Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rente in VS wordt verder verhoogd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rente in VS wordt verder verhoogd

6 minuten leestijd

Het was zeker geen verrassing. De financiële markten hielden er al wekenlang rekening mee. Woensdagavond kwam de aankondiging dat de officiële rente in de Verenigde Staten opnieuw is opgeschroefd en wel met een half procentpunt. De maatregel moet het hoofd bieden aan het gevaar van een aanwakkerende inflatie, dat samenhangt met het aanhoudend krachtige groeitempo van de economie.

Op lang van tevoren vastgestelde data vergadert, onder leiding van voorzitter Greenspan, het beleidsbepalend comité van de Federal Reserve (Fed), de benaming voor het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Deze week zaten de heren weer met elkaar rond de tafel. Belangrijk onderwerp van gesprek vormde de rente. Het beraad eindigde met het besluit tot een verdere verhoging. De zogeheten federal funds rate, het toonaangevende geldmarkttarief, ging van 5,5 naar 6 procent. Het betrof de zevende opwaartse aanpassing binnen een jaar. De vorige kreeg half november haar beslag en had een omvang van 0,75 procenpunt. Het disconto, dat de Fed als vergoeding verlangt over haar leningen aan de algemene banken, is opgetrokken van 4,75 tot 5,25 procent. De jongste ingreep wekte binnen de financiële wereld weinig beroering. De wijziging met 0,5. procentpunt op beide fronten stemde keurig overeen met de inschatting van de meeste deskundigen.

Onrust

De gevolgen zullen dus beperkt blijven. Dat was in 1994 anders. Vandaag precies een jaar geleden vond de omslag plaats in de rentepolitiek van de VS. De federal funds rate, die de banken hanteren bij hun dagelijkse onderlinge kredietverlening, werd toen met een kwart punt verhoogd. Die eerste stap op de weg naar boven -met vertrek vanaf het lage niveau van 3 procent- bleek het startsein tot veel onrust in de maanden daarna op vooral de obligatiemarkten.

Over de hele wereld begon de intrest onmiddellijk aan een opgaande lijn. Beleggers interpreteerden de actie van de Fed als een signaal dat de inflatie dreigde te versnellen. De angst sloeg toe. De kapitaalmarktrente (lange leningen), die niet wordt gestuurd door de centrale banken en waarin de handel zijn verwachting omtrent het verloop van de geldontwaarding verwerkt, schoot onder invloed daarvan de lucht in. Ook Europa, waar het herstel van de conjunctuur in een nog veel priller stadium verkeerde en waar de kans op een prijsexplosie dus kleiner was, kon zich niet onttrekken aan die beweging. De laatste weken zien,we trouwens een lichte ontspanning. Zo zakte in Nederland de lange rente sinds de jaarwisseling van 7,8 tot ongeveer 7,6 procent.

Prijsstabiliteit

De centrale banken hebben tot taak met behulp van hun instrumentarium op het monetaire vlak de prijsstabiliteit te handhaven. De Fed opereert, net als bij ons De Nederlandsche Bank, onafhankelijk van de regering. De president benoemt wel de bestuurders, maar het Witte Huis bezit geen bevoegdheden met betrekking tot het beleid dat zij voeren. Het risico van een ontsporing op het terrein van de inflatie is het grootst tijdens een aantrekkende conjunctuur. De vraag naar produkten stijgt dan en daardoor kunnen knelpunten optreden: op de arbeidsmarkt heerst krapte en bedrijven beschikken over te weinig capaciteit. Dat leidt tot hogere lonen en prijzen. Het duurder maken van kredieten moet in die omstandigheid de bestedingen temperen en op die manier een oververhitting van de economie voorkomen.

Hoe hangt de vlag in de Verenigde Staten er thans bij? De cijfers die in de voorbije weken zijn gepubliceerd, duiden op een nog steeds sterke expansie. De omvang van het bruto binnenlands produkt (bbp) in het vierde kwartaal van vorig jaar lag 4,0 procent boven die in de vergelijkbare periode van 1993. De groei over geheel 1994 kwam daarmee uit op eveneens 4,0 procent, een percentage dat na 1988 niet meer was gerealiseerd. In 1992 en 1993 bedroeg hij respectievelijk 2,3 en 3,1 procent. De bezettingsgraad in de industrie klom in december tot 85,4 procent (in november 84,7 procent). Deze indicator bereikte daarmee de hoogste stand in vijftien jaar en overschreed het peil van 85 procent, dat veelal wordt aangemerkt als de grens waarboven de inflatoire druk toeneemt. Ook de arbeidsmarkt vertoont tekenen van overspanning. De werkloosheid daalde vorige maand tot 5,4 procent van de beroepsbevolking. Op grond van dit soort gegevens bestaat bij de monetaire autoriteiten bezorgdheid over de kracht van de economische opleving en de effecten daarvan voor het inflatietempo. Het kan ook té goed gaan. Tot dusverre zijn er geen problemen. De prijsindex prijkte in december 2,7 procent boven het niveau van twaalf maanden terug. Niet ongunstig, maar het zegt niets over de gang van zaken in de nabije toekomst. Centrale banken moeten niet wachten tot de inflatie daadwerkelijk op hol slaat, maar in een vroegtijdig stadium op de rem trappen. Vandaar dat de Fed de kredietteugels nog wat strakker aanhaalt.

Europa

In continentaal Europa maakt ondertussen het monetaire beleid al enige tijd een pas op de plaats. De Bundesbank, die door de koppeling van de munten binnen het EMS als trendsetter fungeert voor de aanpak van de zusterinstellingen in de omringende landen, heeft na half mei haar tarieven niet meer gewijzigd. Bij ons bevindt de voorschotrente zich sinds de verlaging van toen op 4,5 procent.

Europa en de VS trekken dus- niet gelijk op en dat houdt verband met een verschil in het tijdpad van de economische ontwikkeling, waarnaar we al eerder verwezen. Aan de overzijde van de Oceaan zette de opleving veel vroeger in. De inzinking passeerde daar het dal in de eerste helft van 1991, waarna de groei geleidelijk aantrok. Hier -met uitzondering van Groot-Brittannië- is de conjunctuur amper een jaar aan de beterende hand. De verwachting luidt dat in de VS verderop in 1995 de uitbreiding van het bbp wat zal afvlakken -conform de bedoeling van de Fed- terwijl die in onze regio voorlopig juist meer vaart krijgt. In het westelijk deel van Duitsland versnelt de groei (2,3 procent in 1994) tot waarschijnlijk rond 3 procent.

De Bundesbank heeft in de achterliggende maanden behoedzaam gemanoeuvreerd. Tegenvallende cijfers over de toename van de geldhoeveelheid en een voorspoedig herstel van de conjunctuur lieten geen ruimte voor verdere verlagingen. De vraag rijst nu hoe lang een eerste verhoging zal uitblijven. Op korte termijn lijkt zo’n aanpassing nog niet aan de orde, maar de meeste analisten rekenen erop dat later dit jaar de Bundesbank wel het beleid gaat verkrappen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Rente in VS wordt verder verhoogd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken