Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voortaan kunnen alle kinderen mee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voortaan kunnen alle kinderen mee

RD-multitest: Subaru E-Wagon, Peugeot 806, Citroen Jumper Club

11 minuten leestijd

Hoera, een ritje met een personenbusje! Voor kinderen is dat een van de feestelijkste dingen die er zijn. Personenbusjes zijn veel leuker dan gewone personenauto’s: je hebt er volop ruimte om te lopen, te spelen en te ravotten. Je hebt er een prachtig uitzicht; door de hoogte van een busje zit je niet tegen andere auto’s of de vangrail aan te kijken. Geef kinderen maar een busje als vervoermiddel. Ook voor ouders is zo’n busje echter een uitkomst: je kunt eindelijk eens met het hele gezin op stap.

Grote gezinnen hebben het de laatste jaren niet zo makkelijk gehad als het om het vervoer van alle gezinsleden ging. De keus aan echte familie-auto’s was zeer beperkt. Voor grote gezinnen heeft de Auto-RAI nu echter goed nieuws: het aanbod is opeens weer erg groot. Het lijkt wel of zich een explosie van ruimte-auto’s heeft voorgedaan. Er zijn auto’s met zes, zeven, acht en zelfs negen zitplaatsen. Voortaan kunnen alle kinderen mee.

Multitest

Uit het grote aanbod kozen we drie heel verschillende auto’s en onderwierpen die aan een kritische test. Het zijn twee busjes, de Subaru E-Wagon en de Citroen Jumper Club, en een ruimte-auto, de Peugeot 806. Alle drie kwamen ze vorig jaar nieuw op de markt. De Subaru E-Wagon is de allerkleinste. Sinds de minibusjes van Suzuki en Daihatsu van het toneel zijn verdwenen, is dit de goedkoopste mogelijkheid om zes personen te vervoeren. Bijna twee keer zo groot is de Citroen Jumer per Club: hij kan negen personen en een hele zwik bagage vervoeren. De Peugeot 806 neemt de middenpositie in: met acht zitplaatsen is hij kleiner dan de Jumper, maar hij is wel duurder.

Behalve het goede nieuws dat er tegenwoordig een groot aanbod van gezinsauto’s is, valt er ook slecht nieuws te melden: vrijwel zonder uitzondering is dit soort auto’s verschrikkelijk duur. Ze beginnen met prijzen van rond de 50.000 gulden en gaan dan zonder schaamte door tot in de 80.000 gulden en hoger. Er is slechts één uitzondering: de Subaru E-Wagon. Die is al voor 32.995 gulden te koop. Maar die heeft weer andere minpunten.

Goedkoop

De Subaru is gebaseerd op een bestelautootje dat zo goedkoop mogelijk moest worden gefabriceerd. Dat is te merken aan het rijgedrag: de Subaru is niet comfortabel, niet snel, niet zuinig en heeft geen plezierig weggedrag. Het is echt wennen aan dit autootje. Wat wil je ook: de motor zit helemaal achterin, voor een gedeelte zelfs in de achterbumper. Met de hoge opbouw van de E-Wagon is dat vragen om zijwindgevoeligheid. Bij een flinke bries is het geen plezier om met de Subaru onderweg te zijn. Een plotselinge windstoot kan het wagentje zo een meter opzij blazen.

Dan rijdt de Citroen Jumper een heel stuk beter. Ook deze auto is ontworpen als bestelauto, maar heeft wat techniek betreft heel wat met personenauto’s gemeen. De motor staat dwars voorin en drijft de voorwielen aan. De voorwielen zijn opgehangen volgens het McPherson-principe en de stuurinrichting is bevestigd op een mini-subframe, wat voor extra stabiliteit zorgt. De wagen rijdt dan ook uitstekend. Wind, water, hobbels in de weg: het maakt allemaal weinig indruk op de Jumper: onverstoorbaar vervolgt hij zijn weg.

Lancering

De auto met het plezierigste rijgedrag is de Peugeot 806. Wat koersvastheid betreft, staat hij op hetzelfde hoge peil als de Jumper, maar hij heeft een groot pluspunt: hij is comfortabeler. Bij kuilen en oneffenheden in de weg, waar de Jumper, hoewel niet onverdienstelijk, enigszins hotsend overheen gaat, rijdt de 806 als een limousine. Het slechtst scoort hier de Subaru E-Wagon, waar het gas echt moet worden losgelaten om te voorkomen dat de inzittenden tegen het dak worden gelanceerd.

Bij het bochtgedrag blijkt dezelfde volgorde. De beste is onbetwijfelbaar de Peugeot 806. Hij kan met veel hogere snelheden door de curves worden gestuurd dan de Jumper en de E-Wagon en helt maar weinig over. De Jumper komt op de tweede plaats. Hij gedraagt zich voorbeeldig, zeker als je bedenkt dat het eigenlijk een bestelauto is. Als het echt hard gaat, moeten de inzittenden zich wel behoorlijk schrap zetten. De Subaru is de slechtste van de drie. Vooral vanwege het enigszins verraderlijke gedrag bij gas loslaten: dan zwaait opeens de achterkant naar buiten. Op glad wegdek kan dat gemakkelijk een slip tot gevolg hebben. Ook hier wreekt zich het feit dat de motor helemaal achterin is geplaatst.

Gillend motorgeluid

De plaats van de motor achterin heeft echter ook een voordeel: de inzittenden, vooral die op de voorstoelen, hebben weinig last van het enigszins gillende motorgeluid. In de Jumper, waar de motor direct achter het dashboard zit, is de motor veel duidelijker waarneembaar. Het stilste is echter de Peugeot. Zelfs bij snel optrekken laat hij de inzittenden nauwelijks merken dat de zuigers koortsachtig in de weer zijn om de gewenste prestaties te leveren.

De Peugeot is ook zonder meer de snelste. Een vergelijking van de prestaties is echter niet helemaal eerlijk, omdat de Jumper die Citroen ons ter beschikking stelde, was uitgerust met een dieselmotor. En de Subaru, die door een driecilinder motortje wordt voortgedreven, kan natuurlijk helemaal niet tippen aan de beschaving en de souplesse van de 2 liter viercilinder die de Peugeot voortstuwt.

Gulzig

Toch hebben we nog wel een aanmerking op de krachtbron van de Peugeot, vooral wat de trekkracht bij hogere snelheden betreft. Gas geven in de vierde of vijfde versnelling heeft niet direct een hogere snelheid tot gevolg: dat duurt even, met name als er acht personen in de auto zitten. Ook het verbruik viel een klein beetje tegen. Een gemiddelde van een liter op 9,4 kilometer is voor een auto van dit kaliber weliswaar niet echt slecht; toch hadden we van deze moderne auto, waarin de allernieuwste techniek is vetwerkt, een wat gunstiger verbruik verwacht.

Ook de Jumper is niet erg zuinig. Hij verbruikte tijdens onze test gemiddeld een liter op 9,0 kilometer, en dat nog wel met een dieselmotor. We moeten echter niet vergeten dat de auto een hoge opbouw heeft en maar liefst 1835 kg weegt. De grootste tegenvaller van de multitest bezorgde ons echter de Subaru, die gemiddeld een liter op 9,8 kilometer bleekte verbruiken. De gulzigerd. Dat verbaasde ons zeer. Tijdens een eerdere test, drie kwart jaar geleden, maten we bij een E-Wagon een gemiddelde van een liter op 12,8 kilometer.

Hanteerbaar

Het wordt hoog tijd nu ook iets bijzonder positiefs van de Subaru te melden. Zijn sterke punten blijken vooral bij het gebruik in stadsverkeer te liggen. Het wagentje is een kruip-door-sluip-door specialist van jewelste. Zijn compacte afmetingen en zijn geringe draaicirkel maken hem tot een uiterst gemakkelijk hanteerbaar autootje. Daarbij vergeleken doen de Peugeot en de Citroen uitgesproken plomp aan.

Een groot voordeel van de Subaru is zijn uitstekende overzichtelijkheid. Je hebt goed uitzicht naar alle kanten en kunt goed schatten waar de auto ophoudt. In de Jumper is het uitzicht heel wat minder. Dat komt door de dikke voorruitstijlen en door het woud van hoofdsteunen achterin. De brede stijlen van de achterdeuren maken het er ook niet gemakkelijker op. Bij het kijken in de achteruitkijkspiegel blijken ze trouwens ook een groot deel van het gezichtsveld weg te nemen.

De slechtste in de stad is de Peugeot. Niet omdat hij niet gemakkelijk te bedienen zou zijn, maar ook de Peugeot heeft dikke voorruitstijlen die het zicht belemmeren en bij deze auto is nog moeilijker dan bij de Citroen te bepalen waar de carrosserie precies ophoudt. Hij heeft bovendien een nog grotere draaicirkel dan de Jumper. Ter vergelijking: de draaicirkel van de Peugeot bedraagt 12,4 meter, die van de Citroen 12 meter en die van de Subaru 9,4 meter.

Schakelwerk

Op de bediening is bij geen van de drie auto’s veel aan te merken. Zowel de Peugeot 806 als de Citroen Jumper is voorzien van een kleine versnellingspook die uit het dashboard steekt en opmerkelijk goed schakelt. In de Subaru gaat het schakelwetk iets hakeriger, maar beslist niet ongemakkelijk. De Peugeot en de Citroen hebben allebei standaard stuurbekrachtiging. In de Peugeot is het stuur in hoogte verstelbaar, maar als je dat in een voor jou plezierige stand hebt gezet, blijkt een gedeelte van de snelheidsmeter niet meer zichtbaar te zijn.

Wat remmen betreft, doen de Citroen en de Peugeot nauwelijks voor elkaar onder. Ze komen recht en snel tot stilstand. En zonder fading. Bij de Citroen verraste ons dat zelfs een beetje: het is bij bestelauto’s niet de gewoonste zaak van de wereld dat de remmen ook na herhaaldelijk hard gebruik nog steeds goed werken. De rem-installatie van de Citroen gaf echter geen enkele krimp. Ook de Subaru bleek weinig gevoelig voor fading, maar de kleine Japanner had wel een ander euvel: bij hard remmen trok de auto scheef.

Ruimte

Aan ruimte is geen gebrek in de drie testauto’s. De allerruimste is echter de Citroen Jumper. Hij biedt negen volwaardige zitplaatsen voor volwassenen. En waar je bok zit: hoofd- en beenruimte is er in overvloed. In de Peugeot is het ook heel riant, zo lang je met niet meer dan vijf volwassenen bent. Zitten et ook volwassenen op het achterste bankje, dan moeten de middelste stoelen iets naar voren en laat de beenruimte zowel voor de mensen helemaal achterin als middenin wat te wensen over. Als je op het achterste bankje drie kinderen zet, gaat het echter prima. In de Subaru kunnen zes volwassenen redelijk ruim zitten. De bekleding van de stoelen is dun: niet geschikt om lange ritten op door te brengen. In de Subaru komt de bestuurder er het slechtst af. Vooral als hij lang is, zit hij metz’n knieën tegen het dashboard.

Wanneer alle zitplaatsen zijn bezet, is er in de Subaru en in de Peugeot nauwelijks ruimte meer voor bagage. Hier en daar kan nog wat onder de stoelen worden gestopt, maar voor wat meer spullen zal toch echt een imperiaal of een aanhangertje moeten worden gekocht. Dat hoeft bij de Citroen Jumper niet. In de bagageruimte achter de laatste rij stoelen kunnen als het moet zelfs wel twee kinderwagens worden neergezet.

Veelzijdig

Hoe raar het ook klinkt: vanuit het oogpunt van kinderen is de Citroen Jumper de minst aantrekkelijke van de drie. Deze auto mag dan wel de grootste ruimte bieden, maar als je op de achterste rij zit, heb je nauwelijks meer contact met de mensen voorin. Andersom kunnen degenen op de voorstoelen de kinderen achterin nauwelijks meer zien: ze zijn door de hoge stoelen geheel aan het zicht onttrokken.

De Peugeot heeft het grote voordeel dat zijn interieur op verschillende manieren is in te richten. Multifunctioneel zoals dat heet. Door de verschillende ankerplaatsen in de vloer kun ie de stoelen op allerlei manieren opstellen: achter elkaar, naast elkaar of tegenover elkaar. Eventueel kun je ze zelfs uit de auto verwijderen. Met een enkele handgreep kun je een stoel al van de vloer tillen. In de Subaru is het veranderen van het interieur heel wat moeilijker, in de Citroen zelfs onmogelijk.

Wat in geen van de drie auto’s goed voor elkaar is, is de verwarming van het achterste gedeelte van de auto. De mensen op de voorstoelen hebben geen klagen, voor de mensen middenin gaat het ook nog wel, maar voor degenen op de derde rij is het soms kou lijden geblazen. Alleen bij de Citroen is als extra een aparte kachel achterin leverbaar, maar die heeft slechts twee standen: heet of koud.

Conclusie

De Subaru E-Wagon is de slechtste van de drie. Hij heeft een zeer matig weggedrag en levert ook geen geweldige prestaties. Zijn kracht ligt vooral in het stadsverkeer: daar is hij door zijn compacte afmetingen en wendbaarheid de anderen ronduit de baas. Hij is bovendien de goedkoopste: de prijs bedraagt slechts 32.995 gulden. Daar levert geen enkel ander merk een zespersoons auto voor. Wat ook apart is: je kunt hem krijgen met vierwielaandrijving.

De Citroen Jumper Club heeft op het eerste gezicht het karakter van een bestelwagen. Dat komt door de hoge carrosserie, het grote stuur en de ronkende dieselmotor. Maar hij heeft een prima weggedrag en is ook zonder meer de ruimste van de drie. Zelfe als er negen volwassenen in de auto zitten, is er volop ruimte voor bagage. Het zware gewicht maakt hem duur in motorrijtuigenbelasting.

De beste wat rij-eigenschappen, comfort, veelzijdigheid en prestaties betreft is de Peugeot 806. Die is ook de duurste: 57.900 gulden in de eenvoudigste SR- uitvoering. Deze prijs geldt voor de vijfpersoons uitvoering. Wil de klant er een zevenpersoons auto van maken, dan moet hij voor twee extra stoelen 1938,80 gulden betalen; wil hij de auto achtpersoons maken, dan moet voor een driezits bankje 1702,60 gulden extra worden neergeteld.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Voortaan kunnen alle kinderen mee

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken