Bekijk het origineel

„Niet onze gevoelens maar bijbelse gegevens vormen tenslotte de norm”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Niet onze gevoelens maar bijbelse gegevens vormen tenslotte de norm”

Buro hulpverlening homofielen (EHAH) ‘viert’ jubileum

3 minuten leestijd

AMERSFOORT - „Bij God is alles mogelijk. Natuurlijk kan Hij iemand van zijn of haar homofiele gevoelens verlossen. Toch ken ik ook gelovige mensen die nooit hiervan zijn verlost Die blijven als het ware met een doom in het vlees zitten”.

Dr. J. Hoek beantwoordde hiermee zaterdag de vraag hoe hij aankijkt tegen de mogelijkheid genezen te worden van homofiele gerichtheid. Vragenstelster was een van de ongeveer 120 aanwezigen op een studiedag van het Buro Evangelische hulpverlening aan homofielen (EHAH). De dag was georganiseerd naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de EHAH en had als thema “De laatste der Mohikanen of… gewoon bijbelgetrouwe christenen”.

Dr. Hoek hield een lezing over “Bijbels verantwoord omgaan met homoseksualiteit”. Op basis van schriftgegevens is het voor hem niet mogelijk te accepteren dat „homoseksuele relaties in de gebrokenheid van het leven als alternatief voor het huwelijk zouden mogen bestaan”. Hij besefte dat een dergelijke positiebepaling door velen wordt gezien als het resultaat van een biblicistisch of fundamentalistisch gebruik van de Bijbel. „Maar dergelijke etiketteringen kunnen we gerust laten voor wat ze zijn”, aldus dr. Hoek.

Erkenning

J. van de Sluis, initiatiefnemer van het twintig jaar geleden begonnen hulpverleningswerk aan homofielen, wierp een blik terug in de tijd. Het uitgangspunt van de EHAH is nog steeds dat homofiele gevoelens niet gekoesterd maar ook niet verdrongen mogen worden. „Er moet juist aan gewerkt worden”, aldus Van de Sluis. „Hierbij vormen niet onze gevoelens, maar Gods Woord de norm”.

Hij memoreerde het vele werk dat door ‘zijn’ bureau gedaan is om de bijbelse standpunten over homofilie uit te dragen in de richting van de politiek, kerk en maatschappij. Vijandschap -onder meer een overval door het COC- werd de EHAH niet bespaard. Van der Sluis ziet de laatste tijd echter een toenemende erkenning.

De ontwikkeling van de seksuele identiteit werd belicht door drs. P. Wagenaar. De psycholoog, die verbonden is aan gliagg “De Poort”, liet zien hoe de psychoseksuele ontwikkeling van een mens verloopt en op welke punten dat mis kan gaan. Hij benadrukte dat het niet erfelijke, maar juist omgevingsfactoren zijn die doorslaggevend zijn voor deze ontwikkeling.

Op de studiedag was ook tijd ingeruimd voor een „getuigenis”. Een van de vrouwelijke aanwezigen vertelde drie jaar geleden erachter te zijn gekomen dat ze „een klein, eenzaam, lesbisch meisje” was. Door gesprekken met de EHAH zegt ze nu een goede bijbelse basis gekregen te hebben. Onlangs heeft ze voor het eerst een rok gekocht -„ik ben immers een vrouw?”- en een lekker geurtje. Vooral de gesprekken in haar gemeente hebben haar erg geholpen. Toch vindt ze het zelf geen succes-story. „Ik heb nog steeds lesbische gevoelens. Maar ik leg deze nu neer voor de Heer”.

Niet aangeboren

B. de Raadt, evenals drs. Wagenaar verbonden aan gliagg “De Poort”, ging in op de gezinstherapeutische aspecten bij homoseksualiteit. Op basis van een vragenlijst die zijn cliënten invullen, komt hij tot de overtuiging dat homoseksualiteit niet aangeboren is. „Eerst is er een affectieve verwaarlozing, een emotionele scheefgroei, een vorm van sociaal isolement. Daarna ontstaat de homoseksuele voorkeur”. De Raadt wees op het belang van een gezonde communicatie in het gezin.

R. Verhaegh, vrijwilliger bij de EHAH, sprak vanuit zijn eigen levenservaring over “Bevrijd celibatair leven”. Velen vinden, aldus Verhaegh, een bevrijding die leidt tot ongetrouwd zijn, eigenlijk een mislukking. „De Bijbel echter erkent het ongehuwd zijn als een officiële status”.

De wereld denkt wel te weten waar iemand met een homofiele gerichtheid behoefte aan heeft: een homoseksuele relatie. „Maar christenen weten dat hieraan een diepere behoefte aan ten grondslag ligt, namelijk het verlangen om te komen tot een vriendschap op basis van gelijkwaardigheid”. Het ontwikkelen van echte broederliefde is, volgens Verhaegh, heel belangrijk. „Zo’n vriendschap als tussen David en Jonathan”.

De bezoekers van de studiedag werd aan het einde van de dag gevraagd na te denken over een andere naam voor het Buro EHAH, omdat de afkorting erg moeilijk uit te spreken zou zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

„Niet onze gevoelens maar bijbelse gegevens vormen tenslotte de norm”

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken