Bekijk het origineel

Roeken houden Ommenaren wakker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Roeken houden Ommenaren wakker

Schurftkraaien veroorzaken in Overijssel zo veel overlast dat ingrijpen onvermijdelijk is

6 minuten leestijd

Er is in onze flora en fauna duidelijk een ontwikkeling gaande, die bepaalde soorten explosief doet toenemen, waardoor andere helaas worden verdrongen. Hoewel deze situatie door veel biologen wordt toegejuicht, wordt er ook negatief op gereageerd. Zoals nu met het enorme aantal roeken in en rondom de Overijsselse plaats Ommen. Die zwarte schuimers zijn daar de laatste jaren enorm in aantal toegenomen, waardoor zij onaanvaardbaar veel overlast bezorgen.

Langs de provinciale weg naar Ommen zien we hier en daar al enkele roeken in de weilanden. Het ziet er eerst echter niet naar uit dat van overlast kan worden gesproken. Tot we dichterbij de plaats komen waar de landbouwers ze willen gaan afschieten. Bij Oud-Leusen komt al een grote groep van die beschuldigde vogels, in gezelschap van kauwtjes, met veel kabaal overvliegen. Kleine groepjes zoeken overal op het bouwland naar voedsel.

Enkele weken geleden stond in de krant: „De enorme kolonies roeken en kraaien die zich in Ommen en omstreken ophouden, baren natuur- en landbouworganisatie De Ommer Marke zorgen. De roeken en kraaien tasten niet alleen het faunabeheer aan, ook worden de bewoners in de buitengebieden van Ommen uit hun nachtrust gehouden door het gekrijs van de vogels”. Het is zonder meer duidelijk dat het aantal kraaiachtigen in deze streek problemen geeft.

Het ingrijpen in deze ontwikkeling zal beslist op verzet stuiten, want het publiek staat vrij algemeen achter de gedachte van biologen die beweren dat zulke situaties zich vanzelf oplossen. Men gelooft niet dat roeken en andere kraaiachtigen zo veel last kunnen bezorgen. Ook dat is niet slechts van onze tijd. Thijsse schreef bijna een eeuw geleden al: „Nu zult ge zeggen: zie je wel, die roeken zijn toch nuttige dieren, want ze boren hun snavel kaal naar larven en insecten. Ja, antwoord ik, en naar pootaardappelen, paardeboonen, ontkiemend graan, raapjes, erwten en zoowat alles wat gezaaid en gepoot kan worden”.

Dit is het probleem voor de landbouwers. De kraaiachtigen zijn door het verdelgen van ongedierte beslist ook nuttig en onmisbaar in de avifauna. Maar hun grote aantal maakt dat de schade die zij aanbrengen het nut overheerst.

De bioloog Midas Dekkers schreef over de roek echter: „Veel boeren kunnen hun bloed wel drinken, omdat ze het zaaisel aanvreten; boswachters zien met lede ogen hoe ze eieren en jongen van vrolijker gekleurde zangvogels oppeuzelen. De bestrijding gaat dan ook door, al is met name omstreeks 1982 door onderzoekers als Spaans overtuigend aangetoond, dat de schade meevalt en in hoge mate wordt gecompenseerd door het eten van schadelijke insekten”.

Broedkolonies

De roek is ongeveer even groot als de zwarte kraai, maar door zijn Kale snavelwortel, die al op afstand als een lichte plek opvalt, gemakkelijk herkenbaar. Door die onfris ogende plek wordt de roek wel schurftkraai genoemd. Zijn verenpak is slordiger dan van zijn zwarte neef De als een soort broek loshangende veren van het bovenbeen vormen ook een goed veldkenmerk. Hij is broedvogel van cultuurlandschappen en parkachtige gebieden, maar dat was een eeuw geleden blijkbaar anders, want Thijsse schreef over „de roeken en kauwtjes, die onze steden bevolken”. Nu houden ze zich wel steeds op in agrarisch gebied en hebben daardoor een voorkeur voor het midden en oosten van ons land.

Vooral het broedgedrag van de roek valt iedereen op. Als enige van de kraaiachtigen leven deze vogels sociaal en vormen ze broedkolonies op vaste plaatsen. Reeds in februari zijn ze op de broedplaats aanwezig en zij zitten vaak in maart al op eieren. De nesten worden dicht bij elkaar gebouwd, meestal in hoge bomen. Bij zo’n kolonie is in het vroege voorjaar een ononderbroken activiteit, gepaard met veel lawaai. Daarom zijn ze ook in het verleden vaak van hun broedplaatsen verjaagd. De herrie die zij maken, speelt ook in en bij Ommen een rol, evenals de last die men heeft van hun uitwerpselen.

Vogelvrij

Tot 1977 was de roek vogelvrij en werd hij hardnekkig vervolgd, maar nooit zodanig dat de soort met uitroeien werd bedreigd. Tussen 1950 en 1970 ging dat er wel op lijken. In de landbouw werden toen zaadontsmettingsmiddelen met methylhoudende kwikverbindingen gebruikt. Toen dat in 1970 aan banden werd gelegd, begon het herstel van de stand. Toen werden er echter nog veel geschoten, waardoor het herstel werd afgeremd. Tot de roek, in 1977, werd beschermd. Een unieke zaak, want een generatie eerder was het ondenkbaar dat een kraaiachtige zou worden beschermd.

Er zijn al sinds 1924 veel gegevens over de roeken verzameld. De eerste telling kwam op 30.000 nesten. In 1936 werden er 40.000 geteld en in 1950 waren er weer 10.000 meer. Het aantal viel in 1970 terug op 10.000 nesten. De sluipende en lang doorwerkende gevolgen van allerlei chemische bestrijdingsmiddelen, direct en indirect, bleken ernstiger te zijn dan rechtstreekse vervolging om het aantal in te perken. In die jaren gold dat onder meer ook voor alle soorten roofvogels.

Volgens de Atlas van de Nederlandse Vogels (1987) waren er tien jaar geleden 30.000 paren in ons land. De winterpopulatie werd echter op 200.000 geschat. Het duurt tot mei voor die gasten allemaal weg zijn. Zij kunnen dus de landbouwers nog veel last bezorgen. De laatste jaren is het aantal roeken in en rondom Ommen spectaculair gegroeid. Dat geldt overigens ook voor de zwarte kraai en voor het hele land. Dat is mede het gevolg van het feit dat deze vogels geen enkele natuurlijke vijand hebben die hun aantal zou inperken. Zelfs door strenge winters wordt net aantal niet teruggedrongen, want voor de kraaien is er altijd en overal voedsel, vooral op de vuilnisstortplaatsen, waar ze in de wintermaanden graag hun maaltje moeken en gemakkelijk vinden.

Dat de bewoners in de buitengebieden van Ommen willen dat aan de overlast een eind wordt gemaakt, is verklaarbaar. Ook de landbouworganisatie zoekt naar een mogelijkheid dit probleem op te lossen. Men kan die vereniging beslist niet het verwijt maken dat zij geen oog en begrip heeft voor de flora en de fauna. Integendeel. De agrariërs in die streek hebben zich juist gemeenschappelijk achter de doelstellingen van de overheid geschaard om natuur-, milieu- en landschappelijke waarden te behouden.

Maar het aantal roeken en kraaien kan niet langer onbeperkt gehandhaafd worden. Vanwege de herrie en de vervuiling die ze veroorzaken en omdat ze ook schade aan de fauna veroorzaken. Maar het zijn terecht beschermde vogels, want ze, hebben ook veel nuttige eigenschappen en een plaats in onze avifauna. Daardoor is het niet gemakkelijk een verantwoorde en doelmatige bestrijding toe te passen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Roeken houden Ommenaren wakker

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken