Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ettrick, een zeer geprikkeld volk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ettrick, een zeer geprikkeld volk

Bostons tweede gemeente: wat boerenhoeves en een arbeidershut

9 minuten leestijd

Ettrick. Bostons tweede gemeente. Een handvol boerenhoeves en arbeidershutjes, diep weggescholen in de Ettrick Vallei, De B 709, het weggetje dat erheen voert, lijkt steeds smaller te worden en de stilte steeds indrukwekkender. Midden in het dal ligt het riviertje de Ettrick, helemaal aan het einde van de dampige vallei ligt Bostons laatste gemeente: Ettrick, een zeer geprikkeld volk.

In 1706 ontving Thomas Boston, predikant te Simprin, een beroep uit Ettrick. Het veroorzaakte algehele verwarring in zijn hart. Na veel bezwaren, tegenkanting en gebeden nam hij het beroep aan. „Zo moest ik een volk verlaten, wier hart aan mij gebonden was, en mijn hart aan hen. Ik was daar gekomen door de roeping Gods en verliet hen door de roeping Gods naar elders. In de laatste drie of vier jaren van mijn bediening waren velen gezegend, hetwelk zeer troostrijk voor mij was. Het was een kleine gemeente en derhalve de opdracht gering, doch God had mij die opdracht gegeven. En de Heere heeft mij daar geleerd niet te zien op het aantal van hen tot wie ik sprak, maar te zien op de roeping van God, en te horen naar hetgeen Hij mij te spreken gaf. Aldus heb ik de eerste en meest troostelijke jaren van mijn leraarsambt verkeerd in Simprin, als in een veld dat van de Heere gezegend was”.

Krommingen

De weg van Simprin naar Ettrick, gelegen in het zuidwesten van het graafschap Selkirkshire, voert vol krommingen en bochten langs bergen en door dalen. Een prachtige tocht door bossen en vlakke velden, waarbij men dient te vergeten dat de rechte lijn de kortste verbinding tussen twee punten is. Soms is de natuur grimmig, dan weer lieflijk. Deze streek heet de “Borders”, het Schotse grensgebied. Hoge heuvels hebben zich lui neergevlijd op een grazig groen tapijt. Al dat groen wordt doorsneden door doorzichtige en visrijke riviertjes. Schotten drommen samen in bedrijvige stadjes als Jedburgh en Hawick (spreek uit: ”Hojk”), en klaarwakkere dorpen als Selkirk en Kelso. Her en der vindt men romantische ruïnes en nijvere wolspinnerijen. Schotland blijft verbazen, altijd weer.

Bij de rustieke Tushielaw Inn -een hotelletje zonder enige pretentie, diep in de Ettrick Valley- werpen we een hengel in het riviertje de Ettrick. Ze willen vandaag echter niet bijten. Een aarzelend zonnetje schijnt. Dit is wel een mooi tochtje, van Simprin naar Ettrick, maar in Bostons dagen lagen de zaken toch heus iets anders. Het was hemelsbreed maar een afstand van misschien 75 kilometer, maar voor Ettricks nieuwe pastor was het geen geringe toer in zijn tweede, wel erg afgelegen standplaats aan te komen. Boston trof Ettrick aan precies zoals wij nu: ver uiteen liggende boerenhoeves en arbeidershutten, boven op de heuvels of beneden in de vallei. Het centrum wordt aangegeven door een middeleeuws kerkje, omgeven door een kerkhof met stokoude zerken. Een stilmakend tafereeltje.

Bijdehand

Wat Ettrick voor gemeente was? Een bijdehand volk, met veel zelfvertrouwen, geestelijke inbeelding en aanmerkingen op de dominee. De belangstelling voor de prediking in deze toen nog onherbergzame streek van Schotland was gering. Kort na zijn intrede sprak Boston zijn lauwe gemeente aan in de preek over Jesaja 43:22: „Doch gij hebt Mij niet aangeroepen, o Jakob! als gij u tegen Mij vermoeid hebt, o Israël”.

In Ettrick preekte Boston „om het volk onder de indruk te brengen en hen te overtuigen dat zij Christus nodig hadden”. Vaak leek hij te ploegen op rotsen. Verschillende gemeenteleden wensten zijn boodschap niet te horen en verzuimden de diensten of onttrokken zich zelfs aan de gemeente. Met het oog op die ontrouwen besloot Thomas Boston ten langen leste enige van zijn preken in druk uit te geven. Als hij hen op de preekstoel met het gesproken woord dan niet nuttig kon zijn, dan misschien met gedrukte preken. Dacht Boston met zijn boeken naam te maken, zoals boze tongen opperden? „De Heere weet dat ik er tevreden mee zal zijn, naam en achting bij de mensen te verliezen, indien de predikaties nuttig mochten zijn voor enkele arme zielen. (…) Terwille van zielen die verloren zouden gaan, durf ik niet anders dan te trachten dat werk te doen, er kome van wat wil”.

Praktikale redevoeringen

Op 9 maart 1714 legde hij de laatste hand aan zijn meest bekende werk: “Des Menschen Natuur in deszelfs Vier-Voudigen Staat”. Boston beschrijft in deze „praktikale redevoeringen” vier staten van de geestelijke toestand van een mens. De eerste staat is die in het Paradijs, de tweede is die van de mens na de val, de der de verhandelt de menselijke staat in de wedergeboorte en de vierde gaat over de mens in de eeuwige gelukzaligheid of in de eeuwige rampzaligheid.

Toen het boek klaar was, legde hij het „met dankzegging voor de Heere neer”. Pas zes jaar later liep “De viervoudige staat” in Edinburgh van de drukpers. Sindsdien verschenen in de Engelse taal meer dan dertig herdrukken. Ook zag Boston het als zijn roeping werken te publiceren zoals ”Een beschouwing van het verbond der genade”, ”Het kromme in het levenslot”, “De gemeenschap der heiligen” en “De kunst van mensen vangen”. Daarnaast werkte Boston vier jaar lang aan een verhandeling over de accenttekens in de Hebreeuwse grondtekst.

Depressief

De laatste jaren van Bostons leven leed hij zeer aan zware niersteenaanvallen, scheurbuik of kiespijn. Men vond hem veelal in de eenzaamheid van zijn studeervertrek. Daar had hij ook alle gelegenheid om gebeden op te zenden voor zijn zwaar depressieve vrouw: „Gedurende jaren heeft zij zichzelf onder de doden gerekend als de verslagenen die in het graf liggen, neergebogen onder ziekte en zwakheid naar het lichaam, en gekweld door verzoekingen des satans naar de ziel. Zij is velen tot een wonder geweest, daar de Heerehaar bij tijden opmerkelijke bezoeken heeft gebracht in haar gevangenis”.

Ze meenden soms samen „met ons gebroken schip in het gezicht van de kust te zijn, en ik was dan als iemand, die zijn armen voorwaarts strekte, roepende: Help ons voorwaarts! Doch zie, een weinig daarna werden wij in de storm teruggeslagen in de grote oceaan en verloren de kust weer uit het gezicht”.

‘t Laatst der dagen…

In de herfst van 1731 werden Bostons krachten minder. Soms was hij niet eens meer in staat om naar de kerk te gaan. Dan preekte hij vanuit een van de vensters van de pastorie. Enkele weken voor zijn dood schreef hij aan een vriend in Edinburgh: „Ik ben verplicht u ermee in kennis te stellen, dat ik reeds enige tijd in stervende conditie verkeer. Ik heb alle werk overgegeven en ik kan, zoals de zaken staan, met niemand meer briefwisseling houden. Ik moet alles aan de Heere overlaten, ook de besturing van mijn vrienden, en Hij zal ze leiden”.

Op zaterdag 20 september 1732 riep de grote Meester Thomas Boston thuis „om de eeuwige sabbat te vieren in die plaats waar geen inwoner meer zal zeggen: Ik ben ziek”. Over dit sterven van Boston schreef Ralph Erskine: „De grote Boston, wijs en ernstig, ging heen. Die Athanasius gelijk, eens moedig stond alleen; Wiens gouden pen zijn naam met eer zal dragen, Tot op de troon zijn Heere komt in ‘t laatst der dagen”.

Kerkje

Bostons kerkje staat er, aan een prachtig ommuurde oprijlaan, keurig bij. Blijkens een ingemetselde steen onder de toren werd het in 1824 nog gerestaureerd. Aan de achterzijde geeft een groen geverfde deur mee. En dan sta je plotseling zomaar in de kerkruimte. Hier bepaalde Ettricks herder zijn gemeente bij de dure belangen van hun ziel. Hier zoent hij het snode van het kostelijke te onderscheiden. In Bostons preken ging het, zegt L. J. van Valen (in “Een visser der mensen”), „om de ware grond, die alleen in Christus te vinden is. Alleen de steenrots, als beeld van Christus en Zijn gerechtigheid door een waar geloof aangenomen, verzekert de zondaar van zijn eeuwig heil. Alle zandgronden van bedriegelijke kenmerken, algemene overtuigingen en waangeloof zullen bevonden worden te vergaan door de Goddelijke toorn. Hij was een voorzichtig herder, die zijn schapen altijd zocht te leiden in de grazige weiden van Gods genadige gunst, zodat hij geen andere grond voor de eeuwigheid wilde leggen dan Jezus Christus en Die gekruist”.

Het trapje naar de preekstoel kraakt. De grote kanselbijbel ligt open bij Jesaja 27: „En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden”. Op dit plekje klonk Bostons getrouwe prediking. Hier raakte hij rustdag aan rustdag aangedaan met de luisteraars tot wie hij sprak. Op deze kansel was hij er zich van bewust te staan in de tegenwoordigheid van God. Hier viel er zo vaak een wonderlijk licht van boven naar beneden.

Galerij

In Simprin, zijn eerste gemeente, mocht Thomas Boston zich na verloop van enige tijd verheugen „in de vruchten van vrede”. Hier in Ettrick echter leed hij onder „de verdeeldheid zaaiende geest van dit volk”. Aan hoevelen verkondigde Boston in dit gebouwtje het Evangelie? Beneden zaten er ongeveer honderd, schat ik. Boven, verdeeld over drie kleine galerijtjes, nog eens honderd. Op een tafel liggen houten collectebakken, verbonden aan lange stokken. Er staan wat bloemen en planten en aan de muur hangen een paar kindertekeningen.

Er ligt een gastenboek. Hier komen wel meer Nederlanders, zo blijkt daaruit. In 1991 bezocht een Amicitia-groep onder leiding van ds. K. Exalto deze kerk. Er waren ook bezoekers uit Emmeloord, Lunteren. Waardenburg, Den Haag en Dordrecht, Rijssen en Bergambacht. Nergens in de kerk is een herinnering aan Thomas Boston te vinden.

Buiten, midden op het kerkhof, begroef Boston de doden van zijn gemeente. Hier op deze akker van de dood bediende hij ook vele malen het heilig avondmaal. Het waren Elims in de wildernis. Oasen van rust in een woestijn vol moeiten. Dan zagen de smalle weggetjes in de vallei zwart van de pelgrims. Ze kwamen van heinde en verre en soms werden er wel dertig tafels bediend. Het waren meerdaagse plechtigheden, die op velen diepe indruk maakten.

Grafmonument

Zo schenen in deze dampige vallei soms volop de stralen van de Zon der gerechtigheid. Op het kerkhof moeten de graven liggen van Bostons vrouw, van enkele van zijn kinderen en van zijn vrienden, de ouderlingen Bryden, Biggar en Linton. Ze zijn echter alle onvindbaar. De grafteksten zijn veelal niet meer leesbaar. We vinden nog wel het gebroken zerkje van het graf van Charles Paton, en achter een roestig hekwerkje de laatste rustplaats van John Bennet, beiden latere predikanten van de gemeente van Ettrick.

Midden op het kerkhof staat Bostons grafmonument. De in 1806 opgerichte zuil staat er verwaarloosd bij. De tekst is nóg leesbaar: „Als een getuigenis van achting voor de eerwaarde Thomas Boston senior, wiens persoonlijk karakter ten hoogste eerbiedwaardig was, wiens openbare dienst voor velen gezegend werd en wiens waardevolle geschriften veel hebben bijgedragen tot bevordering van het wezenlijke christendom, is dit monument (met toestemming van zijn betrekkingen) opgericht door een godsdienstig en dankbaar volk, AD 1806. Hij werd geboren in Duns, 17 maart 1676, bevestigd tot leraar van Simprin, 21 september 1699, van hier verhuisd naar Ettrick, 1 mei 1707, en gestorven op 20 mei 1732, in de ouderdom van 56 jaar, achterlatende een weduwe en vier kinderen”.

Dit is het tweede en laatste verhaal over de voetsporen van Thomas Boston.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Ettrick, een zeer geprikkeld volk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken