Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op de schouders van de ouders

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op de schouders van de ouders

Schoolleider P. C. Beeke: „Met ouderhulp kun je ook te gretig zijn”

12 minuten leestijd

Vroeger. Pa kwam nooit verder dan het schoolhek. Voor alles wat achter dat hek lag, daar zorgden de directeur en de juf en de meester wel voor. Nu wemelt het achter het schoolhek van de ouders: Ze kaften boeken, maken speelgoed schoon, bakken panneboeken als de juf verjaart, ze harken de tuin en vegen de vloer. Er zijn theevaders en leesmoeders, biebvaders en kookmoeders, excursie-ouders en pleinwachtouders. De school puilt uit van vaders en moeders. Nog even en we zitten weer in het bankje.

Jaarlijks zijn bijna 160.000 ouders op openbare basisscholen actief. De tijd die zij gezamenlijk investeren, is vergelijkbaar met 2400 fulltime-arbeidsplaatsen. „In het bijzonder onderwijs verrichten ouders nog meer handen spandiensten dan in het openbaar onderwijs”, zegt P. C. Beeke, directeur van de reformatorische basisschool Herman Faukelius in Middelburg.

„Gereformeerde ouders hebben altijd al meer betrokkenheid getoond dan nietchristelijke ouders. Bij ons hebben ouders en leerkrachten een gezamenlijk doel: onderwijs op gereformeerde grondslag. Bij de doop neb je beloofd je kinderen op te voeden in de voorzeide leer en daarin te doen onderwijzen. De school is dan een soort verlengstuk van het gezin. Kinderen zijn eeuwigheidswezens, dat zal thuis én op school grote nadruk moeten hebben. Vanuit die wetenschap constateer ik dat de betrokkenheid van onze ouders bij het onderwijs van hun kinderen groter is dan bij ander« ouders. Iets om dankbaar voor te zijn”.

Drempel

„Het onderwijs van onze dï^en heeft een maatschappijvolgend karakter gekregen. Het is een open organisatie geworden. De school heeft de ramen en deuren naar de maatschappij open gezet. Daarmee is een school voor ouders ook interessant geworden. Een generatie geleden zaten de ramen van de school potdicht en ouders hadden ook domweg geen tijd om zich intensief met het onderwijs te bemoeien. Men had toen daarbij onvoldoende onderwijs-technische kennis; dat resulteerde natuurlijk in een forse drempel bij het schoolhek. De eigentijdse ouder is verder opgeleid. Men ziet terdege het belang in van begeleiding van de studie van hun kinderen”.

Beeke beschouwt dat als een gunstige ontwikkeling, niet het minst voor het reformatorisch basisonderwijs. „Maatschappelijk gezien zullen wij meer en meer worden teruggedrongen naar de marge van de samenleving. In dat licht vraag ik graag aandacht voor de drieslag kerk, school en gezin. We hebben elkaar domweg steeds meer nodig. We kunnen ons steeds minder verschillen tussen die drie veroorloven, onze positie wordt immers almaar krapper en benauwder. Een optimale samenwerking is dus bittere noodzaak. De schoolleiding en de ouders raken meer en meer op elkaar aangewezen”.

Welkom

Op de Herman Faukeliusschool zijn ouders „nadrukkelijk welkom”, zegt Beeke. „Wij beschouwen het als een positief geeven als een ouder zich betrokken weet bij et onderwijs van zijn kind. Openheid van zaken is hier dan ook een vanzelfsprekendheid. We doen ons best om ouders de vrijheid en de gelegenheid te geven mee te denken, want je kunt veel van elkaar leren.

Dat gaat niet zó ver dat je kunt zeggen dat we er bewust op uit zijn de ouders binnen te halen. Wij hebben de hulp van ouders nodig voor zaken die rondom het directe onderwijs liggen. Het onderwijs zelf blijf ik echter zien als een aangewezen zaak voor het schoolteam. Zodra ouderparticipatie ontaardt in iets waarbij de leerkracht zich bedreigd gaat voelen, is er iets mis. Dan zit je dus midden in de moderne discussie over inspraak en medezeggenschap, en dat vinden wij geen sterk punt van deze tijd. En om eerlijk te zijn moet je ouderparticipatie tegenwooraig wel in die sfeer zoeken, iets van gespreide macht, mondigheid, het uitoefenen van invloed. Daarvoor ben ik beducht. Een ouder die onderwijstechnisch op de stoel van de bevoegde leerkracht gaat zitten, beschouw ik als een ongewenst verschijnsel. In die zin zeggen wij nadrukkelijk „nee” tegen ouderparticipatie”.

Schoolhof

Inbreng van ouders op de Herman Faukeliusschool vindt doorgaans plaats op verzoek van de leerkracht. Dan gaat het om „ondersteunende werkzaamheden”, zegt Beeke. In dat geval zijn we voor ouderhulp zeer dankbaar. Om les te geven, hebben wc bevoegde leerkrachten in huis, want een school blijft wel degelijk een professioneel instituut. Maar als het bijvoorbeeld gaat om verkeersbrigades op de route van huis naar school, dan zeegen we tegen een moeder: „Mevrouw, heel graag . Als het gaat om het opnieuw inrichten van ons schoolplein, dan zeggen we: „Meneer, alstublieft!” En als het gaat om opvang van leerlingen tussen de middag, dan zie ik daar een prachtige taak liggen voor ouders om in een nagebootste gezinssituatie met de kinderen over te blijven.

Geen onderwijstechnische zaken dus, maar dingen om de les heen, die voor het schoolkind even goed belangrijk zijn. Het is dus de moeite waard die dingen goed te organiseren. Het gaat daarbij natuurlijk niet om minderwaardige téiken, zoals wel eens ten onrechte gesuggereerd wordt”.

Buiten ligt de schoolhof van de Herman Faukelius. Een modern en eigentijds schoolplein, onlangs geheel herzien en opnieuw ingericht. „Daar was geen geld voor”, zegt Beeke, „maar de ouders hebben daar met z n allen de schouders onder gezet. Vaders hebben het grondwerk verricht, toestellen geplaatst, grind gekruid, en de moeders hebben financiële acties gevoerd. Zie daar het resultaat. Dankzij ouderparticipatie kun je iets extra s realiseren, iets dat zonder ouderhulp nooit zou kunnen”.

Schoolstrijd

„Mensen die in de school graag zeggenschap en macht willen hebben, beroepen zich veelal op ouderparticipatie met de oude leus ”De school voor de ouders”. Maar daar is historisch gezien helemaal geen grond voor. In de vorige eeuw kwam dat gezegde in zwang, toen de overheid het afliet weten. De Bijbel is door de overheid van de openbare school geweerd, waarna christenoudcrs, in gewetensnood gebracht, in de tweede helft van de Schoolstrijd zelf scholen gingen stichten. ”De school aan de ouders”, riepen ze. Die leus is door het reformatoriscli onderwijs ook nooit zomaar overgenomen. Nu zie je dat die leus plotseling oneigenlijk wordt gebezigd door ouders die inspraak eisen”.

Ouders die het beleid van de school om willen buigen, zijn op de Middelburgse basisschool overigens een vreemd verschijnsel. „Een ouder die een bedreigende factor is, een concurrent voor de leerkracht, dat kennen wij niet. Wij hebben een medezeggenschapsraad gehad, maar die heeft jarenlang stilgelegen. Die raad functioneerde niet en werd uiteindelijk, door de verscherpte overheidseisen op dit punt, opgeheven .

Overspannen

Onderzoek toont aan dat de meeste schooldirecteuren niet meer buiten de inzet van een actief ouderkorps kunnen. Extra binnen- en buitenschoolse activiteiten zouden wegvallen, omdat leerkrachten -bij gebrek aan tijd- er niet aan toekomen. Talloze ondervraagde schoolleiders zeggen: „Goed en modern onderwijs kan niet zonder ouderhulp”. Er was er ook een die zei: „Zonder ouders zou ik direct overspannen zijn”.

„Me dunkt”, zegt directeur Beeke, „dat die man dat dan wel aan zichzelf te wijten heeft. Kennelijk is hij te gretig geweest met het binnenhalen van ouders en heeft hij bevoegdheden uit handen gegeven die hij nooit uit handen had moeten geven. Als voorbeeld: als je de eindbeslissing over zittenblijven of overgaan aan de ouders overlaat. Dat is iets dat gewoon niet kan. Een school die zichzelf respecteert, zal zeker overleg hebben met ouders, maar heeft daarin zelf het laatste woord. Dat geldt trouwens voor heel de doorstroming in de school. Daar heb je nu zo n grens in ouderparticipatie. Je kunt niet voor alles de mening van ouders gaan vragen. Dat is vragen om moeilijkheden. Dan krijg je inspraak zonder inzicht. En dat is een uitspraak zonder uitzicht, zoals een onderwijsman het eens uitdrukte. Ik bedoel maar: de grenzen van ouderparticipatie moeten worden aangegeven door de school. Wie de zaak andersom aanpakt, zet alles op z’n kop. Een school die zich al te afhankelijk opstelt van ouders, wordt daarmee te kwetsbaar. Als bij ons de ouderparticipatie weg zou vallen, om welke reden dan ook, dan zou dat heel jammer zijn, maar de school stort daarmee nog niet in en de directeur wordt niet overspannen. Hoop ik tenminste. Bij ouderparticipatie moet je voortdurend de wacht betrekken. Je moet je school niet van liefdewerk afhankelijk maken en je mag ouders niet overvragen. Want dat kan natuurlijk ook. Het moet leuk blijven”.

Lunteren

G. Westerhuis, lid van de medezeggenschapsraad van de Julianaschool in Lunteren (onderdeel van de Vereniging tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel), vindt daarentegen dat er nog geen sprake is van ouderparticipatie als er ouders zijn die boeken kaften en het schoolplein vegen. „Dat is voor mij gewoon: meehelpen en klusjes doen. In de praktijk van elke dag doen ouders natuurlijk heel erg veel. Allemaal van die randschoolse activiteiten: begeleiding van en naar zwemles, Koninginnedag en kerstfeest vieren, de verjaardag van de juf luister bijzetten of meegaan op schoolreisje. Allemaal praktische dingen. Dat is ook een trend; er wordt steeds gemakkelijker tegen ouders gezegd: Doen jullie dat maar.

Ouderparticipatie is voor mij echter meer dan die dagelijkse hand- en spandiensten: Ouderparticipatie is het voluit meedenken van ouders over beleidszaken. Je kunt ouders niet alleen maar dingen laten doen, je moet dan ook eens vragen: Wat vind je ervan? Als je alleen bij het jaarlijkse schoolreisje aan zes moeders vraagt: „Willen jullie efife meekomen”, dan degradeer je ouders tot loopjongen. En dat terwijl ouclers soms best veel onderwijstechnische kennis, een slimme visie of goede ideeën hebben”.

Sollicitatie

Waar de grenzen van die ouderbijdragen liggen, kan Westerhuis minder scherp aangeven. „Ik denk niet dat je ouders moet betrekken bij een sollicitatieprocedure van een leerkracht. Maar ik kan me weer wel voorstellen dat het in twijfelgevallen verstandig kan zijn om met vaders of moeders te overleggen of het zinvol is om een kind een jaar te laten overdoen, of niet. Je moet ouders daarover niet laten beslissen, maar dat je overlegt, lijkt me alleen maar goed. Je praat als scnoolleiding nooit te véél met ouders. Je kunt nooit genoeg communiceren.

Een meedenkende ouder vind ik geen bedreigende factor voor de school als professioneel onderwijsinstituut. Als een moeder kritiek heeft op je rekenmethode, dan moetje daarnaar luisteren. Je moet niet direct die rekenmethode weggooien, maar je moet ook niet tegen zo’n moeder zeggen: Bemoei je d’r niet mee! Een leerkracht heeft het laatste woord, dat moet duidelijk blijven. Hij is de professional, en moet zich dus niet afhankelijk gaan opstellen. Maar professionals dienen wel naar hun klanten te luisteren. Als School moet je niet onzeker lopen doen. Een school hoeft niet aan ouders te vragen: „Wat moe ‘k doen?” Je moet beleid maken, een lijn kiezen, maar op dat beleid en op die lijn moetje wel bevraagd kunnen worden. Zo ligt dat toch ongeveer”.

Identiteit

„Ouders zijn je klanten”, zegt Westerhuis. „De klant als koning, dat gaat wat ver, maar naar hem luisteren is het minste, ja, ook als het heel nadrukkelijk gaat om koers en identiteit en beleid. Ouders zijn ook identiteitsdragers en kunnen de koers van je school enorm bekrachtigen. Waarom zo bang? Waarom dat gevoel van bedreigd worden? Angst is toch een slechte raadgever! Als iemand met je meedenkt, kan dat toch geen kwaad, en kritische vragen zijn meestal goede vragen. Dat stimuleert de geest. Je moet niet alles in de groep willen gooien, niet alles willen bediscussiëren, maar wel naar elkaar luisteren. Dat is de strijd voeren met open vizier. We leven in een inspraak- en medezeggenschapstijd. Laten we nou niet doen alsof we dat niet weten en daar met open ogen aan voorbij fietsen.

Ik kan me voorstellen dat een leerkracht eraan moet wennen als de ouders mee gaan praten over de invulling van de leerstof Dat betekent niet dat je de ouders terug moet fluiten, maar dat je die leerkracht het een en ander uit te leggen hebt. Je wilt als leerkracht toch precies hetzelfde als wat vaders en moeders willen, je hebt toch dezelfde belangen voor ogen. Samen kom je voor dat kind op, we willen beiden dat het goed gaat met dat kind, allebei vanuit je eigen insteek. Als beide partijen dat willen inzien, is er ook geen sprake meer van concurrentie of bedreiging of zoiets”.

Motivatie

„Je moet ouders”, zegt directeur Beeke, „wel motiveren voor ouderhulp. Je moet ze duidelijk maken waarom je het fijn zou vinden als ze dit of dat zouden doen. Ze moeten het nut ervan inzien. Als de juf jarig is, vindt iedereen het natuurlijk reuze leuk als er moeders zijn die pannekoeken binnendragen. En schoon speelgoed aan het begin van een nieuw cursusjaar is ook iets fijns. Dat snapt iedereen. Bij ons wordt bijvoorbeeld ook de schoolwas bij toerbeurt door de ouders gedaan. Ze zorgen ook voor het type-, bind- en drukwerk van de schoolkrant. Anderen overleggen met de gemeente over het veiliger maken van de schoolroute. Ouders ervaren zulke dingen als iets dat aan hun kind ten goede komt”.

De relatie tussen school en ouders is, als het aan Beeke ligt, een relatie van wederzijds respect. „Zoals de school moet erkennen dat een teer onderwerp als seksuele opvoeding plaats dient te vinden in de beslotenheid van het gezin, vragen wij van het gezin de professionele bevoegdheden van de leerkracht ook als zodanig te respecteren”.

Het belangrijkste stuk ouderparticipatie van een ouder voor het functioneren van zijn kind op school, het warme meeleven en vooral, zoals iemand het in de Schoolstrijd verwoordde: „Weten we het goed, dat de christelijke school, voor haar zijn en haar welzijn beide, desnoods de rijkssubsidie kan missen, maar niet het gebed van het arme moedertje, dat het heilgeheim kent van den verborgen omgang met God?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Op de schouders van de ouders

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken