Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zijn dorsvioer doorzuiveren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zijn dorsvioer doorzuiveren

6 minuten leestijd

„Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvioer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden”. Matthéüs 3:12

Johannes, de heraut, begon zijn ernstige prediking. Het was ‘s HEEREN tijd. De dageraad was gekomen. Een lange, donkere tijd ging ten einde, de schaduwen begonnen te vlieden. Vierhonderd jaren was er geen profeet geweest Voor Gods kinderen was waar wat de psalmist zegt „Niet een profeet is ons tot troost gebleven, geen sterv’llng weet hoe lang dit duren zal”.

Nu was de tijd gekomen dat Johannes de Doper mocht gaan getuigen van Hem, Die de gezonden Profeet des Vaders was. Lees het hoofstuk maar na. Hij gebruikt In deze bovenstaande tekst een ernstig woord; een boodschap die toch door velen niet verstaan werd. Velen schrokken er niet van. Het ging toch goed met hun eigenwllllge godsdienst? De Farizeeën en de Schriftgeleerden hadden genoeg aan hun eigengemaakte Inzettingen. En nu onvervracht komt de voorloper van Koning Jezus te vertellen: „Wiens wan In Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvioer doorzuiveren”.

Zijn prediking wos krachtig en greep In de consciëntie van sommigen In. Hij had gezegd: „Bekeert u!” De mens had zich In zijn diepe val van de God des Levens afgekeerd. Hoewel in het Oude Testament menigmaal gewezen vras op de komst van Koning Jezus om te verlossen van zonde en verderf, had de grote massa er geen oren naar. Evenals In onze tijd. Toch had deze profeet meegedeeld: „Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”. Met andere woorden: „Ik ben gezonden om onderdanen te werven voor Koning Jezus. Hij Is geen aards koning; Hij heeft een geestelijkoninkrijk”.

Het vras verbazingwekkend, velen liepen Hem na. Jong en oud kwam tot Zijn prediking. En zeker, er waren er die op hun knieën terechtkwamen. Door de Heilige Geest vonden er waarachtige bekeringen plaats. Maar... bij velen was het slechts een morgenwolk! Velen dachten: „Wij zijn kinderen van Abraham. Wat ontbreekt ons nog?” Dodelijkgerustging men verder en zo ook In onze tijd! Johannes moest van Boven zeggen: „Wie heeft u aangewezen te ontvlieden de toekomende toorn?” O, God had geen lust In hun verderf. Maar, de bijl lag airede aan de wortel. O, Johannes wist Jezus kwam als Degene, Die van de Vader gezalfd vras met de Heilige Geest zonder mate. Johannes wees van zichzelf af en wees op Hem, Die redden kon van Gods rechtvaardige toom. Christus zou twee dingen doen. Onze tekst zegt „En Hij zal Zijn dorsvioer doorzuiveren”. Dat Is de zichtbare kerk. Daarin zijn kaf en koren dooreengemengd. Zijn wan zal het kaf weg blazen door de kracht van wet en Evangelie. En wat door genade koren mag worden, zal Hij verzamelen In de hemelschuur. Daar wordt plaats gemaakt In en bij Hem voor degenen die leerden: „Ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens eigen Ik ben”.

In de grote dag der dagen zal het openbaar komen dat velen meenden In te gaan en niet zullen kunnen. Johanne.’ waarschuwde er al voor en Slons betalende Borg zal als grote hemelrechter wegdoen wat niet hier op aarde de strijd verloor en een arme zondaar voor God werd. O, die boodschap die Johannes bracht brenge ons allen tot een nauw onderzoek. Vergeet niet eeuwig wel of eeuwig wee brengt Hij op Zijn weegschaal mee! Ogenschijnlijk gemeend bij het koren te behoren en dan te laat te zien: Ik was en bleef maar waardeloos kaf! En dat betekent eeuwig buiten te staan! De Heere Jezus heeft zo treffend gezegd: „En Hij zal de schapen tot Zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot Zijn linkerhand” (Matthéüs 25:33). Tot degenen die aan Zijn rechterhand zijn zal de Koning zeggen: „Komt gij gezegenden Mijns Vaders! Beërft dat koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld”. En dan volgt HOE zij geleefd hebben. Lees maar de verzen 35-40. Dan zal dat volk openbaar komen hoe hun levensbegeerte geworden was. En dan Zijn dierbaar antwoord: „Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt zo hebt gij dat Mij gedaan”. Wat een wonder! Ook een boodschap aan Gods kinderen, om elkander niette verachten, maar te wandelen door de liefde en te zoeken naar het welvaren van de tobbers, die zo dikwijls vol strijd door dit leven gaan. Die zo vrezen dat het geen waarheid In hun leven Is. Wat zal dat voor dezulken eeuwig meevallen! Ik heb nu wijlen dominee Fraanje eens horen preken over dat opgevoerd worden In de korenschuur. Dat er een volk Is dat van de meevallers mag leren leven. Maar ook dat het voor hen allen, de meer geoefenden en de kleinen, eeuwig mee zal vallen.

Maar, dan zal die Koning ook zeggen tot degenen die ter linkerhand zijn: „Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid Is”. En dan gaat Konin Jezus zeggen hoe hun leven geweest Is: namelijk alleen maar schijn. O, lees die teksten eens na! Ernstig klinkt dan ten slotte de boodschap: „En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven!”

Johannes heeft zo ernstig gewaarschuwd, omdat hij een boodschap uit de hemel had voor zijn medemensen, maar ook troost voor zielen die zichzelf niet kunnen helpen. Hij heeft gewezen op het Lam Dat geslacht Is. Maar ook hen die zichzelf hielpen als Farizeeën, nadrukkelijk voorgehouden wat hun deel zal zijn als ze met vormengodsdlenst zich wel dachten te kunnen redden. Laat het toch voor ons allen een ernstige boodschap zijn. Gods oordeel is een rechtvaardig oordeel. Maar, er is ook een volk dat om Christus’ wil behouden mag worden.

We klagen dat we leven in een donkere tijd. En dat Is ook zo. We moeten onze eigengerechtigheid kwijt En, ondanks alles, zal er toch een overblijfsel zijn naar de verkiezing der genade. Met al wat wij menen zelf te hebben, kunnen we niet zalig worden. We eindigen met de booschap die Petrus mocht geven: „Daarom, broeders, benaarstlgt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken, want dat doende zult gij nimmermeer struikelen”. De Heere geve een biddend bedelaarsleven, tot Gods ere en de zaligheid van uw zielen.

Ds. A. W. Verhoef

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Zijn dorsvioer doorzuiveren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken