Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spanje twintig jaar zonder de Caudillo

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spanje twintig jaar zonder de Caudillo

6 minuten leestijd

MADRID - Enkele duizenden Madrilenen vierden gisteren de sterfdag van Francisco Franco, die van 18 juli 1939 tot 20 november 1975, toen hij in een ziekenhuisbed stierf, Spanje in een ijzeren greep hield.

Aanhangers van Franco, bijna zonder uitzondering jongeren, reden luid toeterend door het centrum, zwaaiden de Spaanse vlag met het verboden franquistisch adelaarsembleem en brachten de fascistische groet met uitgestrekte arm. Een spektakel waar bijna niemand meer echt naar omkijkt en dat schaars wordt.

Waar Spanje wel naar omkijkt, vandaag, en met voldoening, is naar de twintigste verjaardag van de ”transición”, de overgang van de dictatuur naar de democratie. Die begon op de dag dat de ”generalisimo” na een langdurige ziekte de laatste adem uitblies. Waarna Juan Carlos, twee dagen later, de troon besteeg waarvoor de dictator hem uitverkoren had.

Om die reden vermoedde niemand toen dat de door Franco opgevoede prins, die bij de troonsbestijging zijn eigen vader passeerde (de rechtmatige opvolger van de in 1931 afgetreden koning Alfons XIII) het prille begin van de democratie zou inluiden. Die inhaalmanoeuvre ten opzichte van zijn vader Juan rechtvaardigde de nieuwe koning tegenover hem naar het schijnt met de woorden: „Of ik, of anders geen van beiden”. Een zware tijd voor de jonge koning: bij gebrek aan beter begon hij met de taak waarop hij zich altijd had voorbereid, meer dan de meesten vermoeden: te regeren. Om de oude tijden met de nieuwe te laten rijmen.

Juan Carlos had zich voorgenomen om koning van alle Spanjaarden te zijn, en in het geheim, om de basis voor een democratie te leggen. Toen die veilig leek na de mislukte staatsgreep in 1981 en de verkiezing van de socialisten met absolute meerderheid een stevig houvast bood om verder te gaan, schoof hij de taak voor goed van zich af en beperkte hij zich tot de taak om te heersen in plaats van te regeren. Twintig jaar later staat definitief vast dat iedereen het in 1975 met de nieuwe koning mis heeft gehad.

Franco

Franco, die 83 jaar werd, is niet alleen dood, hij ligt ook goed begraven, vindt een meerderheid van de Spanjaarden, volgens recente onderzoeken. Zijn graf, waar zich eergisteren ongeveer vijfduizend aanbidders verzamelden, ligt om precies te zijn in de Vallei der Gevallenen, onder de gewelven van een enorme basiliek die hij door krijgsgevangenen in de rotsen liet uitbouwen, 50 kilometer buiten Madrid. Erboven prijkt een zeker honderd meter hoog stenen kruis. Vlakbij bevindt zich, in het Escorial, de laatste rustplaats van Filips II, met wie Franco zich graag liet vergelijken.

Bijna de helft van de ondervraagde Spanjaarden vindt dat Franco definitief geschiedenis is. De andere helft meent dat het franquisme nog altijd een zekere invloed op de huidige samenleving uitoefent. Opvallend genoeg bestaat deze laatste groep vooral uit jongeren.

De huidige politieke en institutionele crisis die het land doormaakt, heeft aan de herdenking, die voor het overgrote deel aan de doorslaggevende rol van koning Juan Carlos is gewijd, een diepere betekenis gegeven. De enorme spanning van het heden staat in schril contrast met de consensus die naar de eerste democratische grondwet in 1978 leidde. Is het bijna geruisloze overgangsproces van toen dan toch niet zo goed afgewikkeld?

De standpunten onder de bevolking over het franquisme zijn wat gematigder geworden. De Franco-tijd heeft aan waarde ingeboet, maar velen stellen daartegenover dat er zowel goede als slechte kanten aan zaten. Tegelijkertijd is de waardering voor het huidige democratische systeem enigszins gedaald, voornamelijk door de corruptie in de Spaanse politiek. Maar driekwart van de bevolking deelt de overtuiging dat de democratie de enige keuzemogelijkheid is. Vijftien jaar geleden bedroeg dat aantal nog maar 49 procent.

Dat Spanje een van de langste dictaturen in Europa zonder noemenswaardig bloedvergieten van zich af kon schudden en al tien jaar later mee kon doen met de rest van de westerse democratieën, wordt nog altijd als het belangrijkste resultaat van dat proces beschouwd.

Opiniepeilingen wijzen uit dat de waardering voor zowel dit overgangsproces als de twee hoofdrolspelers daarin, koning Juan Carlos en Adolfo Suarez, is gestegen. Suarez was de eerste premier, die door Juan Carlos in 1976 persoonlijk werd aangesteld. Een benoeming die de deur naar de democratie op een kier zou zetten. Net niet te veel om de rouwende franquisten op te schrikken. Voldoende om die deur in enkele jaren helemaal open te krijgen.

Adolfo Suarez is vandaag geheel uit de politiek verdwenen, na zijn UCD-partij in 1981 te hebben verlaten en een mislukte poging te hebben gedaan om een nieuwe partij op te richten. Voor zijn verdiensten heeft de koning hem de titel Hertog van Suarez geschonken. ”Hertog van de Transición”, zou misschien een passender titel zijn geweest.

Pact van stilte

In een interview met de New York Times, vorige week, betreurde Suarez het dat de huidige Spaanse politiek aan een groot gebrek aan dialoog lijdt. In tegenstelling, vindt hij, tot de tijd tussen 1976 en 1981. Voor hem zijn de grootste successen van Gonzalez overigens aan de buitenlandse politiek van de socialistische premier toe te schrijven, met name de toetreding tot de toenmalige EG en de NAVO.

Dat Suarez, die zelf politiek afkomstig was uit de gematigde vleugel van het Franco-regime, succes boekte, was te danken aan drie factoren: hij schakelde de harde franquistische kern uit, kon op de medewerking rekenen van de hervormers in de franquistische kringen en wist met de democratische oppositie te onderhandelen. Suarez was de man die in 1977 de Spaanse Communistische Partij legaliseerde. Een stap waarbij velen de adem inhielden uit angst voor de reactie van het leger. Deze bleef uit, nadat koning Juan Carlos, die vele van de hoogste militairen persoonlijk kende, had gerustgesteld.

De overgang ging geruisloos. Grote schoonmaakoperaties onder de politie het leger en andere hoge functionarissen bleven uit. Een minister van Franco, Manuel Fraga, richtte de conservatieve Alianza Popular op, waaruit de huidige grootste oppositiepartij Partido Popular van Aznar voortkwam. Hij werd zelfs gekozen tot president van Galicië, wat hij nog steeds is. Toch was hij medeverantwoordelijk voor verscheidene executies van politieke activisten tijdens het franquisme, een voorbeeld van het ”pact van stilte”, dat voor een groot deel de overgang zo geruisloos maakte.

Wat het enigszins verdere verleden betreft, dat van vóór 1975, zijn de meeste sporen nu ieder geval wel uitgewist. Franco is nog wel af en toe te ontwaren op munten van 25 pesetas die nog steeds in omloop zijn. En in wat afgelegen gangen van kazernes zijn soms bestofte gravures van de Vallei der Gevallenen te bespeuren aan de muren. In wegrestaurants zijn er altijd wel in de winkelafdeling flessen wijn te vinden met op het etiket het hoofd van de generaal. Met stickers op de autobumper waarop de franquistische vlag gedrukt is, willen sommige automobilisten zich ook nog wel eens laten kennen.

In vijf steden, waaronder Madrid, staan ruiterstandbeelden van de ”Caudillo” of Leider. Negen dorpen dragen nog achter hun naam het bijvoegsel ”del Caudillo”. En daar blijft het bij. Franco is begraven. Een enkele snik is hier en daar jaarlijks alleen nog maar op 20 november te horen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 november 1995

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Spanje twintig jaar zonder de Caudillo

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 november 1995

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken