Bekijk het origineel

Kenia zakt weg in stammentwist

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kenia zakt weg in stammentwist

Regering van Arap Moi maakt in politiek machtsspel handig gebruik van onlustgevoelens

8 minuten leestijd

ELDORET/NAIROBI - Het rommelt in Kenia. Sinds een jaar of vijf vliegen de verschillende stammen elkaar voortdurend in de haren. Driehonderdduizend mensen raakten ontheemd en meer dan 1500 mensen kwamen om het leven. President Daniel Arap Moi beweert dat guerrillagroepen het land willen destabiliseren. De oppositie legt de verantwoordelijkheid bij de regering. Die zou een politiek van etnische zuivering voeren.

„Het is als bij een vulkaan”, zegt een diplomaat. „Vóór de uitbarsting lijkt er nog weinig te duchten. Maar de lava kondigt zich al tijden aan door rook en gerommel”.

„Ze kwamen in de vroege ochtend, met speren en fakkels. Binnen een half uur stond mijn hele boerderij in brand. We hadden geluk dat we al op waren, anders waren we zeker omgekomen in de vlammen. De Kalenjin lieten mijn vrouw en kinderen met rust, maar toen ik probeerde het vuur te blussen, sloegen ze mij tegen de grond en dreigden me te doden”.

Ik zit in de Maskani Bar in een achterafstraatje in Eldoret en hoor het verhaal aan van de cafébaas, een Kikuyu. Tot april vorig jaar was hij maïsboer in de Rift Valley. Maar toen de bedreigingen van de Kalenjin uitliepen op het afbranden van zijn boerderij, gaf hij op en trok met zijn gezin naar de stad. „Gelukkig had ik redelijk wat spaargeld en kon ik deze bar kopen. Nu komen hier elke avond alleen maar Kikuyu’s. Allemaal hebben ze zoiets meegemaakt als ik”.

Het is een schemerige gelegenheid -het enige licht komt van een paar gloeilampjes die gevoed worden door een ronkende generator, en als die uitvalt is er alleen nog het licht van twee gaslampen. De jukebox bij de deur raast op megavolume, reggae -vooral Bob Marley- afgewisseld met traditionele Zaïrese muziek. De cafébaas staat erop dat ik zijn visie op de historische achtergrond van de problemen aanhoor.

Rift Valley

„Lang geleden was de Rift Valley bewoond door de nomaden van de Maasai-stam en de Kalenjin-stam”, begint hij. „In het begin van deze euw kwamen de blanken, en die amen het land in bezit. Wij, de Kikuyu, woonden in die tijd in de Central Province. Dat is een erg dichtbevolkt gebied. Dus toen de blanken hun boerderijen na de Onafhankelijkheid in 1963 te koop aan- oden, kochten wij die. We hebben et land dus niet gestolen, zoals de Maasai en de Kalenjin beweren, naar eerlijk gekocht”.

Het verhaal klopt. Maar aange-ien de blanken de grond indertijd wél hadden gestolen, kan ik me leendig voorstellen dat de Maasai en alenjin het nu weer opeisen. Als ik deze notie voorzichtig te berde reng, krijg ik de halve Maskani ar over me heen.

„Onzin!” fluimt de cafébaas -in- middels enigszins onder invloed van e halveliters Tuskerbier- dwars ver de tafel. „De Rift Valley is ooit het bezit geweest van de Maasai of de Kalenjin. Het was léég gebied. Die nomaden trokken er hooguit wel eens doorheen met hun kuddes, maar dorpen of wegen hebben ze er nooit gebouwd”.

„Bovendien”, vult een van zijn gestudeerde broers of neven die rond de tafel staan, hem aan, „is Kenia één land. We zijn geen Kikuyu’s, Maasai, Samburu’s of Pokot, maar allemaal Kenianen. En iedere Keniaan mag in Kenia wonen waarbij wil”.

„Maar de regering van president Moi wil ons land verdelen, ze buiten stammenverschillen uit”, gaat de cafébaas verder. „Ze willen alle Kikuyu dwingen in de Central Province te wonen. Maar wat moet ik daar? Mijn grootouders woonden al in de Rift Valley!”

Ambtenarenfuncties

Eigenlijk heeft het in Kenia nooit echt geboterd tussen de akkerbouwvolken (Kikuyu, Luhya en Kisii) en de veehotidende stammen (Maasai, Turkana en Nandi). Maar de grote conflicten ontstonden pas na blanke inmenging. De Britse kolonialisten rekruteerden voor lagere ambtenarenfuncties vooral mannen uit de Luo- en Kikuyu-stam, de twee grootste stammen in Kenia. Deze stammen profiteerden het meest van de onderwijsmogelijkheden en andere voorzieningen die de Britten boden.

Er ontstond een sociale en politieke elite, die als vanzelfsprekend de macht overnam toen Kenia in 1963 onafhankelijk werd. De eerste vijftien jaar van de onafhankelijkheid waren de Kikuyu tamelijk dominant in de politiek (de president, Keniatta, was een Kikuyu), maar vooral ook in het economische leven. Ze kregen de beste baantjes en de beste landbouwgrond in de Rift Valley.

Na de dood van president Keniatta kwam Daniel Arap Moi aan de macht. Moi komt uit de kleine Kalenjin-stam, die zich net als alle andere stammen flink misdeeld voelden door de Kikuyu- en Luo-dominantie. Heel geleidelijk en behendig wist Moi de kaarten opnieuw te verdelen, ditmaal ten gunste van de kleinere stammen, en dan vooral zijn eigen achterban, de Kalenjin.

Koude Oorlog

„Het lijkt een strijd tussen stammen, maar het is politiek”, zo stelt een diplomaat die wel wil praten, als hij maar anoniem blijft. „Feitelijk zijn er in heel Afrika nauwelijks echte stammenoorlogen. Natuurlijk vallen de scheidslijnen bij conflicten vaak samen met stamverbanden, maar dat is logisch omdat de stam waartoe je behoort je sociale groep is”.

„Afrikaanse conflicten zijn bijna altijd sociale conflicten, ruzies om de verdeling van economische welvaart. Armere, misdeelde groepen komen in opstand tegen rijkere groepen. Die groepen vallen vaak samen met stammen, maar de oorzaak van de conflicten is zelden gelegen in etnische rivaliteit”.

De stijgende onrust hield gelijke tred met de verslechterende economie. In de tijd van de Koude Oorlog had Kenia altijd op ruimhartige hulp kunnen rekenen van het Westen, maar tegen het einde van de jaren tachtig kwam daaraan een eind. Terwijl tot dusver de verschillende ideologieën omvang en aard van de hulp hadden bepaald, kregen nu de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) het voor het zeggen. En die stelden flinke eisen. De Keniase economie moest structureel worden aangepast en bovendien moest er een einde komen aan het politieke eenpartijsysteem.

President Moi had zich altijd fel gekant tegen een meerpartijensysteem, omdat dat de stammenverschillen in het land alleen maar zou aanwakkeren. „Het meerpartijensysteerm zal Afrika nooit vrede brengen”, aldus de president. „Het ontbreekt Afrika nog aan nationale eenheid”.

Mini-oorlog

Toen Moi in 1991 onder westerse druk toch overstag ging, leek hij gelijk te krijgen: de nieuwe partijen die werden opgericht, vertegenwoordigen vooral de grote Kikuyu-, Luoen Luhya-stammen, terwijl de kleine stammen Moi’s KANU-partij steunen. De hele politieke strijd rond de verkiezingen -december 1992- leek te gaan om stammen.

„Begin 1992 liepen de tribale spanningen hoger op dan ooit sinds de onafhankelijkheid”, herinnert Ann McCreath van Artsen zonder Grenzen zich. „In delen van de Rift Valley en in West-Kenia raakten vrijwel dagelijks stammen onderling slaags. Honderden hectaren met gewassen en huizen gingen in vlammen op, duizenden boeren raakten ontheemd en meer dan tweehonderd mensen verloren het leven. Rond de Westkeniaanse stad Molo woedde een ware mini-oorlog”.

Maar het kon nog erger. In april van het volgende jaar leek Kenia op de rand van een burgeroorlog te balanceren, toen zeker 1500 mensen werden gedood bij stammenonlusten. Ruim driehonderdduizend mensen -vooral Kikuyu’s- werden verdreven van hun boerderijen. De meesten van hen vluchtten naar familieleden die in veiliger streken woonden, maar enkele tienduizenden kwamen in vluchtelingenkampen terecht.

Privé-leger

Directe aanleiding was de uitkomst van de verkiezingen: door de onderlinge verdeelheid van de oppositie, had Moi gewonnen. „De oppositie voert geen politieke strijd, maar een stammenstrijd”, beschuldigde Moi zijn opposanten. „Ze wakkeren stammenonlusten aan en willen Kenia in een burgeroorlog storten”.

De oppositie beschuldigde juist de regeringspartij. Volgens Raila Odinga, de belangrijkste oppositieleider, staat het als een paal boven water dat Moi zelf de aanstichter is van de gevechten. „Moi beschuldigt mij ervan dat ik er een privé-legertje op na houd om Kalenjin aan te vallen. Ik heb hem al vaak uitgedaagd om mij dan te arresteren. Maar hij kan zijn aantijgingen natuurlijk niet bewijzen, want het zijn verzinsels. Wie er wél privé-legers op na houden, zijn Moi en sommige van zijn ministers, zoals Biwott en Ntimama”.

De feiten lijken hem in het gelijk te stellen. „De meeste doden vallen in gebieden waar Moi een meerderheid van de stemmen heeft. Wie in zo’n gebied op de oppositie stemt, wordt afgestraft. Na veel gevechten blijkt dat de huizen van de Kalenjin nog overeind staan, terwijl die van de Kikuyu’s zijn platgebrand”, zegt McCreath van Artsen zonder Grenzen. „Dat duidt er toch op dat het geweld van hun kant komt”.

Savanne

„Het zijn meestal niet de lokale Kalenjins, die hun Kikuyu-buren aanvallen. Vaak zijn het goed georganiseerde legertjes die van elders komen. Ook dat wijst erop dat de regering erachter zit. Die duldt geen oppositie”. Zelf werkte McCreath in het Maela-kamp, waar na de onlusten in april vorig jaar tienduizend gevluchte Kikuyu’s waren ondergebracht. Met Kerst werd het kamp plotseling ontruimd door de regering. Onder het voorwendsel dat ze naar een beter kamp zouden worden gebracht, werden de vluchtelingen in trucks geladen. Vervolgens werden ze midden in de savanne gesommeerd uit te stappen.

„Aan de ene kant ontkent de regering- Moi voor de buitenwereld dat er stammenonlusten zijn”, zegt McCreath. „Daarom wil Moi ook niet dat er vluchtelingenkampen zijn. De regering is heel bang dat de rijke landen hun ontwikkelingshulp stopzetten wegens schending van de mensenrechten. Aan de andere kant wil Moi zijn gelijk halen: door te bewijzen dat een meerpartijensysteem leidt tot stammenonlusten, hoopt hij terug te kunnen naar een eenpartijstelsel”.

Een anonieme diplomaat vat het aardig samen: „De wortels van de huidige spanningen liggen deels in de kolonialistische politiek en deels in de sociale ongelijkheid tussen stammen. Maar de meeste beschuldigende vingers wijzen in de richting van de regering-Moi, die de onlustgevoelens handig gebruikt in een politiek machtsspel”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Kenia zakt weg in stammentwist

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken