Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oorlog onder de waterspiegel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oorlog onder de waterspiegel

Vissers ruziën met overheid en Dierenbescherming

12 minuten leestijd

Het anders zo kalme sportviswereldje staat op z’n kop. Interne conflicten bi nnen en tegenstellingen tussen visverenigingen, -federaties en -organisaties laaien hoog op. Als klap op de vuurpijl is ook de Di erenbeschermi ng een kruistocht tegen de hengelaar gestart. En niet zonder succes. De minister komt met ni euwe ge- en verboden, tot grote woede van de sportvisser. De stilteliefhebbers dreigen met tegenmaatregelen. Onder water was het al oorlog. Langs de wal nu ook.

Vissen met een hengel is duizenden jaren oud, zo blijkt uit archeologische vondsten in Egypte. Het vissen met een vlieg, kunstvlieg en gelede stok viferd ook al door de Romeinen beoefend. Waarschijnlijk heeft de hengelvisserij eveneens in ons land al vrij vroeg haar intrede gedaan. Aan het eind van de Middeleeuwen verschenen zelfs hengelboeken. In de 18e eeuw is voor het eerst sprake van „recreatie met de hengelroede”. Ook predikanten hebben daarin hun geschiedenis. Ds. Geuttsen bijvoorbeeld. Hij doet in 1938 zijn intrede als predikant in Jutphaas en krijgt al snel als vissende dominee de nodige bekendheid. Hengelen is zijn hobby, maar dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Wanneer een boer protesteert dat de predikant zich beter wat meer in de gemeente kan laten zien, krijgt het betreffende gezin al heel snel huisbezoek: ‘s morgens om vijf uur. Wellicht het tijdstip dat de dominee gewend is om te gaan hengelen.

Onder grote druk

Predikanten in de gereformeerde gezindte staan over het algemeen niet afwijzend tegenover het fenomeen sportvissen. Een enkeling vist zelf of heeft dat ooit gedaan. Ze zien dit overigens niet als reclame en willen daarom liever niet met name genoemd worden. Een van hen zegt: „Ik ben enkele jaren geleden een paar keer wezen vissen, puur als ontspanning. Maar eerlijk gezegd houd ik er niet van: een worm aan een scherpe haak doen om een ander levend dier te vangen. Gevoelsmatig denk ik dan: Waar ben ik mee bezig? Aan de andere kant zie ik geen principiële redenen om het te verbieden. De Heere Jezus zei tegen Petrus: Werp uw angel uit”.

Een andere dominee: „Ik heb vroeger regelmatig gevist, maar we namen de vangst mee en het was dus niet zozeer voor de sport. Ik ben ermee opgegroeid. Of een vis pijn voelt, kan ik niet bepalen. Het is in ieder geval een goede manier van ontspanning. Gemeenteleden die onder grote druk staan, zou ik kunnen aanraden te gaan vissen. Bijbels gezien is er niets op tegen”.

Prominente landgenoten laten zich liever niet in het openbaar zien met een hengel. Alsof er een soort taboe op rust. Slechts een enkeling schaamt zich niet voor zijn passie. Ook het Koninklijk Huis schijnt, volgens ingewijden, een visabonnement te hebben. In het buitenland ligt vissen minder gevoelig. Prins Charles van Engeland wordt regelmatig tijdens het hengelen gefotografeerd. Dat zelfde geldt voor de Zweedse koning Gustav. In Amerika is vissen de grootste gezinssport.

Divers

Op dit moment vertoeven zo’n 1,6 miljoen Nederlandse sportvissers al dan niet regelmatig langs de waterkant. Het enige wat de groep gemeen heeft, is de hengel en de passie om er wat mee te vangen. Voor de rest is het vissersvolk net zo divers als het onderwaterwild. Zoet- en zoutwatervissers, met of zonder levend aas, zonder sportvisakte of mét vergunning, ga zo maar door.

Ze zijn het over veel dingen oneens. Over levend aas bijvoorbeeld, of over de zogenoemde vrije hengel. Visverenigingen proberen viswateren van elkaar af te snoepen of houden goede stekken buiten de federatie, zodat het voor andere vergunninghouders verboden gebied wordt. Ruzies onderling en met de overheid, want dfe lijkt - met behulp van de Dierenbescherming- een nieuw slachtoffer gevonden te hebben. Bestuurders en andere prominenten binnen het hengelsportwereldje worden emotioneel als ze spreken over de huidige crisissituatie. Een van hen is Kees Ketting. Zijn naam is een begrip binnen de sportvisserij. Behalve hengelaar, fotograaf en auteur van diverse hengelsportboeken is hij chef-redacteur van

“Het Vis Blad”, maandblad van de Nederlandse Vereniging van Sportvisfederaties ( NWS) . De N WS behartigt de belangen van zo’n 400.000 leden en is gesprekspartner van de overheid. Ondanks dat Ketting enige publiciteit voor zijn nieuwste boek “Sportvissen” best kan gebruiken, weigert hij een interview. Hij is bang dat de kwestie “levend aas” ter sprake zal komen, „en dat is levensgevaarlijk voor de sportvisserij”. Eén raadselachtige uitspraak, maar de auteur weigert zijn woorden nader toe te lichten. „Ik bedoel wat ik zeg. Op 1 januari volgend jaar wil ik verder praten”.

Beet

Minder geheimzinnig reageert Pierre Bronsgeest, hoofdredacteur van het onafhankelijk sportvissersmagazine “Beet”. Het populaire blad heeft een oplage van 65.000 exemplaren en werkt samen met internationale visbladen. “Beet” is vooral geliefd vanwege het professionele uiterlijk, de pakkende reportages en schitterende kleurenfoto’s. Dit jaar is het feest op de redactie. Het magazine bestaat twintig jaar.

De vreugde wordt echter door de ontwikkelingen in de sporrviswereld getemperd. De minister heeft aangekondigd dat er per 1 januari 1997 niet meer met een aasvisje gevist mag worden. Op aandringen van de Dierenbescherming, die er overigens geen geheim van maakt dat hengelen helemaal verboden dient te worden. Vissen met levend aas wordt vooral toegepast bij het vangen van roofvis, zoals snoek, snoekbaars en baars. Daarbij wordt de haak door de rugvin of neusgaten van een kleine vis gedaan. Het aas kan tot op zekere hoogte vrij rondzwemmen als lokmiddel voor een grote ‘jager’. Zodra die het slachtoffer grijpt, komt de haak in de bek van de roofvis terecht en wordt die vervolgens naar de kant gesleept. Een andere methode is het fleuren, waarbij de vislijn van voor naar achteren door het vetweefsel van de vis wordt gehaald. Aan het eind van de lijn wordt vervolgens de fo haak bevestigd. Deze methode is inmiddels|i wegens dierenmishandeling door de rechtefci verboden.

Woede

Hoofdredacteur Bronsgeest steekt zijn woede over de ministeriële dreiging niet onder stoelen of banken. Terwijl de N WS probeert met argumenten de bewindsman op andere gedachten te brengen, geeft de hoofdredacteur zijn gevoelens alle ruimte. Ook richting de landelijke sportvisorganisatie is zijn kritiek niet mals. „De N WS is te netjes geweest. Ze hebben veel vertrouwen in de politieke partijen, maar worden door hen niet serieus genomen”.

“Beet” - en min of meer ook de N WSadviseert leden en sympathisanten van de sportvisserij niet meer op voorstanders van het levend-aasverbod te stemmen. Waren dat eerst alle linkse fracties en de RPF, na de discussie vorige week in de Tweede Kamer hebben de meeste partijen hun visie, onder druk van de reacties, iets bijgesteld. Alleen D66 en GroenLinks steunen een wettelijke verbod. De anderen pleiten vooralsnog voor zelfregulering door de sportvissers, hoewel ze deze vismethode niet aanhangen. Een belangrijk argument is het feit dat de nieuwe maatregel niet of nauwelijks wettelijk gecontroleerd kan worden.

Aannemelijk

Wat de minister uiteindelijk zal doen, is niet duidelijk. Voorlopig blijft hij bij zijn besluit dat levend aas per 1 januari 1997 verboden is. Woordvoerder Addie de Jong van de SGP laat weten dat zijn partij in principe tegen het aasvisje is. „Het lijkt me aannemelijk dat een vis pijn lijdt”. Maar voor zowel SGP als RPF betekent dit desondanks geen pleidooi voor een algeheel visverbod. De Jong: „Sportvissen is een verantwoorde manier van vrijetijdsbesteding”. De partij heeft ook van kiezers en leden brieven gehad waarin wordt gepleit voor handhaving van de huidige situatie. De houding van de RPF is opmerkelijk. Enkele weken geleden maakte die fractie nog duidelijk „hoe dan ook” voor een wettelijk verbod te zijn. Vorige week kon de RPF instemmen met zelfregulering door de vissers. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, moet het kamerlid Stellingwerf gedacht hebben.

Een groot probleem is echter de controle op het verbod. De visverenigingen hebben inmiddels al laten weten daaraan niet mee te werken. Bovendien hebben de eigen controleurs daartoe geen bevoegdheid. En de politie heeft geen tijd. Kortom, opnieuw UCll WCL UIC 111 U t l ^l dl VLl j r. S_tll pdLl I CH. l l LIJger blijkt, constateren veel sportvissers. De N WS doet overigens haar best om het gebruik van kunstaas zoveel mogelijk te promoten. Ze krijgt daarbij steun van “Beet”. Zo worden er voor hengelaars cursussen voor het gebruik van nepvisjes georganiseerd en richt het promoten daarvan zich vooral ook op jeugdige hengelaars.

Natuurlijk

Bronsgeest noemt vissen met levend aas „de beste methode en bovendien de meest natuurlijke die er is. Een echtpaar brasem zorgt jaarlijks voor ruim 200.000 nakomelingen. De helft daarvan wordt door roofvis opgevreten. Daar hoor je niemand over. De Dierenbescherming maakt zich druk om een paar visjes die aan de haak gaan. Maar onder water is het oorlog: eten en gegeten worden. Het is te dwaas voor woorden: vissen worden beter beschermd dan ongeboren kinderen en wilsonbekwamen”. Een ander probleem is dat veel plassen door begroeiing niet of slecht vanaf de kant bevist kunnen worden.

Voorlopig is “Beet” tevreden met de houding van de Tweede Kamer. Maar ook de laatste twee voorstanders van het verbod, D66 en GroenLinks, zullen de komende weken met argumenten bestookt worden. Het visblad start een lezersactie, waarbij antwoordkaarten naar de politieke partijen opgestuurd kunnen worden. Wat Bronsgeest betreft is de ommezwaai van de Kamer vooral het gevolg van de massale reacties uit de sporrviswereld. „Het gaat bovendien niet om loos geschreeuw, maar om mensen die doordachte dingen op papier zetten”.

Hij verwacht dat de minister uiteindelijk overstag zal gaan en het verbod zal intrekken. Zelf pleit de hoofdredacteur voor het „afbouwen” van het gebruik van aasvisje in een periode va’n vijftien jaar. „Dan moet het tot een minimum zijn teruggedrongen. We vissen al duizenden jaren op deze wijze, dan is vijftien jaar niet lang”.

Ook de Dierenbescherming geeft overigens toe dat veel sportvissers al op kunstaas zijn overgestapt. Bronsgeest denkt dat de ontwikkeling van nieuwe methoden en vangstmiddelen de komende tijd een hoge vlucht zal nemen. „Ik sluit niet uit dat er een zelfzwemmend kunstvisje op de markt komt. De techniek maakt dat nu al mogelijk”.

Vrije hengel

“Beet” heeft de afgelopen weken veel aandacht aan het besluit van de minister besteed. Lezers konden hun kritiek spuien. En die was niet mals. Dat zelfde geldt voor het plan van de N WS om de zogenaamde vrije hengel op te heffen. Op dit moment bestaat de mogelijkheid om met slechts een sportvisakte langs en op rivieren en doorgaande wateren te vissen. Dat visbewijs is op het postkantoor verkrijgbaar en kost ongeveer 15 gulden. Veel visliefhebbers maken daarvan gebruik omdat een vergun

ning van een vereniging fors duurder is. Voordeel daarvan is echter dat ook in andere, verpachte viswateren gehengeld mag worden. Soms zelfs door heel Nederland, afhankelijk van de soort vergunning.

De N WS vindt de huidige situatie oneerlijk omdat op kosten van de verenigingen ook in de Nederlandse rivieren vis uitgezet wordt. Bovendien betalen de leden mee aan verbetering van de waterkwaliteit en het schoonhouden van de oevers. Volgens Joop Bongets van de N WS profiteert de vrije hengelaar van deze activiteiten zonder dat daarvoor in evenredigheid wordt bijgedragen. „Ze onttrekken zich overal aan, ook aan de huidige regelgeving. De vrije hengel is niet meer van deze tijd. Al e bij ons aangesloten visverenigingen hebben besloten dat die afgeschaft moet worden. Het tegenargument is vaak: ze vissen toch maar een paar keer per jaar. Ons onderzoek heeft uitgewezen dat dit juist niet zo is. Langs de grote rivieren zitten mensen die vaak vissen, n zitten er veel zwartvissers bij. Er wordt toch nauwelijks gecontroleerd”. Een simpel rekensommetje leert echter dat de 400.000 leden van de N WS een minderheid vormen in de sporrviswereld met zo’n 1,6 miljoen min of meer regelmatige hengelaars. Volgens Bronsgeest, die zich presenteert als pleitbezorger van deze groep, wil de N WS echter maar één ding: meer leden. En dat betekent meer geld. Het meest verbaasd is Bronsgeest echter over de verplichting diè de N WS hengelaars wil opleggen. De vereniging valt volgens hem in dezelfde fout als de minister. Zowel de minister als de landelijke visclub lijkt het onderspit te moeten delven. Op dit moment is er geen meerderheid in de Kamer voor het opheffen van de vrije hengel.

Twijfel

In de praktijk blijkt bovendien dat de N WS de zaken wel erg rooskleurig voorspiegelt. Lang niet alle 900 verenigingen en leden ondersteunen het plan. De angst voor een toename van het aantal zwartvissers na deze maatregel en verminderde steun voor de hengelsport in het algemeen, zijn voor een aantal vergunninghouders redenen om op z’n minst te twijfelen aan de woorden van de vereniging.

De uitspraken van de N WS zijn overigens op meer terreinen met de werkelijkheid in strijd. Volgens de organisatie zijn slechts enkele leden tegen levend aas. In de praktijk blijkt in ieder geval dat veel zoutwatervissers niets van deze zoetwatermethode moeten hebben. De geroemde eenheid onder de leden als het gaat om andere kwesties, waaronder de vrije hengel, is er evenmin. Visverenigingen proberen elkaar viswateren af te snoepen, of houden hun goede stekken buiten de federatie. En dat betekent dat andere clubs geen gebruik mogen maken van de visrechten of hun leden voor extra geld een dagvergunning moeten aanschaffen.

Te lief

Daarnaast is er flinke kritiek op de NWS „ die volgens Bronsgeest veel te lief is. „Onze mensen worden bestempeld als criminelen die dieren mishandelen. Door de politiek worden we niet serieus genomen. Het is nu tijd voor acties”.

De N WS werkt daar in ieder geval niet aan mee. „Sportvissers zijn geen actievoerders”, stelt Bongers. De vereniging blijft bij alle politieke partijen lobbyen en tegelijk de publieke opinie bespelen. „Acties werken vaak averechts. Je ziet het bij de boeren. Die hebben tot nog toe ook niets bereikt”.

De landelijk organisatie ziet meer in het beter promoten van de huidige milieuvriendelijke activiteiten, zoals de zorg voor de waterkwaliteit, het uitzetten van vis en het schoonhouden van oevers. Wat dat betreft is het volgens Bronsgeest juist zijn blad dat op milieutechnisch terrein trendsetter is. „”Beet” geeft al jaren veel aandacht aan de omgang met en kennis van de vis en zijn biotoop. Zonder de sportvisserij zou het leven in de meeste wateren al lang verdwenen zijn”.

Dit is het eerste deel van een zevendelige serie over hengelsport. Volgende week vrijdag: “De pijngrens van blankvoorn en spiering”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Oorlog onder de waterspiegel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken