Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de kerkelijke pers

5 minuten leestijd

Er kan een tijd komen dat een ieder in de kerk beter kan blijven waar hij zit. Ds. G. S. A. de Knegt schrijft in ”Om Sions Wil” (rubriek Voor de zaterdagavond) over de kerkelijke verdeeldheid.

„Heel vaak horen wij zeggen dat het naar de jongeren toe niet meer is waar te maken dat de kerken —met name die in de gereformeerde gezindte— gescheiden optrekken. Steeds meer zien wij jongeren immers gezamenlijk optrekken zonder dat de kerk in hun denken een rol speelt. Wij denken aan de scholen. Uit heel verschillende kerken volgen de jongeren er het onderwijs dat op reformatorische leest geschoeid is. Wij krijgen niet de indruk dat de jongeren die dit onderwijs volgen zich zo druk maken om hun eigen kerk. Op een of andere manier zijn de Schrift en de belijdenis voldoende om op een goede manier met elkaar samen te leven.

Men mag van ons weten dat wij blij zijn dat dit mogelijk is. Ook zijn wij dankbaar voor de samenwerking die er op het terrein van de scholen tussen de verschillende kerken bestaat. Toch vragen wij ons af of al die jongeren die van maandag tot en met vrijdag bij elkaar zijn erop zitten te wachten om ook op zondag bij elkaar te zijn in één en dezelfde kerk. Wij moeten niet vergeten dat jongeren zeer flexibel zijn. Zij hebben een zeer groot aanpassingsvermogen. Zo gemakkelijk als zij met andere jongelui uit verschillende kerken op één en dezelfde school zitten, zo gemakkelijk zitten zij ook weer op zondag in hun eigen kerk. Daarbij komt dan ook nog dat wij jongeren echt niet zoveel horen spreken over de verdeeldheid van de kerken. Veel pijn daarover hebben wij bij hen nooit kunnen ontdekken.

En wat de ouderen betreft? Natuurlijk, het zou kunnen zijn dat wij ons daarin vergissen, maar om nu te zeggen dat duizenden ernaar uitzien dat de kerkelijke verdeeldheid verdwijnt, durven wij niet te beweren. Deze mening wordt alleen nog maar gestaafd als wij in het Reformatorisch Dagblad lezen dat een conferentie van het COGG (Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte) door een vijftigtal deelnemers is bezocht. Wanneer wij dan nog signaleren dat door die vijftig niet eens de gehele gereformeerde gezindte wordt vertegenwoordigd, dan vragen wij ons af of het verlangen naar kerkelijke eenheid dan wel zo groot is. Wordt het verlangen ernaar niet veeleer gevonden bij een aantal enthousiaste mensen, die als zij op de laatste tien jaar terugzien, moeten zeggen dat van kerkelijke eenheid nog lang geen sprake is, ondanks hun enthousiasme?

Daarbij komt voor ons nog iets anders. Wij vragen ons af of er niet een tijd kan zijn waar een ieder maar moet blijven zitten waar men zit. De tijden kunnen wel eens zo zwaar en donker zijn en de duisternis zo groot dat men maar beter kan blijven waar men is. Want in de duisternis met elkaar optrekken kan niet. Bovendien zal men niet alleen niet moeten vergeten dat er tussen de kerken onderling cultuurverschillen bestaan, maar ook dat er leerverschillen zijn die tot leergeschillen hebben geleid. En nog altijd is de strijd om de leer niet binnen de gereformeerde gezindte uitgewoed.

Wij moeten nuchter zijn: er mag dan op het terrein van de scholen samenwerking mogelijk zijn en ook wel in bepaalde samenlevingsverbanden, maar de vraag is of dit mogelijk zou zijn tussen de kerken, ’t Schijnt wel eens voor te komen dat er een kanselruil plaatsvindt. Of dat kerkelijk helemaal juist is, vragen wij ons af Maar als het gebeurt, dan zijn het altijd twee geestverwanten die met elkaar ruilen. Heus, die kanselruil betekent echt niet zoveel, al zeggen sommigen dat het is als een wolkje als van een mans hand.

Laten wij eerlijk zijn, maar menig hervormde kerkeraad zal niet iedere christelijke gereformeerde dominee uitnodigen. En dan is dat werkelijk niet alleen vanwege liturgische verschillen, maar dan heeft dit zeker ook iets te maken met de leer. Maar andersom zien wij het evenmin gebeuren! Wij denken tenminste de spijker op de kop te slaan als wij stellen dat menige kerkeraad van een christelijke gereformeerde kerk van een dominee die behoort tot de Gereformeerde Bond, zal zeggen dat hij óf te bevindelijk is óf te weinig bevindelijk. En dan praten wij nog niet eens over de andere kerken waarmee wij ons persoonlijk verwant weten.

Wij blijven erbij: er kunnen tijden zijn dat men beter kan blijven zitten waar men zit. Het enige dat overblijft is: wenen. Ooit schreef wijlen drs. A. Vergunst een artikel over de kerkelijke verdeeldheid. Hij gaf aan dit artikel de kop: ”Quis non fleret”. In het Nederlands vertaald wil het zeggen: ”Wie zou niet wenen?” Inderdaad, wie zou niet wenen om Sions gruis? Wanneer het wenen gepaard gaat met ootmoed, omdat wijzelf de oorzaak zijn dat Sion aan gruzelementen ligt, kunnen er nog wonderen gebeuren. Maar dan komt er ook een einde aan allerlei kerkelijk geknutsel om zowel links als rechts een eenheid in kerken te krijgen”.


De idee van een federatie van kerken van gelijke gereformeerde signatuur is een zaak die het waard is onderzocht te worden, aldus prof. dr. W. van ’t Spijker in het christelijke gereformeerde orgaan ”De Wekker”.

„Onze kerken hebben tot nu toe, wellicht al te aarzelend, de hand uitgestoken naar de Nederlands Gereformeerde Kerken en naar de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) door hen te erkennen als kerken van de Here Christus. Binnen deze erkenning past de idee van een federatie zeer wel. Maar de gedachte is daarmee niet uitgeput. Het gereformeerd belijden eist de eenheid van allen die de verschijning van de Here Jezus in onverderfelijkheid hebben liefgehad. Zij allen zullen straks de kroon der rechtvaardigheid ontvangen welke te dien dage de rechtvaardige Rechter geven zal. Het is niet in te denken dat deze toekomst onvruchtbaar zou zijn voor het heden. Leven we niet te veel uit het verleden en te weinig uit de toekomst?

Daarom mag men de idee van een toenadering van alle gereformeerden ook niet beperken tot alleen die kerken waarmee vandaag samensprekingen worden gehouden. De verscheidenheid onder gereformeerden is groot. Men kan dit verschijnsel negatief beoordelen, voorzover ieder aan eigen variant de meeste punten toekent. Maar dit mag ons niet doen vergeten dat de verscheidenheid er wezenlijk bij behoort. Het is rooms om de identiteit te verbinden aan gelijkvormigheid. Het is ook een luthers streven om alles onder één eenheidsformule te brengen. Het is de gereformeerden in Europa en ook in deze landen nimmer gelukt om de eenheid te formeren en daarbij afbreuk te doen aan de verscheidenheid.

We weten zeer wel dat een bepaald type van gereformeerd zijn gemakkelijk als het meest authentieke wordt voorgesteld. Maar het is onbijbels, het is ook ongereformeerd, om de bevindelijk gereformeerden of ook de orthodox gereformeerden aan te merken als het meest zuivere type. Dat zou leiden tot een tirannie, die met de bevindelijkheid en met orthodoxie zelf in hoge mate strijdt. Intussen hoort ook de bevindelijk gereformeerde wezenlijk bij dit gereformeerde protestantisme. Er moeten mogelijkheden zijn in de idee van de federatie, om hen er volstrekt bij te betrekken, zal het eenheidsstreven niet het karakter aannemen van het sektarische.

In de Gereformeerde Gemeenten, ook onder oud gereformeerden, treft men te veel authentiek belijden aan dan dat men deze gereformeerden buiten beschouwing zou moeten laten. Al te veel is dit onder ons gebeurd. Zou daaraan ook een zekere matheid zijn toe te schrijven die over het streven naar eenheid is gekomen? We bedoelen aan te geven dat de gedachte van een federatief verband voor uitbreiding vatbaar is. De mogelijkheden die hier liggen, dienen ernstig onderzocht te worden, waarbij echter de vorderingen naar de ene kant niet mogen worden afgeremd door een vertraging naar de andere kant. Wie naar evenwichtigheid zoekt, zal nimmer slagen. We dienen naar waarheid en oprechtheid te streven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken