Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nigeria dreigt Afrikaanse ‘Brentspar’ te worden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nigeria dreigt Afrikaanse ‘Brentspar’ te worden

7 minuten leestijd

AMSTERDAM/DEN HAAG - De uitgesproken doodvonnissen in Nigeria brengen de toch al niet populaire junta in Nigeria ernstig in diskrediet. Zelden ontstond er zo veel internationale kritiek op Lagos als nu. Alleen multinational Shell zwijgt in alle talen over zijn Afrikaanse ‘Brentspar’. Er is slechts een sprankje hoop dat druk van buitenaf groot genoeg zal zijn om de negen dissidenten niet onder het zand te dumpen.

Een militaire rechtbank in Nigeria veroordeelde afgelopen woensdag de prominente activist en schrijver/dichter Ken Saro-Wiwa en acht medestanders tot de strop. De 54-jarige Saro-Wiwa, voorvechter van de Ogoni-minderheid in de zuidelijke olierijke deelstaat Delta, zou volgens het tribunaal het brein zijn geweest achter de moord op vier Ogoni-Ieiders tijdens een bijeenkomst in Port Harcourt, mei 1994. Ken Saro-Wiwa, criticus van het militaire regime en de olie-industrie, heeft regeringsmilitairen voor de dood van de Ogoni’s verantwoordelijk gesteld. Hij voert aan dat de moorden hem ten laste zijn gelegd om hem uit te schakelen.

Ken Saro-Wiwa behoort tot de Ogoni, een etnische minderheid van 500.000 mensen in het zuidoosten van Nigeria. De Ogoni wonen in een gebied waar in 1958 olie werd aangetroffen. Oliewinning door voornamelijk Shell leidde er vanaf die tijd tot ernstige milieuvervuiling. De Ogoni verzetten zich tegen de aantasting van hun gronden. Vanouds vissers en landbouwers, was de exploitatie van het zwarte goud hun een doom in het oog. Pijpleidingen lopen dwars door hun dorpen heen, de bodem versmeert en de visstand loopt terug. De ruzie tussen de Ogoni en Shell liep eerder zo hoog op, dat het concern zich in januari 1993 uit het gebied terugtrok, „vanwege intimidaties van de zijde van de Ogoni”.

Verder eisen de Ogoni dat ze meer geld krijgen uit de oliewinning en wensen ze inspraak bij de ontwikkeling van hun gebied. Tot dusver was dat er niet van gekomen. De stam is een van de armste in Nigeria ’s Lands grootste elektriciteitscentrale staat bijvoorbeeld in Ogoni-land, terwijl er geen elektriciteit in Ogoni-land zelf is. In staatkundig opzicht voelen de Ogoni veel voor een federatieve verhouding ten opzichte van de regering, al gaan ze niet, zoals hun wordt verweten, zo ver dat ze onafhankelijkheid bepleiten.

Neergeslagen

Het zelfbewustzijn dat de Ogoni uitstralen, is voor een groot deel te danken aan Ken Saro-Wiwa. Hij trok als een ambassadeur de wereld rond om goodwill voor de zaak van zijn volk te kweken. Hij was president van de Mosop, sinds 1990 de belangenorganisatie die over een breed draagvlak onderde Ogoni beschikt.

De Nigeriaanse junta beschouwt de Ogoni als een gevaar. Protesten, vreedzaam van karakter, worden genadeloos neergeslagen. Amnesty International ontvangt herhaaldelijk berichten over schendingen van mensenrechten, zegt Al-deskundige Bart Monnens. Monnens: „Men is bang voor een precedentwerking. Nigeria is een ontzettend groot land, met 90 miljoen inwoners. Mocht de strijd van de Ogoni navolging vinden, dan is er een probleem. Nigeria telt 250 verschillende etnische groepen”.

Het Ogoni-gebied werd afgegrendeld na de rellen van mei 1994. Ken Saro-Wiwa werd in de boeien geslagen. „Alleen al in 1994 zouden er zestig dorpen door het leger zijn overvallen, waarbij zeker vijftig doden waren te betreuren. Dat is een voorzichtige schatting. Het is niet mogelijk onderzoek te doen in de regio zelf Wel weten we uit bronnen dat de bevolking op de vlucht is geslagen, huizen zijn platgebrand, oogsten vernietigd en vrouwen verkracht”, vat Monnens samen.

Zelf was de Amnesty-medewerker in december 1994 in Nigeria om onderzoek te doen naar het wel en wee van de Ogoni. Hij kwam niet verder dan Port Harcourt. Zijn missie werd door de autoriteiten tegengewerkt, Toestermning om Ken Saro-Wiwa in de gevangenis te bezoeken, kreeg hij niet. „Berichten van mensen deden me het ergste vrezen voor de toestand waarin Ken Saro-Wiwa zich bevond”.

In Nigeria geniet de zaak van de Ogoni alom sympathie, tot in de hoogste gelederen toe. Diplomaten fluisteren op persoonlijke titel dat ze best weten dat Ken Saro-Wiwa en de zijnen de moorden van mei 1994 niet hebben gepleegd. Schrijvers werpen zich op als vriend van Ken Saro-Wiwa. De zaak leeft met name bij de zuidelijke Ibo’s. Zij zijn net als de Ogoni christen, terwijl de junta overwegend islamitisch is. Toch is de vervolging van de Ogoni geen religieus conflict, vertelt M. van Walt van Praag, secretaris-generaal van UNPO, de organisatie van 48 naties en volken die niet in internationale organen als de VN zijn vertegenwoordigd.

Opvallend zwijgzaam is de Anglo-Dutch Shell Oil Company. Shell zal conform het motto „business as usual” officieel niet tegen de vonnissen protesteren. Een woordvoerder van Shell Nederland legt desgevraagd uit dat „ons bedrijf zich niet wil mengen in de interne aangelegenheden van Nigeria”.

Van Walt van Praag uit zijn teleurstelling over deze houding. „We hebben jarenlang met Shell overiegd. UNPO heeft altijd benadrukt dat Shell het geschil tussen hen en de Ogoni alleen kan oplossen door met de leiders van de Ogoni aan de tafel te zitten en rustig te praten over de problemen en oplossingen. Dat heeft Shell jammer genoeg niet gedaan. Naarmate de druk hoger werd en de situatie erger, werd het moeilijker voor Shell er iets aan te doen. En dat was in het begin zeker niet het geval”.

De UNPO-secretaris-generaal vindt dat Shell verantwoordelijkheid draagt voor datgene wat er nu gebeurt. „Shell laat de morele plicht na om druk uit te oefenen om de vonnissen niet te laten doorgaan”. Bovendien dreigt er een opstand, in Ogoni-land als de doodvonnissen worden uitgevoerd, voorspelt Van Walt van Praag. Voor Shell houdt dit in dat de kans om in Ogoniland weer operationeel te worden, aanzienlijk vermindert. „Dus als Shell welwillendheid jegens de Ogoni zou tonen, nemen de kansen dat ze daar weer gewoon aan het werk kan, misschien onder wat gewijzigde omstandigheden, toe”. Alle partijden zouden daar baat bij hebben. Olie is immers de kurk waarop de Nigeriaanse economie, voor 80 tot 90 procent, drijft. „Als de olie wegvalt, kan Nigeria geen week meer bestaan”, aldus het Britse blad The Guardian deze week.

Actie

Van Walt van Praag benadrukt dat het proces tegen Ken Saro-Wiwa zuiver politiek van aard is. „Het is niet volgens de normen van het internationale en Nigeriaanse recht gebeurd. Er werd een speciaal militair tribunaal opgericht op deze mensen te berechten. Mogelijkheid van hoger beroep was afwezig terwijl het proces zodanig werd gevoerd dat advocaten van Ken hebben moeten ophouden met verdediging”. Verder zijn er getuigen gebruikt die betaald zijn om leugens te vertellen, weet de UNPO-topman.

Inmiddels wordt er door Amnesty, Bodyshop, Greenpeace, Milieudefensie en UNPO actie gevoerd tegen de doodvonnissen. Jakob von Uexkull, de Duits/Zweedse oprichter van de alternatieve Nobelprijs, heeft consumenten opgeroepen het olieconcern. Sommige kerken zullen de zaak zondag aan de orde stellen. De Nederlandse regering betoont zich „ernstig bezorgd” over de doodvonnissen in Nigeria. De Tweede Kamer doet een dringend beroep op minister Van Mierlo van buitenlandse zaken zich in te zetten voor clementie voor Saro-Wiwa. PvdA, WD, D66, CDA en GroenLinks hebben hun wens in schriftelijke vragen aan de bewindsman voorgelegd. Van Mierlo moet huns inziens eventueel opereren in samenwerking met zijn EU-collega’s. Het ministerie van buitenlandse zaken heeft al laten weten dat het naar een gezamenlijke verklaring in EU-verband streeft, waarin bij de Nigeriaanse regering wordt aangedrongen op de spoedige vrijlating van alle politieke gevangenen en de terugkeer van een democratisch bestuur.

Of de internationale druk helpt, blijft vooralsnog ongewis. Het regime-Abachi is grillig en irrationeel. Sinds Abachi aan de macht is, 1993, klaagt Amnesty over de ernstigste mensenrechtensituatie van de afgelopen decennia in Nigeria. Monnens: „De gevangenissen puilen uit”.

Het opleggen van doodvonnissen en ze dan omzetten in andere straffen „blijkt opeens een truc van dictator Sani Abacha om humaan te lijken”, zei de in Londen wonende zoon van Wiwa gisteren. Van Walt van Praag beaamt dat. „De vorige keer werden veertig doodvonnissen omgezet in andere straffen. Deze keer is de druk even groot, dus hoop ik dat het op dezelfde manier uitpakt”. Voor de regering is er nog één uitweg mogelijk om geen gezichtsverlies te lijden. Alleen een hogere raad in Nigeria bekrachtigt vonnissen of zet ze om. Maar de voorzitter ervan is de president Sani Abachi zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Nigeria dreigt Afrikaanse ‘Brentspar’ te worden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken