Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Grote schoonmaak in Ketelmeer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grote schoonmaak in Ketelmeer

Waterstaat-ingenieur: Als je dit slib aanraakt, zullen je handen er niet meteen afvallen

5 minuten leestijd

Eerst even tekenen. Op weg naar het baggervaartuig in het Ketelmeer moeten bezoekers in de Rijkswaterstaatskeet aan de wal een handtekening zetten. Een van de voorwaarden: niets eten in de buurt van opgebaggerd slib. De bodem van het Ketelmeer is ernstig vervuild en dat vormt een bedreiging voor het schone IJssel- en Markermeer. Rijkswaterstaat is op zoek naar de beste methode om 15 miljoen kubieke meter slib boven water te krijgen, dat op een kunstmatig eilandje op te slaan en daar ook nog recreatieterrein van te maken.

Een ruim 40 centimeter dikke laag verontreinigd slib ligt er op de bodem van het meer tussen Oostelijk-Flevoland en de Noordoostpolder. De vervuiling bestaat uit een bekende cocktail van slib, zand, pcb’s, paks en zware metalen. Het grootste deel van die stoffen is afkomstig van Duitse industriële bodem en bereikte via Rijn en IJssel tussen 1950 en 1970 het Ketelmeer.

Op de vuile laag ligt een relatief schone sliblaag, weet ir. J. Driebergen, projectleider waterbodem en specieberging bij Rijkswaterstaat, directie IJsselmeergebied. „Daaruit is duidelijk af te leiden dat de waterverontreiniging vanuit de industrie sterk is afgenomen”

De schone sliblaag, die de verontreinigde afzetting keurig afdekt, is aanleiding om te veronderstellen dat Rijkswaterstaat er ook voor zou kunnen kiezen om de vieze laag rustig te laten liggen. „Toch doen we dat niet”, zegt Driebergen. „Het Markermeer en het IJsselmeer behoren tot de schoonste Nederlandse zoetwatergebieden. Dat willen we graag zo houden, dus moeten we elk risico van verspreiding van de vervuiling uitsluiten. Bovendien ontbreekt onder meer in de buurt van de vaargeul die schone afdekkende laag”.

„Daar komt nog bij dat een groot deel van Noord-Holland voor de drinkwatervoorziening afhankelijk is van het IJSselmeer. Bovendien bestaat het gevaar dat de verontreiniging zich via het grondwater verplaatst naar de omringende polders”, aldus Driebergen.

Vervelling

„Als je dit slib aanraakt, zullen je handen er niet meteen afvallen”, spreekt een waterstaat-ingenieur aan de oever van het Ketelmeer geruststellend. Hij kent ergere bodemverontreinigingen, waarbij spontaan vervelling optreedt als een argeloze belangstellende met blote handen in de grond graait.

Twee onopvallende baggerschepen, niet groter dan een doorsnee kotter, dobberden deze zomer op het meer tussen Oostelijk-Flevoland en de Noordoostpolder en hapten her en der in een laagje slib. Rijkswaterstaat pakt het Ketelmeer voorzichtig aan. Voordat het grote werk z5 worden aanbesteed, zullen er volgend jaar nog twee baggerschepen met andere baggertechnieken een aantal proeven uitvoeren.

„Voor deze baggerproeven zal zeker internationale belangstelling ontstaan”, verzekert ”projectsecretaris baggerproeven” ir. R. Kunst in de kajuit van de sleepboot, op weg naar het baggerwerktuig, dat met zijn laatste werkdag van het seizoen bezig is.

Kompas

De apparatuur op de brug van het vaartuig ziet er interessant uit. De schipper beschikt over meer dan kompas en stuurrad. Boven het traditionele instrumentenpaneel met knoppen en hendels staat een aantal computerschermen opgesteld. Het personeel op de brug ziet daarop tot vrijwel op de centimeter nauwkeurig wat de zuigmond 4 tot 5 meter onder water voor de boeg van het schip uitricht.

Laserapparatuur vertelt de schipper vrij nauwkeurig op welke diepte er wordt gewerkt. Verticaal ligt de onnauwkeurigheid binnen een marge van 2 centimeter. Midden op het Ketelmeer heeft de schipper er evenmin moeite mee om zijn horizontale positie bijna exact te bepalen. Hij zal niet gauw twee keer in een zelfde strook baggeren. Plaatsbepaling met behulp van een aantal satellieten, het D-GPS-KART-systeem, zorgt ervoor dat de schipper er in het horizontale vlak hooguit 6 centimer naast zit.

Op dit schip kan Rijkswaterstaat er geen bezwaar tegen hebben dat het bezoek een boterhammetje eet. De schipper haalt de zuiger even op en laat zien dat er op zijn vaartuig geen spatje slib aan dek komt. Op de zuiger is een persleiding bevestigd die een gesloten systeem vormt met de drijvende buis naar het tijdelijk opslagdepot, 500 meter verderop.

Baggerapparaat

De vier proefschepen zullen met dezelfde plaatsbepalingsapparatuur worden uitgerust en zullen ook op gelijke manier het slib afvoeren. Het verschil in vaartuigen zit in het baggerapparaat. Ir. Kunst onderscheidt een milieuschijfcutter, een wormwielzuiger, een veegzuigcutter en een ecomolen. „Die vertegenwoordigen vier principieel verschillende technieken waarmee we ervaring willen opdoen, voordat we in 1998 met een definitief saneringsbestek op de markt komen”, zegt Kunst.

Als er uiteindelijk rond de eeuwwisseling op grote schaal wordt gebaggerd, moet er zo weinig mogelijk „mors, vertroebeling en vermenging” ontstaan. Kunst: „Om zeker te weten dat we reële eisen stellen aan de baggeraars die op het project zullen inschrijven, voeren we deze proeven uit”.

Toeristen

Om op tijd te kunnen beschikken over opslagruimte voor het vervuilde slib wil Rijkswaterstaat in 1998 een depot klaar hebben met een inhoud van ongeveer 23 miljoen kubieke meter. Uit het Ketelmeer zal naar schatting niet meer dan 15 miljoen kubieke meter slib komen. De overblijvende ruimte is bedoeld voor baggerspecie uit andere gebieden. Om daarvoor voldoende plaats over te houden, is het zaak dat de baggeraar in het Ketelmeer zijn horizontale en verticale plaatsbepalingssystemen goed in de peiling houdt. Elke centimeter die hij van de bodem haalt, neemt 280.000 kubieke meter depotruimte in.

Een nog uit te kiezen natte aannemer zal begin volgend jaar tussen Schokkerhaven en Ketelhaven, midden in het Ketelmeer, starten met de aanleg van- het depot. „Het wordt een gat van zeker 40 meter diep”, zegt Driebergen. „En als een aannemer kans ziet om tot 50 meter te gaan, vinden wij dat ook prima”. Het depot krijgt een doorsnee van 1 kilometer en wordt omgeven door een 10 meter hoge cirkelvomige ringdijk.

Schone materialen (klei, zand en veen) die bij de aanleg van het depot vrijkomen, zullen grotendeels gebruikt worden voor de aanleg van eilanden, slikplaten en vooroevers direct buiten de ringdijk. De randen van het depot kunnen daardoor worden ingericht als recreatiegebied. Ir. Driebergen: „Door die aanpak ontstaat een schoon Ketelmeer met ruimte voor scheepvaart, natuur en recreatie”.

Een stevige damwand en een dikke ringdijk moeten ervoor zorgen dat toeristen in de buurt van het depot zonder bezwaar een patatje kunnen eten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Grote schoonmaak in Ketelmeer

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken