Bekijk het origineel

Oslo verbiedt afzinken Odin-platform

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oslo verbiedt afzinken Odin-platform

Nog geen toestemming voor nieuwe dumpingen van olie- en gasinstallaties

5 minuten leestijd

LONDEN/OSLO - De Noorse regering gaat niet aldoMrd met liet dunpen van het onderstel van liet Odin-gasproductieplatform tissen de Slietland-eilanden en I^oorwegen. Het moet aan land worden gesloopt De Britse regering heeft nog geen besluit genomen over een ander voorstel tot dumping van het onderstel en een deel van de bovenbouvi’ vm het Heather-platform, niet ver daarvandaan. Dit olieplatform is van mijnbouwmaatschappij Unocal, het Odin-platform is fan Esso.

Esso vilde het platform omvertrekken en as kunstmatig rif op de zeebodem acherlaten. Unocal wil het Heather-platferm in zee laten zakken. De verwachtng is dat voor deze laatste dumping dit jaar door de Britse regering gem toestemming meer wordt verleenden dat de dumping wordt gepland wor volgend jaar, samen met het afzilken van nog twee platforms in de dirtcte omgeving.

Als il dit deel van de Noordzee een platfonr moet worden gedumpt, dan is vanwjge het weer de periode tussen april en september de beste tijd. Ove rigens wordt ook gedacht aan het afzinken van de oude pl&tforms in baaien aan de Schotse kust die 30 tot 50 meter diep zijn.

De plannen werden begin deze maand bekendgemaakt. Ondanks de mislukte poging vorig jaar om het olie-opslagplatform Brent Spar te dumpen aan de Schotse westkust, staan op dit moment zo’n zestien platforms op de nominatie om in de komende jaren in zee te worden gedumpt, elf op Brits en vijf op Noors grondgebied. Onder de Noorse platforms bevinden zich enkele exemplaren die behoren tot de Ekofisk-booreilanden. Deze platforms zijn onderling verbonden en vormen een zeer omvangrijk betonnen gevaarte dat moeilijk te transporteren en daarom niet aan land te slopen is.

Verbod

Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Portugal, Spanje en Zweden stemden er vorige zomer mee in dat geen enkel boorplatform meer in zee wordt gedumpt. Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen weigerden met zo’n verbod akkoord te gaan. Zij beschikken over het merendeel van de olie- en gasplatforms, namelijk respectievelijk 208 en 71 op een totaal van 416.

Deze afspraak is in Brussel vastgelegd op de jaarlijkse bijeenkomst van de Ospar-commissie, die zich bezighoudt met de uitvoering van het gelijknamige verdrag dat in 1992 getekend is door de bovengenoemde dertien landen. Het verdrag is opgesteld ter bescherming van de Noord-Atlantische Oceaan en kustzeeën, waaronder de Noordzee. Groot-Brittannië en Noorwegen hoeven zich niet aan de afspraak te houden.

Over het dumpen van olie- en gasplatforms was nog geen duidelijke uitspraak gedaan. Elk geval zou apart worden beoordeeld. Wel werd naar aanleiding van het besluit van de Brit se regering om de Brent Spar te dumpen duidelijk dat buiten de Britse en Noorse regering ieder Noordzeeland tegen het dumpen van dergelijke installaties is en voor het afbreken op land. De Noordzeeconferentie in het Deense Esbjerg vorig jaar juni kwam daarom ook niet tot een eensgezinde afkeuring van deze oplossing van een afvalprobleem. Uiteindelijk koos Shell ervoor de Brent Spar toch niet te dumpen, maar tijdelijk te parkeren in een Noors fjord in afwachting van een andere milieuvriendelijke oplossing.

Nederland

Buiten Groot-Brittannië en Noorwegen heeft Nederland nog 106 platforms in de Noordzee staan en Denemarken 31. De eerste platforms zijn in de jaren zeventig in de Noordzee geplaatst. Zij hebben in de afgelopen 25 jaar alle olie of gas uit een veld opgepompt en zijn overbodig geworden. Sommige platforms zijn al jaren verlaten. Vanaf nu zullen jaarUjks zo’n drie tot vijf platforms in de Noordzee uit productie worden genomen.

De grootste platforms staan in het centrale en noordelijke deel van de Noordzee. Sommige constructies hebben een gewicht van 800.000 ton. Het verwijderen van zo’n massa vereist een heleboel hefcapaciteit, transportmogelijkheden en veiligheidsvoorschriften.

De meest gezaghebbende richtlijnen komen tot nu toe van de Internationale Maritieme Organisatie.’ Zij heeft bepaald dat in ieder geval het topdek met de installaties en het deel direct onder de zeespiegel volledig verwijderd moeten worden. Onder water mogen alleen die delen blijven staan die tot op een diepte van 75 meter geen obstakel vormen. En dan alleen nog als voor de onderdelen geen nieuwe bestemming bestaat, verwijdering technisch niet haalbaar is en extreme kosten veroorzaakt of onacceptabele risico’s met zich meebrengt.

Op het zuidelijk deel van de Noord zee, waar kleinere platforms staan, is het volledig verwijderen van de installaties en het transport naar het vasteland relatief eenvoudig. Volgens de Mijnwet moet in het Nederlandse deel van de Noordzee ieder platform dat niet langer wordt gebruikt, geheel afgebroken worden, ook het onderstel. Driekwart van de platforms in de Noordzee staat in relatief ondiep water tot 55 meter. Het Britse en Noorse deel van de Noordzee is vrijwel overal dieper.

De Brent Spar was vorig jaar het eerste olieplatform in de Noordzee dat moest worden verwijderd. Het olieopslagplatform lag 190 kilometer ten noordoosten van de Shetland-eilanden. Het diende vijftien jaar lang als laadstation voor olietankers, die de olie naar het vasteland brachten. In 1991 nam Shell het uit bedrijf Greenpeace vreesde toen dat van deze dumping een precedentwerking zou uitgaan. Als de Britse regering toestemming geeft om het Heather-platform te dumpen, zal de milieuofganisatie opnieuw in actie komen.

Het dumpen van het onderstel van een platform is vooral een optie voor de zwaardere platforms. In de offshore-wereld leeft nog een andere optie: het onderstel van het platform ondersteboven op de zeebodem zetten. Die mogelijkheid kent twee nadelen: het terrein rond het platform moet afgesloten blijven voor schepen en aan de constructie moet blijvend onderhoud gepleegd worden om te voorkomen dat delen door roest loskomen en op drift raken.

Resten

In de pijpen en reservoirs van alle afgedankte olieplatforms zitten olieresten, schoonmaakmiddelen en zware metaten. Bovendien zijn ze vrijwel altijd enigszins radioactief vervuild. Deze verontreiniging doet zich met name voor in olievelden die met water worden doorgespoeld om de maximale hoeveelheid olie eruit te halen.

Het water lost bariumzouten op, waarin lichte concentraties radioactief materiaal voorkomen. Aan de binnenkant van de pijpen hoopt zich na verloop van tijd radioactief condensaat op. Officieel moeten bij het opruimen van deze onderdelen de zeer strenge veiligheidsvoorschriften van radioactief materiaal worden gevolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Oslo verbiedt afzinken Odin-platform

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken