Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alleen het echte getuigenis spreekt aan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alleen het echte getuigenis spreekt aan

Wetenschapper Van de Bank bundelt openhartig levensgetuigenis van predikantsvrouw

8 minuten leestijd

EDE - ‘s Nachts om drie uur deed hij de lamp van zijn hotelkamer in New Brunswick uit. Hij moest die dag namelijk weer (gast)colleges geven. De avond ervoor, om zeven uur, had hij een aantal brieven en het dagboek van Dina van den Bergh in handen gekregen. Hij las onafgebroken haar bekeringsgeschiedenis. Een authentiek, autobiografisch verhaal van iemand die dicht bij de Heere leefde en ook ons wat te zeggen heeft, zegt hij.

De ontdekking van dr. J. H. van de Bank, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, bleef niet onopgemerkt. Het gaat om de geestelijke nalatenschap van een tot nog toe vrij onbekend gebleven vrouw. Zij werd in 1725 geboren in Amsterdam en stierf in 1807 in Amerika. In haar onlangs door Van de Bank geredigeerde levensgeschiedenis kwam haar getuigenis opnieuw tot leven. Den Hertog in Houten brengt deze autobiografie binnenkort in een wetenschappelijk verantwoorde uitgave op de markt.

De brieven en dagboeken geven een beeld van Amsterdam en Noord-Amerika en het geestelijk leven van die tijd. Dina komt erin te voorschijn als een moeder in Israël. Ze bemoedigt predikanten, maar wijst hen, indien nodig, ook terecht. Twee brieven aan haar dochter, een paar jaar voor haar sterven, sluiten het boek af. Ze schrijft daarin dat ze een voorsmaakje van de hemel heeft ontvangen en gelovig uitziet naar de rust die overblijft voor allen die de Heere vrezen.

Door het boek loopt als een rode draad de ervaring van een weersverandering als een concrete gebedsverhoring, de noodzaak van dagelijkse bekering, een leven tot eer van Christus, alsook de daadwerkelijke ondervinding dat God goed is. Het boek bevat geen portrettekening of schilderij van Dina van den Bergh maar wel interessante afbeeldingen rond haar persoon. „Portretten passen ook niet bij zo’n boek want dan komt de mens te veel in het middelpunt”, zegt dr. Van de Bank. Het gaat volgens hem om een ‘gewone’ bekeringsgeschiedenis, waarin de leiding van God met zondige mensen centraal staat.

Authentiek

Van de Bank spreekt van een authentiek levensverhaal waarin sprake is van een vrouw die heel dicht bij Gods Woord leeft. Veel in haar leven heeft volgens hem een universeel karakter. Of het nu over Dina van den Bergh gaat of over de bevindelijke elementen bij Calvijn, het wordt herkend, ook vandaag. „Zoals toen ik tijdens die gastcolleges opeens een zwarte broeder hardop “Amen” hoorde zeggen toen het over het bevindelijk leven ging”.

Overigens hoopt dr. Van de Bank binnenkort weer in de Verenigde Staten te spreken in het kader van de komst van de nieuwe Nederlandse consul-generaal in de VS. Op die bijeenkomst, in New Brunswick, zullen de culturele betrekkingen tussen Nederland en Noord-Amerika centraal staan. Van de Bank zal dan de kerkelijke relaties belichten. Daarbij zal hij refereren aan zijn boek over Dina van den Bergh.

Pas nu

Het verbaast dr. Van de Bank dat in protestantse kring pas nu weer enige aandacht voor bekeringsgeschiedenissen ontstaat. Aan de rooms-katholieke theologische faculteit in Nijmegen bestaat voor deze protestantse literatuursoort al langer interesse. Enerzijds zegt Van de Bank aandacht voor bekeringsgeschiedenissen en autobiografieën te willen stimuleren. Anderzijds is dr. Van de Bank bezorgd dat in protestantse kring hetzelfde gebeurt als met de roomse heiligenlevens.

Dr. Van de Bank glimlacht als hij vertelt dat het Titus Brandsma-instituut uit Nijmegen hem benaderde voor een enquête onder bekeerde protestanten. „Ik heb hen toen maar uitgelegd dat in evangelische kring de mensen direct klaar staan met hun verhaal, maar dat bekeerde mensen uit de orthodox-protestantse hoek zeker tegenover rooms-katholieke wetenschappers weinig zullen vertellen, al is het maar dat ze bang zijn dat ze er zelf mee op de troon komen. En zelfs dat breng je al anders onder woorden tegenover rooms-katholieke wetenschappers”.

U spreekt met respect over de „gangen en wegen” van Dina van den Bergh. U staat weliswaar vanwege uw docentschap niet meer in een gemeente, maar klinkt dat bevindelijke aspect onder gemeenteleden van vandaag nog wel door?

„Ja, ik denk het wel, al is dat niet zo makkelijk te definiëren. Ik ontmoet wel eens een oud gereformeerde diaken bij wie ik dezelfde klanken hoor. Die heeft ook het manuscript doorgelezen en voelde zich aangesproken. Dit boek spreekt de taal die hij verstaat”.

En in uw eigen, hervormd-gereformeerde kring?

„Wel minder denk ik. Onder studenten in Utrecht merk ik een zekere hang naar het bevindelijke leven. Dat missen ze dan in de grote kerken, hoewel daar ook wel bevindelijk gepreekt wordt. Dan is het de grote vraag wat bevinding is. Ik heb wel van die preken gehoord waarin predikanten precies vertellen hoe het moet. Dat is volgens mij helemaal niet bevindelijk. Bevinding is wat God mij, heel persoonlijk, doet en deed ondervinden. In de tijd van Dina van den Bergh hoorde je dat nog wel op de preekstoel, hoewel daar ook weer niet uitsluitend bevindelijk werd gepreekt”.

Toch wekken de preken die Dina van den Bergh hoorde wel de indruk verbondsmatig te zijn, alhoewel wel degelijk sprake is van het aspect van de tweeërlei kinderen des verbonds. De notie van persoonlijke bekering is in ieder geval sterk aanwezig. Is dat een onderscheid met de huidige tendens onder hervormd-gereformeerden naar een zeker verbondsautomatisme?

„Als ik zelf niet preek, hoor ik regelmatig andere hervormde predikanten. Misschien hoor ik de verkeerde voorgangers, maar, inderdaad, die specifiek bevindelijke noties hoor ik niet zo veel meer in de preek. Wat mij dan opvalt, is dat iemand als Dina al zo jong zo intens bezig is met de dingen van God en Zijn Koninkrijk. Dat hoor ik eigenlijk vandaag helemaal niet meer.

Aan de andere kant zie ik met enige jaloersheid dat Dina, gezien haar aantekeningen, geen onderscheid maakte tussen ernstige coccejanen en voetianen. Ook onder de prediking van ernstige coccejanen ervoer ze Gods zorg voor haar zieleleven. Na haar is dat door anderen verengd. Dat betreur ik wel.

Terugkomend op de vraag: in hedendaagse preken komen de nu bedoelde zaken niet altijd aan de orde. Er wordt dan ook niet verwezen naar momenten waarbij in het geestelijk leven heel sterk de nabijheid Gods ervaren wordt. Ik doel op ervaringen zoals Van Lodenstein beleefde in de trekschuit of zoals Dina van den Bergh dat “ervoer op de vrouwengezelschappen”.

Speelt ook niet een rol dat in veel hedendaagse catechesemethoden wel erg sterk de nadruk ligt op het verbond, terwijl er te weinig oog is voor de noodzaak van een persoonlijk beleefde en daaropvolgende dagelijkse bekering?

„U stelt die vraag natuurlijk omdat u ook wel weet dat ik heb meegedacht met de catechesemethode van dr. W. Verboom. Toch zeg ik dat in Dina van den Berghs leven weliswaar de ervaring van Gods liefde centraal stond, maar dat dat bij haar zeker niet buiten het geloof in de verbondsbeloften omging. Zij achtte het niet niets gedoopt te zijn. Tegelijk is het waar dat zij beleefde dat die doop geen garantie was voor haar eeuwig heil. Heel veel zit mijns inziens vast op de habitus, de instelling, van de catecheet. Opmerkelijk is verder hoezeer Dina van den Bergh naar het heilig avondmaal verlangde: het was veelal een hoogtepunt in haar geestelijk leven. Bij de doorgaans volle avondmaalstafels van nu vraag ik me wel eens af of nog wel echt naar de gemeenschap met God in Christus verlangd wordt. Want dan alleen blijkt dat het ons niet gaat om de predikant of om de liturgie, maar om Christus Zelf’.

De evangelische beweging lijkt, oppervlakkig gezien, in een aantal opzichten op het bevindelijk-gereformeerde leven maar verschilt op tal van wezenlijke punten. Ziet u, in het licht van het boek van Dina van den Bergh, elementen die deze verschillen duidelijk kunnen maken? Wat vindt u van de stelling dat bevinding niet buiten het gevoel om gaat, maar altijd moet staan in relatie met Gods Woord?

„Ik ben geen barthiaan maar met Karl Barth heb ik wel grote zorg voor, wat hij noemde, de algemene religieuze ervaring, de vraag naar warmte. Waarom, zo vraag ik me af, loopt een Windroosconferentie zo goed? Waarom raken de zogenoemde gezelschapsdagen de laatste jaren opeens in? Ik, voor mij, vraag me af of het gaat om een zeker gevoel van warmte en saamhorigheid of om een bevindelijke, aan het Woord gerelateerde geestelijke ervaring.

Geestelijke ervaringen als die van Dina van den Bergh maken me jaloers. Zulke ervaringen spreken aan. In die zin pleit ik voor het echte getuigenis. Bekeringsgeschiedenissen moeten niet verworden tot protestantse heiligenervaringen. Het gaat erom dat ze stichten”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Alleen het echte getuigenis spreekt aan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken