Bekijk het origineel

Het heimwee van een Papoea

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het heimwee van een Papoea

Zacharias Sawor: „Ook al zie je niet direct de vervulling, het ideaal moet je wel blijven vasthouden”

10 minuten leestijd

Tientallen jaren gaf Zacharias Sawor zijn krachten aan het ideaal van een vrije republiek voor de Papoea’s op Irian Jaya. Onder meer als stuwende kracht achter de Nationale Bevrijdingsraad van West-Papoea Nieuw-Guinea, redacteur van de West Papoea Courier en bestuurslid van de Stichting Hulp aan Papoea’s in Nood. Inmiddels heeft hij de meeste functies neergelegd. Een ernstige nierziekte heeft hem ertoe gedwongen. De verbondenheid met zijn verre volksgenoten is er niet door verminderd. Met de bescheiden middelen waarover hij beschikt, biedt de Wageningse onderzoeker daadwerkelijke steun. En hij bidt. Want de zaak van de Papoea’s is voor Sawor bovenal een zaak van geloof.

Al 27 jaar woont Zacharias Sawor -voor vrienden Zachi- in Nederland. Hij heeft er werk aan de Wageningse Landbouw Universiteit, vele vrienden en in vergelijking met volksgenoten aan de andere zijde van de wereldbol een betrekkelijk comfortabel leven.

Toch kwam hij naar Nederland met de hoop eens terug te keren naar het land van zijn geboorte, om zich daar in te zetten voor de opbouw van een onafhankelijk West-Papoea Nieuw-Guinea en begraven te worden bij zijn vaderen. Die hoop is inmiddels verschrompeld. Vier keer per dag moet hij zichzelf dialyseren, om zijn bloed te zuiveren. De nierziekte maakt een definitieve terugkeer naar Irian Jaya vrijwel onmogelijk. Maar het heimwee blijft.

Zendeling

Sawor werd geboren in het dorpje Sowik op Soepiori, een klein eiland ten westen van Biak. Net als alle Papoea’s in dit reeds gekerstende gebied, kreeg hij een bijbelse naam. De Nederlandse zendeling die er werkzaam was, opperde Zedekia, maar die naam klonk de moeder te lachwekkend in de oren. Daarom werd het Zacharias.

Zijn grootvader was de eerste Blakker die contact opnam met Nederlandse zendelingen in Manokwari, op het vasteland, en hen verzocht een evangeliedienaar naar Soepiori te zenden. Het verzoek werd ingewilligd. Met een Ambonese goeroe keerde hij terug. „Die woonde gewoon bij hem thuis en op zondag hield hij dienst. Ook mijn moeder was een diep gelovig; vrouw, die de evangelisten steunde. Ze hadden maar kleine salarissen en werden door de gemeente geholpen door bijdragen in natura. Mijn moeder ging alle mensen langs om die te verzamelen”.

Net als de meeste bewoners van Soepiori onderhield vader Sawor zijn gezin van de visvangst en de opbrengst van de tuin. Ondanks het bescheiden inkomen mocht Zacharias doorleren. Na de driejarige kampongschool vertrok hij naar het internaat van de jongensvervolgschool op Soepiori. Z’n studieresultaten waren zodanig dat hij in aanmerking kwam voor een opleiding aan de zendingsschool voor middelbaar onderwijs in Hollandia, duizend kilometer verderop. „Dat was een hele stap. Ik moest m’n familie en de vertrouwde omgeving achterlaten”.

Studie

In 1955 werd het eeuwfeest van de zending op Nieuw-Guinea gevierd. Ter gelegenheid daarvan werd onder meer besloten enkele begaafde studenten de gelegenheid te geven in Nederland verder te studeren. Zacharias Sawor was een van hen. Hij koos voor een opleiding aan de Rijks Hogere School voor Tropische en Subtropische Landbouw in Deventer.

De bedoeling was dat hij zich na afronding van deze studie verder zou specialiseren in Canada. De politieke ontwikkelingen doorkruisten dat plan. In 1962 droeg Nederland het bewind over Nieuw-Guinea over aan Untea, het voorlopig bestuur van de Verenigde Naties. De Nederlandse ambtenaren verlieten massaal het land. Om te voorkomen dat alle vrijgekomen plaatsen bezet zouden worden door Indonesiërs, kregen gestudeerde Papoea’s die elders verbleven het dringende verzoek onmiddellijk huiswaarts te keren.

Ook Sawor ontving een telegram. Hals over kop reisde hij naar Hollandia en werd daar meteen gebombardeerd tot topambtenaar van de Dienst Landbouw, met als specialisme de inspectie van het landbouwonderwijs. „Het was een chaotische situatie. Je had geen tijd om je degelijk voor te bereiden. M’n voorganger was zich al aan het gereedmaken voor vertrek”.

Gevangenschap

In 1963 werd formeel het verbod op politieke activiteiten opgeheven. Sawor werd penningmeester van de Indonesische Christelijke Partij Parkindo. Het werd hem door de nieuwe machthebbers niet in dank afgenomen. Hetzelfde jaar werd hij al opgepakt, maar toch weer vrijgelaten.

Twee jaar later werd hij opnieuw gearresteerd en verdween hij voor een jaar achter de tralies, wegens verboden politieke activiteiten voor de door hemzelf opgerichte Nationale Bevrijdingsraad van West-Papoea. Doel van dit orgaan was voorlichting aan het volk, om dat te waarschuwen tegen het zoetgevooisde geluid van de Indonesische overheid, die met de volksraadpleging in het vooruitzicht gouden bergen beloofde.

Papoea’s op Biak hadden inmiddels de onafhankelijkheidsbeweging Organisasi Papoea Mcrdeka (OPM) opgericht, als reactie op de wandaden van Indonesische militairen. Vanwege de enorme afstand tussen Hollandia en Biak was er aanvankelijk nauwelijks contact tussen beide organisaties. Wel had de onafhankelijkheidsbeweging de sympathie van Sawor, hoewel hijzelf de voorkeur gaf aan de diplomatieke weg.

Vlucht

Augustus ’66 werd de vooraanstaande Papoea vrijgelaten en kreeg huisarrest. Tien maanden later wist hij met vrouw en kinderen te vluchten naar Australisch Nieuw-Guinea, het huidige Papoea Nieuw-Guinea. Vanuit een vluchtelingenkamp onderhield hij contacten met vrienden in Nederland, onder wie de Tweede- Kamerleden Scheps en Van Rijckevorsel, die hij belangrijke documenten over de Indonesische terreur tegen Papoea’s toezond. Publikatie ervan in De Telegraaf bracht mr. J. A. M. H. Luns, toenmalig minister van buitenlandse zaken, ertoe om Sawor in Nederland toe te laten.

Hij arriveerde in 1968, het jaar waarin mr. Van Thiel, voorzitter van de Tweede Kamer, met een Nederlandse parlementaire delegatie een bezoek bracht aan Indonesië. „Als ik een Papoea was, zou ik voor Indonesië kiezen”, luidde de conclusie van Van Thiel na terugkeer. Enkele maanden later publiceerde Sawor zijn ”Ik bèn een Papoea”, waarin hij de schrijnende werkelijkheid aan de hand van documenten en feiten uiteenzette.

In 1978 begon hij de uitgave van zijn West Papoea Courier, om het onafhankelijkheidsvuur brandend te houden. Langs ondergrondse kanalen vond het blad ook in Indonesië z’n weg. Daarnaast zette de gedreven Papoea zich in voor de maatschappelijke en geestelijke belangen van de kleine Paoeagemeenschap in Nederland. Nog steeds is hij algemeen secretaris van de Stichting Geestelijk en Sociaal Welzijn Papoea’s.

Cultuur

Wat is voor Sawor de essentie van de Papoea-cultuur? „De gemeenschapszin. Het sociale leven in onze kampong is heel sterk. De mensen helpen elkaar, ook financieel. Dat mis je vaak in deze moderne maatschappij. Welvaart heeft een negatieve invloed op het gemeenschapsleven. En op het religieuze leven. Op West-Paoea is veel armoede, maar de kerken zitten er stampvol. Niet alleen in het binnenland, ookinjayapura”.

Heeft u oewustgeprobeerd uw eigen cultuur vast te houden?

„Mijn vrouw en ik hebben tegen elkaar gezegd: We zitten nu eenmaal in dit land en kunnen niet doen alsof we nog in Nieuw-Guinea wonen. We wilden onze kinderen een goede opleiding geven en hebben hen gestimuleerd de Nederlandse taal te leren. De taal is het belangrijkste communicatiemiddel. Die moet je goed onder de knie hebben, om mee te kunnen komen”.

Sawors kinderen zijn meer Nederlander dan Papoea. „Laat ik zeggen, half-half Nieuw-Guinea is hen niet onverschillig. Mijn dochter is twee keer terug geweest. Die is helemaal weg van het land”.

U voelt zich nog voor honderd procent Papoea?

„Natuurlijk. Ik ben daar opgegroeid. Twee keer ben ik in Papoea Nieuw-Guinea geweest. Dan voel ik me weer thuis”.

Verdeeldheid

De Zuidmolukkers in Nederland hebben altijd veel meer aandacht gehad dan de Papoea ’s. Hoe verklaart u dat? „Wij zijn maar met een kleine groep.

De totale gemeenschap telt ongeveer tweeduizend mensen, inclusief de Ambonezen, Guinezen en Togonezen die in Nieuw- Guinea geboren zijn en zich Papoea voelen. We wonen bovendien over heel Nederland verspreid, van Maastricht tot Groningen. En velen hebben geen werk. De Zuidmolukse gemeenschap in Nederland telt 40.000 mensen. Dan heb je meer armslag, ook financieel.

Met de Molukkers zijn altijd goede contacten geweest. Een groot deel van de goeroes op Nieuw-Guinea kwam van Ambon. Er is ook altijd een Papoea-delegatie op de landelijke onafhankelijkheidsdag van de Molukkers, in de Houtrusthallen

Naar buiten toe hadden de Molukkets een duidelijk symbool in de persoon van ir. Manusama, president in ballingschap van de vrije Molukse Republiek. Heeft zo ’n identificatiefiguur bij de Papoea ’s niet te veel ontbroken?

„Ook wij hebben onze oudsten, zoals Jouwe en Kaisiëpo. Het probleem bij ons is dat we niet alleen met een kleine groep zijn, maar politiek ook erg verdeeld. Jouwe en Kaisiëpo hebben al die jaren met elkaar in onmin geleefd. Dat heeft doorgewerkt onder de jongeren. Gelukkig gaan die de laatste tijd beseffen dat er eenheid moet komen. De verhoudingen worden beter.

Ideaal

Was er sprake van een politiek verschil of een persoonlijke vete?

„Ik denk dat het een persoonlijk probleem is. Jouwe komt van Hollandia, Kaisiëpo van Biak. Er was altijd rivaliteit tussen die twee. Ik heb geprobeerd om eenheid te creëren, maar dat is niet gelukt. Toen heb ik me aangesloten bij Jouwe. Die rivaliteit ben ik blijven betreuren. In 1982 hebben we een verzoeningscongres gehad,-in Oegstgeest. Dat leek aardig te slagen, maar er kwamen er toch weer die het conflict aanwakkerden.

Deze tweedeling loopt op dit moment niét meer zo door de Papoea-gemeenschap in Nederland. Jouwe en Kaisiëpo zijn oud en spelen geen rol van betekenis meer”.

Wie is nu de toonaangevendeftguur?

„Naa… Je hebt… Nicolaas Jouwe treedt af en toe nog op”.

Een echte opvolger is er niet?

„Nee, eigenlijk niet. De zaak is langzamerhandwat aan het wegebben. De mensen hebben geen geduld meer. Denk ik hoor. Toen ik nog in de West Papoea Courier schreef, heb ik ze vaak gewaarschuwd tegen verslapping. Dat ze helemaal niet meer geloven in de toekomst van een onafhankelijk West-Papoea. Ook al zie je niet direct de vervulling, het ideaal moet je blijven vasthouden”.

Derderangsfiguren

„Het is niet zo dat het ideaal onder de jongeren helemaal gestorven is. Maar ze zijn erg druk met een heleboel zaken. Neem dat krantje. De huidige redactie bestaat uit allemaal academici. Ze hebben ongelooflijk veel kennis. Maar minder vuur. Of de zaak op termijn geheel zal doven, weet ik niet. Naarmate je ouder wordt, ga je meer denken aan je wortels. Neem mijn dochter. Ze heeft hier gestudeerd, is doctorandus in de Engelse taal, heeft een Nederlandse vriend. Toch werd ze al bij haar eerste bezoek aan Nieuw-Guinea meteen door het land gegrepen”.

In welke mate leeft op Irian nog het ideaalvan een vrij West-Papoea?

„Heel sterk. Ik heb intensief contact met mijn grote familie daar. Als vandaag een vrije verkiezing werd uitgeschreven, kozen ze allemaal voor onafhankelijkheid. Uit elke brief die ik krijg, komt dat naar voren”.

Australisch Nieuw-Guinea werd onafhankelijk, maareen bemoedigend voorbeeld is het niet. Economisch hebben de Papoea ’s op Irian het denk ik beter dan die in Papoea Nieuw-Guinea.

„Dat zal ik niet zeggen. Onze mensen worden opzij gezet en de goede banen gaan naar de Javanen. De Papoea’s vormen in Jayapura al een minderheid. Het zijn derderangsfiguren in hun eigen samenleving geworden. En de transmigratie gaat onverminderd door”.

Bidden

Wat kunt u nog doen voor uw volk?

„Al het geld dat we overhebben, sturen we naar familie in Nieuw-Guinea of naar andere mensen die noodlijdend zijn. Als wij dat niet deden, zouden hun kinderen nauwelijks naar school kunnen”.

Die wetenschap legt een zware druk op Sawor. „Maar je voelt het als een verplichting. Materieel hebben wij het veel beter dan zij. Dari heb je de plicht om te helpen. Vorige week kregen we bericht van een neef die een eenjarige opleiding in Bandoeng wil volgen. Hij schreef vanuit Jakarta dat hij 850.000 roepia’s moet betalen, ongeveer 700 gulden. Wat moetje dan? Als je geen geld overmaakt, wordt die jongen teruggestuurd en neemt een Javaan zijn plaats in. We hebben het maar gedaan”.

Speelt uw christelijke levensovertuiging daarin ook een rol?

„Precies. Het richtsnoer in mijn leven is: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf Nooit zal een Papoea die echt hulp nodig heeft, tevergeefs een beroep op mij doen. En ik bid natuurlijk. Dat het eens goed komt”.

Daar hebt u nog altijd hoop op?

„O ja, ik ben een christen. Ik denk dat God een bestemming heeft voor mijn land. De Indonesische staat zal een keer uit elkaar vallen. Misschien zal ik dat niet meemaken, maar dat doet er niet toe. God heeft een bedoeling met de Papoea’s. Dat weet ik zeker”.


Van 27 januari tot 21 april 1996 is in het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde de reizende tentoonstelling ”Papoea’s in Nederland” te zien. De expositie toont de emancipatie van verschillende generaties Papoea’s in Nederland en werd opgezet door het Museum voor Volkenkunde, in samenwerking met de Stichting Papoea Volken (PAVO).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Het heimwee van een Papoea

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken