Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Watergeuzen als woeste vrijbuiters

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Watergeuzen als woeste vrijbuiters

Willem van Oranje verafschuwde niets ontziende plundertochten

7 minuten leestijd

De watergeuzen! Ze werden bewonderd: stoere strijders, onverschrokken bevrijders. Ze werden verguisd: rovers, priestermoordenaars en het uitschot van de maatschappij. De meningen over de watergeulen in de beginperiode van de Nederlandse Opstand (1568-572) lopen nogal uiteen. Wat leden zij? Wie waren zij?

april 1566. Bij de ingang van het pais van landvoogdes Margaretha van Paria staan enkele edellieden. Ze zijn ruk met elkaar in gesprek. Vijf van de veehonderd edelen zijn tot de land- ogdes toegelaten. Ze bevinden zich in raadszaal om Margaretha een neekschrift aan te bieden. Daarin vrajn ze om verzachting van de bloedlakkaten die Filips II heeft-uitgevaargd.

Margaretha wordt door een aantal adslieden omringd. Ze hebben niet veel met die in hun ogen opstandige elmannen. Barlaymont, een van de verouwelingen van de landvoogdes, uistert Margaretha in het oor: „Quoi Madame, peur de ces gueirx?” („Wat u, Mevrouw, bang voor die geuzen?”) Wellicht heeft Barlaymont regelmatig paanse romannetjes gelezen, want in die oeken is de benaming geus bedoeld oor een schelm die vol bedelaarsstreken At, maar trouw is aan de koning.

Enkele dagen later vieren de edelen die het smeekschrift ingediend hebben feest. Hendrik van Brederode klimt op een van de tafels en roept: „Men heeft ons geuzen genoemd. Welnu, we zijn het. Daarom ook een dronk op onszelf Vivent les gueux!”

Woedend

In de periode 1565-1568 heerst er onder de bevolking in de Nederlandse gewesten grote onrust. Verschillende edelen en steden verzetten zich tegen de centralisatiepolitiek van Filips II. Veel ontevredenheid is er over de felle kettervervolgingen in de Nederlanden. De geloofsvervolging neemt zulke ernstige vormen aan, dat het een van de belangrijke oorzaken van de Beeldenstorm is. Deze (meestal spontane) uitbarsting van volkswoede leidt tot de plundering van vele rooms-katholieke kerken, vooral in de Zuidelijke, maar ook in ie Noordelijke Nederlanden.

Filips II is woedend op de Nederlandse gewesten. Hij zendt de hertog van lva naar de Nederlanden om orde op aken te stellen. Het meedogenloze opeden van Alva doet de stroom vluchtelingen naar het buitenland sterk aan- wellen.

Daarbij komt dat ook werklooslid, armoede en honger enorm toeneten. Velen zoeken naar andere besansmogelijkheden dan die in het onvlige, door Spanje bezette gebied. Sids 1568 is een van de mogelijkheden: h aanmonsteren op een geuzensiip. Zo wordt menigeen watergeus.

Kaapvaarten

De geuzenschepen vormen reeds viaf het eerste optreden in 1568 een plaag voor de overzeese handel. Ze vallen en veroveren de grote koopvaardijschepen op zee. De buit wordt door de geuzen op de handelsmarkten in het buitenland verkocht, bijvoorbeeld in Frankrijk en Engeland. Onder leiding van jonker Dolhain wordt in het Vlie een Oostzeevloot van zestig schepen buitgemaakt. Een week later kunnen daar nog eens veertig schepen bij opgeteld worden.

De Spanjaarden die bij die kaapvaarten gevangen genomen worden, verkopen de geuzen aan Engelse vissers uit Dover. Na enige tijd gaan de vissers met hun ‘koopwaar’ naar Spanje om hen daar tegen een flinke losprijs aan de familie te ‘slijten’.

Het komt regelmatig voor dat de geuzen bij deze kaapvaarten er niet voor terugdeinzen wrede acties te ondernemen. In september 1571 enteren de geuzen een aantal beladen koopvaardijschepen uit Hamburg. Een vreselijk gevecht volgt. De bemanning wordt „ganz jammerlich en erbarmlich tractirt, mehrenteils erworgt und umbracht”. Deze moordpartij zet veel kwaad bloed, zowel onder de Nederlanders als in het buitenland. Desondanks zijn dergelijke moordpartijen meer uitzondering dan regel.

Weinig koopvaardijschepen zijn veilig in de wateren waar de geuzen varen. Ook de Hollandse koopvaardijschepen niet. Het gewest Holland moet daarom aanvankelijk niets van de geuzen hebben. Alva, in die tijd landvoogd over de Nederlanden, bemoeit zich nauwelijks met hen. Hij laat het aanpakken van dat ”gespuys” over aan de Hollanders. Dezen varen hoofdzakelijk in Spaanse dienst.

De geuzen hebben vooralsnog weinig reden om de Hollandse schepen te ontzien. In 1571 heeft bij Emden een zeegevecht tussen geuzen en Hollanders plaats. De geuzen lijden de nederlaag. In Holland, maar ook in Friesland, worden de geuzen zoveel mogelijk geweerd.

Aanvallen op neutrale schepen komen slechts spaarzamenlijk voor. Dit is niet het minst te danken aan Willem van Oranje en diens broer Lodewijk van Nassau. Zij kunnen controle op de acties van de geuzen uitoefenen door middel van het uitgeven van kaperbrieven. In die tijd is het kapen van schepen iets heel anders dan zeeroof. Bij kapen Verricht de kaper een wettige daad. Hij heeft namelijk een kaperbrief ook wel commissiebrief genoemd, van een soeverein van een bepaald gebied, bijvoorbeeld een hertog, graaf of een rijksvorst ontvangen. In deze brief, die alleen in tijden van oorlog verstrekt mag worden, wordt de gezagvoerder van het kapersschip toestemming gegeven om schepen van de in de brief genoemde vijanden te beroven. Ook heeft de kaper meestal het recht om alle toevoer naar vijandelijke gebieden te verhinderen.

Rechtvaardig

De opbrengst van de buitgemaakte goederen wordt verdeeld: 20 procent voor de soeverein, 10 procent voor de gezagvoerder en de rest is voor de reders en de scheepsbemanning. Een enkele keer gaat een gedeelte van de winst naar een liefdadigheidsinstelling.

Voor de soeverein is de kaperbrief een mooi middel om zijn schatkist aan te vullen. En dat is in tijd van oorlog hard nodig. Ook Willem van Oranje kan het geld goed gebruiken, sinds hij vanaf 1568 voortdurend op voet van oorlog met de Spaanse koning Filips II verkeert.

De plundertochten zijn voor Willem geen doel op zichzelf Dat blijkt uit de kaperbrieven die hij heeft uitgegeven. Zo krijgt de geuzenkapitein Nicolaas van Ruychaver een kaperbrief van Oranje, waarin het doel duidelijk aangegeven staat. Willem verstrekt zijn kaperbrieven om Alva en zijn aanhangers „te vervolgen en schade toe te brengen op alle manieren die mogelijk zijn”.

In de meeste kaperbrieven beschrijft Willem uitvoerig de rechtvaardige strijd die hij voert. Een strijd tegen „de vijand van alle vrijheid en welvaart” en de strijd „voor de ware godsdienst en Gods Woord”. De vijand is Spanje. Met de ware godsdienst bedoelt Oranje de uit de Reformatie voortgekomen godsdiensten, met name het calvinisme.

Landgangen

Niet alleen door middel van kaperbrieven poogt Willem van Oranje zijn invloed op de geuzen te laten gelden. Het uitrusten van geuzenschepen op kosten van de Prins leidt ertoe dat hij de beschikking over een aantal eskaders van de geuzenvtoot krijgt. Met name Graaf Lodewijk, een broer van Willem, zet zich in voor een goede relatie tussen Prins en geus.

Desondanks weten tot 1572 maar weinig geuzen en geuzenaanvoerders wat het woord discipline inhoudt. Hoewel ze in de Slag bij Heiligerlee meevechten en hier en daar zeer nuttige hand- en spandiensten verrichten, worden deze acties overschaduwd door het houden van landgangen: plundertochten aan land, die vaak met veel wreedheid gepaard gaan. Deze plunderingen hebben met name in de jaren 1570 en 1571 plaats.

Wegens het ontbreken van leiding en door geldgebrek ondernemen de geuzen verschillende van die landgangen. Op Texel gaan honderdvijftig geuzen aan land. Zonder tegenstand kunnen zij plunderen. In Friesland gaan de watergeuzen ook hun gang: ze trekken een verwoestend spoor door Workum en nemen de abt van het klooster Hemelum gevangen. De losprijs voor de abt bedraagt 6000 daalders. De kerk van Ooltgensplaat (Zeeland) wordt door de geuzen evenmin gespaard.

Monnikendam

De bekendste en beruchtste landgang is die op Monnikendam. Door de Noorderpoort dringen de geuzen binnen, waarna ze de straten en stegen afzetten. Het werk voor de driehonderd geuzen kan beginnen. Eerst is de gevangenis aan de beurt, waaruit ze enkele kameraden bevrijden. Het huis van de baljuw wordt geplunderd. De baljuw zelf is aan de greep van de geuzen „ontcoemen in een varkenskot, alwaer hij hem (zich) onderhyel, naeckt in zijn hemdt omtrent vijf uyren”. Ook de kerk, het vrouwenklooster en zeventig burgerhuizen vallen aan de roofzucht van de geuzen ten prooi. Ze schrikken er zelfs niet voor terug om de kapelaan Jan Hendricxz gevangen te nemen en „zeer deerlijck om hals” te helpen.

Zeker niet alle geuzen keuren deze landgangen goed. Ook vooraanstaande geuzenaanvoerders veroordelen deze gewelddadige acties. Willem van Oranje verafschuwt de plundertochten van de geuzen eveneens. De verstandhouding tussen Prins en geuzen verslechtert. Hij spoort hen aan om „inde zee so langhe stille te houden oft anders stille te stane tot onse ordinancie ende bevel”.

Antwoord

Op de vraag: „Wat deden de geuzen?” luidt dus het antwoord dat de geuzen in de beginfase van de Nederlandse Opstand geen gedisciplineerde scheepsbemanning vormden. De opstandige gewesten voelden zich beslist niet tot de geuzen aangetrokken. De Prins had meer last dan gemak van deze vrijbuiters. De oorzaak lag vooral in het ongeorganiseerde en ruwe optreden van de geuzen. Maar de geuzen dan? Voelden zij zich niet verwant met het gewest, de streek, de stad of het dorp waar zij vandaan kwamen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 September 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Watergeuzen als woeste vrijbuiters

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 September 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken