het met hen beslist oneens”. Voor hem heeft Noorwegen in dit opzicht dan ook geen tekenfunctie in de Europese samenleving. „Misschien zijn we democratischer en sterkere voorstanders van het gelijkheidsbeginsel. Dat zou kunnen”.

De stelling van Noorse fundamentalisten dat aansluiting bij de Europese Unie de identiteit van de kerken aantast, vindt bij Haanes eveneens geen gunstig onthaal. „Daar geloof ik niets van. Het “da” van de Staat mist die invloed op welk kerkelijk orgaan ook. En dan nog eens, we zijn reeds onderdeel van Europa en we zijn.bovendien al lid van de NATO”.

Crisis

Haanes is er niet van overtuigd dat Noorwegen een speciale boodschap heeft voor het continent. Zijn vaderland kiest weliswaar voor isolement, maar kerk en lekenbeweging zijn even geseculariseerd als elders. „Misschien kun je zeggen dat onze staatskerk een hechtere bijbelse basis heeft dan op het continent gebruikelijk is. Tachtig procent van alle voorgangers ‘doet’ de Menighets Fakultet. Zij krijgen dus een behoudende opleiding. En dan is er natuurlijk onze lekenbeweging, maar deze wordt steeds zwakker”.

Net als alle andere kerken verkeert ook de Noorse momenteel in een crisis, zegt dr. Haanes. Dat geldt zowel op landelijk als op plaatselijk vlak. De crisis wordt duidelijk uit de enorme groei van allerlei evangelische en charismatische bewegingen, zoals de pinkstergemeenten, de Vineyard-beweging en de Toronto-groep. In de Staatskerk zelf uit de crisis zich in een liturgische opleving, met aandacht voor hoogkerkelijke elementen en nadrukkelijke sympathieën voor het roomskatholicisme.

Verwereldlijking

Deze trend is naar het oordeel van dr. Haanes het onmiskenbare gevolg van verwereldlijking in de kerk. Ondertussen zien vele kerkgangers uit naar religieuze en mystieke ervaringen, naar volledige toewijding en naar een oprecht christelijk leven. „In handel en wandel”.

Haanes: „Onze mensen zoeken dat in de plaatselijke kerken. Maar al te vaak vinden ze slechts de lege huls; het bureaucratische apparaat, zonder een geestelijke boodschap. Ik voor mij ervaar dat als een schromelijk tekort. We moeten het Evangelie voorspreken en voorleven”,

„Als het goed is, hebben we een woord voor onze buren en hebben we ook een woord voor onze naaste overzee. Tegelijk zullen we ons inzetten voor het welzijn van de plaatselijke gemeente. Ik doel daarmee op de onderlinge gemeenschap met allen die met ons hetzelfde geloof deelachtig zijn”.

Evangelisch

Hoe hij die geestelijke kem het liefst omschrijft? Haanes: „Maar een klein deel van onze leden komt regelmatig in de Hoe hij die geestelijke kem het liefst kerk. Onze trouwste kerkgangers hechten aan het begrip “evangelisch”. Dat komt door onze krachtige lekenbeweging, waarin opwekkingspredikers als Hans Nilsen Hauge voorop liepen. Maar dat komt ook door onze belijdende lutherse theologie”.

Tegen oecumenische betrekkingen met de kerken in Engeland en op het Europese vasteland klinkt ook het “da” van Haanes. Hij gelooft niet dat het “nei” de verhoudingen zal schaden. Dat geldt naar zijn inschatting ook voor de Lausannebeweging die m Noorwegen vooral zijn sporen trekt onder de leken.

Kwart liberaal

Haanes: „De rekensom is nog even eenvoudig als 90 jaar geleden. Toen heette driekwart van onze kerk evangelisch en een kwart liberaal. Dat is nog niets veranderd”.

Tekenend voor Noorwegen is volgens hem dat de Staat het nog steeds voor een „goede gewoonte” houdt bisschoppen te benoemen die affiniteit hebben met het zendingswerk, “waar ook ter wereld.

Die missionaire spits is, naar” het oordeel van kerkhistoricus Haanes, Noorwegens handelsmerk bij uitstek, “Da” noch “nei” doen daaraan afbreuk.

Dit zijn het vierde en vijfde artikel in een serie ran zeven delen over kerlcen en cliristcnen in Noorwegen. Eerdere artilcelen versclienen in de edities van 24, 29 en 31 december.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Het felle “nei” van Dagan komt niet van Haanes

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken