Bekijk het origineel

„Belediging, daar gaat het Holman om”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Belediging, daar gaat het Holman om”

Parool-columnist zegt niet alle christenen te hebben bedoeld, maar wel politieke partijen

6 minuten leestijd

AMSTERDAM - Het kostte rechtbankpresident mr. P. L. Michels gisteren de nodige moeite om de toelichting van schrijver Theodor Holman te volgen. Deze betoogde de ruimte te willen hebben om te beledigen, maar vond niet dat hij christenen had gekwetst. Bovendien had hij niet over christenen geschreven maar over christenhonden. Dat waren de christenen lang niet allemaal.

De behandeling van de strafzaak tegen Holman door de Amsterdamse rechtbank was nog geen tien minuten oud of mr. Michels onderwierp Holman aan een kruisverhoor, met het doel diens ware motieven te achterhalen. Het had er veel van weg dat Holman verwarring probeerde te stichten. ‘Er was dan ook geestelijke lenigheid voor nodig om de redeneringen van de Parool-columnist te kunnen doorgronden.

„Nog steeds”

In zijn column van 2 juli vorig jaar schreef Holman over zijn humanistische opvoeding. Hij vertelde de lezers dat hem de weerzin tegen christenen met de paplepel was ingegeven. Daaraan voegde hij toe dat hij christenhonden „nog steeds” misdadigers vond, bidden iets kinderachtigs en de kerk een poppenkast.

Waarom die toevoeging, wilde Michels weten?

Holman: Het was een schets van mijn jeugd.

Michels: Maar er staat: „Nog steeds”.

Holman: Ik heb niets anders willen geven dan een beeld van mijn jeugd.

Michels: „Nog steeds” wil toch zeggen dat het uw mening van dit moment is dat u christenhonden misdadigers vindt? Geeft u antwoord op mijn vraag.

Holman: Christenhonden wel, christenen niet.

Na gelach in de zaal vervolgt Michels: Wie bedoelt u met christenhonden?

Holman: Iedere christen die zich aangesproken voelt en die misdadige dingen heeft gedaan.

Michels: Kunt u zich voorstellen dat ook niet-christenen vinden dat u christenen een veeg uit de pan geeft?

Holman: Ik kan me dat niet voorstellen, tenzij ze zichzelf ais christenhonden beschouwen. Ik heb het in ieder geval niet met opzet gedaan.

Michels: Er zijn honderden reacties binnengekomen van mensen die zich beledigd voelen. Iemand schrijft: Stel dat Holman zo had geschreven over mohammedanen of over homo’s of over humanisten.

Holman: De zou zelf nooit naar de rechter gaan vanwege discriminatie. Bovendien kun je niet gediscrimineerd worden om iets waarvoor je zelf hebt gekozen.

Michels: U bent het dus eigenlijk niet eens met artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht (dat verbiedt het beledigen van groepen wegens ras, godsdienst etc. - JvK)?

Holman: Inderdaad. Zeker wat de consequenties betreft. Zo vind ik zelf het randschrift van de gulden zeer beledigend. Ook een tekst in neon „God is met u” ervaar ik als zeer beledigend.

Christenhonden

In navolging van Michels voelde ook officier van justitie mr. H. J. de Graaff de columnist stevig aan de tand. Wie bedoelde hij precies met christenhonden?

Holman: „Christenhonden” heb ik gebruikt voor mensen die de meest weerzinwekkende dingen hebben gedaan.

De Graaff: Bestaan die nog steeds?

Holman: Ik wil niet naar, een volgend proces toe, maar er zijn politieke partijen die homoseksuele leerkrachten uit scholen willen weren en vrouwen uit hun partij. Ik vind dat grenzen aan misdadigheid.

De Graaft: Dat vindt u christenhonden?

Holman, aarzelend: Het gaat echt om mensen die bijvoorbeeld in Joegoslavië de meest verschrikkelijke dingen doen. De denk ook aan de paus met zijn verbod van het condoom, waardoor aids zich kan verspreiden. In mijn ogen is dat een christenhond”.

De advocaat van Holman, mr. J. Italianer, mengt zich in de discussie en merkt op dat ook zijn cliënt is uitgescholden. Holman beaamt dat. „Ik heb heel veel reacties moeten aanhoren. Ik zal lang branden in de hel en dat soort opmerkingen. Dat recht hebben mensen”.

Gedraai

In zijn uitvoerig requisitoir wees mr. De Graaff er op zijn beurt op dat ook hem het nodige naar het hoofd vras geslingerd. Hij verwees naar een uitzending van Nova waarin Holman hem verweet gek geworden te zijn, heel weinig van het recht te weten, niet te kunnen lezen en nauwelijks te kunnen schrijven.

„Ondanks deze handicaps heb ik toch gemeend deze zaak aan uw rechtbank te moeten voorleggen”, vervolgde De Graaff zuurzoet. Hij vond dat er een maatschappelijk belang mee was gediend Holman te vervolgen. „Aan dit soort beschadigende opmerkingen dient paal en perk te worden gesteld. Het gaat niet om het opleggen van beperkingen aan een schrijver, het gaat om het vaststellen dat in dit geval Holman een norm heeft overschreden die bij de wet is voorzien”.

Holman had de bedoeling te kwetsen en te beledigen. Diens ontkenning noemde De Graaff „gedraai”, waarbij hij citeerde uit een column van Holman in het blad de Groene Amsterdammer -van 14 december 1994. „Vloeken was bij ons een deugd. Wij mochten vloeken en het werd zelfs aangemoedigd”. En: „Wij mochten vloeken omdat mijn vader het een eer vond als God hem verdoemd zou hebben (...) Wij vloekten er dus vrolijk op los”. Schuttingtaai was streng verboden „maar verder mocht alles, als God maar flink beledigd werd”.

Conclusie van De Graaff: „Belediging, daar gaat het Holman om, onder de dekmantel van wat hij ‘humanisme’ noemt”. Hij stelde dat de opmerkingen van Holman niet alleen christenen raken, maar in breder verband „alle gelovigen die mede in het gebed of in de kerk hun heil vinden”.

Olievlek

Mr. W. J. E. Hendriks, die optrad namens de 75 beledigde partijen, signaleerde dat van de Icwetsende publikatie van Holman een olievlekwerking uitgaat. „In diverse colums die onlangs uit de pen zijn gespat van diverse scribenten, worden de aangever en de beledigde partijen, overtuigde christenen, door het grachtenslijk gehaald”.

Volgens Holmans raadsman was de gewraakte column „een mild stuk”, waarin geageerd werd tegen de onverdraagzaamheid van godsdiensten. Als voorbeeld van dat laatste noemde hij de kruistochten en het weren van homo-leraren op scholen. De gewraakte uitlating moest gezien worden als overdrijving of hyperbool, een literaire stijlfiguur.

Het gevaar van een olievlekwerking zag hij niet. „Er staat heus geen knokploeg klaar om christenen een lesje te leren”.

Italianer bepleitte vrijspraak, ook al met het oog op de vrijheid van columnisten. Volgens de Raad voor de Journalistiek dient deze vrijheid zo groot mogelijk te zijn, aldus Italianer.

Verder bestreed hij dat artikel 137c uit het Wetboek van Strafrecht voor christenen was bedoeld. Volgens hem beoogde het artikel alleen kwetsbare groepen, zoals joden, Surinamers en homo’s, te beschermen. Dat waren christenen niet. „Die zijn uiterst weerbaar met hun eigen politieke partijen, eigen omroepen en eigen kranten”.

Die redenering vond officier mr. De Graaff grote flauwekul. Hij wees erop dat christenen niet in de meerderheid zijn én dat geen enkele godsdienst van de werking van artikel 137 wordt uitgezonderd. Uitspraak op 9 februari.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

„Belediging, daar gaat het Holman om”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken