Bekijk het origineel

De lange weg naar verzoening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De lange weg naar verzoening

10 minuten leestijd

Bijna twee jaar na de genocide broeit het nog steeds in Roeanda. Nu al wordt de integriteit van het nieuwe, door Toetsi’s gedomineerde regime in twijfel getrokken. De Roeandese ambassadeur in Brussel, Denis Polisi, vraagt de wereld om tijd en vooral financiële hulp voor de wederopbouw van zijn land. Maar voor de Belgische professor en Roeanda-kenner Filip Reyntjens moet het geduld met de nieuwe regering uit zijn: „Het betreft Iiier een stalinistisch regime”.

Het Roeandese ambassadegebouw staat in een van de duurste wijken van Brussel. Het villa-achtige pand biedt vanaf een heuvel uitzicht op een drukke verkeersweg met daarachter een glooiend bosgebied. Het gebouw is een erfenis van het oude regime in Roeanda, dat in de zomer van 1994 door de rebellen van het RPF (Roeandees Patriottisch Front) uit de hoofdstad Kigali werd verjaagd.

Ambassadeur Polisi nestelt zich in een leren bankstel; tweede consul, Bwitare Eulade, is ook aanwezig. De ambassadeur is tevens vice-voorzitter van het RPF. Hij is in België niet geliefd. Het duurde zelfs een aantal maanden voor de Belgische regering hem als ambassadeur wilde aanvaarden. Met een verontschuldigende glimlach: „X)at komt omdat ik tijdens de periode van de opstand van het RPF tegen de dictatuur van president Habyarimana -tussen 1990 en 1994- regelmatig documenten heb bekendgemaakt over de innige banden tussen de Belgische en Europese christen-demo craten en het bewind in Kigali. Ik werd dus gezien als de boodschapper van slecht nieuws”. Polisi vluchtte in 1973 tijdens een omvangrijke vervolging van Toetsi’s naar Boeroendi, waar hij vervolgens een universitaire opleiding volgde. Voor verdere studie kwam de ambassadeur in de jaren tachtig naar Luik. In 1990 raakte hij betrokken bij de activiteiten van het RPF

Kolonialisme

Van oudsher leefden Hoetoes en Toetsi’s vredig naast elkaar in Roeanda. Voor de komst van de Europeanen waren er geen sporen van systematisch geweld tussen beide groepen. De Belgische kolonisator verstevigde in eerste instantie de al bestaande Toetsidominantie. Maar tegen het einde van hun koloniale tijdperk -in 1962riephet land de onafhankelijkheid uit- besloten de Belgen hun tactiek te veranderen en Hoetoes en Toetsi’s gelijker te behandelen.

In 1959 leidde een Hoetoe-opstand tot de dood van 20.000 Toetsi’s, waarna een eerste exodus naar Oeganda volgde. De Belgen hielden zich tijdens de strijd afzijdig. Een tweede exodus volgde in 1973, deze keer richting Boeroendi. President Habyarimana bekrachtigde een wet met de strekking dat Toetsi’s maximaal 10 procent van de onderwijsposten en het ambtenarenapparaat mogen bezetten.

Op 1 oktober 1990 startte het RPF een ‘bevrijdingsstrijd’. De partij werd gedomineerd door Toetsi’s, maar vooral in de top van de beweging zaten veel Hoetoes. Ingrijpen van het Franse leger voorkwam een snelle machtsovername door het RPF. De Fransen gingen voor de door Hoetoes gedomineerde Roeandese regering militia’s trainen, die in 1994 een grote rol bij de volkerenmoord zouden spelen.

Militaire optie

Volgens de Afrika-deskundige prof. Reyntjens, die aan de Universiteit van Antwerpen college geeft, moet de RPFinval -achteraf gezien- worden beschouwd als de oorzaak van de genocide: „De regering van president Habyarimana deed net een voorzichtige poging tot meer democratie en wilde het overleg met Oeganda hervatten over de terugkeer van de Toetsi’s. De militaire optie van het RPF heeft het conflic t tussen beide groepen juist verergerd”.

„Onzin”, meent PoUsi, „Habyarimana beloofde al jarenlang te praten over meer democratie en de terugkeer van vluchtelingen. Maar het bleef bij beloften. Wat is de winst als er in de praktijk niets verandert?”

De regering van Habyarimana en het RPF sloten op 9 juni 1993 in de Tanzaniaanse stad Arusha een vredesakkoord. Het mocht niet baten, want toen president Habyarimana’s vliegtuig op 6 april 1994 werd neergeschoten, bestond het verdrag alleen nog op papier.

Radicale Hoetoe-partijen domineerden het politieke landschap. Populistische radioprogranmia’s schilderden de Toetsi’s af als duivels die van de Hoetoes slaven zouden maken. En terwijl het contingent VN-soldaten werd teruggeroepen, doodden Hoetoeleger en militia’s naar schatting 800.000 Toetsi’s. Wanneer blijkt dat de moordpartijen onvoldoende zijn om het RPF militair te verslaan, slaan de Hoetoes uit angst voor wraak op de vlucht. Sindsdien leven circa 1,7 miljoen Roeandezen (bijna allen Hoetoes) in vluchtelingenkampen in Zaïre, Tanzania en Boeroendi. Onder hen leven tienduizenden medepUchtigen aan de genocide. Hun leiders bevinden zich in Zaïre, Kenia en Kameroen, waar ze bescherming genieten van het netwerk van zogenoemde sterke Afrikaanse leiders. De vluchteUngenkampen, vooral die in Zaïre, staan onder controle van Hoetoe-extremisten die een gewapende terugkeer voorbereiden.

Toetsificatie

Intussen zetelt in de hoofdstad Kigali een nationale regering, bestaande uit Toetsi’s en gematigde Hoetoes. De regering is verdeeld naar partijen en regio’s om een zo goed mogelijk evenwicht te creëren. Volgens prof. Reyntjens is die evenwichtige verdeling schijn.

„De regering bestaat weliswaar uit een Hoetoe-meerderheid, alleen heeft deze niets te zeggen. Een kleine RPF-kliek onder leiding van vice-president en minister van defensie Paul Kagame beslist. De uit meer partijen bestaande nationale regering dient louter als vemislaag. Door het hele staatsapparaat vindt in snel tempo een toetsificatie plaats. In het onderwijs gebeurt hetzelfde. Ondertussen zijn sinds de machtsgreep van het RPF tienduizenden Hoetoes vermoord. Om die reden stappen steeds meer Hoetoes uit de rege ring. In Roeanda heerst een stalinistisch regime, dat erger is dan het voorgaande”. Onlangs beschuldigde een journalist van het Franse dagblad Liberation het RPF van genocide tegen Hoetoes: „Het RPF doodde voor, tijdens en na het offensief tegen de toenmaUge regering 100.000 mensen”.

Ambassadeur PoUsi kent de beschuldigingen: „De Fransen hebben altijd al gezegd dat er niet een, maar meer genocides hebben plaatsgehad. Hiermee wilden ze zeggen: „Beide partijen in het conflict zijn even slecht geweest”. Ze kunnen nu best samen een regering van nationale eenheid vormen”.

Reyntjens is het op dit punt met de ambassadeur eens. „De rol van de Franse inmenging in Roeanda is totaal onverdedigbaar. Ze steunden tot het laatst de Hoetoe-extremisten, die in het poUtieke landschap nooit meer een rol mogen spelen”.

De professor praat in zijn klassieke achttiende-eeuwse Antwerpse woning ook over een ander opvallend detail: „De SAM-16-luchtdoelraketten waarmee president Habyarimana werd neergeschoten. zijn door Rusland verkocht aan Irak en na de Golfoorlog als oorlogsbuit naar Frankrijk meegenomen. Sindsdien is onbekend wat met de raketten is gebeurd. Begrijp me goed, ik beschuldig de Fransen niet van moord op de Roeandese president. Het gaat er alleen om wat er met de raketten is gebeurd, sinds deze in februari 1991 op Franse bodem arriveerden. Zodra dat bekend is, kunnen de moordenaars van Habyarimana worden opgespoord”.

Beschuldigingen

De dubieuze rol van de Fransen in het conflict verhindert de Belgische professor overigens niet het artikel in Liberation serieus te nemen: „Ook Amnesty International beschuldigt het nieuwe regime in Roeanda van moordpartijen tegen de Hoetoe-bevolking”.

Polisi toont nog maar weer eens zijn diplomatieke glimlach: „De beschuldigingen door Amnesty International en Liberation vallen samen met een conferentie van de Afrikaanse ministers van buitenlandse zaken in Ethiopië, en een bijeenkomst in Tunesië onder leiding van de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter. Beide behandelen onder meer het vluchte lingenprobleem. In die context willen sommige media een bom laten ontploffen”. De ambassadeur ondersteunt zijn woorden met een klap op tafel en zegt: „Bang!” anvullend: „Binnen Vice-consul Eulade aAmnesty International bestaat intern onenigheid over het rapport. Liberation heeft inmiddels erkend dat het vermelde aantal slachtoffers op een zwakke steekproef is gebaseerd, dat de betrokken journalist geen doden heeft gezien en dat onduidelijk is of het gaat om Hoetoes of al in 1994 gedode Toetsi’s. Maar inmiddels is wel schade aangericht”.

Haat

De ambassadeur ziet het nieuwe regime als slachtoffer van negatieve propaganda. Reyntjens denkt daar echter anders over:

„Het door Toetsi’s gedomineerde regime radicaliseert in ras tempo. Vooral de uit Boeroendi teruggekeerde Toetsi’s haten de Hoetoes. De uit Oeganda teruggekeerde Toetsi’s lijken hierdoor meer en meer aangestoken te worden. Voor de Toetsi’s gaat het om overleven. Bij vrije verkiezingen zullen zij -omdat ze een minderheid van 15 procent vertegenwoordigen- tegen de Hoetoes altijd het onderspit delven. Dat besef dwingt ze krampachtig de macht vast te houden”.

PoUsi zwaait driftig met zijn Bic-balpen: „Per dag keren 3000 vluchtelingen uit mBoeroendi terug naar Roeanda. Als wij zo moorden, waarom is er dan geen sprake van een massale vlucht van burgers naar de buurlanden?”

Reyntjens hoort de verklaring luchtig aan: „Ach, wat kan PoUsi zeggen? Hij is ambassadeur Steeds meer gematigde Hoetoes weigeren aan de regering deel te nemen. Voor de overblijvende Hoetoes rest de vraag wat te doen. In Roeanda is afgetreden minister van binnenlandse geen Mandela. Misschien dat de vorig jaar zaken Seth Sendashonga zo’n functie kan vervullen. Het probleem in de huidige simatie is hetzelfde als toen Stalin na de Tweede Wereldoorlog op de vraag over een mogelijke bemiddelende rol van de paus antwoordde: Hoeveel divisies heeft het Vaticaan? Roeanda heeft behoefte aan een nieuw vredesakkoord. Politici met bloed aan hun handen mogen daaraan niet meedoen, dus geen leiders van het oude regime en ook niet van het RPF”.

Imago

De vraag luidt dan wel welke macht zo’n verdrag militair kan afdwingen. De nog in het land resterende VN-soldaten vertrekken. Volgens de ambassadeur terecht: „De VN speelden geen efficiënte rol in ons land. Toen we tijdens de genocide neutrale soldaten nodig hadden, koos de VN het hazenpad. Verder doet de organisatie niets aan de macht van de moordenaars van het vorige regime over de vluchtelingenkampen in Zaïre. Ook aan de daar binnenstromende wapens doen de VN niets. Het oude, misdadige regime bereidt zich in Zaïre voor op een gewapende terugkeer en de VN en de hulporganisaties staan met de armen over elkaar toe te kijken”.

Polisi kijkt vriendelijk of alles goed wordt begrepen en grijnst. Dan, ernstig: „Alle negatieve verhalen zijn slecht voor ons imago. Genocide is een smerige gebeurtenis. Het is moeilijk tijdens zo’n proces zelf volledig schoon te blijven. Wij erkennen dat sommige soldaten revanche nemen. De regering doet alles om de daders te arresteren en te berechten. Op dit moment zitten er 1300 soldaten in de gevangenis. Twee officieren hebben al de doodstraf gekregen. In ons land zijn per dorpsgemeenschap gemiddeld twee buitenlanders van mensenrechten- of hulporganisaties werkzaam. Zij keuren de rapporten van Amnesty en het artikel in Liberation af In Roeanda is in de laatste anderhalfjaar veel positiefs gebeurd”.

„Toen wij de macht overnamen, was van landbouw geen sprake meer en evenmin van kleine bedrijfjes. Nu zit de landbouw al weer op bijna 90 procent van het oude niveau en de activiteiten van kleine en grote bedrijven op 40 procent”.

„In Roeanda hebben intellectuelen om politieke redenen de massa gemanipuleerd en verdeeld. Wij werken hard aan nationale verzoening. Elke autoriteit, elke minister trekt het land door met lessen in verzoening. Mensen die ons verwijten maken, vergeten waar het om ging: bijna één miljoen doden. Het VN-tribunaal is nog niet eens begonnen beschuldigden aan te klagen”.

„Om die reden wachten zeventigduizend mensen, merendeels Hoetoes, in gevangenissen op hun rechtszaak. De ZuidAfrikaanse chefaanklager van het VN-tribunaal,

Richard Goldstone, verklaarde recent in het Duitse weekblad Die Zeit dat „voordat het tot een verzoening tussen Hoetoes en Toetsi’s kan komen, eerst gerechtigheid moet zijn gedaan”.

Pronk

Polisi uit aan het slot van zijn betoog lovende woorden over minister Pronk: „Op het moment dat de internationale gemeenschap nog problemen had ons te ondersteunen en zich niet realiseerde wat er gebeurd was, gaf Nederland geld en pleitte voor ons binnen de Europese Gemeenschap. De Roeandese regering zal deze relatie graag willen verdiepen en uitbouwen”.

Nederland heeft de Roeandese regering sinds de machtsovername negentig miljoen gulden gegeven. Prof. Reyntjens daarentegen zou minister Pronk willen waarschuwen: „De internationale gemeenschap moet druk uitoefenen op het regime in Roeanda voor verdere democratisering. Ik heb vanwege zijn morele gedrevenheid sympathie voor Pronk, maar inzake Roeanda toont hij zich naïef. Nederland heeft als protestants land een schuld en boetegevoel. Maar dit werkt niet door blanco cheques uit te schrijven, dan is het geld weggegooid en draagt het zelfs bij tot de radicalisering van het regime”.

Een woordvoerder van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking erkent de toenemende verhalen over mensenrechtenschendingen: „We zijn ons ervan bewust dat het huidige regime over de schreef gaat entijdensde ronde-tafelconferentie over Roeanda in mei zullen de problemen zeker worden besproken. Tot nu werden aan hulp naar Roeanda geen condities verbonden, mogelijk zal dat beleid na de conferentie worden bijgesteld”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

De lange weg naar verzoening

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 april 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken