Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De handtekening van de hemelse Rechter

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De handtekening van de hemelse Rechter

Geen veiliger geruststelling voor een schuldig gemoed dan de prediking van Pasen

11 minuten leestijd

Op Goede Vrijdag is het graf van Jezus door mensenhanden gesloten. Er werd niet alleen een zware steen voor de mond van het graf gerold, maar op verzoek van het Sanhedrin werd een wacht bij het graf geplaatst en de steen verzegeld met het zegel van de machtige keizer van de Romeinen. Op straffe des doods was het verboden dit keizerlijke zegel te verbreken. Er was overal aan gedacht. Jezus moest in het graf blijven. Hij, Die (in hun handen) gevallen was, zou nooit meer opstaan. De zaak van Jezus van Nazareth leek daarmee afgesloten.

Maar op Paasmorgen wordt het graf, dat mensenhanden hadden gesloten, door Gods handen geopend. Engelen hebben het zegel van de machtige Caesar verbroken en de steen weggerold. God opende de deur van het graf en Jezus is uit de doden opgestaan! Wat heeft dit alles ons te zeggen?

Zou er nu zo veel verloren zijn gegaan en zouden we nu echt zoveel gemist nebben, indien Jezus in het graf gebleven was? Jezus was dan toch Jezus gebleven en het offer van Golgotha zou daarmee toch niet ongedaan zijn gemaakt? Toch is dit een verwerpelijke gedachte. Jezus zou dan niet echt Jezus -dat is: Jehovah, Die redt- geweest zijn. En Golgotha zou geen echte verzoening geweest zijn, indien God, de Vader, de Heere Jezus niet uit de doden opgewekt had.

Bij elkaar

Pasen is het bewijs van Jezus’ messiasschap en de aanvaarding van het zoenoffer van Golgotha. Indien Jezus niet volkomen betaald had, zou Hij in het graf gebleven zijn. Indien Jezus geen volkomen en algehele verzoening teweeggebracht had op Golgotha, zou Hij een gevangene van dood en graf gebleven zijn. Zonder Jezus’ opstanding uit de doden zouden we in twijfel verkeren of Jezus wel werkelijk de schuld bij God verzoend heeft.

Niet het werk van Jezus, dat volbracht werd op Goede Vrijdag, maar het werk van het Sanhedrin zou dan getriumfeerd hebben. Zij riepen op Goede Vrijdag: „Wij hebben Hem gedood! Wij hebben Hem in het graf gelegd! Het is gedaan met Jezus van Nazareth!”

Maar Pasen predikt: Sanhedrin, Pilatus. Satan, dood en hel, uw werk is tevergeefs geweest! Jezus is uit de doden opgestaan! De schuld is betaald, het offer van Goede Vrijdag aanvaard, de dood en het graf overwonnen. Er is geen vollere, betere en veiliger geruststelling voor een schuldig gemoed dan het feit dat de Zaligmaker bij Wien hij zijn zaligheid zoekt, uit de doden is opgestaan. Een betere kwitantie van kwijtschelding is er niet. De handtekening van de hemelse Rechter staat onder Jezus’ offer. „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het. Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het. Die gestorven is; ja wat meer is. Die ook opgewekt is” (Romeinen 8:33, 34).

Voldaan

De schuld is niet vergeten of de verrekening ervan uitgesteld. Jezus heeft voor Zijn volk voldaan en betaald. En de betaling is aanvaard! God, de Vader, Die de rechtvaardige Eiser was, heeft de betalende Borg uit de doden opgewekt. Er is geen beter nieuws voor een bevreesd en bevend gemoed dan dat Jezus Die voor de zonde stierf op Goede Vrijdag, met Pasen uit de doden is opgestaan. Overgeleverd werd Hij om onze zonden en opgewekt is Hij tot onze rechtvaardigmaking. Rechtvaardigheid en genade zijn met elkaar verzoend.

Wat een gezegend Evangelie voor een schuldverslagen hart, dat in bitterheid treurt onder net gewicht van zijn zonden. Zij moeten zichzelf veroordelen en de zijde van God kiezen in Zijn rechtvaardig gericht over de zonde. Alles schijnt kwijt en verloren! Maar Pasen predikt: Alles is gewonnen! Hier is de garantie, dat zij niet om zullen komen, die zich in hun nood en dood naar Jezus op Golgotha's kruis hebben gekeerd. Hoeveel er ook tegen hen ingebracht wordt van de zijde van satan, wereld, zonde en wet. Jezus is uit de doden opgestaan. Het handschrift der zonde is uitgewist. Alles, ja alles is voldaan!

Verwerving

Goede Vrijdag kan niet losgemaakt worden van Pasen. Jezus’ dood aan het kruis en Jezus’ opstanding uit de doden horen bij elkaar. Onze Heidelbergse Catechismus zegt ervan in de bespreking van de betekenis van Jezus’ opstanding: „Opdat Hij ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken”. In theologische woorden betekent dit: De verwerving en de toepassing van het heil horen bij elkaar. Wanneer Christus in de dood gebleven zou zijn, zou Hij de zegeningen, die Hij door Zijn verzoenend lijden en sterven verworven heeft, ons niet hebben kunnen uitdelen.

Dit is een gedachte, die door de moderne mens niet direct op de voorgrond wordt geplaatst. De meeste religies en ook de ontspoorde christelijke godsdienst plaatst de mens op de voorgrond en legt de beslissing in de handen van de mens. Leeft bij ons niet dikwijls de gedachte, dat de verwerving van het heil wel door Christus moest gebeuren, maar dat wat wij doen beslissend is of wij het heil krijgen ja of nee. Alles draait in de verkrijging van het heil dikwijls om de mens.

Deelachtig

De vraag mag gesteld worden of wij nog wel geloven en gevoelen dat het heil ons deelachtig gemaakt moet worden en dat alleen de levende Christus dit doen kan? Of denken wij dat het heil voor het grijpen ligt en dat het slechts een kwestie is van aannemen of niet aannemen? Draait alles om onze beslissing of is ook het ontvangen van het heil puur genade van God?

Wanneer Jezus over de tijd na Pasen spreekt, maakt Hij het ons duidelijk dat Zijn werk na Pasen voortgaat. Hij sprak over de komst van de Heilige Geest, Die het uit het Zijne zou nemen en zondaren deelachtig maken. Hij zei van Zichzelf: „En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken” (Johannes 12:32).

Zeker, op het kruis heeft Hij geroepen: „Het is volbracht!” In Zijn opstanding ligt het bewijs, dat Zijn verlossingswerk aanvaard is. Er mankeert niets aan. Er moet niets meer bij. Het werk is gedaan. Het is volkomen en volmaakt. Er is niets meer te verrichten en te betalen. Gods recht is voldaan, Gods wet gehoorzaamd, de straf der zonde gedragen, de satan de kop vermorzeld, de dood gedood in de dood van Jezus.

Maar betekent dit dat er nu voor Jezus geen werk meer te doen is? Zou dit betekenen dat er geen groot werk meer in ons gedaan moet worden? Is daarmee de noodzaak van bekering en wederkeer tot God overbodig geworden? Is daarmee de noodzaak van het geloof in Christus, de kruisiging van het vlees en de heiliging van het leven overbodig geworden? Nee, Christus staat op uit de doden, vaart op ten hemel om de Heilige Geest te zenden. Die Christus in de harten van zondaren verheerlijken zal. De Heilige Geest komt deelachtig maken wat Christus verworven heeft. We moeten dan ook niet roemen in Christus’ werk voor ons, zonder iets af te weten van Christus werk in ons.

Heil

Het heil in Christus is er. Het is volmaakt en volledig. Maar het is niet genoeg dit alleen te weten. Wij moeten persoonlijk deel krijgen aan dit verworven heil. Zonder dit is er in feite geen heil. Heil is altijd persoonlijk heil. Calvijn heeft dit ten zeerste beklemtoond en gezegd: „In de eerste plaats moeten wij weten, dat al wat Christus tot zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft voor ons zonder nut en van geen gewicht is, zolang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Dus moet Hij om ons te kunnen mededelen wat Hij van de Vader ontvangen heeft, de onze worden en in ons wonen” (Institutie 3-1-1).

Ons eeuwig behoud hangt af van het persoonlijk ervaren van het heil in het hart. Enerzijds is ons alles in Christus geschonken, anderzijds moet dit in hart en leven worden toegepast. Indien men slechts roemt in wat Christus verworven heeft, zonder daadwerkelijk met Hem verenigd te zijn door een waar geloof, hebben wij geen wezenlijk nut van Christus' verzoening.

Opstandingskracht

Christus’ werk strekt zich verder uit dan de verwerving van het heil. Hij past de zaligheid ook toe. Wanneer men Christus daarvan uitsluit, moet men de mens noodzakelijk krachten toeschrijven, die hij sinds het verlies van Gods beeld niet meer bezit. Men ontkent dan ten diepste de geestelijke dood waarin de gevallen mens verkeert. Daarom schrijft de apostel niet alleen over Jezus’ opstanding, maar zegt hij: „En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden” (Efeze 2:1). De mens is dood en heeft opwekking, opstanding nodig. Hoe zal een mens berouw hebben over de zonde, die hij niet kent en voelt? Hoe zal hij God dienen, die hij niet liefheeft? Hoe zal hij in Christus geloven, zonder de noodzakelijkheid van Christus’ verzoening te gevoelen? Het werk van de Heilige Geest ontbreekt dan. Wie de Heilige Geest en Zijn toepassend werk weglaat, moet vervallen tot remonstrantisme en rooms-katholicisme. Het heil komt van God, van de Drieënige God! De inlijving in Christus is door de Heilige Geest. Dat is niet ons werk, maar Zijn werk.

We mogen ons wel afvragen: Wat is toch de onzichtbare kracht, die zondaars tot bekering brengt? Wat maakt van vijanden vrienden en vervolgers tot predikers. Het is dezelfde kracht waarmee Jezus uit de doden is opgestaan. Het is de kracht van de opgestane Christus. Zij worden met Christus levendgemaakt. Christus is het Hoofd en de uitverkorenen zijn Zijn leden. Wat met het Hoofd gebeurd is, heeft invloed op Zijn leden. Zo is Christus’ opstanding, de opstanding van al Gods uitverkorenen. Op een mystieke en geestelijke wijze zijn zij in Hem begrepen. Dezelfde kracht, die Jezus uit de doden opwekte, wekt hen op uit de geestelijke dood in de dag van hun bekering.

Dit is een grote verborgenheid, maar vooral ook een grote werkelijkheid. Vanuit de dood worden zij gebracht tot het leven en vanuit de duisternis tot het licht. Paulus kan dan schrijven: „Het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden” (2 Korinthe 5:17).

Het is niet slechts een weinig verbetering dat we nodig hebben. Het is een opstanding uit de dood, die ons nodig is. We moeten niet slechts nieuwe gewoonten aankweken, een nieuw gezelschap opzoeken, een nieuwe jas aandoen, maar een nieuw leven ontvangen! We hebben allen deze geestelijke opstanding nodig. Ons verstand moet verlicht, want van nature bezitten we geen kennis van God, onszelf en Christus.

Onze wil moet vernieuwd, want van nature kiezen we niet voor God en de smalle weg naar de hemel. Onze genegenheden moeten van richting veranderd worden, want van nature zijn die niet gericht op de dingen die boven zijn. Trots moet plaats maken voor ootmoed, eigengerechtigheid voor zelfverfoeiing, wereldgelijkvormigheid voor godzaligheid, ongeloof voor geloof en satans heerschappij voor het zachte juk van Christus. Tenzij deze zaken met ons plaatsvinden, zijn we dood door de misdaden en de zonden. Er is geen christendom zonder deze grote daad Gods.

Vrucht

Christus wordt ons in de Schrift niet voorgesteld als een gefrustreerde Zaligmaker, Die na Zijn werk volbracht te hebben maar moet afwachten of dit vrucht zal dragen. We lezen van Hem: „Als Zijn , ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij zaad zien” (Jesaja 53:10).

Het was de vreugde, die Jezus voor ogen heeft gehouden in Zijn diepste lijden, dat een schare van uitverkoren zondaren door Zijn verzoening eeuwig zalig zou worden. Jezus stierf met een doel. De Schriften spreken herhaaldelijk over het doel van Christus’ verzoenend lijden en sterven. Hij stierf tot de verlossing van:

• Ziin schapen (Johannes 10:11): „De goede herder geeft Zijn leven voor de schapen”.

• Zijn gemeente (Handelingen 20:28): „De gemeente Gods, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (en Efeze 5).

De rechtzinnigen hebben altijd beleden, dat Christus stierf met het doel om daardoor de uitverkorenen daadwerkelijk te redden van Gods toorn over de zonde en te herstellen in Gods gunst en gemeenschap. Dezelfde personen, die God tot de zaligheid verkoren heeft, zijn de personen voor wie Christus leed en stierf. Jezus’ verzoening is ook een echte en waarlijke verzoening.

John Owen

Hij verwierf niet slechts de mogelijkheid tot verzoening, maar Hij is een verzoening voor onze zonden (1 Johannes 2:2). Dit doet niets af aan de welmenendheid van de prediking van het Evangelie. Hoeveel en hoe weing er uitverkoren zijn, is in de prediking niet in het geding. Hier geldt slechts de opdracht van de Meester: „Gaat dan henen in de gehele wereld, predik het Evangelie alle creaturen”. Niet één dienstknecht heeft het recht om zich aan deze opdracht van God te onttrekken en zich te mengen in de verborgen bedoelingen van God.

De dienstknecht heeft slechtte gehoorzamen. Dit bracht dr. J. Owen er toe om te zeggen: „Dat de predikers van het Evangelie, in hun bijzondere gemeenten, totaal onbekend zijnde met het doel en de verborgen raad van God, ook verboden zijnde daarin door te dringen of dit te onderzoeken (Deuteronomium 29:29), daar vandaan ieder mens op goede gronden mogen oproepen om in Christus te geloven met de verzekering van zaligheid voor ieder in het bijzonder die alzo doen zal, wetende en ten volle overtuigd zijnde dat er voldoende is in de dood van Christus om ieder te zaligen die zo zal doen. Het overlatende aan de raad en het doel van God aan wien Hij het geloof wil schenken”. (Death of death, Works-10-298).

De zekere troost, die bij dit alles blijft, is dat de levende Christus alle eeuwen door Zich een gemeente zal blijven vergaderen door Zijn Woord en Geest. Wij moeten kunnen zeggen: „waarvan ik een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De handtekening van de hemelse Rechter

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken