Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Burgerlijke staat van belang bij erfrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Burgerlijke staat van belang bij erfrecht

Onderscheid tussen huwelijk en samenwonen

2 minuten leestijd

DEN HAAG (ANP) - Gehuwden worden in het successierecht in bepaalde omstandigheden anders behandeld dan samenwonenden. Dat staat echter niet op gespannen voet met het internationale verdrag inzake burger- en politieke rechten. De belastingkamer van de Hoge Raad vindt dit onderscheid toelaatbaar, zo blijkt uit een gisteren vrijgegeven arrest.

De wettelijke onderhoudsplicht van gehuwden verschilt in de praktijk nu nog in te grote mate van de verplichtingen die ongehuwd samenwonenden jegens elkaar aangaan.

De klagers, gehuwde ouders, vochten bij de belastingrechter de aanslag in het successierecht over de erfenis van hun overleden zoon aan. Deze had geen testament opgemaakt. Hij liet zijn ouders en een tweede kind uit het huwelijk enkele tonnen na.

Ongehuwd samenwonende ouders krijgen in dit geval elk een derde van de nalatenschap en hebben bovendien ieder recht op een belastingvrijstelling over een deel van de erfenis. Bij gehuwden wordt de nalatenschap voor het successierecht toegerekend aan een van de echtgenoten. Die krijgt maar één keer de wettelijke vrijstelling.

Onderscheid

Als de ouders niet gehuwd waren, hadden zij in dit geval circa 25 mille aan belasting betaald. Zij kregen echter een aanslag van bijna 50 mille.

Heeft de wetgever bij de herziening van het successierecht in 1981, waarbij discriminatie voor een groot deel ongedaan werd gemaakt, een steekje laten vallen? Het gerechtshof in Amsterdam neemt aan dat de politici bij de conceptie van de successiewet in 1859 nog geen acht sloegen op samenlevingsvormen buiten het huwelijk. Maar bij de wetsherziening in 1911 was samenwoning al denkbaar, en bij de aanpassing in 1981 dus ook. Veertien jaar geleden werd openlijk vastgesteld dat voor samenwonende partners geen wettelijke onderhoudsplicht bestond, en dat rechtvaardigde enig onderscheid in het successierecht.

Het verweer van de gedupeerde gehuwde ouders dat samenwoners tegenwoordig veelal via samenlevingscontracten vergelijkbare wederzijdse plichten kennen, mocht niet baten. Zolang dat nog geen vrijwel algemeen toegepaste regel is, wil de Hoge Raad de wet niet opzij schuiven wegens ongeoorloofde discriminatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Burgerlijke staat van belang bij erfrecht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken