Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Wees sterk en gedraag u als een man, Polycarpus”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Wees sterk en gedraag u als een man, Polycarpus”

6 minuten leestijd

Izmir ligt in West-Turkije op ongeveer 58 kilometer ten noorden van Efeze. Het ligt aan de Golf van Izmir. Een geweldige stad met een miljoenenbevolking krioelend van de mensen. In de tijd van het boek Openbaring heette het Smyrna.

Toentertijd al was Smyrna een grote stad met zo’n 100.000 inwoners. Er stond een stadion met plaats voor zo’n 20.000 toeschouwers. Ook was er een markt, een gerechtshof en vele tempels onder meer voor Roma en Dionyssos. En voor keizer Tiberius en Livia, de vrouw van keizer Augustus. Daarom kreeg ze de eretitel: “Keizerlijke Tempelbewaarster”.

De stad heeft in 2400 jaar maar liefst 22.000 aardschokken doorstaan (9 per jaar). Vanaf het dak van ons hotel was er in de avond een schitterend uitzicht. Duizenden twinkelende lichtjes omhoog en naar beneden en de zacht rimpelende zee in de verte. Izmir ligt namelijk gebouwd tegen de berg Pagos. Als je die beklimt, wordt het steeds armoediger. Huisjes en hutjes kris en kras door elkaar. Ga je echter richting haven, dan wordt het steeds moderner en rijker. Vroeger was dat net andersom. Het havenkwartier was arm. Tegen de berg stonden de mooie villa-achtige, marmeren huizen. Dat kwam, omdat toen het land af en toe werd overspoeld door het water. Nu kan dat niet meer. Vandaar.

Christenen

In die stad, voornamelijk in het arme havenkwartier, woonde een gemeente van Christus. Niet vele rijken, niet vele edelen. Waarschijnlijk ontstaan vanuit Efeze, waar Paulus twee jaar lang in de collegezaal van de leraar in de welsprekendheid Tyrannus heeft geëvangeliseerd. Op het siësta-uur, als de colleges stil lagen, mocht hij daar de zaal gebruiken. Ondanks de hitte kwamen mensen uit alle delen van Azië. Ook uit Smyrna. De gemeente was toen, net als vandaag, gehaat en werd vervolgd en getreiterd. Is het nu de fundamentalistische islam die oprukt in Turkije en ook de christenen monddood tracht te maken, toen waren het de joden. De felle, fanatieke joden die inmiddels bevriend waren geraakt met de Romeinen en wier godsdienst een “religio relicta”, een geoorloofde godsdienst was geworden in het Romeinse rijk. Met name op het gebied van huisvesting en handel werden de christenen gedwarsboomd. Het was armoe troef en men gevoelde zich meer dood dan levend.

Polycarpus

In die dagen was er een bisschop over de gemeenten die de naam Polycarpus droeg. Dat betekent “rijk aan vrucht” of “veel vrucht dragend”. Hij is geboren omstreeks het jaar 60. Hij werd nog door de apostel Johannes onder handoplegging ingewijd. En hij is ruim een eeuw later de marteldood gestorven. Zijn invloed en gezag waren groot, getuige allerlei brieven. Hij spoorde steeds weer aan om in het geloof te blijven en trachtte de gelovigen daarin te bevestigen. Zijn haat tegen de ketterijen was alom bekend. Toen Marcion hem ooit ontmoette, vroeg hij aan Polycarpus of hij hem herkende. „Ja, ik herken u inderdaad, gij zijt de eerstgeborene van de satan”. Een man van wie een groot getuigenis uitging en die vruchten voortbracht der bekering waardig.

Marteldood

Opvallend is in de getuigenissen rond zijn sterven het aandeel van de joden. Zij eisten zijn dood, zij sjouwden met hout om de brandstapel op te bouwen en zij hebben voorkomen dat zijn gebeente in handen van de gemeente kwam. De christenhatende volksmassa vroeg om de leider van de gemeente Polycarpus, nadat een jonge christen, Germanicus, zich dapper voor de beesten had geworpen.

Eindelijk werd de oude grijsaard gevangen en na een twee uur durend gebed tijdens hetwelk niemand hem durfde aanraken, weggevoerd. Ze trachtten hem te verleiden om te zeggen “de keizer is Heer”, maar hij weigerde. Bij aankomst in net stadion klonk er volgens overlevering een stem uit de hemel: „Wees sterk en gedraag u als een man, Polycarpus”. De proconsul probeerde van alles, maar de bisschop zwichtte niet. „Zweer, en ik zal u vrijlaten, vervloek Christus”. Maar hij antwoordde: „Zesentachtig jaar heb ik Hem gediend (hij is dus als jongen tot geloof gekomen, PJS) en Hij heeft mij nog nooit kwaad gedaan. Hoe kan ik mijn Koning, die mij verlost heeft, vervloeken?” Zo werd de brandstapel opgericht. Naakt werd hij erop gezet. „Laat me ongebonden blijven. Hij die mij geeft het vuur te doorstaan zal me ook geven op de brandstapel te blijven zonder stevig vastgenageld te zijn”, ’s Heeren macht bleek spoedig. Het vuur bolde zich om hem heen als ronde zeilen, zodat het hem niet verbrandde. Toen eindelijk zijn lichaam werd doorstoken door het zwaard, vloeide er, zo wordt verteld, zoveel bloed dat het vuur doofde. Zo stierf Polycarpus.

Gebeente

Als we naar zijn gebeente op zoek zijn, blijkt er geen graf te zijn. Wel een prachtig kerkje aan hem gewijd, ommuurd op last van de overheid, en de enkele christenen die er nog zijn, worden ook nu nog gemeden en gehaat. Maar het gebeente ligt daar niet. Wat gebeurde er dan mee? De gemeenteleden, zoals toen gewoon was, wilden stukjes van zijn gebeente hebben. Niet om te vereren zoals hier later gebeurde, maar om bij te bidden: „Heere, geef me net zo veel kracht als u deze veel vrucht dragende hebt gegeven, om niet te versagen maar om te volharden”. Want wie in Hem blijft, die draagt veel vrucht, tot in de grijze ouderdom toe!

De joden echter hebben dat laten voorkomen. Zijn gebeente is, zoals ik in Izmir uit verschillende bronnen heb vernomen, ergens boven op de berg Pagos begraven. Bij de rijken. Waar de armen nauwelijks konden en durfden komen. Een onbekende plek. Onopgraafbaar. Zonder steen of markeerpunt.

De berg draagt nu de naam Kadifekale. De machtige ruïnes staan er nu van een burcht, gebouwd door Lysimakos in de tijd van Alexander de Grote. Je hebt er een machtig vergezicht over de stad en de zee. Het krioelt er van de kinderen, de meesten straatarm. Zij hebben daar hun speel- en bedelplaats.

Daar op de trans bedacht ik: zijn uitzicht is nog veel heerlijker en zijn burcht nog veel vaster. Dan kan je weer het dal in, op reis via de zeven gemeenten naar de eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Wees sterk en gedraag u als een man, Polycarpus”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken