Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heilige koeien en zwarte schapen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heilige koeien en zwarte schapen

Mr. J. T. van den Berg: „Een auto kan pure wereldgelijkvormigheid zijn”

12 minuten leestijd

Vroeger liepen we allemaal van de ene plaats naar de andere. Of we fietsten. Ook als het regende. Fietsten we niet, dan namen we de bus. Of de trein. Dat was het wel zo’n beetje, ons nationaal vervoer. En toen kreeg iedereen het goed. We lieten het gaandeweg breed hangen en kochten bijna allemaal een auto. Voor een auto trekken we op dit moment rustig een honderd of vijf, zes per maand uit. De auto als heilige koe, als statussymbool, als manier van leven, als behaaglijke kamerjas en zelfs als veilige baarmoeder. Hoog tijd de auto op z’n plaats te zetten?

Mr. J. T. van den Berg. Tweede-Kamerlid voor de SGP en namens zijn partij lid van de Commissie Verkeer en Waterstaat, reist jaarlijks zo’n 70.000 kilometer. De meeste kilometers komen tussen de rails terecht. „Ik heb een auto voor de deur staan, als middel om me te verplaatsen van a naar b. Als er echter van a naar b ook een trein rijdt, dan stap ik net zo lief in die trein.

Je moet een auto heel nuchter en zakelijk bekijken als een voertuig op vier wielen. Niets meer dan dat! Een middel om je te verplaatsen, daar waar het echt nodig is. Als je er ook met de bus kunt komen, verdient dat alternatief de voorkeur”.

Reistijd

„Ik vind het ook heel plezierig om met de trein van Nunspeet naar Den Haag te reizen. Alleen als het echt niet anders kan, bij nachtelijke vergaderingen bijvoorbeeld, neem ik de auto. De reistijd per trein is wel iets langer dan de reistijd per auto, dat kan ik niet weerspreken, maar die tijd kun je in de trein produktiever gebruiken dan achter het stuur. Reistijd is voor mij effectieve werktijd.

Mensen klagen wel veel over het openbaar vervoer, maar dat is niet altijd terecht. Voorheen was het vaak het vooren natransport dat tijdrovend was, dus naar het station en van het station. Maar met zoiets als de treintaxi is de situatie hier en daar toch al sterk verbeterd. Wat we wél moeten beseffen, is dat ons openbaar vervoer door de overheid jarenlang zeer stiefmoederlijk is bedeeld geweest. We zijn nu bezig met een inhaalrace. Er wordt hard gewerkt om het peil op te vijzelen, maar die achterstand laat zich natuurlijk niet in een jaar of vier wegpoetsen. Als er ergens eens wat sneeuw valt, dan mag de hele boel bij NS niet direct plat liggen. Het overheidsstreven is echter helder: Het openbaar vervoer moet een volwaardig en kwalitatief hoogstaand alternatief voor de automobiel worden”.

Onaantastbaar

Ook het gezin Van den Berg probeert bewust om te gaan met het feit dat er een auto voor de deur staat. „Voor ons gezin niet meer dan één auto, ook al hebben onze oudste twee kinderen ook een rijbewijs. Dat geeft natuurlijk wel eens boeiende discussies, maar we proberen toch met elkaar af te wegen: Is het nodig dat je de auto pakt. Kun je hem ook laten staan. Kan het misschien ook per trein?

Je moet dat niet direct met allerlei zwaarwichtige ethische ideologieën omgeven, want dat gaat me soms ook te ver. Die anti-autogeluiden moet je niet overdrijven. De mobiliteitsbehoefte in onze samenleving is nu eenmaal sterk toegenomen en in dat kader mag je de auto zien, als een gebruiksvoorwerp waarmee je mobiel bent. Discussies over autogebruik nemen zo gauw ideologische trekjes aan. Dat alleen al staat een gezond gesprek over deze materie in de weg. Mensen beschouwen een auto vaak als een onaantastbaar bezit. Een onderzoek in Frankrijk heeft uitgewezen dat 80 procent van de Fransen zijn auto beschouwt als een waarborg voor de vrijheid, als een soort levensinstelling: De auto hoort onverbrekelijk bij de wijze waarop ik mijn leven inricht. Het is te vrezen dat dat percentage in Nederland niet lager ligt”.

Pro en anti

Van den Berg signaleert in de discussies over het autogebruik nogal eens heftige pro-auto-geluiden óf heftige anti-autogeluiden, „Elke discussie loopt in die extremen vast. De een ziet de auto als heilige koe en de ander als het zwarte schaap. Heel ongenuanceerd, heel zwart-wit. Zo horen we, zeker naar bijbelse maatstaven, niet met deze dingen om te gaan. De auto mag geen doel op zichzelf zijn, want dat is pure wereldgeliikvormigheid.

Ik heb misscnien gemakkelijk praten, want ik ben nu eenmaal geen autofanaat. Ik zal ook niet zo gauw in de rij gaan staan voor de AutoRai. Als een ander echter wel gaat kijken naar al die nieuwe modellen, dan lijkt me dat nog niet iets verkeerds. Toch rijst wel de vraag: Waarom heb je dan zo veel belangstelling voor zo’n auto? Is dat uit zakelijke oriëntatie? Heel prima, want iedereen heeft op de een of andere manier ook zakelijke belangen rondom de auto. Of gaan we ons op zo’n AutoRai vergapen aan dure auto’s die we toch nooit kunnen betalen? Daar zou ik wél moeite mee hebben. Laten we nuchter blijven”.

Kan Van den Berg zich voorstellen dat er ook mensen zijn die een auto echt iets moois vinden, mensen die er belang in stellen in welke mate het dashboard is gewijzigd, de voorzijde, de achterlichtenpartij, een verandering in interieur, exterieur of in prestaties? „Zoals ik dus met belangstelling kijk naar een nieuw type trein? Ja, daar kan ik me best iets bij voorstellen. Maar het moet wel z’n grenzen hebben, hoewel die grenzen voor iedereen weer net even anders kunnen uitvallen. We moeten blijven beseffen: een auto is maar een ding.

Als je het leuk vindt om de auto tot gespreksonderwerp te verheffen, probeer dan de beide kanten te zien, de positieve en de negatieve kant, het mooie en het lelijke, de aantrekkelijke en de gevaarlijke kant. Als het ons alleen maar gaat om topsnelheden en acceleratiecijfers in de sfeer van hoe-sneller-hoe-beter, gaat er echt iets mis. Wanneer je aandacht helemaal gefocust is op zo’n auto, staat dat op gelijke voet met sportverdwazing. In die dimensie moeten we het wel zien”.

Milieu

Om het negatieve milieu-aspect van de auto zo veel mogelijk terug te dringen, pleit Van den Berg ervoor allerlei technologische vernieuwingen meer uit te buiten. „Motoren kunnen veel schoner. Denk ook aan een fenomeen als de elektrische auto of andere soorten brandstoffen. Dat zou de overheid veel meer moeten stimuleren, desnoods fors gesubsidieerd. In Californië kennen ze een veel strakkere aanpak. Daar zegt de overheid tegen de auto-industrie: over zoveel jaar moet elke auto voldoen aan die en die normen. Zo niet, dan gaat-ie van de weg af Dat vind ik een nuchtere benadering.

Het verbaast mij dat de Nederlandse overheid ook niet meer de toer opgaat van lagere maximumsnetheden. Van 120 terug naar 100. De cijfers wijzen de besparing toch uit! En waarom geen snelheidsbegrenzer voor personenauto’s? Ik zou dat een prima maatregel vinden. We laten de meest voor de hand liggende maatregel gewoon liggen!”

Zit Nederland vol met automobielen? Van den Berg: „Ons land heeft de meeste auto’s per vierkante kilometer. Op dit moment hebben we dik vijf en een half miljoen auto’s. In het 2015 zouden dat er acht miljoen zijn, zo wordt beweerd. Dat zegt niet alles, maar wel veel. Ik wil er dan ook voor pleiten dat het beleid zich niet richt op het autobezit maar op het autogebruik. Waarvoor gebruik je je auto? En hoe vaak gebruik je je auto? Hoeveel auto’s worden niet gestart voor kleine ritjes, even een boodschapje doen, even daar of daar heen. Er zou al veel gewonnen zijn als we onze verantwoordelijkheid in deze dingen meer zouden beseffen”.

Sober leven

Dirk Janszn. Zwart, musicus te Rotterdam, heeft nooit zijn rijbewijs gehaald. „Ik rijd geen auto, ben een beetje onderontwikkeld”, zegt hij, „op dit gebied. In de jaren dertig reed niemand in een auto, alleen de vooraanstaande meneer. Wij liepen of we fietsten. Het was toch heel gewoon dat je van Zaandam naar Noordwijk fietste, of van Zaandam naar Alkmaar. Mijn vader gaf in de zomermaanden elke donderdagavond een concert in de Laurenskerk te Alkmaar. Elke donderdagmiddag vertrok ik om vijf uur op mijn fiets uit Zaandam, om mijn vader te helpen registreren. Om een uur of zeven was je dan in Alkmaar. En ’s avonds fietste je weer terug. Dan was je om twaalf uur thuis. Dat was toen heel gewoon.

Paarden wagen

„We waren eens in Putten met vakantie. Het was 1957. En het regende me toch, twee weken lang! Toen zei ik tegen m’n vrouw dat ik wel zin had om eens te leren autorijden. Wij naar een autozaak: „Meneer, kan ik rijles krijgen?” M'n vrouw zei: „Mag ik eerst?” Toen ik aan de beurt was, vond ik het best spannend, vooral toen ik bij Nijkerk een paard en wagen tegenkwam. Ik vroeg de rij-instructeur: Wat nu, wat moét ik nu? De remedie was heel eenvoudig: Er langs”.

Zwart nam in totaal vier lessen. Toen stopte hij. Mevrouw Zwart ging door en behaalde het rijbewijs. Zwart: „Mijn vrouw rijdt me nu vaak naar een concert. Als zij niet kan, rijdt een leerling me, of een van mijn registranten. Of ik ga met de trein. Als ik in Hasselt moet spelen, ga ik met de trein naar Zwolle, en daar haalt iemand van de concertcommissie me af”.

Naar Zwarts opvattingen wordt er over de kwaliteit van het openbaar vervoer in Nederland ten onrechte veel geklaagd. ,A1 dat gemopper kan ik niet waarderen. De treinverbindingen zijn in heel Nederland prachtig. En dan zul je eens ergens een halfuur moeten wachten, is dat nou zo erg? Zelfs als ik in Ferwerd bij de Waddenzee moet spelen, dan kom ik toch nog, zij het wat laat, met de laatste trein thuis. We leven ook op dit punt in een rijk land. Dat mag wel eens meer gewaardeerd worden”.

Overtrokken

„De service van het openbaar vervoer is in het algemeen goed, over de behandeling door spoorwegpersoneel en buschauffeurs heb ik niets te klagen. Men heeft vaak overtrokken kritiek: de stations zouden vies zijn, de koffie niet lekker, de trein altijd vol. Niets van waar. Natuurlijk is de koffie wel eens minder lekker, maar dat komt dan door de koffiejuffrouw die zich in de scheppen koffie heeft vergist. Ik zeg dat ook wel eens: Juffrouw, deze koffie is heus niet lekker. Als de koffie wel goed is, zeg ik dat ook. De sfeer binnen het openbaar vervoer bepaal je vaak zelf Ik vind mijn medereizigers ook meestal hoffelijke mensen. Er is heel wat beschaving overgebleven, ook onder de jeugd: Meneer, wilt u zitten, dan gaan wij wel staan”.

Het reizen per trein ervaart de 75-jarige Rotterdamse musicus als een weldaad. „Je komt weer eens even tot jezelf. Reizen is boeiend, het landschap, de mensen om je heen. Ik werk ook graag in de trein, muziek noteren, schetsen maken, kladjes schrijven, een concertprogramma samenstellen, vakliteratuur lezen. Tegen mijn zwager Willem Mudde zeiden ze eens bij een jubileum: „Kunnen we u plezieren met een auto?” Toen zei Mudde: Nee, alsjeblieft niet, want-al die reistijd ben ik dan kwijt”.

Een wonder

Over het autobezit zegt Zwart: „Bijna iedereen heeft tegenwoordig een auto. Iedereen. Soms staan er voor één huisdeur wel twee of drie auto’s, één voor pa, één voor zoonlief, één voor dochterlief. Zijn al die auto’s in Nederland nodig? Dat weet ik niet. Laat iedereen dat voor zichzelf vast mogen stellen”.

Zit Nederland vol met auto’s? „Dat zou best kunnen. Wie zou daar een generaal oordeel over kunnen geven? In China zijn te veel mensen, wordt gezegd. Daar mag je dus niet meer dan één kind hebben, anders word je gestraft. Moeten wij in Nederland ook die kant op met ons teveel aan automobielen? Dat zou toch verschrikkelijk zijn. Je kunt natuurlijk wel kritisch doen over de auto als vervoermiddel, maar de auto is tegelijkertijd het grootste wonder van techniek.

Veel mensen zijn in staat een auto te kopen en wat ben je dan eigenlijk bevoorrecht. Een auto kan je leven verrijken. Je reist heel gemakkelijk naar verre bestemmingen, naar je kinderen. Je vrienden, je familieleden. Een auto stelt je in staat al die contacten te onderhouden, stelt je ook in staat musea te bezoeken, historische gebouwen, oude kerken, landen en steden waaraan vaak grote namen verbonden zijn. Dat zijn toch geen dingen die je onderschatten mag. De auto is dan een geweldig bezit, een gave van menselijk verstand, dat God de Heete aan mensen heeft gegeven”.

Milieu

„En de auto als milieuvervuiler? Ik vrees dat dat misschien wel eens wat wordt overdreven. Moet je de milieuvervuiling eens zien tijdens Oud en Nieuw! Daar hoor je niemand over, maar als het milieu ooit vervuild wordt, dan is het dan wel. Ze zouden daar van mij wel iets aan mogen doen. Misschien is het zogenaamde ”schoonmaken” van de auto wel een oplossing en dwingende opdracht. En wat betreft al die verkeersproblemen; dat is een zaak voor onze regering waarbij we hopen dat ze die met wijsheid aan zal pakken. De oplossing daarvoor kan ik niet aandragen”.

Als Zwart bij zijn vrouw in de auto stapt, zegt hij: „Wat fijn toch, dat jij rijden kunt. En we komen altijd veilig aan, zonder één boom aan te raken, ik vind dat heel knap”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Heilige koeien en zwarte schapen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken