Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jagen op roofVis met kunstaas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jagen op roofVis met kunstaas

„Aasvisje belangrijk voor oudere en gehandicapte sportvisser”

7 minuten leestijd

Jagen op jagers spreekt tot de verbeelding van veel zoetwatervissers. Terwijl de koudbloedige beesten met hun monsterachtige uiterlijk onder water op hun prooi loeren, proberen de menselijke opponenten aan de oever op hun beurt deze rovers te verschalken. Snoek en snoekbaars (glasoog) zijn populair. En dat niet in de laatste plaats omdat ze goed smaken en er vooral voor snoekbaars goed wordt betaald. Tot groot verdriet van de internationaal bekende superhengelaar en schrijver Bertus Rozemeijer.

’s Morgens om half negen stappen we in de boot met buitenboordmoter van Sander Spits, de achttienjarige vismaat van Bertus. Drie personen hebben ruimte genoeg om hun werphengels te hanteren. Het miezert een beetje en de tempetatuur is rond de vier graden Celsius. De verwachtingen zijn hooggespannen. Sander heeft de vorige dag nog een paar forse knapen uit het water gesleept.

Er wordt met kunstaas gevist. In dit geval met pluggen van kunststof Het water is niet diep genoeg voor de metalen lepels en spinners. Datzelfde geldt voor shads en jiggen. Die moeten te snel door het water worden getrokken, omdat ze anders de bodem raken. De roofvis is door de temperatuur van het water nog niet bijzonder actief en reageert traag. Kortom, ‘snel’ kunstaas vermindert de kans op succes. In de donkergekleurde pluggen, favoriet bij snoekbaars, zitten kogeltjes die onder water de nodige herrie maken. Dat is om de slome beesten wat te stimuleren.

Rozemeijer heeft met zijn succesvolle vismethoden internationaal naam gemaakt. Inmiddels staan er zes boeken op zijn naam en heeft hij aan vier andere een bijdrage geleverd. Daarnaast wordt hij door veel hengelsportzaken en -verenigingen voor een lezing gevraagd. En als het over alleen snoekbaars gaat, dan is de zaal afgeladen vol.

Accu

De motorboot vaart langzaam door de smalle veenpolderkanalen boven Amsterdam. Zelfs de vaarten in de bebouwde kom worden bevist. Vaak zit er snoek onder of achter allerlei obstakels. Het water is er bovendien door lozingen een paar graden warmer dan buiten de dorpen. Tergend langzaam kruipt het vaartuig geruisloos verder. De speciale motor wordt door een accu aangedreven. Pas als er grote stukken overbrugd moeten worden, gaat de benzinemotor aan. Behalve dat zijn elektrisch aangedreven tegenhanger veel stiller vaart, kan er ook veel langzamer mee gevist worden. De pluggen slepen achter het vaartuig aan en worden soms met een tikje van de hengel wat geactiveerd.

Af en toe krijgen de hengelaars beet. Aan de hand van de „klap” op de hengel kunnen ze aardig inschatten of het een grote rover is. Maar niet alle aanbeten zijn raak. Totdat... Na ongeveer 20 minuten slaat Bertus -hoe kan het ook anders- zijn eerste snoekbaars.

Gevaar

Na een korte dril wordt het beest naast de boot getrokken en met de hand binnenboord gehaald, het zogenaamde “landen”. Dat is niet zonder gevaar. Behalve scherpe tanden in z’n bek heeft de snoekbaars ook forse stekels op de rug. Voorzichtig, met één hand onder de kieuwen, tilt de vismeester het dier in de boot. De dreg met weerhaken zit in de hoornachtige lip. Het is geen monstervis, maar een exemplaar van rond de 50 centimeter. Met een snelle beweging wordt de haak uit de bek gehaald. Het beest reageert niet. Niets wijst erop dat de rover pijn voelt of gestresst is. Nadat de vis een paar keer op de foto is gezet, wordt hij voorzichtig teruggezet in z’n element. Met langzame bewegingen zwemt de gladde jongen weg. Tot een volgende keer.

Bertus is ervan overtuigd dat vissengeen pi jn voelen. „Ik kan dat ook vrij simpel bewijzen. Bij het vissen op voorn gebeurde het wel eens dat tijdens het drillen een snoek op het visje klapte. Zonder dat de rover gehaakt was, kon ik hem toch binnenhalen. De reactie was precies dezelfde als die bij een wel gehaakte snoek: geen enkele emotie”. Dat er mensen zijn die zelfs het vissen met wormen een vorm van dierenmishandeling noemen, is voor Bertus onvoorstelbaar. „Dan mag je ‘s zomers ook niet over de Afsluitdijk. Daar rij je zo een half miljoen muggen dood”.

Aasvisje

Levend aas is aan de Noord-Hollander niet besteed. „Ik heb dat vroeger wel gebruikt, maar een prestatie is het niet. Het aasvisje werkt dan voor je. Met kunstaas moetje alle handelingen zelf verrichten. Bovendien vang je met het nepspul veel meer”. Volgens hem maakt zeker 80 procent van de vissers nog gebruik van het snoekvisje. „Vooral ouderen zijn niet of nauwelijks met het gebruik van kunstaas bekend. Voor hen is het moeilijk nog over te stappen op andere technieken. Bij lichamelijk gehandicapte sportvissers is dat vaak zelfs praktisch onmogelijk. Zij kunnen niet steeds ingooien en ophalen en zijn dus aangewezen op levend aas”.

Diep viswater is volgens Bertus ook niet met rivieren en kanalen te vergelijken. De zogenaamde grind- en zandgaten vereisen een geheel andere aanpak. Dat heeft te maken met de verschillende temperatuurniveaus in het water. Volgens de snoekbaarsdeskundige zijn er drie lagen: een warme, de spronglaag (een zuurstofloze, mistige laag) en een koude donkere laag. Zodra de spronglaag wordt afgebroken, dringt snoekbaars er doorheen, richting het diepere deel.

Vertaald naar de seizoenen, betekent dit dat snoekbaars in juli op twee tot drie meter diepte zit. In september gaan de rovers vaak naar een meter of twintig. Vissen zonder boot is dan vrijwel onmogelijk. Rond eind december keert snoekbaars weer naar de oppervlakte terug. Snoek blijft in het algemeen wel hoog zwemmen.

Uitsteeksels

Vissen op een rivier vereist weer een aparte aanpak. De roofvissen bevinden zich vaak in de luwte van kribben en andere uitsteeksels. Probleem daar is de aanwezigheid van veel stenen en die zijn meestal fataal voor kunstaas. Een ongeoefende visser kan er voor kapitalen aan spullen kwijtraken. Bertus heeft daar weinig last van, vertelt hij. „Het is een kwestie van behendigheid en ervaring. Ik vis gemiddeld zo’n drie keer per week, maar als ik twee pluggen per jaar verspeel, is dat veel. In het begin is dat anders. Dan raak je kistenvol met spul kwijt”.

De boottocht gaat dwars door een van de mooiste natuurgebieden van NoordHolland. Het wemelt er van de vogels en ander wild. „Voor mij houdt vissen op snoek en snoekbaars de band met de natuur in stand. Ik ben bang dat dit voor veel hengelaars niet geldt. De meesten weten niet eens hoe een grutto eruitziet”.

Rozemeijer maakt ook een eind aan het verhaal dat in de winter nauwelijks snoekbaars wordt gevangen. „Juist met kunstaas lukt het dan erg goed. We hebben dagen van honderd snoekbaarzen gehad”. En alle exemplaren gaan terug het water in. Een wat grotere stekelridder wordt eerst opgemeten voordat hij wordt teruggezet.

Zelf vist Rozemeijer liever op snoek. „Dat zijn vechtersbazen die moeilijker te vangen zijn. De actie van snoekbaars is veel minder. Bovendien is snoek humaner voor z’n prooi. Dat beest eet alleen als iiij honger heeft. Snoekbaars geeft alles wat voor z’n bek komt een knauw”.

Stropers

De kunstaasdeskundige maakt zich boos om sportvissers die maar één doel hebben: zo veel mogelijk vangen en meenemen. „Vaak worden de vissen aan een afslag of visboer verkocht. Daar krijgen ze dan 9 tot 12 gulden per kilo voor. Soms worden er tientallen vissen tegelijk meegenomen. Terwijl het bezit van hooguit een stuk of vijf exemplaren wettelijk is toegestaan. Vooral in Friesland hebben ze er een handje van. De snoekbaarsstand loopt daar flink terug. Zoiets geeft de sportvisserij een slechte naam. Ik schrijf daarom bewust nooit waar veel vis zit”.

De kans om snoekbaars te vangen neemt toe zodra de wind wat aanwakkert, tipt Bertus. „Er ontstaat op dat moment door de golven meer zuiging in het water. Roofvissen verbruiken clan meer energie als ze zich verplaatsen. Ze gaan vervolgens op jacht naar voedsel”. Met de luchtdruk, een andere fabel, hebben de vangsten niets te maken. Stabiel weer is wel belangrijk.

Dit is liet derde artilcel in een zevendelige serie over liengelsport. Volgende week vrijdag Sportvisserij lieeft nauwelijks effecten op de stand van zoetwatervissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Jagen op roofVis met kunstaas

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken