Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een kwestie tussen dochter en vader

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een kwestie tussen dochter en vader

Onware incestverhalen veroorzaken naar twee kanten slachtojfers

9 minuten leestijd

Kinderen beschuldigen hun ouders ten onrechte van seksueel misbruik. Dat blijkt even onweerlegbaar als het bestaan van incest zelf. “Nooit heb ik er bij stilgestaan hoe diep de beschuldiging zou ingrijpen in het leven van mijn vader”.

”Ik schaam me, ik schaam me de ogen uit mijn hoofd”. Ze zit op de bank, knieën opgetrokken onder de kin, haar blik afgewend. Ze zwijgt, slikt en kijkt met betraande ogen door het raam. Het blijft stil. In 1989 beschuldigde Annette haar vader van seksueel misbruik. Dat was een leugen. Het was ook een schreeuw om hulp van een uitgeputte 18-jarige die verdrietig verlangde naar aandacht en warmte. ”Papa, waarom ben je niet anders?”

De onware beschuldiging kwam niet voort uit boosaardigheid. Het was geen op zichzelf staande gebeurtenis, maar volgens Annette veel meer een reactie op een problematische gezinssituatie. Die leidde bij haar tot een diep gevoel van neerslachtigheid, tot psychische ontreddering. De beschuldiging die niet op zichzelf stond, had een reeks ingrijpende gebeurtenissen tot gevolg.

”De beschuldiging van mijn dochter Annette heeft mij diep geraakt”, zegt Henk Boogaards. Dag in, dag uit achtervolgen haar uitspraken hem. ”Mijn zwager zei: Henk, hou nou op met uitleggen dat je het niet gedaan hebt, want er luistert toch niemand naar je. De ben beschimpt in de kerk, verlaten door mijn echtgenote en vervreemd van mijn kinderen. Men ziet mij als een smeerlap”.

Aan de wand waartegen de bank staat, hangt een uitvergrote kleurenfoto van zijn kinderen, lachend naar de camera.

Psychotherapie

In toenemende mate worden ouders getroffen door onterechte beschuldigingen van seksueel misbruik, zegt Anna de Jong van de Werkgroep Onware Incest-Herinneringen van de vereniging Ouders voor Kinderen (OvK). Dat veroorzaakt naar twee kanten slachtoffers: niet alleen de beschuldigden en hun gezinsleden, maar ook de aanklagers zelf. Hoe deze onware herinneringen ontstaan, is niet helemaal duidelijk.

Vaak komen ze pas boven in de loop van psychotherapie die aanvankelijk voor heel andere klachten, zoals depressies, was begonnen. Bij de OvK-werkgroep zijn 44 mensen bekend — 42 vrouwen en twee mannen— die meer dan vijfhonderd gezins- en familieleden beschuldigen van incest. Er is een beschuldiging van een vrouw van in de vijftig tegen haar 81-jarige moeder over seksueel misbruik in haar jeugd. Volgens De Jong gaat het veelal om geestelijk beschadigde mensen. Zelf wordt zij beschuldigd door haar oudste dochter. “Mijn dochter beweert dat ze op haar achtste zwanger was en haar eerste baby heeft moeten vermoorden. Wat is dat nou voor onzin?”

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het zelfs mogelijk is iemand herinneringen aan incest aan te praten. Therapeuten zouden hulpzoekende vrouwen onder hypnose opschepen met valse herinneringen. De therapeuten wordt knoeiwerk en goedgelovigheid verweten. Anna de Jong: “Therapeuten zadelen hun patiënten op met een vals verleden, zodat ze ook zelf niet meer kunnen onderscheiden wat waar en niet waar is. Ik zeg niet dat incest-herinneringen altijd worden aangepraat door hulpverleners, maar van de 44 mensen die bij ons bekend zijn, is de helft in behandeling bij gerenommeerde therapeuten”.

Uit de klauwen

In de Verenigde Staten zijn volgens de OvKwerkgroep de laatste jaren minstens 15.000 gezinnen ontwricht door valse beschuldigingen van incest. Inmiddels zijn er ook honderden ‘retractors’: kinderen die hun beschuldiging hebben ingetrokken. “De aanklagers moesten vaak eerst uit de klauwen van hun therapeut komen”, aldus De Jong. “Het is net als bij een sekte: Als de spanning eraf is, komen ze tot bezinning. Een andere reden om terug te komen op een beschuldiging, is nogal eens een bekering tot Jezus. Dan wordt het er allemaal uitgegooid, dat de aanklacht niet op waarheid berustte”.

Het onware incestverhaal van Annette is haar niet aangepraat, maar ze verzon het zelf. Henk Boogaards werd gevraagd zijn mond te houden toen in het najaar van 1989 een kennis in een restaurant bij een kop koffie vertelde dat Annette hem beschuldigde van incest. Terwille van het welzijn van zijn dochter werd hem gevraagd er niet over te spreken. “Je houdt het niet voor mogelijk wat er door mij heen ging. Wat moest ik doen? Zwijgen of spreken? Eén gedachte hamerde voortdurend in mijn hoofd: De ben onschuldig”. Hij besloot er het zwijgen toe te doen, omdat Annette daarmee zou zijn geholpen.

Niets is gruwelijker dan te worden beschuldigd van incest, ervoer Boogaards. “Ik werd van alle kanten in de steek gelaten, kreeg nergens gehoor. Men dacht: Hij heeft incest gepleegd, hij hoeft alleen nog maar te bekennen. In de kerk keek men mij aan en dacht: Wat een smerige vent, wat een viezerik. De mensen waren gebeten op mij. Ik was machteloos”.

Zuiver geweten

Ook Jannie, zijn vrouw, geloofde zijn herhaalde betuigingen van onschuld niet. Ze verzocht de rechtbank om echtscheiding. Op 22 september 1990 schreef Boogaards zijn vrouw: “Zwart op wit verklaar ik voor de laatste maal aan jou dat ik niets, maar dan ook absoluut niets afweet van het onderwerp incest of bedoelingen daartoe, noch ten opzichte van Annette noch ten opzichte van een van mijn andere kinderen”.

“Alles wat wij gedaan hebben, is uiteindelijk openbaar voor God en als het in dit leven niet blijkt, dan zal na dit leven blijken dat ik wel een zondaar ben, maar dat bij mijn zonden het onderwerp incest niet geschreven staat. Bij alles wat mij aangedaan is en mogelijk nog aangedaan zal worden, heb ik één heel grote troost, namelijk dat God de harten kent en mijn geweten aangaande het onderwerp incest zuiver is”. Anderhalf jaar later schreef een ambtenaar in de registers van de burgerlijke stand het echtscheidingsvonnis in.

In de hervormde gemeente waar het gezin ’s zondags kerkte, zag Boogaards beschuldigende, minachtende en negerende blikken. De kerkeraad zei in twijfel te verkeren over de schuldvraag, maar leek geloof te hechten aan de beschuldiging van Annette. Waarom zou zij anders deze zeer ernstige beschuldiging hebben geuit, kozen de andere kinderen haar kant en wilde Jannie na dertig jaar het huwelijk beëindigen?

De kerkeraad liet weten met gevoelens van smart de situatie aan te zien. Het moderamen bracht bij Boogaards een Frans spreekwoord in herinnering: Qui s’excuse s’accuse (Wie zich verontschuldigt, beschuldigt zich). ”Al kunnen wij begrijpen dat u vecht voor uw gelijk, de veelheid van uw brieven is uiterst vermoeidend en zal bij menigeen het tegendeel veroorzaken van wat u beoogt”.

Boogaards werd door het moderamen gewezen op de mogelijkheid van vergeving van zonden. Hij vatte dat op als de zoveelste, pijnlijke, verdachtmaking. Hem werd de toegang tot het heilig avondmaal geweigerd. Ten slotte ging hij onder censuur. Hij was geestelijk zo aangeslagen, dat hij de kerk nadien meed.

Machteloosheid

Annette schenkt dampende koffie en thee in stenen mokken. Ze haalt herinneringen op uit haar kinderjaren. “Ik was een heel vrolijk kind, vond het heerlijk om naar school te gaan. Kletsen en plezier maken met vriendinnen. Thuis was ik gesloten. Mijn vader vroeg na schooltijd nooit hoe het was geweest. Er was veel spanning en ruzie. Mijn vader werd altijd ontzettend kwaad, heel nijdig als je tegen hem inging. Ik kan niet zeggen dat ik van m’n vader heb gehouden. Ik was bang voor hem”, verwoordt Annette haar gevoelens.

“Hij had geen aandacht, totaal geen interesse voor me. Misschien had hij die wel, maar daar heb ik dan nooit iets van gemerkt. Vanaf m’n veertiende jaar kreeg ik er echt last van. Woede en een gevoel van machteloosheid. Ik was niet langer vrolijk, maar lusteloos, snel moe en had nergens meer zin in. De vader van mijn vriendin was anders dan mijn vader. De miste de emotionele aandacht, de warmte die hij haar gaf. Bij ons thuis was geen ruimte om je gevoelens te uiten”.

De kloof tussen vader en dochter blijkt ook uit de woorden van Henk Boogaards. Wat voor vader was hij? ”De heb niet alles goed gedaan, maar ik heb het beste met mijn gezin voorgehad. De heb volgens mij niet anders geleefd dan driekwart van Nederland leeft. Dat wil niet zeggen dat dat goed is, maar het is niet anders. Annette was erg gesloten. De was een vader die probeerde z’n best te doen, maar weinig weerklank vond. Achteraf bekeken is Annette tekort gekomen. De heb geprobeerd goed voor mijn kinderen te zijn”.

Veilig idee

In de vierde klas van de havo raakte Annette depressief. Terwijl haar vriendin plezier had en verliefd werd, trok zij zich in zichzelf terug. Ze was het liefst alleen, huilde vaak en voelde zich vreselijk driftig, vertelt ze. Boos en verdrietig fietste ze elke dag van huis naar school. Later begon ze een hbo-opleiding. Ze wilde altijd al iets met kinderen doen.

Tegen een docent vertelde ze over thuis, “Ik vind mijn vader een afschuwelijke man”, zei ze tegen hem. De docent meende dat ze moeite had met volwassen te worden. Een kennis, met wie Annette over haar verdriet sprak, raadde haar aan geduld te hebben met haar vader.

“Er moet wel iets heel ergs aan de hand zijn, wil iemand begrijpen datje problemen kunt hebben met je vader”. Ze praat langzaam, de woorden komen aarzelend over haar lippen. Haar blik afgewend, gericht op de hoge bomen, waarop de regen valt. Annette: “Ik heb veel gedacht aan suïcide. Het leek een veilig idee om dat achter de hand te hebben. De voelde me hopeloos ellendig. Hoe kon ik de mensen vertellen dat ik mijn vader een echte rotvent vond? De schaam me, ik schaam me de ogen uit mijn hoofd. Het was heel gemeen. De heb toen gelogen en mijn vader zwart gemaakt”.

Aanvankelijk wees Annette hulp van de hand. Ze had het gevoel dat hulpverleners dwars door haar heen zouden kijken en de leugen zouden ontmaskeren. Een kennis bracht haar in contact met een christelijke psychologe. Er volgden wekelijkse gesprekken, waarin het onderwerp seksueel misbruik werd gemeden. Annette: “Ik had daarover niets te vertellen, het was immers nooit gebeurd. Op een gegeven moment heb ik haar verteld dat ik had gelogen over het seksueel misbruik. Ze geloofde mij niet, dacht dat deze ontkenning erbij hoorde. Er zijn wel vaker slachtoffers van incest die op hun beschuldiging terugkomen. Daarna heb ik nooit meer de moed gehad om te zeggen dat ik niet misbruikt was”.

Schreeuw om hulp

De gesprekken met de hulpverleenster brachten voor Annette geen verandering in haar wanhopige, psychische ontreddering. Ze was ongelukkig, spijbelde op school en fantaseerde over de dood. Voor de keuze gesteld tussen een gedwongen of vrijwillige opname op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis, verbleef ze zes weken op een afdeling voor psychisch zieken.

Nadien woonde ze korte tijd bij een predikant thuis. Ze wist niet meer hoe ze moest leven en zag de dood als enige oplossing van haar problemen. Haar schreeuw om hulp werd niet beantwoord. Opname in een psychiatrisch ziekenhuis hield haar in november 1990 af van een onomkeerbare beslissing. Opnieuw beschuldigde ze haar vader van incest. ”De hield vast aan de leugen, omdat ik bang was iedereen te verliezen. De dacht: Als ik het vertel, blijft er niemand over. Geen God en geen mens. Daar kon ik niet mee leven”.

Zie verder pag. 5.

Foto RD, H.J.Visscher

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Een kwestie tussen dochter en vader

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken