Bekijk het origineel

Zorgen voor later

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zorgen voor later

Gesprek over principiële aspecten rond sparen en verzekeren

12 minuten leestijd

Op één punt zijn de drie deelnemers aan de discussie het in ieder geval hartgrondig met elkaar eens. Wie geld opzij legt voor later, op wat voor wijze ook, vanuit de gedachte dat hem daardoor in financieel opzicht niets kan gebeuren, is verkeerd bezig. Zo dus niet, maar hoe dan wél te handelen? Vanuit het spanningsveld tussen afhankelijkheid en verantwoordelijkheid en tussen zorgen en zeker stellen, zoekt een ieder naar de juiste weg.

Mag iemand voorzieningen treffen voor de periode dat hij buiten het arbeidsproces komt te staan? Is het wellicht zelfs onze opdracht dat te doen? Volgens Visser verstrekt de Bijbel hieromtrent duidelijke richtlijnen. “Het opbouwen van een voorraad voor de toekomst tref je als een niet ongebruikelijk patroon aan in de gangen die de Heere in Zijn wijsheid met het volk Israël ging. Ik verwijs naar de zeven vette en de zeven magere jaren in Egypte. Dat was weliswaar een bijzondere situatie, maar je mag deze geschiedenis naar mijn mening in dit verband zeker toepassen. Verder kenden de Israëlieten het sabbatsjaar. Elk zevende jaar kreeg het land rust. De Heere gaf dan in het zesde jaar een drievoudige oogst. De mensen bewaarden die extra opbrengst om zich ermee te voeden gedurende de tijd dat de grond braak lag”.

“Als je jong bent en gezond en je kunt iets overhouden van je inkomsten, moet je wat reserveren voor de oude of de kwade dag. Dat zie ik als een vorm van rentmeesterschap. Je verdeelt op een verantwoorde manier de middelen die de Heere je schenkt over direct besteden en sparen. We mogen, denk ik, geen geld uitgeven voor onszelf en voor allerlei goede doelen als dat ertoe leidt dat we na onze 65e verjaardag niets achter de hand hebben en we dan afhankeljk worden van een ander. De Bijbel leert ons meer dan het “weest niet bezorgd””.

Verantwoordelijkheid

Van Ree sluit hierbij aan. “Iedereen heeft tijdens het actieve deel van zijn leven de verantwoordelijkheid wat opzij te leggen; althans, voorzover dat kan. Es acht het niet juist om te zeggen: dat zien we later wel. De normale gang van zaken is nu eenmaal dat iemand vanaf een bepaald moment niet langer kan werken. Daar mogen we en moeten we rekening mee houden”.

“Vervolgens luidt de vraag: in welke mate? Essentieel voor mij is het onderscheid tussen zorgen en zeker stellen. Laten we niet proberen onszelf allerlei zekerheden te verschaffen, maar laten we wel zorgend bezig zijn. Concreet betekent dat: telkens een stukje van je inkomen, de ene keer misschien veel en de andere keer weinig, al naar gelang de omstandigheden, apart leggen en daarmee vertrouwen op de Heere. Ik besef dat de beslissing in de praktijk over hoeveel dat moet zijn een moeilijke is. Sparen mag bijvoorbeeld ook weer niet ten koste gaan vain onze offervaardigheid in het kader van de barmhartigheid jegens de naasten”.

Kerk

De Koning laat in zijn visie minder ruimte voor fondsvorming in de privésfeer. Hij zet uiteen: “We hebben primair vanuit de christelijke gemeente de zorg voor elkaar in het heden. Financiële ondersteuning via de kerk is een wezenlijk element van naastenliefde, al wordt dat onder invloed van de toegenomen secularisatie tegenwoordig heel anders ervaren. De Heere wijst ons die weg aan en Hij belooft het volk Israël dat, als het de tienden brengt. Hij spijze zal schenken, zelfs in overvloed (Maleachi 3 vers 10)”.

Houdt dat in dat we geen reserve behoeven te creëren voor moeilijke tijden?

De Koning: “Enerzijds is er de bijbelse situatie, anderzijds verkeren we in een gebroken samenleving. Gezien het laatste, kan ik me voorstellen dat iemand wat opzij legt. We hebben daarin biddend onze weg te zoeken. Ons leven is een handbreed gesteld. We weten niet hoe oud we worden, maar de Heere zorgt voor ons, van dag tot dag. Zijn goedheid strekt zich zo wijd uit dat Hij zegt: Werpt al uw bekommernissen op Mij. We behoeven niet bezorgd te wezen. De Heere betrekt dat in Mattheüs 6 op ons dagelijks eten en drinken, maar dat geldt zeker ook voor inkomensbronnen in perioden die nog ver weg liggen”. ”Je constateert dat, als we hiervoor zelf allerei zekerheden treffen, daar het ongenoegen van God op rust. Kijk eens naar de aow, hoe daarin geblazen wordt. Er blijft niets van over. Concluderend zeg ik ten aanzien van ons zorgen: geven aan de kerk, ten behoeve van de hulp aan de naaste, staat voorop. En verder: ga niet in het schema waarin iedereen gaat; word deze wereld niet gelijkvormig. Dat zijn belangrijke bijbelse elementen”.

Spaarplannen

Voor degenen die zeker willen zijn van voldoende financiële middelen nadat zij gestopt zijn met werken, vormen de spaar- en beleggingsplannen, waarvan we de hoofdlijnen elders op deze pagina schetsen, een aantrekkelijke constructie. Van Ree benadrukt dat het bij die produkten —technisch, fiscaal en volgens de definitie in de wet— draait om een levensverzekering. “Geen twijfel mogelijk”, meent hij. “Dat wordt ten onrechte in de advertenties en folders verzwegen of slechts in de marge vermeld”.

Vereist een principiële afweging toch niet enige nuancering? Bij schadeverzekeringen, die bescherming bieden tegen de financiële gevolgen van bijvoorbeeld brand, een aanrijding, arbeidsongeschiktheid of ziektekosten, is er duidelijk sprake van een risico en hangt de eventuele uitkering af van een onzekere gebeurtenis. De bezwaren bij een deel van de gereformeerde gezindte hiertegen zijn bekend. Betrokkenen achten de aanschaf van dergelijke polissen een aantasting van het geloof in Gods voorzienigheid (zondag 9 en 10 van de Catechismus) en strijdig met het eerste gebod van de Wet des Heeren.

Bij genoemde spaarplannen betaalt iemand premie en keert de maatschappij hem of haar op een vooraf vastgelegde datum een belastingvrij kapitaal uit. In geval van voortijdig overlijden ontvangen de nabestaanden meestal een deel van de gestorte premies, terug, soms aangevuld met rente daarover. Er worden allerlei varianten toegepast voor de diverse aspecten, maar een risico in de zin van een mogelijke financiële strop is er hoe dan ook niet of nauwelijks. Visser: “Je int nooit meer dan je eigen inleg vermeerderd met de opbrengst uit het beleggen van de premies. In zijn uitwerking komt het daarmee op hetzelfde neer als datje elke maand een bedrag op de bank zet, waarover je rente geniet. met de bedoeling over een aan tal jaren erover te kunnen beschikken. Alleen als je eerder overlijdt, ben je een stukje kwijt. Het verzekeringsetiket zit erop geplakt en voor de wetgever is het ook een verzekering, maar het karakter ervan verschilt toch duidelijk van dat van een schadeverzekering. Even tussendoor: iemand kan via een eigen bv of stichting, dus zonder tussenkomst van een verzekeringsmaatschappij, een regeling maken die in fiscaal opzicht op dezelfde aantrekkelijke wijze wordt behandeld als de spaarplannen. En voorts vermoed ik dat, als niet de assurantiebranche, maar de bankensector dit soort produkten had ontwikkeld, er wellicht anders op was gereageerd”.

Leven

Van Ree: “Daar ben ik het niet mee eens. Je probeert een voordeel te behalen dat afhankelijk is van je leven. Daarom betreft het voluit een levensverzekering. Het beoogde kapitaal incasseer je immers alleen mits je op het afgesproken tijdstip nog in leven bent. Daar zo mee om te gaan, wijs ik volstrekt af. Bovendien dek je het risico datje helemaal niets ontvangt af door tevens een overlijdensverzekering af te sluiten. Die geeft recht op teruggave van een deel van de premies. In feite gaat het dus om een dubbele levensverzekering. Zo spreekt ook de Consumentengeldgids erover. Al met al meen ik dat, als na vijftien of twintig jaar het bedrag op je rekening wordt gestort, je niet de knieën voor de Heere kunt buigen om Hem daarvoor te danken”.

Dat kunt u wel als u al die tijd zelf hebt belegd in aandelen en aan het eind van de rit via verkoop van die stukken de koersstijging verzilvert?

Van Ree: “Ja. Dat geld krijg ik niet omdat ik nog in leven ben. En met beleggen in aandelen als zodanig heb ik, gezien ons systeem van vrije ondernemingsgewijze produktie, geen moeite. Tenminste op voorwaarde dat je het op langere termijn doet. Je mag dan meedelen in de groei van een bedrijf. Stap je er echter in om op korte termijn koerswinst te behalen, dan ben je puur speculatief bezig en dat acht ik in strijd met de Bijbel. Verder dien je te zorgen voor risicospreiding en moet je de principiële vraag stellen of je wel in elke willekeurige nv kunt participeren”.

Onafhankelijk

Terug naar de levensverzekering. De Koning: “Een van de woordenboeken geeft als omschrijving voor verzekering: zich een onafhankelijk bestaan waarborgen. Dat raakt de kern. De mens wil ten diepste zijn bestaan onafhankelijk van God inrichten. Deze produkten spelen daarop in. Ze hebben tot doel iemand een onbezorgde oude dag te garanderen. Aanschaf ervan betekent dat we dingen doen die kunnen ingrijpen in ff het handelen van de Heere, die in ons leven een bepaalde gang gaat, hetzij in voorspoed, hetzij in tegenspoed. Hij beveelt ons op Hem alleen ons betrouwen te stellen. Zie Jeremia 17 vers 5 en 7, met bijbehorende kanttekening. Welgelukzalig zijn zij die dat in praktijk brengen, lezen we in de psalmen. Dat wordt helaas steeds minder beoefend”. “De Heere geeft en diezelfde God kan ook nemen. Laten we ons tegen dat nemen dan niet verzetten door allerlei voorzieningen te treffen om dat nemen te voorkomen. Schuilen onder de vleugelen des Allerhoogsten, in alle omstandigheden, leidt niet tot een benauwd of een bang leven, maar tot een rijk leven”.

Intentie

Visser: “Dat je niet erop uit behoort te zijn je onafhankelijk van de Heere te maken, daar stem ik van harte mee in. En juist vanuit die invalshoek kom ik tot mijn standpunt dat je het spaarverzekeren, om het zo te noemen, op twee manieren kunt gebruiken: op een goede en op een verkeerde. Als je met behulp hiervan een vermogen bijeen wilt vergaren met de gedachte dan gevrijwaard te zijn van tegenspoed, zit je fout. Ik herinner aan die rijke man die schuren bouwde en meende dat hem niets kon overkomen. “Gij dwaas”, zegt de Heere, “in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen”. Maar als je beseft datje op een zeker ogenblik te oud zult wezen om te werken en je vormt voor die toekomstige situatie een potje, waarbij de fiscale wetgeving je een handje helpt, dan ben je een goede rentmeester”.

Het gaat u dus alleen om de intentie waarmee iemand handelt?

Visser: “Precies. En verder zeg ik: laat een ieder, in biddend opzien tot de Heere, in zijn geweten ten volle overtuigd zijn of hij wel of niet zo’n spaar- of beleggingsplan mag accepteren”. Van Ree: “Mij lijkt dat deze produkten niet passen bij de vreze des Heeren”. Verderop in de discussie verklaart hij: “Let wel, ik beweer niet dat iemand die een verzekering afsluit geen christen kan zijn. Maar wie de vreze des Heeren in beoefening heeft, gaat naar mijn overtuiging een andere weg. U hoort van mij trouwens evenmin dat je over deze kwestie de gewetens mag binden”. De Koning: “Ik wijs erop dat er een verschuiving optreedt. Voor onderwerpen die begin deze eeuw als wezenlijk werden ervaren, geldt nu: een ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd. Het lijdt voor mij geen twijfel dat het hier om meer gaat dan een middelmatige zaak. Maar de nood van deze tijd is dat er in onze gezindte over veel vraagstukken niet meer eensluidend wordt gedacht en dat we daardoor niet meer eensgezind in de gebrokenheid van deze wereld staan”.

Pensioenen

Voor Van Ree is ook de lange looptijd een zwaarwegend argument tegen de spaarplannen van de verzekeraars. Mensen betalen vele jaren achtereen premie en beschikken gedurende die periode niet over hun geld. Tussentijds afkopen pakt meestal financieel erg ongunstig uit. “Ik zal niemand adviseren zijn geld langdurig vast te zetten”, aldus Van Ree. “Eerder merkte ik op dat we de verantwoordelijkheid dragen wat opzij te leggen voor de oude dag. Maar daarbij vind ik het wel belangrijk dat je te allen tijde de zeggenschap behoudt over je vermogen. Misschien heb je plotseling een enorme kostenpost of wordt er iemand op je weg geplaatst die financiële hulp nodig heeft en moet je dan al je spaargeld onmiddellijk uitgeven. Als we zorgend bezig zijn in afhankelijkheid van de Heere, laten we die mogelijkheid open”.

Pensioenen, zo erkennen de drie heren, bevatten overigens evenzeer als de spaar- en beleggingsplannen een levensverzekeringselement. De uitkering in zo’n regeling hangt immers ook af van het al dan niet in leven zijn van betrokkene. Van Ree wenst echter een naar zijn oordeel “wezenlijk onderscheid” aan te brengen. “Bij een pensioen bestaat er altijd een koppeling met een dienstbetrekking. De oorspronkelijke gedachte erachter is dat de werkgever een zorgplicht heeft ten aanzien van de werknemer die door ouderdom niet meer kan werken en, na diens overlijden, ten aanzien van de weduwe”.

Fiscale faciliteiten

Voor gemoedsbezwaarden tegen verzekeren die hun overtollige middelen willen reserveren voor later, blijft sparen bij de bank het meest eenvoudige alternatief. Tegen die achtergrond bepleiten Van Ree en Visser als financiële deskundigen een uitbreiding van de fiscale faciliteiten op dat gebied. Visser: “Geef mensen de mogelijkheid zelf een deel van hun bruto inkomen, dus voordat er belasting over geheven wordt, weg te leggen en trek de rentevrij stelling —thans duizend gulden per persoon— verder op”.

Van Ree: “Je mag mijns inziens trouwens best proberen door gebruik te maken van de rentevrijstelling, de dividendvrijstelling, onbelaste vermogenswinsten en verdere legale mogelijkheden, de meest voordelige aanpak te zoeken”. Visser vult aan: “Maar ook hierbij dien je weer jezelf de vraag voor te houden: Welke intentie heb ik? Doe je het louter om een maximale opbrengst te realiseren, dan ben je een slaaf van je geld. Dat zal ik beslist niet zeggen van iemand die het doet bijvooorbeeld omdat zijn zoon of dochter dan minder behoeft te lenen voor een studie”.

De Koning: “Wie veel heeft ontvangen van de Heere, zal zich wellicht verdiepen in allerlei financieel aantrekkelijke constructies. Wie een verantwoorde aanwending zoekt voor zijn vermogen, kan het echter ook renteloos of tegen slechts een geringe vergoeding en met de bepaling dat het direct opvraagbaar is, uitlenen aan een instelling of stichting met een goed doel. Er zijn binnen onze gezindte tal van wegen om je geld, in bijbels perspectief, dienstbaar te maken aan de naaste”. Van Ree: “Dat valt inderdaad ook aan te merken als een vorm van maximaal rendement, maar dan in een andere zin”.


Op de sociale zekerheid wordt aan alle kanten bezuinigd. Uitkeringsrechten en uitkeringspercentages staan onder druk. In de sfeer van de wao hebben we ingrijpende aanpassingen achter de rug. Wat er in de toekomst overblijft van de aow, weet niemand. Het lijkt in ieder geval verstandig zelf wat opzij te leggen voor later, voor tijden dat het inkomen door ziekte of ouderdom wegvalt en dat het met alleen een uitkering beslist geen vetpot is.

De financiële bedrijven in ons land spelen in op de gevoelens van onrust en onzekerheid die de discussie over de versobering van de verzorgingsstaat oproept Zij adverteren volop met zogenoemde spaar- en beleggingsplannen en sturen via de post, ongevraagd, informatiefolders hierover toe. De Brede Herwaardering, een regeling die op I januari 1992 van kracht werd, maakt deze produkten fiscaal aantrekkelijk. Belastingvrij sparen, heet het Bovendien stellen de betrokken concerns fraaie rendementen in het vooruitzicht, opbrengsten die de rentevergoeding op een gewone bankrekening ver overtreffen. Ten onrechte ontbreekt vaak de kanttekening dat de vermelde percentages niet zijn gegarandeerd. Het aanbod is groot; keuze genoeg. Enkele voorbeelden: Gulden Garantie Polis van Ohra, Koersplan van Aegon, Spaar Zeker Plan van de Postbank en Cumulent Belastingvrij Kapitaal Plan van Rabo en Robeco.

Bezwaren

Er zijn mensen die weloverwogen afzien van deelname aan deze wijze van reserveren. Zij laten zich leiden door principiële bezwaren tegen verzekeren. Strikt genomen gaat bet namelijk niet om een vorm van wat we traditioneel verstaan onder sparen, maar om een verzekeringspolis. De gangbare benaming voor de desbetreffende produkten
verhult het ware karakter ervan. Dat wordt bevestigd uit onverdachte hoek. De Consumentenbond concludeert in de Geldgids van februari 1994: "Spaar- en beleggingsplannen zijn in wezen levensverzekeringen". En in een volgende
uitgave schrijft deze organisatie: "Spaar-en beleggingsplannen zijn verzekeringen, die fiscaal en juridisch anders in elkaar zitten dan spaarrekeningen. Aanbieders moeten deze verschillen niet verdoezelen, maar kenbaar maken. Pas dan kan de wakkere spaarder de diverse alternatieven vergelijken".

Het concept oogt simpel. De deelnemer betaalt maandelijks een niet fiscaal aftrekbare premie, gedurende een periode van minimaal vijftien jaar, en strijkt op de einddatum een wel belastingvrije uitkering op. De hoogte daarvan hangt af van de winst die de beleggingsexperts van de verzekeringsmaatschappij hebben weten te realiseren
door het toevertrouwde kapitaal uit te zetten in, meestal, aandelen. Bij een inleg van 50 gulden per maand en in het geval van een rendement van 10 procent ontvangt de klant na vijftien jaar 20.100 gulden, zo lezen we in een reclamebrochure van KoersPlan. Draagt hij elke keer 200 gulden af, kiest hij voor een looptijd van vijfentwintig jaar
en komt het rendement uit op 12 procent, dan vermeerdert zijn banksaldo met 340.400 gulden.

Het fiscale voordeel van de gehanteerde constructie berust op artikel 26 van de Wet op de inkomstenbelasting. Dat voorziet in een faciliteit voor levensverzekeringen, die bedoeld is als stimulans in de richting van de burger om zich (aanvullend) in te dekken tegen de financiële gevolgen van de oude of de kwade dag. Het verschaft de mogelijlöieid een fors belastingvrij vermogen op te bouwen: bij een termijn van vijftien jaar van ten hoogste 57.000 gulden en bij een termijn van twintig jaar van ten hoogste 192.000 gulden per persoon. Deze vrijstellingen kunnen slechts eenmalig wórden gebruikt Iemand die twintig jaar lang premie stort en niet eerder een beroep deed op dit wetsartikel mag, opgeteld, 249.000 innen zonder dat de fiscus daarvan ook maar een cent afsnoept Gehuwden genieten samen een vrijstelling van 498.000 gulden. Deze limieten worden telkens aangepast aan de prijsontwikkeling. Gaan de ontvangsten de grens te boven, dan eist de schatkist over alleen het rentedeel van het surplus maximaal 45 procent op.

Levensverzekering

De Wet toezicht verzekeringswezen omschrijft een levensverzekering als een overeenkomst tot het doen van geldelijke uitkeringen tegen het genot van premie en in verband met leven of dood van de betrokken persoon. We onderscheiden twee soorten polissen: de ene keert uit als iemand op een van tevoren vastgesteld tijdstip nog leeft (kapitaalverzekering), de andere doet dat bij overlijden (overlijdensverzekering).

Een combinatie van beide —volgens de definitie in de wet derhalve een dubbele levensverzekering— is eveneens mogelijk. Die treffen we aan bij de spaar- en beleggingsplannen. Zij garanderen namelijk een uitkering óf op de einddatum óf bij overlijden op een eerder moment In beide situaties is die uitkering afhankelijk van het al dan niet in leven zijn; vandaar de benaming levensverzekering. In bet geval van voortijdig overlijden zijn weer varianten denkbaar: de polis loopt wel door, maar wordt premievrij gemaakt of de nabestaanden krijgen onmiddellijk een som geld ter beschikking.

Gesprek

Met drie heren uit de gereformeerde gezindte praten we over de bijbels-principiële aspecten rond deze produkten en over het zorgen voor later in bredere zin. Aan tafel zitten, in alfabetische volgorde: J. de Koning, drs. P. H. D. van Ree RA en L. P. Visser. De Koning is algemeen functionaris van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS). De andere twee zijn werkzaam in de financiële sector en kennen daardoor de problematiek vanuit de dagelijkse praktijk. Van Ree bezit accountantskantoren in Doorn en Harderwijk en Visser startte eind 1987 het actuarieel adviescentrum Actuac in Woerden. Hij adviseert bedrijven en particulieren over pensioenen en andere financiële (fiscaal aantrekkelijke) regelingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Zorgen voor later

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken