Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dijkdoorbraak ook afhankelijk van ondergrond

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dijkdoorbraak ook afhankelijk van ondergrond

3 minuten leestijd

HAARLEM - De geologische opbouw van de ondergrond van het rivierengebied kan leiden tot dijkdoorbraak. Als voorbeeld noemt de Rijks Geologische Dienst in Haarlem het Wiel van Bassa, gelegen in de Diefdijk ten noordoosten van Leerdam.

„Van oudsher vinden vaak doorbraken plaats waar de dijk wordt gekruist door een stroomgordel of geulafzettingen. Het zandlichaam is met water verzadigd en met het kwelwater kan ook zand worden verplaatst”, laat medewerker A. J. Mellema van de rijksdienst weten.

Het Wiel van Bassa is met een oppervlakte van 13 hectare en een diepte van meer dan 10 meter het grootste in Nederland. In de zestiende eeuw vond hier een doorbraak plaats, waarbij zich ongeveer 400.000 kubieke meter grond verplaatste. Deze dijkbreuk ontstond op een plaats waar een zandbaan, een overblijfsel van een oude rivierloop, in de ondergrond aanwezig is.

Oeverwallen

In de afgelopen paar duizend jaar hebben Maas en Rijn zich in het stroomgebied meermalen verlegd. Daardoor ontstond een complex patroon van geul-, oever- en komafzettingen en komveen. Toen het rivierengebied nog niet bedijkt was, bewoog de loop van de stromen zich bij een gemiddeld waterniveau tussen de natuurlijke oeverwallen.

De zich in de stroomgordels verplaatsende geulen voerden zandlichamen mee (geulafzettingen). Bij hoog water stroomden de oeverwallen over. Hier zette zich klei af (komafzettingen). Na de overstroming beletten de oeverwallen het in de kommen gelopen water naar de rivierbedding terug te stromen. Hier vond afzetting van kleideeltjes plaats.

De Maas en de Waal sneden zich in een dieper gelegen zand- en grindpakket in. Bij hoog water infiltreert het rivierwater in dit goed doorlatende zand- en grindpakket. Omdat het waterpeil in de tussen de rivieren liggende polders lager is dan het peil in de rivieren stroomt het water ondergronds vanuit de rivieren naar de polders. Door bemaling pompt men het daar weg.

Wellen

In het grootste deel van het gebied tussen Maas, en Waal bedekt de klei die tijdens vroegere overstromingen in de kommen werd afgezet het zand- en grindpakket. Juist op plaatsen waar oude zandige geulafzettingen zijn te vinden, ontstaat bij hoog water een grote kwelstroom van grondwater. In de polder komt het water in wellen aan de oppervlakte.

„Dit hoeft nog niet zorgelijk te zijn”, zegt Mellema. De situatie wordt kritiek wanneer de waterdruk ervoor zorgt dat de druk tussen de zandkorrels afneemt. „In het ergste geval wordt dit zand, dat onder normale omstandigheden stevig en compact is, door het water meegenomen”. Dan kan de ondergrond het dijklichaam niet meer dragen. De dijk verzakt en het overstromende water schuurt in hoog tempo een groot gat uit: een wiel of waaij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Dijkdoorbraak ook afhankelijk van ondergrond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken