Bekijk het origineel

De rode wouw komt terug

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De rode wouw komt terug

Directeur Jacob Wijs van Vogelbescherming: „Beschermen is onder alle omstandigheden faciliteiten aanbieden”

8 minuten leestijd

„De man is niet belangrijk, de organisatie telt alleen. De strategie van Vogelbescherming en Bird Life International moet uitgevoerd worden. We kiezen voor continuïteit en lange lijnen. Dat laat niet toe dat er op individuele basis gegoocheld wordt”. Met deze woorden cijfert drs. J. J. A. Wijs zichzelf weg. Op 1 september 1995 volgde hij Jan Bonjer als directeur van Vogelbescherming Nederland op.

Jacob Wijs was dierenarts. Zijn motivatie om naar de hoogste post van Vogelbescherming te solliciteren, vi’erd ingegeven door het verlangen naar iets anders. „Het boek “Ik sprak met viervoeters, vogels en vissen” van prof. dr. Konrad Lorenz is een van mijn favorieten. Misschien aardig om die titel op mijn persoon te betrekken. Ik had tien jaar lang een praktijk voor kleine huisdieren en heb dus veel met viervoeters gewerkt. Ik heb ook een aantal maanden in Afrika gewerkt, waar ik zijdelings te maken had met vispathologie. En vogels heb ik al heel lang in mijn hart gedragen. Het was gewoon tijd voor een verandering”.

Gidsfunctie

De organisatie waarvan Wijs nu ruim een halfjaar aan het roer staat, heeft volgens hem een gidsfunctie. „Men heeft vaak de indruk dat vogelbescherming niet meer is dan het ophangen van nestkastjes en wintervoedering. Ons uitgangspunt is echter het beschermen van vogels en het behoud van een zo groot mogelijke variëteit aan soorten binnen Nederland. Door vogels als gids te gebruiken, kunnen wij de vinger leggen op tere plekken in allerlei andere aspecten die natuurbescherming aangaan. We kijken niet alleen naar vogels, we kijken juist naar de vogel in zijn biotoop, in zijn broedgebied, in zijn voedsel- en leefgebied. Daardoor leveren we een heel essentiële bijdrage aan natuurbescherming als groter geheel”.

Dat laatste beweren Wereld Natuurfonds, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Waddenvereniging waarschijnlijk ook. Is de kans op overlappingnietgroot?

„Die vraag wordt vaak gesteld. Voor de buitenwereld is het misschien wat diffuus, voor Vogelbescherming is het duidelijk dat al die aparte organisaties eigen taken hebben. Binnen de natuurbescherming als groter geheel bestaat er ongelooflijk veel diversiteit in doelstellingen, kennis, ervaring en belangstelling, maar we werken zoveel mogelijk samen. Met Natuurmonumenten, het WNF en op lokale basis met andere organisaties. Vogelbescherming heeft daar een eigen positie in. We zijn een niet-terreingebonden organisatie en daarmee onderscheiden we ons van de meeste anderen”.

Ondergewaardeerd

Voorde ongeveer35.000 ongewervelde diersoorten (cryptobiota) zijn slechts twspecialisten beschikbaar. Voor de 240 vogelsoorten tal van deskundigen. Kuntu deze omgekeerd evenredige belangstelling verklaren? Worden vogels ten opzichte van overige ditrgroepen niet overgewaardeerd?

„Ik denk niet dat vogels overgewaardeerd worden, wel dat andere soorten ondergewaardeerd Zijn. Door hun enorme attractiviteit hebben vogels sinds het Griekse rijk en de Egyptische dynastieën mensen beziggehouden. Kijk naar de betekenis die vogels voor iedereen om ons heen dagelijks hebben. Die is enorm. Daar kan geen wormpje tegenop of welke cryptobioot dan ook. Helaas voor het wormpje. Het is heel belangrijk dat er voor ongewervelde diersoorten, amfibieën en reptielen meer belangstelling komt. Van ongewervelden is er een kennisachterstand van eeuwen. Voor ons zijn ze van essentieel belang, want ze spelen een rol in de levenscyclus van vogels”.

De vogel is afhankelijk van het wormpje, het staat op zijn menu.

„Precies. Vogelbescherming houdt zich daarom niet alleen bezig met het uitgraven van broedwandjes voor de ijsvogel of het timmeren van nestkastjes. Het is een volwassen organisatie die kijkt naar ecosystemen, biotopen, gebieden, habitats. Daarbij komen alle organismen die bij de voedsel- of reproductieketen voor vogels van belang zijn, aan de orde. Tot op microniveau ‘.

Niet zelfstandig

Sinds Vogelbescherming deel uitmaakt van Birdlife International is er bij de vereniging veel veranderd. „Bij Birdlife is een grotere strategie. Birdlife heeft tot taak de problemen wereldwijd aan te pakken en te coördineren. Lekkende kerncentrales en verzuurde bossen in OostEuropa gaan vogels ook aan. Zo wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar wat zich langs de trekbanen naar het Zuiden of Noorden afspeelt.

Als Birdlife-partner hebben we een visie omtrent ons bestaansrecht ontwikkeld. Daar is een strategie uit voortgekomen, een werkplan, waarbij problemen in Birdlife-verband worden aangepakt. We opereren dus niet zelfstandig. Vogelbescherming loopt in de pas bij datgene wat bij Birdlife gebeurt. Daarop stemmen we onze activiteiten af. Het heeft geen zin om als klein stipje op de kaart met oogkleppen op te lopen, terwijl het elders in de wereld een rommeltje is”.

Het lijkt of alle aandacht zich richt op soorten die op de Rode Lijst staan. De men de spreeuw moeten zich maar zelf zien te redden?

„Draai de vraag maar om. Er is nog lang niet genoeg aandacht voor de RodeLijstsoorten. De lijst wordt langer in plaats van korter. We doen ons Dest er een soort van af te krijgen, maar de kans da^: er soorten bijkomen, is vele malen groter. Juist de overheid maar ook particuliere organisaties zouden zich meer in moeten zetten om de 57 bedreigde vogelsoorten in de schijnwerper te zetten. Voor de kerkuil en de lepelaar bestaan er inmiddels beschermingsplannen. Wij leveren suggesties aan het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij en dat voert voor een deel de plannen uit. Traag. Mondjesmaat. Het belang om de bedreigde soorten te behouden, is buitengewoon groot. Als we ze opgeven, laten glijden, verdwijnt er straks een volgende vogel”.

Cultuuromslag

De introductie van gerichte weidevogelbescherming in de jaren zeventig betekende binnen Vogelbescherming een cultuuromslag. „Vogels beschermen is niet meer alleen het kijken naar vogels in hun broedgebied. Het is ook aandacht voor terreinen waar ze fourageren, trekken en rusten. Beschermen is onder alle omstandigheden faciliteiten aanbieden. Van soortbescherming profiteren ook andere diersoorten. Niet alleen ooievaar en grutto hebben er profijt van als je de biotoop van weidevogels aanpakt. En dassen zijn erbij gebaat als je het leefgebied van bosvogels beschermt.

We moeten het beeld echter niet te somber maken. Er is hoop en er liggen ontzettend veel kansen. Het feit dat landbouwgronden uil productie worden genomen, dat de intensiteit van het bemesten aan banden wordt gelegd, kan positieve effecten hebben. Dat houdt bij ons de vaart erin. De rode wouw komt terug, denken we. Met de kerkuil gaat het goed. De lepelaar past zich aan en heeft nieuwe gebieden ontdekt. De ooievaar heeft een gunstig herintroductieprogramma doorstaan en kan misschien over enkele jaren als zelfstandige populatie beschouwd worden”.

Ankerpunten

Wijs benadrukt het belang van een goede flora- en faunawet. „We moeten ankerpunten hebben om onze beschermingsmaatregelen aan op te kunnen han gen. Een Rode Lijst kan wel worden opgesteld, maar er dienen ook wettelijke verplichtingen aan verbonden te zijn. Er moeten claimbare resultaten behaald kunnen worden. Vogelbescherming maakt zich sterk voor een goede bescherming van de natuur binnen een wettelijk kader. Er ligt een wetsontwerp, waarvan we goede hoop hebben dat het er doorkomt, met een uitgangsprincipe dat alle flora en fauna beschermcf is. Dat verplicht de wetgever zore te dragen dat die bescherming daadwerkelijk wordt omgezet in effectieve maatregelen. De wet alleen is overigens niet voldoende, er moeten ook geld en beschikbare mankracht zijn”.

Beschermen is meer dan alleen behoeden voor uitsterven. Waar ligt de grens? Er worden kraaien afgeschoten die lammetjes doodpikken. Mee eens?

„We komen bijna in de aalscholverdiscussie terecht. Vogelbescherming zal nooit haar goedkeuring aan het afschieten van welke soort dan ook geven. We zullen het soms moeten gedogen, dat is wat anders. Neem de roek. Als roeken overlast veroorzaken, komt het omdat ze hun normale biotoop niet meer kunnen vinden. Er zijn onvoldoende oude bomen om in te nestelen. Dan blijken er nog een paar leuke oude bomen op de brink in Emmen te staan. Helaas, precies daar, want het land eromheen, ooit een prachtig gebied met houtwallen en oude bomen, is verdwenen. Vroeger konden zij zich daar vestigen zonder overlast te bezorgen. Nu wijkt de vogel naar een andere plaats uit en zeggen we dat we te veel roeken hebben.

Wat de kraaien betreft: een goed lam laat zich niet de ogen uitpikken. Dat was al ziek”.

Wetlands

Vogelbescherming probeert meer belangstelling voor haar werk te genereren. „Werving van nieuwe leden is voor ons een essentieel gegeven. We moeten van 85.000 naar 100.000 leden groeien, willen we tot in lengte van jaren ons werk kunnen blijven doen. We doen veel om voor jongeren het lidmaatschap aantrekkelijk te maken. Wie de jeugd heeft...”.

Kunt u zeggen wat voor Vogelbescherming op dtt moment een “hot item “ is?

„Drie vierde van ons land bestaat uit natte gebieden. Zelfs de weidegebieden zijn van oorsprong wetlands. Wij richten ons voor een groot gedeelte op de bescherming van die gebieden. Voor vogels is het grondwaterpeil van levensbelang. Vogelbescherming zal daarvoor vechten’,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De rode wouw komt terug

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken