Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beeld bedreigende misdaad was vooral een spookbeeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beeld bedreigende misdaad was vooral een spookbeeld

Enquêtecommissie dient einde te maken aan paniekverhalen

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Justitie en politie hebben de afgelopen jaren een huiveringwekkend, bedreigend beeld geschetst van de georganiseerde misdaad. In goed vertrouwen moest iedereen de paniekverhalen maar geloven. Sinds 1992 is alarmfase rood van kracht.

In de kabinetsnota ”De georganiseerde criminaliteit in Nederland; dreigingsbeeld en plan van aanpak” van 1992 heette het: „Een buitengemeen zorgelijk aspect van de criminele organisaties achtten wij de geleidelijke innesteling in de legale bovenwereld”.

Hedendaagse criminele organisaties zouden voor de Nederlandse samenleving een serieuze bedreiging vormen die volgens de regering „zeer ernstig” moest worden genomen. Marktontwrichting, bedrijfsspionage, sabotage, corruptie en intimidatie kleurden het toekomstperspectief.

Al op de eerste dag van de parlementaire enquête opsporingsmethoden ontmaskerde prof C. Fijnaut deze week, hoogleraar criminologie, de dreiging van de georganiseerde misdaad als een schrikbeeld. Van innesteling in de bovenwereld had hij de afgelopen maanden geen spoor kunnen ontdekken.

Fijnaut leidt in opdracht van de enquêtecommissie het wetenschappelijk onderzoek naar de aard, ernst en omvang van de georganiseerde misdaad in ons land. Hij heeft niet gezien dat criminele groeperingen streven naar economische of politieke macht. Wordt de samenleving bedreigd? „Daar durf ik niet in grote woorden over te spreken”, verklaarde de criminoloog, die toegang heeft tot de meest vertrouwelijk informatie van justitie en politie.

Mr. R. Gonsalves, portefeuillehouder van de zware, georganiseerde criminaliteit in het college van procureurs- generaals, had de indruk dat het wetenschappelijk onderzoek zijn inzichten van de afgelopen jaren bevestigde. Maar daarmee ontkende hij de belangrijkste conclusie van dit onderzoek.

Inventarisatie

Zwetend erkende hoofdcommissaris J. Wilzing, voormalig directeur van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), dat de bovenwereld niet werkelijk in gevaar is. Toch zijn veel alarmerende verhalen hierover met tomeloze inzet door de CRI verkondigd.

Het meest sprekend is een nog altijd vertrouwelijke, landelijke inventarisatie van de georganiseerde misdaad uit 1993, die de CRI maakte in opdracht van het openbaar ministerie. Met het oog op de innesteling van de georganiseerde misdaad in de legale bovenwereld hadden de misdaadanalisten tal van extra vragen gesteld aan de criminele inlichtingendiensten van de politie.

De achttien vragen hadden betrekking op het witwassen van geld, het gebruik van dekmantelfirma’s, criminele contacten met het bedrijfsleven en de overheid, financiële en juridische adviseurs, geschatte winsten en beleggingen in (on)roerende goederen.

Voor zestien criminele groepen die aan alle kenmerken van georganiseerde misdaad voldeden, gold dat twaalf of meer van de achttien vragen bevestigend konden worden beantwoord. „Gesteld kan worden, dat deze groepen niet alleen hoog zijn georganiseerd, maar dat zij bovendien ver zijn doorgedrongen in de bovenwereld”, luidde de conclusie van de CRI-afdeling misdaadanalyse destijds.

Met tegenzin gaf Wilzing, momenteel korpschef van de regiopolitie in IJsselland, toe dat de door hem herhaaldelijk geschetste dreiging is gebaseerd op verwachtingen over de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad. Zijn perspectief is bepaald door de mafia in Italië en de drugseconomie in Suriname, maar niet gebaseerd op de werkelijkheid in Nederland.

Al in 1991 gaf Wilzing met de korpschefs van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag te kennen dat „ook in Nederland een deel van de georganiseerde misdaad zich ontwikkelt in de richting van criminele organisaties zoals die in de Verenigde Staten en in Italië al langer zijn ingeburgerd”.

Geen insteling

Ook de Twentse hoofdcommissaris P. IJzerman, voormalig vice-voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen, verklaarde deze week voor de enquêtecommissie dat er geen reden is om aan te nemen dat de georganiseerde misdaad zich heeft ingenesteld in de legale bovenwereld. Tot nog toe is hem niet gebleken dat criminele groepen in het politieke of economische leven strategische posities innemen.

De enquêtecommissie maakte het de hoofdcommissarissen wel erg gemakkelijk. Kritische vragen over de totstandkoming van het dreigingsbeeld bleven achterwege. Waarom hebben justitie, politie en de CRI de stormvlag gehesen? Waarom zongen zij de afgelopen jaren in koor een refrein over de oprukkende mafia?

De door hen aangewakkerde ontrust leidde ertoe dat in 1992 ruim 230 miljoen gulden extra is vrijgemaakt voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Daarnaast kreeg het opsporingapparaat ruimere bevoegdheden om criminele organisaties, met bijzondere opsporingsmethoden aan te pakken.

Van de enquêtecommissie mag worden verwacht dat ze de komende weken korte metten maakt met het spook van de georganiseerde misdaad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Beeld bedreigende misdaad was vooral een spookbeeld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken