Bekijk het origineel

„Men zal er toch niet iets op verzinnen”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Men zal er toch niet iets op verzinnen”

Confessionele Vereniging en Geref. Bond kijken uit naar extra hervormde synode

5 minuten leestijd

ZWOLLE/HUIZEN - „Het ergste zal zijn dat men er weer iets op verzint De impasse in het SoW-proces is te diep dan dat met een motie van welke aard dan ook het schip der verenigende kerken weer op koers te brengen is. Het stadium van besluiten, die zo vaag zijn dat ieder zich erin kan vinden, is voorbij. De Hervormde Kerk is op het punt aangekomen dat ze eigen machteloosheid en armoede in de gang van dit proces moet erkennen om vervolgens een tijd van gevulde stilte in acht te nemen”.

Dat zegt dr. ir. J. van der Graaf, de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond aan de vooravond van de hervormde synode, waarin speciale aandacht aan het SoW-proces wordt gegeven. De Confessionele Vereniging (CV) schreef een open brief aan de synode. Van der Graaf roept de brede vraag in herinnering naar uitstel van behandeling van de ordinaties en een extra hervormde synodezitting over SoW die overmorgen begint

Verstoord

We staan voor een uiterst cruciale vergadering, zegt Van der Graaf desgevraagd. „Zo langzamerhand is de eenheid binnen de Hervormde Kerk, in de zin namelijk van saamhorigheid, door de gang van SoW zodanig geschaad en verstoord, dat er geruime tijd nodig zal zijn om het onderlinge vertrouwen te  herstellen. Vele gemeenten, met duizenden leden van de kerk, zijn in verwarring geraakt vanwege het feit dat hun kerk zich uitlevert in het SoW-gebeuren. Dat vraagt uiterste zorgvuldigheid in de verdere beraadslagingen binnen de Hervormde Kerk, wil men niet nog verder uiteengroeien”.

Terecht heeft het moderamen in een nota drie motieven voor verzet tegen het proces in de Hervormde Kerk genoemd: de principiële bezwaren (voornamelijk van de Gereformeerde Bond), de vrees dat de interne eenheid teloorgaat en de toenemende hang naar kleinschaligheid die zich niet verdraagt met alle tijd en energie die in een proces van eenwording wordt gestoken. Deze motieven samen, zo meent Van der Graaf, hebben aan SoW het benodigde draagvlak ontnomen.

De voorvraag

De kwestie, waarom het volgens Van der Graaf vooral gaat, is of er nog de eerlijke bereidheid is naar de stem van het grondvlak, dat wil zeggen van de gemeenten, te luisteren. Tot heden is het zo geweest dat besluiten op de triosynodes werden genomen, soms in een euforische stemming, en dat de afzonderlijke synoden alleen nog maar de besluiten hadden te bekrachtigen. De omgekeerde volgorde, zegt Van der Graaf.

En zo kon het gebeuren dat al verregaande besluiten werden genomen met betrekking tot de arbeidsorganisatie (het rapport “Mensen en structuren”), terwijl de kerkelijke behandeling in de ambtelijke vergaderingen van de kerkorde nog in volle gang was. De kritische stem uit de gemeenten werd door voortgaande besluitvorming op de synode doorkruist. Dat heeft velen kopschuw gemaakt. Daarvoor krijgt de zwaar verdeelde Hervormde Kerk thans de rekening gepresenteerd. Dat vraagt op z’n minst al een koerswijziging met betrekking tot de procedure.

De GB-secretaris zegt te betreuren dat het moderamen nu veel, zo niet alles, aan de inventiviteit van de synode overlaat.

Raadpleging

Als over de raadpleging van de hervormde classes nu absoluut wordt gezwegen, moet men zich afvragen waartoe het nu geplande beraad dient en of dan binnenkort niet alsnog een andere synodeverklaring moet worden uitgeschreven om de uitslag van de (ongetwijfeld zwaar verdeelde) consideraties van de classes in de Hervormde Kerk te bespreken. Van der Graaf wijst erop dat tal van gemeenten en classes een voorvraag hebben gesteld: moet en mag het proces zo verder? Mag die vraag achterwege blijven op de hervormde synode, nu men intern het wel en wee van SOW wil behandelen?

Hoe ernstig neemt de synode haar eigen impasse?, zo vraagt Van der Graaf zich af. Hij is er niet van onder de indruk dat in 1986 werd uitgesproken dat de kerken „in staat van hereniging” zijn. Afgezien van het feit dat zo’n uitspraak een voorlopige is, moet immers worden gezegd dat sindsdien het verzet zo breed en de impasse zo diep geworden is, dat met name de Hervormde Kerk zichzelf alleen maar schade berokkent wanneer ze op de ingeslagen weg voortgaat.

Confessionelen

De CV schrijft dankbaar te zijn voor het advies van de Commissie Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA) dat „nu helderheid verschaft op tal van punten”. Het gaat dan voornamelijk om de volgorde van de procedures. De weg kan nu vrijgemaakt worden voor het hart van de zaak, de geestelijke groei naar eenheid in Christus in een gesprek over kerk-zijn en belijden, aldus de brief die is ondertekend door voorzitter ds. J. ter Steeg en secretaris ds. W. A. B. Hagen.

De CV reikt in de brief aan het moderamen enkele gesprekspunten aan. Ze roept met klem op om niet alvast de bovenplaatselijke organisatie te laten fuseren zolang er geen besluit tot eenwording ligt. Dat zou namelijk wel kunnen door aanvulling van een ordinantie.

Het rapport Mensen en Structuren „vergt uitvoerige bespreking en heroverweging in de ambtelijke vergaderingen”. De CV onderstreept het advies van KOA het besluit tot eenwording met twee derde meerderheid te nemen.

De CV bepleit ziet bezinning op de consideraties van de classis als het middel om een debacle te voorkomen. „Omdat het een eventuele toekomstige kerkorde van de Hervormde Kerk blijkt te zijn (en niet die van de Verenigde Protestantse KerK in Nederland, zoals velen veronderstelden) is de eigen hervormde synode en niet de trio-synode de aangewezen plek voor bezinning”. Het ooit door de CV voorgestelde groeimodel in SoW komt in de brief weer ter sprake.

Geestelijke groei en niet een organisatorische shocktherapie zal eenheid brengen, aldus de CV die op termijn een schansenoorlog in de kerk voorziet tussen plaatselijke en landelijke kerk.

Verder wijs het hoofdbestuur van de CV erop dat het bestuurlijk nodig is- een goed stappenplan te ontwikkelen. „Zo kan voorkomen worden ‘dat opnieuw aan de arbeidsorganisatie dingen in het vooruitzicht worden gesteld die in het licht van een open discussie in de ambtelijke vergadering nooit kunnen worden waargemaakt”.

In het voorgestelde gesprek -dat in ootmoed en schuld belijden gevoerd moet worden- moet het beleven van de belijdenis als geheim van de gemeente en als sleutel tot vernieuwing alle aandacht krijgen, aldus de CV.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 juni 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

„Men zal er toch niet iets op verzinnen”

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 juni 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken