Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Twee bedsteden en een halve zolder

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Twee bedsteden en een halve zolder

Wonen in een molen: „Het was bekrompen, maar je wist niet beter”

4 minuten leestijd

Het was er bekrompen en benauwd, en binnen vroor het even hard als buiten. De 88-jarige H. Merbis is geboren en getogen in een molen. Toen de vierwieker zijn functie verloor, haalde Merbis de kop eraf. In de afgeknotte versie bleef hij nog tientallen jaren wonen.

De molen van Merbis was er een van een drieling. Deze Benthuizer molengang moest de polder ten noorden van Benthuizen van het overtollige water verlossen. Het werd uitgeslagen op een volgende polder, en aan het eind daarvan zorgde een vierde molen ervoor dat het vocht in de Oude Rijn verdween.

Tot 1936 deden de molens dienst. Gemalen namen hun functie over. Merbis bediende tot in de jaren zestig een klein gemaal nabij de molen. Later werden ook de kleine gemaaltjes afgedankt en werd hun functie door twee grote broers overgenomen. Zij doen nu het werk waarvoor vroeger tientallen molens nodig waren. „Hazerswoude had er zeventien, die je hiervandaan allemaal kon zien. Palenstein had er drie, Stompwijk ook, en bij Gelderswoude stonden er twee”.

Twee bedsteden

Het restant van Merbis’ molen bij de Noordpolder wordt nu bewoond door zijn oudste zoon: het vijfde geslacht in de familie dat de molen bewoont. Merbis sr. is er zelf een van negen kinderen. „Verder hadden we ook nog een oude oma in huis, dus u kunt wel nagaan hoe bekrompen het was. En koud. Alleen in de huiskamer stond een kachel. Maar je wist niet beter. De mensen waren ook eerder tevreden. Ze stelden niet zulke hoge eisen.

In de huiskamer waren twee bedsteden, en in elke bedstee twee kribben voor de kleinste kinderen. Boven was er eerst een soort overloop, een halve verdieping. Daar sliepen er ook een paar. Daarboven was een zolder, waar wij sliepen. Die zolder is nu het dak van de afgeknotte molen. Erboven was nog een zolder, en daarop stond, het gaande werk van de molen.

De begane grond werd doorsneden door een gang, van zuid naar noord, met aan weerszijden een deur. Als’ de wind draaide en de wieken voor een van de deuren rondzwenkten, ging die deur op slot en konden we alleen aan de andere kant naar buiten. Want die wieken waren best gevaarlijk. Er zijn met de kinderen gelukkig nooit ongelukken gebeurd, maar met beesten wel. Er is een keer een paard doodgeslagen. Een andere keer kwam een zeug bij de wieken; die was zowat doormidden. En ook een keer het hondje van de buurman. Dat beest ging mee de lucht in. Die was echt in tweeën”.

Afgeknot

Het echtpaar Merbis (ze trouwden in 1934) woonde aan de ene kant van de gang. Aan de andere kant stond een groot wiel, dat verbonden was met het scheprad buiten. Nadat de molen in 1936 zijn functie verloor, werd hij in het najaar van 1938 afgeknot. Het gaande werk werd eruit gehaald, de kop ging van de molen, de tweede verdieping werd het dak, op de begane grond verdwenen het grote wiel en de gang, de huiskamer werd slaapkamer, en de ruimte van het wiel was voortaan de huiskamer. „Doordat het wiel eruit was, hadden we op de begane grond heel wat meer ruimte gekregen”.

Kort nadien werd Merbis’ tweede kind geboren. Er volgden er nog vier. De oud-molenaar bleef nog dertig jaar in zijn achtkantige huis wonen. In 1968 bouwde hij er een bungalow naast. De molen, die sindsdien wordt bewoond door zijn oudste zoon, dateert uit 1760 „en begint zo langzamerhand erg oud te worden. Alles gaat kraken. Hij is opgebouwd van IJsselstenen en die beginnen te verteren. Er ligt ook geen goede fundering; onder de molen is het gewoon hol”.

Behoud

„De mogelijkheid bestaat dat bij nieuwbouw de molen in dezelfde vorm moet worden opgebouwd. Dat is een jaar of zes geleden ook gebeurd toen een van de afgeknotte molens van Palenstein uitbrandde. De overheid wil beeldbepalende elementen in het landschap behouden. Er gaat toch al zoveel van het landelijke teloor”. Bij Benthuizen zijn twee van de drie molens in afgeknotte vorm bewaard gebleven. Behalve bij Palenstein (Zoetermeer) zijn onder andere ook bij Moerkapelle nog afgeknotte molens te bewonderen.

In een van de drie molens van Palenstein woont nog een vergrijsde telg uit een oorspronkelijke molenaarsfamilie. Jaap Spijker. Merbis zelf is ook al 88, „dus het jong gaat eraf. Maar ik ben gelukkig nog goed gezond, alleen heb ik niet zo veel asem”. Even later verslikt hij zich in zijn koek. Het duurt lang voor hij uitgehoest is. „Moet je maar geen koek eten”, vindt zijn vrouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Twee bedsteden en een halve zolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken