Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Scheidsrechter tussen ruziënde ouders

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Scheidsrechter tussen ruziënde ouders

Promovendus Van Schooten wil bemiddelingsbureau bij echtscheiding

5 minuten leestijd

VELSERBROEK - Ouders die in een scheiding liggen, moeten eerst een overeenkomst sluiten over de verdeling van hun ouderschap over hun kinderen en dan pas scheiden. Na de scheiding moeten ze gelijke zeggenschap over hun kinderen behouden. Zo blijven vader én moeder voor de kinderen verantwoordelijk. Dat komt niet alleen de eigen gevoelens van zelfwaardering ten goede, ook hun kinderen varen er wel bij.

Dat is de kern van het proefschrift waarop J. H. C. (Hans) van Schooten (50) vanmorgen promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. De klinisch pedagoog wil nieuwe bemiddelingsbureaus instellen die het ouderschap bij echtscheiding gaan regelen. Een medewerker van zo’n bureau kan als scheidsrechter tussen de ruziënde echtelieden optreden. De ouders sluiten een overeenkomst met zo’n persoon die ingrijpt als zij zich met elkaars leven en opvoeding bemoeien.

Het pleidooi voor bureaus voor ouderschap en (echt)scheiding staat niet op zichzelf. Er schort volgens Van Schooten in Nederland nogal wat aan de huidige wetgeving en rechtspraak met betrekking tot de regeling van het ouderschap. „Nederland is volstrekt uniek met in het feit dat maar één ouder alle zeggenschap krijgt en de ander ouder-af is”.

Tijdens het echtscheidingsproces zijn ouders vaak niet in staat evenwichtig met elkaar het voogdij schap over de kinderen te regelen. Dat komt, aldus de promovendus, doordat ouders in een emotioneel gevecht met elkaar zijn verwikkeld. Het negatieve beeld van de (ex-)partner wordt breed uitgemeten tijdens het gerechtelijk proces. De rechterlijke macht kan moeilijk bepalen wie de voogdij over de kinderen moet krijgen.

Wassen neus

Een ex-partner die niet het voogdijrecht over de kinderen krijgt, is momenteel volkomen machteloos. Weliswaar bestaat sinds 1990 het omgangsrecht, het recht dat de andere ouder de kinderen mag zien, maar dat is volgens de promovendus een wassen neus. „Als de voogd niet wil en omgang weigert, staat er geen enkele sanctie tegenover”.

Van Schooten wil gebruik maken van de in 1985 ontstane wettelijke mogelijkheid dat ouders de zeggenschap over hun kinderen met elkaar delen. „Ze voeden de kinderen ieder op hun manier op, zonder dat de ouders zich met elkaar bemoeien”.

Komst kinderen

Die strikte scheiding tussen de ex-man en ex-vrouw is volgens Van Schooten van levensbelang voor het zelfbeeld dat die de ex-echtelieden van zichzelf hebben. „In het algemeen weten vaders zich gewaardeerd door het gevoel dat ze aansluiten bij de verwachtingen van hun vrouw. Dan voelen ze zich gesteund en aan hun partner verbonden”. Bij vrouwen ligt dat volgens de promovendus geheel anders. „Moeders ervaren graag wederzijdse betrokkenheid en belangstelling in de relatie met hun partner”. Deze wederzijdse, psychologische steun kan nogal eens onder druk komen te staan als er kinderen komen. „Ouders moeten zelf zien uit te vinden welke taakverdeling ze willen, want de meesten gaan niet uit van vaste regels”.

Ouders uit de gereformeerde gezindte hebben het daarom volgens Van Schooten gemakkelijker, want daar ligt het rollenpatroon tenminste vast: De moeder is thuis, de man werkt buitenshuis.

Andere ouders zullen wellicht eerder in conflict komen over de vraag wie welke taken op zich neemt. Vaders denken dat ze minder aan de verwachtingen van hun vrouw voldoen, terwijl moeders voelen dat ze minder gevoelens met hun man kunnen uitwisselen. Een negatieve spiraal kan het gevolg zijn: De (huwelijks)partners breken elkaars zelfwaardering af, wat de opvoeding van de kinderen negatief beïnvloedt. Daardoor hebben ze minder controle over de kinderen wat tot een minder goed zelfbeeld leidt, aldus Van Schooten.

De oplossing ligt volgens de nieuwe doctor in een bureau voor ouderschap en echtscheiding, dat bemiddelt in de zaken rond ouderschap. Dat heeft volgens hem niet alleen een genezende (curatieve) uitwerking maar voorkomt ook voogdijtoewijzing (preventief). In ieder geval is Van Schootens oplossing naar eigen zeggen goed voor het zelfbeeld. Hij noemde zijn dissertatie dan ook “(Echt)scheiding, ouderschap en zelfwaardering”.

De klinisch pedagoog kwam tot zijn conclusies na theoretisch onderzoek. Die paste Hij toe in zijn experimentele praktijk als pedagoog. Daarin begeleidde hij 87 gescheiden vaders en moeders, zowel voogden en niet-voogden als ouders die de ouderlijke macht deelden.

Geloofsoverdracht

Hoewel Van Schooten naar het geloof kijkt door de bril van een humanistische sociale wetenschapsman, zegt hij er behartenswaardige dingen over. Zoals hij pedagogie als een normatieve wetenschap ziet, zo vindt hij normen en waarden, eventueel in de vorm van een religie onmisbaar. „Zonder normen kun je geen kinderen opvoeden”.

Interessant is ook de visie die Van Schooten heeft op de rol die ouders spelen bij geloofsoverdracht. De moeder speelt volgens hem hierbij een elementaire rol. „De vrouw is de spil waar de geloofsbeleving om draait. Het gaat bij haar meer om het gevoelsmatig beleven van de godsdienst, terwijl het vaders meer gaat om de dwang naar de kerk te gaan, het organiseren en structureren van het kerkewerk. Maar als de vrouw het geloof niet draagt, gaat het mis!”

Een goed voorbeeld daarvan is voor hem het domineesgezin. „De gemeente staat en valt met het domineesechtpaar. Als iemand met problemen aan de deur komt, is het goed dat eerst de vrouw het gemeentelid opvangt en met hem meevoelt. Als de dominee daarna een gestructureerde oplossing wil geven, is het belangrijkste contact al gelegd”.

Mannen en vrouwen moeten wel zichzelf blijven, aldus de promovendus. „Vrouwen die burgemeester worden, moeten niet mannetje gaan spelen. Dan begint de ellende juist. Het is wenselijk dat ieder leiding geeft op zijn of haar eigen manier”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Scheidsrechter tussen ruziënde ouders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken