Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De pijngrens van blankvoorn en spiering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De pijngrens van blankvoorn en spiering

Verbod op gebruik van levend aas drijft Dierenbescherming en hengelaars uit elkaar

12 minuten leestijd

Of vissen nu wei of geen pijn voelen, en zo ja, hoe erg, is een kwestie waarover sportvissers en dierenliefhebbers al lang de degens kruisen. Nu minister Van Aarsten het gebruik van levend aas vanaf volgend jaar wil verbieden, zijn de verhoudingen tussen voor- en tegenstanders aanzienlijk verslechterd. Ondertussen is de vraag legitiem in hoeverre de mens voor zijn plezier de gevinde waterbewoners aan de haak mag slaan. Een oeverloze discussier?

Hengelaars moeten zelf kunnen beslissen of ze het ethisch verantwoord vinden om met levend aas te vissen, vindt Pierre Bronsgeest. De hoofdredacteur van het populaire hengelsportmagazine Beet beschouwt het als de meest natuurlijke manier die er bestaat. „Onder water is het oorlog: eten of gegeten worden”.

Per 1 januari 1997 dreigt een wettelijk verbod op het vissen met levend aas (kleine visjes) om zo een grotere roofvis te verschalken. Daarmee heeft de Dierenbescherming de eerste slag met de 1,6 miljoen Nederlandse sport- en zwartvissers gewonnen, hoewel de Kamer in principe nog tegen een wettelijk verbod is. De hoofdredacteur van Beet is tevreden met de houding van de politiek, maar woedend op de Dierenbescherming. „Zij maakt zich druk om een paar visjes die aan de haak geslagen worden. Een echtpaar brasem legt ruim 200.000 eitjes per jaar. De helft daarvan wordt door roofvissen weggevreten. Daar hoor je ze niet over. Herwordt blijkbaar pas zielig zodra wij er bij betrokken zijn”.

Volgens Bronsgeest weet Dierenbescherming op een uitstekende wijze de emoties van het Nederlandse volk te bespelen. „Er dreigt in Nederland een verkeerde ethische moraal te gaan heersen. Er zijn hengelaars die zeggen: Levend aas is beter beschermd dan wilsonbekwamen en ongeboren kinderen. In ons land is abortus en euthanasie toegestaan, maar koudbloedige en hersenloze vissen mag je blijkbaar niet aanraken. Het is belachelijk dat voor één visje de wet veranderd moet worden”.

Plezierjacht

Trea Scholten, woordvoerster van Dierenbescherming, spreekt haar afschuw uit over het feit dat hengelaars abortus en euthanasie bij de discussie betrekken. „Die vergelijking raakt kant noch wal en is alleen bedoeld om bij het publiek een gevoelige snaar te raken. Typisch “kat in het nauw”-gedrag”. Er zijn overigens massa’s vissers die al lang niet meer met levend aas vissen. Een minderheid vertroebelt de discussie”.

Dierenbescherming is er volgens Scholten niet op uit om het sportvissen in Nederland uit te bannen. „Het is een diepgeworteld en maatschappelijk geaccepteerd fenomeen”.

Dat geldt toch ook voor de jacht?

„Hoewel een vis zelf het initiatief neemt om te happen, bestaat er principieel geen verschil tussen sportvisserij en plezierjacht. Een dier kan zich tegen een geweer niet verdedigen. Op de kogel volgt de dood. Een vis die aan de haak wordt geslagen, krijgt een verschrikkelijke klap, maar kan als de verwondingen niet ernstig zijn nog verder leven. De sportvisser moet dan wel kunstaas gebruiken, want dat slikt de vis niet met haak en al door, de vangst met natte handen beetpakken, de haak uiterst voorzichtig verwijderen en het dier direct zijn vrijheid teruggeven. In een leefnet beschadigen huid, neus en vinnen en ondergaan vissen zware stress, waaraan ze zich niet kunnen onttrekken”.

Excessen

Evenals bij de jacht ageert Dierenbe scherming tegen excessen in de sportvisserij. „We zijn niet bezig met een campagne tegen hengelen, zoals de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties beweert. We stellen enkele methoden ter discussie en willen dat de hengelaar bewuster met een vis omspringt. Je kunt niet alles zomaar met een dier doen. Een vis is geen recreatievoorwerp of wegwerpartikel, een stuk levend speelgoed. Het is een hoog ontwikkeld en gevoelig dier, dat over dezelfde zintuigen als de mens beschikt. Bovendien heeft het nog een zesde zintuig: de zijlijn. Hiermte kan het zijn omgeving nauwkeurig waarnemen en in het water rondspeuren als een hond met zijn gevoelige neus langs een bospaadje. Vissen nebben ook een eigen taal. Ze produceren alarmsignalen, liefdesliedjes, paaigeluiden en strijdkreten. Met onderwatermicrofoons registreer je ritmisch kloppen, ratelen, galmen en knallende geluiden. Men heeft ook kunnen vaststellen dat iedere voorn, brasem, zeelt of karper zijn eigen individuele geur heeft, waaraan de andere vissen hem herkennen”.

Dierenbescherming richt zich op uitwassen als het vissen met levend aas en rallyvissen. „Dat laatste is een absurde vorm van wedstrijdvissen en gebeurt vooral in Groningen. Men probeert in korte tijd zo veel mogelijk vis te vangen en stopt die in droge plastic zakken. Na de wedstrijd wordt de vangst geteld en gewogen om vervolgens als afval gedumpt te worden. Een gruwelijke vorm van dierenmishandeling”.

Gevoelloos

Scholten brengt ook het zogenaamde fleuren ter sprake. „Hierbij trekt men met een naald een nylon draad door de rug van het aasvisje. Gelukkig heeft het gerechtshof in Den Haag twee maanden geleden deze bevcstigingsmethode veroordeeld. Dat deze onafhankelijke instantie erkent dat vissen gevoel heboen en pijn kunnen lijden, zegt toch genoeg?”

Dat laatste trekt Bronsgeest in twijfel. „Dierenbescherming vermenselijkt beesten. Angst en pijn zoals wij dat kennen, hebben vissen niet. Dat werkt biologisch anders. Een stier loopt met je mee als je een touw aan de ring in zijn neus vastmaakt. Een vis zwemt juist met grote kracht weg. Wetenschappelijk is aangetoond dat bij vissen hersenfuncties om pijn te kunnen voelen ontbreken”.

Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Utrecht, dat zelfs door de N WS financieel gesteund werd, wees echter uit dat vissen geen gevoelloze reflexmachines zijn en wel degelijk signalen afgeven om hun stress te uiten. Een sportvisser die volgens de regels een vis aan de haak slaat, berokkent het dier evenwel daarmee weinig leed. „Volgens voor zoogdieren opgestelde maatstaven kan de mate van het hoofdzakelijk door angst bepaalde ‘ongerief worden geschat op licht tot matig”, schrijft dr. F. J. Verheijen op 26 maart 1992 in NRG Handelsblad. De emeritus hoogleraar vergelijkende dierfysiologie, die samen met dr. R. J. A. Buwalda „onder ideale omstandigheden” het onderzoek uitvoerde, voegt eraan toe dat het begrip “lijden” hierop niet van toepassing is.

Geheel anders is het gesteld met vissen met een levend aasvisje, aldus beide onderzoekers. Het dier dat buiten water aan de haak wordt geslagen, verkeert in een geheel andere emotionele toestand dan een voedselzoekende vis die een beaasde hap ophapt. De aasvis wordt ingegooid en ondergaat enorme versnellingen en vertragingen. Soms raakt het dier het wateroppervlak met nog hoge snelheid. Bij het vissen op diepten van verschillende meters wordt de vis onderworpen aan sterke en snelle veranderingen in druk, temperatuur, licht, zuurstofspanning enzovoort. De aasvis wordt continu in beweging gehouden. De vislijn werkt vluchtgedrag ondertussen tegen. Het natuurlijke verloop van diverse lichaamsprocessen wordt langzaam dermate ontregeld dat het voortleven wordt bedreigd.

„Hier is sprake van zeer ernstig lijden. De blankvoorn of spiering wordt aan de meest zware stress blootgesteld, waaraan het zich niet kan onttrekken. Men dient zich te realiseren dat de hengelaar ingrepen op een gewerveld dier verricht, die, naar de gevolgen voor het dier, overeenkomsten vertonen met dierproeven voor bio medische doeleinden die internationaal omstreden of zelfs onaanvaardbaar worden geacht, wat ook de betekenis van de te verwachten resul raten mag zijn”, aldus Verheijen en Buwalda.

Controle

Scholten: „Met andere woorden: wat onderzoekers op ethische gronden niet is toegestaan, is bij het hengelen blijkbaar heel normaal. Als een eend met een haakje in zijn bek rondzwemt, breng je hem naar de dierenarts. Voor een vis zouden opeens andere maatstaven gelden? Het begrip koudbloedig heeft overigens met wel of geen pijn niets te maken. Vissen zullen ongetwijfeld een andere pijnbeleving dan mensen hebben, maar pijn hebben ze! Zou dat wetenschappelijk niet vastgesteld zijn, dan moet je een dier zeker het voordeel van de twijfel gunnen”.

Hengelaars kunnen volgens Bronsgeest zelf bepalen of zij het vissen met levend aasvis moreel aanvaardbaar vinde.i. „Daar hebben wij de overheid of Dierenbescherming niet voor nodig. Het verbod vraagt om burgerlijke ongehoorzaamheid. Met andere woorden: gewoon doorvissen. Hoe denken deze minister en de Tweede Kamer de controle uit te oefenen? Er is niemand die mij op het vissen met levend aas kan betrappen”.

In dat laatste zou de Beet-hoofdredacteur zich wel eens flink kunnen vergissen, zegt Trea Scholten, die voorstander is van een streng gereguleerde hengelsport. „De controlerende instanties staan er klaar voor. Wie zich niet aan de regels houdt, krijgt onherroepelijk een procesverbaal. Zelfregulering blijkt in de praktijk niet te werken. Minister Van Aartsen heeft de hengelsportorganisaties een kans gegeven om wat de levende aasvis betreft zelt maatregelen te nemen, riij constateerde echter dat dat onvoldoende is gebeurd en heeft daarom per 1 januari 1997 een verbod afgekondigd”.

Een meerderheid in de Tweede Kamer is het daar vooralsnog niet mee eens en wil dat de hengelaars zichzelf beperkingen opleggen. Bovendien vrezen de politici dat het verbod niet of nauwelijks te controleren valt. De politie heeft het al druk genoeg.

Examen

Onwetendheid en onverschilligheid zijn volgens Dierenbescherming de grote boosdoeners bij het hengelen. „Vaak gebruikt men een te dunne vislijn die gemakkelijk kan breken. Daardoor ontsnapt de vis met de haak nog door zijn bek. Ook komt het voor dat de vis het eetbare aas met haak en al inslikt, waardoor de hengelaar het dier bij het trekken aan de lijn inwendig ernstig of zelfs dodelij k verwondt. Het met droge handen beetpakken van de vis kan letsel veroorzaken wat vergelijkbaar is met een ontvelling van de menselijke huid. Dat heeft niet moedwillig te gebeuren, maar heeft vaak alles met een ontstellend gebrek aan kennis te maken. Wij vinden daarom dat elke sportvisser een examen moet doen”.

Pierre Brongeest bestrijdt dat die kennis aan de waterkant ontbreekt. „We besteden veel aandacht aan de biotoop en biologie. Ons blad is trendsetter in het zorgvuldig omgaan met vissen. Bijvoorbeeld het voorzichtig onthaken en terugzetten of snel doden als de vis meegenomen wordt. Het aantal vissen dat meegenomen mag worden, is overigens zeer Beperkt. De beschermde soorten worden direct na voorzichtige behandeling in het water teruggezet. Zonder onze activiteiten in en om het water zouden er in Nederland nauwelijks nog vissen zijn. We hebben 7000 vrijwilligers die de kwaliteit van het water in de gaten houden en daarover rapporteren”, benadrukt de hoofdredacteur.

Zorgvuldigheidsregels

Jeen Poeder, voorzitter van de Stichting Kritisch Faunabeheer en lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk, kan op grond van de Bijbel geen argumenten aandragen om het vissen te laten. Althans het vissen voor noodzakelijke voedingsdoeleinden. „Het vangen van vis is daarvoor in beginsel toegestaan. Echter niet op grond van het begrip “heersen over” uit Genesis 1:28. Uit de context bhjkt dat God op dat moment de dieren niet tot spijs gaf. Het heersen sloeg toen op het beheer van de dierenwereld, opdat de ontwikkeling daarvan harmonisch zou verlopen. Pas na de zondvloed gaat het “heersen over” gepaard met schrik en vrees bij de dieren (Gen. 9:1-3). God zorgt ervoor dat de dieren vrees hebben voor de gevallen mens, opdat zij niet de mensen gaan overheersen”.

Ook al mag de mens vis vangen, doden en opeten, dat geeft hem volgens Poeder geen vrijbrief om elke methode te gebruiken die hem maar goeddunkt. „De Bijbel schrijft ons voor zorgvuldig met dieren om te gaan. Zeker als christen moet je aanvoelen dat bepaalde dingen niet getuigen van fijngevoeligheid, van goede smaak. God verbiedt bijvoorbeeld het koken van het bokje in de melk van zijn moeder”.

Op grond van Deuteronomium 14:21 meent Poeder ook dat “sport bedrijven” met levende vissen als gebruiksvoorwerpen niet geoorloofd is. „Ondanks de geschreven en ongeschreven regels die hengelaars hanteren. Een vis hapt in een scherpe haak, wordt uit zijn’leefmilieu gehaald en daarna sportief aangepakt, onthaakt en teruggezet; dit alles zo goed mogelijk om hem een zo groot mogelijke kans te geven op overleven. Zou God daarvoor de vissen hebben gemaakt?

Sportvissen als krachtmeting tussen mens en vis kan geen sport worden genoemd. Maar is het dan niet heerlijk ontspannend? O, vast wel, althans voor de mens. En is het niet geweldig spannend als men een vis verschalkt? Ja, dat denk ik wel. En kun je ondertussen niet heerlijk van Gods natuur genieten? Zonder twijfel, maar daar wordt het geen sport van en ook niet een toegestane bezigheid. Want die vis, denken we daar ook aan? En die kronkelende worm aan de haak geregen? Of denken we alleen maar aan ons eigen plezier? Zo spreekt de Bijbel absoluut niet over onze verhouding tot de dieren. Ze zijn niet ons eigendom. Wij hebben een rentmeesterschap. Met duidelijke zorgvuldigheidsregels”. Volgens Poeder zou de sportvisserij (evenals de plezierjacht) in een beschaafd land moeten zijn verboden.

Beroepsvisserij

De hervormde predikant ds. J. H. C. Olie vindt het moeilijk om op bijbelse grond het sportvissen in z’n geheel te verbieden. Wel heeft hij er grote moeite mee. „Ben je dan bijbels verantwoord bezig? Niemand heeft mij kunnen aantonen dat vissen geen pijn lijden. Gemeenteleden zou ik zeker niet aanraden om als ontspanning te gaan vissen”. Wat het gebruik van levend aas betreft deelt ds. Olie de visie van Poeder. De predikant gaat zelfs een stap verder. „Waarom alleen tegen het aasvisje en niet met een worm. Dat dier kronkelt ook als het aan de haak gaat”.

Volgens de doi linee is een vergelijking met beroepsvisserij niet op z’n plaats. Hoewel de dieren soms lang liggen te spartelen en niet direct gedood worden, is dat geen pijn die vissen ervaren, denkt ds. Olie. „Ik zie dat te veel aan zuurstof meer als een soort verdoving. Het is in ieder geval anders dan een scherpe haak die in het levende vlees dringt”.

Dit is het tweede deel van een zevendelige serie over hengelsport. Volgende week vrijdag: Vissen op snoek en snoekbaars.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

De pijngrens van blankvoorn en spiering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken