Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

OM vraagt vrijspraak verdachte balpenmoord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

OM vraagt vrijspraak verdachte balpenmoord

„Rond vonnis blijft toch geur van schuld hangen”

4 minuten leestijd

DEN HAAG (ANP) - Procureur-generaal mr. M. van der Horst heeft gisteren vrijspraak gevraagd voor de 25-jarige J. T., verdachte in de strafzaak rond de geruchtmakende Leidse balpenmoord.

De rechtbank veroordeelde de student vorig jaar tot twaalf jaar gevangenisstraf. Zij verklaarde bewezen dat de verdachte op 25 mei 1991 zijn 53jarige moeder heeft vermoord door haar met een kruisboog een balpen in het hoofd te schieten. De zoon trof de vrouw destijds dood in haar huis aan. De sectie bracht aan het licht dat een Bic-pen via een oogkas de schedel was binnengedrongen.

Verrassend

Het requisitoir van mr. Van der Horst was verrassend. Aanvankelijk leek het erop dat hij andermaal een forse celstraf tegen de verdachte zou gaan eisen. Hij somde de bewijsmiddelen op, die zijns inziens nog steeds een wettige basis voor een veroordeling zouden vormen.

De zaak gaat echter mank waar het de overtuiging van het bewijs betreft, aldus de procureur-generaal. Een strafrechter heeft de „volkomen overtuiging” van de schuld van een verdachte nodig om hem te kunnen veroordelen, „zonder de geringste twijfel”. Mr. Van der Horst achtte zich onvoldoende overtuigd. Het bewijs bevat slechts „elementen van overtuiging”. Cruciaal in de bewijsmiddelen zijn de verklaringen van een psychotherapeute, aan wie T. zou hebben opgebiecht dat hij zijn moeder had vermoord. Voordat hij daartoe overging, tastte hij eerst de grenzen van haar beroepsgeheim af. De therapeute, die anoniem is gebleven en ook door het hof achter gesloten deuren is gehoord, is na ampele overweging met haar verhaal naar de politie gestapt.

De verdedigers van T. , mr. C. Ray makers en mr. B. Ficq, hebben de betrouwbaarheid van de verklaringen van de therapeute allerwege betwist. Bovendien vinden zij dat de vrouw ver buiten haar boekje is gegaan door haar geheimhoudingsplicht te doorbreken. Het openbaar ministerie (OM) kan daarom geen gebruikmaken van haar verklaringen, aldus de raadslieden.

De procureur-generaal is een tegengestelde mening toegedaan. De bij de therapeute afgelegde „bekentenis” van T. heeft des te meer waarde omdat hij in een veilige omgeving is afgelegd, „waarin de noodzaak tot verbergen of liegen ontbrak”. Stond donderdag in het teken van de verklaringen van de therapeute, woensdag besteedde het hof een dag aan het onderzoeken van nieuw materiaal over het afschieten van een Bic-pen. Na de veroordeling door de rechtbank togen tal van deskundigen aan het werk om vast te stellen hoe een balpen een menselijk hoofd kan binnendringen en of dat ook met behulp van een kruisboog kan, zonder daarbij de pen te beschadigen.

De laatste vraag beantwoordden allen negatief. De vader van T. -kort na de dood van zijn ex-echtgenote zelf aangemerkt als verdachte- heeft getracht aan te tonen dat een val wél kan leiden tot het onbeschadigd verdwijnen van een pen in een hoofd. Al met al is onduidelijk gebleven op welke manier het slachtoffer om het leven is gekomen. Over de vrouw is in de zaak nagenoeg niets bekend geworden.

De beide advocaten vinden dat alle onderzoekingen hebben aangetoond dat hun cliënt onmogelijk schuldig kan zijn. Zij vonden dat om het requisitoir van mr. Van der Horst „een geur van schuldigheid” is blijven hangen, ook al concludeert hij tot vrijspraak. Daarom vroeg mr. Ficq het hof T. vrij te spreken „wegens gebleken onschuld”, een zeldzaamheid in de strafrechtspraak.

Dwaling

De Maastrichtse hoogleraar sociaal wetenschappelijke studering van het recht dr. H. Crombag noemt de eerdere uitspraak van de rechtbank waarin een celstraf van twaalf jaar werd geeist een rechterlijke dwaling.

Volgens Crombag had de officier van justitie destijds al moeten nagaan of de moord wel zo gepleegd zou kunnen zijn. ,2eker toen twee deskundigen, prof. Cohen en prof. Worst, gezegd hadden dat dat volgens hen onmogelijk was. Toen had de officier of de rechtbank in ieder geval om nader onderzoek moeten vragen”, aldus Crombag. „Want van meet af aan wist het openbaar ministerie dat er problemen waren”.

Hij spreekt van een rechterlijke dwaling omdat het bewijs door het OM nooit is geleverd en toch een veroordeling volgde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

OM vraagt vrijspraak verdachte balpenmoord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken