Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Woord als rijke dichtbron

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Woord als rijke dichtbron

Verzen naar de Schrift uit onze eeuw zijn soms zeer onbijbels

3 minuten leestijd

De Bijbel heeft de eeuwen door ook vele uitingen van kunst in woord en beeld geïnspireerd, zij het niet altijd in positieve zin. Beeldende kunstenaars, dichters en schrijvers hebben zich in diepe vroomheid door het Woord gedragen geweten of zich er mateloos aan geërgerd. In onze tijd kan men een expositie inrichten als ”Jezus is boos”. Er verschijnt ook een bloemlezing met 20e-eeuwse gedichten naar de Bijbel: ”En al mijn levensdagen stonden in uw boek”. Is ‘de’ poëzie weer gekerstend?

Is dat boek een ‘pil’ vol pastorale verzen van Nel Benschop, Co ‘t Hart, Enny IJskes-Kooger en hun geestelijke gezellinnen? Nee, die namen komen in deze door Huub Oosterhuis samengestelde dikke bundel zelfs niet voor. ”Gedichten naar de Bijbel” betekent niet per se bijbelse verzen of christelijke dichters. In dat geval hadden Simon Vinkenoog of Leo Vroman, Bert Schierbeek, J. Bernlef, Garmt Stuiveling of de spotter H. H. ter Balkt hier geen plaats kunnen krijgen.

Schrijtpassages

Dat is nu wel het geval. Ex-priester en Liedboek-dichter Huub Oosterhuis heeft bewust geen bundel „christelijke poëzie” of „gelovige teksten” geredigeerd. Wel koos hij verzen die soms letterlijk bijbels geïnspireerd zijn, maar ook gedichten die „eerder associatief meer uit de verte op bijbelse zinsneden, namen, verhalen en liederen reageren”. Andere versteksten die Oosterhuis graag een plaatsje gunde, liet hij toch achterwege, omdat die verzen -hoe vrijzinnig uitgelegd ook- met geen enkele bijbelpassage te verbinden waren. En dat doet de samensteller in dit boek wel. Naast de verzen neemt hij in de marge vet de bijbehorende Schrift-verwijzingen op, soms met eigen samenvatting. Hij bundelt niet alfabetisch op auteursnaam, maar op de volgorde van de Schrift van Genesis tot Openbaring. Zo komen we diverse dichters door heel dit boek heen tegen.

Dit werk is geen geloofsboek en zéker niet zo bedoeld. Oosterhuis zegt dat voor de meeste gekozen dichters wel geldt wat Guillaume van der Graft (Willem Barnard) schreef: „Ik ben vreemder dan bijvoorbeeld Vondel / aan u en aan de godslamp van uw kerk”. Oosterhuis: „In de 20e eeuw gaan dichters de een na de ander in discussie, soms op de vuist, met de bijbel, en met de god van dat boek (…)”. En verder: „De vraag of deze God bestaat, of niet, wordt ook in dit boek niet beantwoord”. Dat is duidelijk en daarmee lijkt de bloemlezing inhoudelijk wel wat op die omstreden expositie “Jezus is boos”.

Jacobse en Nijhoff

Ik ga de honderden verzen in dit boek, waarvan de titel is ontleend aan Psalm 139, hier niet opsommen. Erkende christen-dichters zijn niet bewust vermeden. Willem de Mérode komt vele keren voor, Muus Jacobse nog vaker. Ook (priester) Anton van Wilderode, (dominees) Jaap Zijlstra en Jan Wit, Jacqueline van der Waals, J. W. Schulte Nordholt, de pastorale dichteres Jo van Veen-Nusrneijer, Anton van Duinkerken en de van Woordwerk bekende Lode Bisschop en C. G. Goslinga kregen een plaats. Daarnaast velen die zich, als dichter van het “Joodsche Lied” of anderszins, door de Schrift aangesproken wisten, zoals Jacob Israël de Haan, M. Nijhoff, Ida Gerhardt, S. Vestdijk en Gerrit Achterberg.

Heel wat dichters zouden wij niet vanzelfsprekend met de Bijbel in verband brengen: Hans Vlek, Mischa de Vreede, Elly de Waard, Paul Rodenko of Remco Campert bijvoorbeeld. Ik moet zeggen, dat Oosterhuis soms verbanden legt die anderen niet zien. Remco Camperts ”Water” kan ik niet echt associëren met Openbaring 22:14-17 en ik vraag me af of de dichter dat wél deed. Zo zijn er in dit boek wel meer twijfelachtige ‘toeschrijvingen’ naar de Schriften. Bij de bloemlezing is een cd gevoegd, waarop cabaretier en pastor Jos Brink een aantal opgenomen verzen voorleest.

N.a.v. “En al mijn levensdagen stonden in uw boek”, samengesteld door Huub Oosterhuis. Uitg. Kwadraat Educatief, Utrecht 1995. Gebonden boek (251 blz.) en cd samen kosten ƒ 59,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Het Woord als rijke dichtbron

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken