Bekijk het origineel

Schetsen van Anne

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schetsen van Anne

4 minuten leestijd

We zaten al een tijdje geanimeerd vragen te stellen over en weer, we hadden elkaar dan ook lang niet gezien. Geert en Hilde, mijn vroegere overburen. Hoe het met de kinderen ging, de kleinkinderen en niet te vergeten het werk. Geert is dekaan, vader van zes dochters en gespecialiseerd in het omgaan met pubers, daar moest ik van profiteren. Hij werd meteen uitvoerig geraadpleegd.
Toen vroeg ik zo langs mijn neus weg aan Hilde: „Hoe is het eigenlijk met je moeder.'" Ik herinnerde mij dat Hilde altijd met liefde en trots over haar moeder sprak. Dat ze voor haar leeftijd zo kranig was en dat zij, de jaren der zeer sterken voorbij, nog altijd zelfstandig woonde. Er viel even een stiltje. „Tja', zei Hilde. Toen aarzelend: „Op 't ogenblik gaat het wel weer". In die korte stilte bleek een wereld van verdriet aan haar voorbij te zijn getrokken: het verschil tussen een paar jaar geleden en nu. Het was goed gegaan inderdaad, tot haar vierentachtigste. Toen kwam ze ten val. Ze brak een heup en een arm, daarna was de ellende begonnen. De opname, de ontreddering, de ontluistering.

Geert en Hilde bezochten haar in het ziekenhuis. „O, u komt voor die demente vrouw? Volgende zaal, in de hoek bij het raam'. Hilde: „Ze geloofden niet dat mijn moeder tot een week voor die tijd volkomen normaal was. Het enige dat we later gehoord hebben, was dat het niet om gewone dementie ging. Je moet je voorstellen hoe ze daar behandeld werd. Ze tilden haar elke dag met die pen in haar heup en haar arm nog in een mitella in een rolstoel. Ze kreeg een bord met eten voor haar neus, maar ze kon zelfs niet eten. En altijd personeel te weinig". Ze haalde haar schouders op. „Je kon het die meisjes niet kwalijk nemen. Mijn moeder ging thuis altijd slapen tussen de middag, dat was ze haar hele leven zo'n beetje gewend. In het ziekenhuis lieten ze haar van 's morgens na het aankleden tot 's avonds als ze naar bed ging, in die rolstoel zitten. Als je kwam, hing ze scheefgezakt in haar wagentje. Drinken werd meestal bij de verkeerde arm neergezet en later onaangeroerd weer meegenomen. Ze was onrustig, ze begreep er niets van, dacht voortdurend dat ze gewoon thuis was. Om haar beter te kunnen observeren, parkeerden ze de rolstoel in de hal, bij de balie. Vreselijk was dat voor haar. Al die mensen die in haar eigen huis langs haar heen liepen zonder haar gedag te zeggen of een praatje met haar te maken". „Nooit meer goed gekomen?" vroeg ik. Ze schudt haar hoofd. „Ze is later opgenomen in een verpleegtehuis en daar heeft ze het goed. Maar ze is nog altijd in de war. Ze denkt nu dat onze verkering uit is". Geert en Hilde, grootouders intussen, nee, dat huwelijk kan menselijkerwijs gesproken niet kapot.

Toen ik later aan dit gesprek terugdacht, realiseerde ik me dat ik ook zo n vrouw gekend had. Ze lag op de interne afdeling, eerste zaal, tweede bed links. Want dat vergeet je nooit, ook na vijfentwintig jaar niet. Kwam ik later oud-patiënten tegen, dan wist ik nooit namen of kwalen, zag ik altijd het bed voor me. Die vrouw, ze was zo vrolijk, zo vriendelijk, ze bedankte voor een glas water dat je bij haar neerzette. Ze zei, al kwam je vier keer achter elkaar de zaal op, elke keer opnieuw met evenveel enthousiasme goedemorgen. Voor ons was ze dement en lief Je vroeg je niet af waar ze vandaan kwam, of ze voor haar ziek-zijn al zo geweest was. Het leven van een patiënt begon bij de opname en eindigde voor jou bij ontslag uit het ziekenhuis, daar had je je handen aan vol. Maar nu ik erover nadenk: Ze dacht gewoon dat ze thuis was en voor haar waren wij huisgenoten. Ze lag helemaal niet in het ziekenhuis, ze lag prinsheerlijk in haar eigen bed.

Tijdens een late dienst was ik de zaal opgelopen met een vrolijk „Goedenavond!", me al verbazend dat ik haar een slag voor was. Toen het stil bleef, wist ik dat het niet goed ging. Ze lag in coma. Daarna moest ik van de internist onmiddellijk een speciale injectie halen, die pas gevonden werd op de laatste afdeling waar ik naar toe rende. Een altijd terugkerend probleem van een klein, particulier ziekenhuis. Toen ik terug kwam, was ze overleden.

Je probeert je wel eens voor te stellen hoe dat zal zijn. Als de rollen zijn omgedraaid. Je niet meer de moeder bent, maar het kind. Hoe je dochters zich over je heenbuigen in de hoop op herkenning. Onvoorstelbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Schetsen van Anne

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken