Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen tijd om te huilen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen tijd om te huilen

Glimlach bedektpsychische schade bij burgers van Kobe

9 minuten leestijd

Ruim drie weken na de aardbeving in Kobe is de toestand in de stad nog chaotisch. Maar nog groter is de schade in de levens van duizenden burgers, waarvan de meesten wel iemand verloren hebben. De meesten lopen met een opgewekt gezicht rond, maar dat is schijn: „Ik móet wel opgewekt zijn. Zo niet, dan stort alle misère als een muur over me heen”.

De bevolking in een gebied zo groot als Noord-Holland werd op die zeventiende januari, rond kwart voor zes ’s morgens, ruw gewekt. De Japanse stad Kobe, een stad groter dan Amsterdam, was binnen een halve minuut vrijwel weggevaagd.

Sommige dingen zijn niet te bevatten. Zo is het ook met de aardbeving die deze stad trof. Je hoort de laatste cijfers: 5291 doden; 26.087 gewonden; meer dan 1(K).0()0 huizen en gebouwen volledig of gedeeltelijk ingestort, 300.000 mensen in evacuatiecentra. Maar cijfers zeggen zo weinig. En de foto’s in de kranten kunnen de verschrikking en de omvang van de ramp niet overbrengen.

Het hele leven is immers tot in de finesses ontwricht. Zo heeft iedereen wel iemand door de dood verloren. Veel mensen hebben geen huis meer en kunnen ook geen nieuwe woning vinden. Minstens vier maanden zal het duren voordat de treinverbindingen van en naar de stad weer hersteld zijn. Bruggen, wegen, scholen, ziekenhuizen, stations, stadhuizen, winkels, supermarkten zijn onherstelbaar vernield.

Badhuis

Op het gymnastiekterrein van een lagere school in de stad iAshiya heeft het leger een tijdelijke badplaats gebouwd. Voor een Japanner is baden immers zo‘n beetje de zin van het leven. Elke avond gaat het hele gezin door een vast ritueel. Eerst inzepen en afspoelen buiten het bad en dan lekker rustig weken in water dat zö heet is dat Nederianders zouden denken erin te verbranden.

“Er heerst een onwaarschijnlijk vrolijke stemming in dit tijdelijk badgebouw van tentzeil. Omdat de huizen, de gas- en waterleidingen zijn vernield, hebben de meeste mensen geen mogelijkheid zich te wassen. In de tent zitten zo‘n vijftien mannen aan de rand van het van zeil opgetrokken bad, en zepen zich verwoed in. Een 60-jarige man is al een stap verder. Met een vermoeid, maar vrolijk gezicht, zit hij al in het water. „Ik weet niet meer wat te doen. Ik leef van dag tot dag”, zegt hij. Zijn huis is vernield en met zijn gezin woont hij nu in de gymnastiekzaal van de school. Daar hebben ze net genoeg ruimte om te gaan liggen en om twee papieren zakken met de overblijfselen van hun huisraad te deponeren. Als ik mijn verbazing toon over zijn vrolijke gelaat, legt hij uit: „Ik moet wel opgewekt zijn. Als ik dat niet ben, stort alle misère als een muur over me heen”. Hij besluit met wat inmiddels hét codewoord voor overlevenden van de ramp is geworden: “Ganbarimasho”, laten we ons best doen. Het is hier in Kobe uitgegroeid tot nieuwe groet en onderscheidt mensen in het rampgebied van hen die erbuiten wonen.

Oververmoeid

Meneer Takeda (54) is ingenieur en werkte tot de dag van de ramp op het onbruikbaar geworden stadhuis van Ashiya. Nu zit hij elke dag twaalf uur achter een tafel in de onverwarmde ingang van de brandweerkazerne. Zijn functie is vragen te beantwoorden van de bevolking. Als ik hem bezoek, is het avond en de telefoon is eindelijk stil. „Nadat het schokken ophield”, vertelt Takeda, „probeerde ik mijn zuster te bellen, maar er kwam geen antwoord”. „Mijn vrouw is er toen lopend naartoe gegaan en kwam terug met het bericht dat het ingestort was. Ik heb de lichamen van mijn zuster en mijn nichtjes van een en drie jaar er zelf uitgegraven. Sindsdien heb ik onafgebroken gewerkt. Omdat ik mijn rug heb bezeerd tijdens het graven heeft de dokter me een corset gegeven”.

Terwijl Takeda zijn verhaal doet, lacht hij onophoudelijk. Ik vraag hem hoe hij .toch kan lachen na zoveel ellende. „Ik heb geen tijd om te huilen. Er is gewoon te veel te doen. We moeten de mensen zo snel mogelijk water en gas geven, maar alles is vernield. Ik ben zo moe, ik kan niet eens meer slapen. Soms werk ik 24 uur achtereen. In een gewone situatie zou ik veel verdriet voelen. Nu voel ik niets. Helemaal niets. Ik werk alteen”. De laatste paar dagen zijn al enkele mensen aan oververmoeidheid gestorven en ik vraag me af hoelang Takeda nog door kan gaan met zijn moordende schema. Wanneer ik vertrek, zegt ook hij: „Ganbarimasho”. Het is de gewoonte in Japan om bloemen te leggen op de plek waar iemand overleden is, in combinatie met wat dingen die de overledene dierbaar waren vaak is dat iets eetbaars. Men brandt er wierookstokjes en gelooft dat zo’n tijdelijk altaar helpt om de overledene in de hemel te brengen. Hoewel er hier en daar wat bloemen te zien zijn, zijn het er minder dan het aantal slachtoffers. De mensen hebben het kennelijk zo druk met overleven, dat men er vaak niet eens meer aan toe komt. Het laat zien hoe groot de schok is en hoe verward veel mensen nog altijd zijn, ruim drie weken na de aardbeving.

Mayumi Handa is een 32-jarige alleenwonende vrouw. Ze geeft les in kunstgeschiedenis aan de universiteit van Kobe. Het appartement waar ze tot op de dag van de aardbeving woonde, is een puinhoop en moet afgebroken worden. Een gedeelte van het gebouw is totaal uitgebrand. „Toen ik na de aardbeving naar buiten keek, zag ik overal branden. Ik heb meteen de stekkers uit het stopcontact getrokken en ben van deur naar deur gegaan om mensen naar buiten te krijgen. Mijn telefoon deed het niet meer en er stonden lange rijen voor alle telefooncellen”.

Mayumi is een van de gelukkigen, ze heeft de ramp overleefd en woont nu in de school waarvan haar vader hoofd is. Zo‘n 300.000 mensen verblijven, drie weken na de aardbeving, nog altijd op straat, in tenten of, onder stressvolle situaties, in tot evacuatiecentra omgebouwde scholen en wijkgebouwen.

„Omdat er zulke rijen voor de telefooncellen stonden, ben ik naar het huis van mijn ouders gelopen. Het was ingestort. Ik schreeuwde de naam van mijn vader en mijn broer, maar er was geen antwoord. Eindelijk vond ik een stuk papier met de naam van een ziekenhuis. Ik dacht nog: ze hebben het overleefd! Maar toen ik bij- het ziekenhuis aankwam, lag het lichaam van mijn vader in een deken opgerold op de parkeerplaats”.

Bestemming

Net als de andere overlevenden toont Mayumi heel opgewekt. Ze lacht en is vol energie. „Ik probeer niet aan het verleden te denken. Ik kijk zoveel mogelijk vooruit. Mijn vader is dood, daar kan niets aan gedaan worden”. Er zijn meer overievenden die deze uitdrukking gebruiken: “Shikita ga nai”, er kan niets aan gedaan worden. Het is een authentieke Japanse denkwijze die vaak gebruikt wordt om het leven te aanvaarden zoals het is. „Ik geloof dat het zijn bestemming was”, zegt Mayumi. „Het was zijn “unmei”. Net zoals het mijn bestemming is om door te leven en mijn vader te verliezen. Ik geloof dat die dingen vast staan. Daar kun je verder weinig aan doen”.

Mayumi kon haar vader nog vrij snel naar Osaka krijgen en samen met haar familie heeft ze daar een kleine boeddhistische dienst voor hem kunnen organiseren. „We hebben ook een foto van hem, van zijn (uitgeschreven) naam en zijn gecremeerde overblijfselen op de traditionele manier in een kamer hiernaast uitgestald. Voor mijzelf is dat traditionele niet zo belangrijk. Maar ik voel erg mee met al die mensen wier familieleden dagen onder het puin lagen. Dan is zo iemand toch niet echt overleden. Intussen probeer ik zo opgewekt mogelijk te zijn. Wanneer je neerslachtig bent, wordt het alleen maar erger”.

Net zoals alle andere overlevenden van de ramp, heeft Mayumi ondanks haar opgewektheid grote moeite met het grote verschil tussen het getroffen gebied en de omliggende gebieden. „De eerste keer dat ik in Osaka was, schrok ik. Het leven ging gewoon door. De restaurants waren open en mensen zaten er rustig te eten. Het was heel onwerkelijk. Alsof ik aan een buitenlandse reis was begonnen! Ik woon nu in twee werelden en ben zelf ook in tweeën gedeeld. Mijn gevoel van evenwicht is verstoord. Ik kan ook maar niet begrijpen waarom men het zich in Osaka maar niet realiseert hoe erg het hier is”.

Dromen

Er is vrijwel niemand in Kobe die van de aardbeving geen trauma heeft overgehouden. „Ik kan niet meer diep slapen”, zegt Mayumi. „Ik kan ook niet meer in dezelfde positie slapen als in de tijd voor de aardbeving. Mijn hartslag is vaak heel snel. En ik heb vaak angstige dromen. Over een schip op een stormachtige zee bijvoorbeeld. Gisteren herleefde mijn lichaam de schok opnieuw. Heel levensecht, ik was heel bang. Wanneer ik op het perron op een trein sta te wachten, kijk ik regelmatig omhoog om te zien of er iets is dat op me zou kunnen vallen. Als ik een schok voel, zelfs van een passerende vrachtwagen, schrik ik hevig. Zelfs een plotseling geluid brengt me van mijn stuk”.

Overal steken psychische problemen de kop op. En daar is men niet goed-op voorbereid. Zo zat in de eerste week de lucht 24 uur lang vol sirenes. Na drie weken zie je kinderen hier nog altijd angstig en verschrikt opkijken als een sirene dichtbij is.

Maar ondanks alle angst en de voortdurende spanning waarmee men leeft, is er het gevoel dat we ons best moeten doen een nieuw leven te beginnen. Om samen een nieuwe stad te bouwen. „Vanaf nu wil ik meer dingen samen gaan doen met andere mensen”, zegt Mayumi. En overal hoor je zulke dingen. Hoewel er in het begin veel mensen volledig verloren rond liepen, zie je ze nu meer en meer beginnen met het opruimen van de puinhopen.

“Ganbarimasho”, laten we ons best doen, en: “Shikata ga nai”, er kan niets aan het verleden gedaan worden. Twee Japanse thema’s die de mensen helpen hun verlies en angst te overwinnen. Misschien moeten de grootste emotionele klappen nog komen. Maar voorlopig zie ik vooral hardwerkende mensen en nergens tranen. Want: „als er 5000 mensen dood zijn, huil je niet”.

K. Duits woont in Kobe en zal voor deze krant regelmatig schrijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Geen tijd om te huilen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken