Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eendracht maakt... klein

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eendracht maakt... klein

Wie dicht bij de Heere leeft, is eensgeestes met anderen die hetzelfde leven kennen

11 minuten leestijd

Het is bijna te mooi om waar te zijn. Je zou willen dat het vandaag zó was. Is het niet een ideaal dat we in deze tijd wel kunnen afschrijven? Zou het nu nog wel mogelijk zijn dat christenen eendrachtig bijeen zijn? Lijkt het er niet op dat in elke kerkgemeenschap de verdeeldheid toeneemt en kost het niet de grootst mogelijke inspanning om bijeen te blijven?

Moeten we er niet alles voor inzetten om nog meer verscheurdheid te voorkomen? Temeer daar je hier en daar ‘barsten’ ziet en de eenheid onder spanning staat? Juist in een proces als Samen op Weg gaat de eenheid er hoe langer hoe meer aan. Er kunnen dan mooie woorden worden gebruikt, maar niet kan worden verhuld dat de zozeer begeerde eenheid ver te zoeken is. Brengt elke stap naar een andere gemeenschap niet al meer problemen in een gemeenschap waarin men iets van de eenheid beleefde?

Waar is men nog eendrachtig bijeen? Weten we eigenlijk nog wel wat eendracht is, wanneer ieder zijn eigen ‘soort’ zoekt en soortgenoten onderling het echte eendrachtige al te zeer missen? En, eerlijk is eerlijk, niet iedereen zucht daaronder!

Tweedracht

Paulus wijst er al op dat in de gemeente te Rome mensen zijn die tweedracht aanrichten. Met andere woorden: het hoort niet in de gemeente des Heeren thuis. Het wordt aangericht, zoals schade wordt aangericht. Wanneer twee mensen het niet met elkaar eens zijn, kun je meteen al tweedracht hebben. Hoeveel temeer wanneer zo velen bijeen zijn en ieder alleen let op eigenbelang. Want het is onmiskenbaar dat tweedracht niet behoort tot de vruchten van de Heilige Geest. In Galaten 5 laat de apostel duidelijk weten dat tweedracht geheel thuishoort in het rijtje van de werken van het vlees. Tweedracht komt vanuit de oude mens, die aangezet en aangevuurd wordt door hem die altijd bezig is uiteen te drijven. De duivel werpt er altijd wat tussen! Zo gaat hij te werk en zo wil hij het werk des Heeren, als het aan hem ligt, vernietigen.

Mét verdriet spreekt Paulus in de gemeente van Korinthe over nijd en twist en tweedracht en waarschuwt hij er uitdrukkelijk voor dat er geen tweedracht in het lichaam van Christus mag zijn. Wanneer je de mens, die in het paradijs alles (van God) stuk maakte, z’n gang laat gaan, kun je alleen maar rekenen op tweedracht. Zodat de ene broer de andere vermoordt! Tweedracht is in één woord: zonde.

Wonder

Daarom is eendracht ronduit een wonder en is het een groot wonder wanneer de gemeente eendrachtig bijeen is. Temeer wanneer het er niet de schijn van heeft en men doet alsof, maar dat dit volstrekt werkelijkheid is. Zo, dat men geheel eenparig is en eensgezind en eendrachtig God verheerlijkt. Dat is het geheel nieuwe van de gemeente te Jeruzalem rondom de uitstorting van de Heilige Geest.

Het is puur een wonder wanneer in de dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren van de gemeente kan worden getuigd dat men eendrachtig bijeen is. En het eerste wat in Handelingen 2 van deze gemeente op het pinksterfeest wordt bekendgemaakt, is dat men eendrachtig bijeen is. Trouwens, in het slot van dit hoofdstuk blijkt dat men voortaan dagelijks eendrachtig bijeen was. En heeft men in Jeruzalem voor heel de kerk beslissingen te nemen, dan treft het ons dat men eendrachtig tot een bepaalde overtuiging komt en zo kan zeg gen dat het de Heilige Geest en ons heeft goed gedacht tot een dergelijk besluit te komen (Handelingen 15).

Met andere woorden: eendrachtig is iets van het nieuwe dat hoort bij het verwachten van de Heilige Geest, bij de uitstorting van de Geest en bij de doorwerking van de Heilige Geest. Eendracht is uit God! Wanneer Christus wordt geboren, zien we wel enkelen samen. Te denken valt aan de herders, aan de wijzen uit het Oosten, aan Anna en Simeon.

Bij de opstanding van Christus moet Hij Zijn gemeente bijeenbrengen, zoals blijkt. Het wordt weer een kudde, die eerst verstrooid was.

Maar bij het pinksterfeest geldt van meet af aan: zij waren allen eendrachtig bijeen. Er ontbrak er niet een. De gemeente was werkelijk bijéén. Niet formeel, omdat men nu eenmaal bij elkaar hoorde. Maar hartelijk bijeen, in een eensgezindheid die hartverwarmend was en is. In een eendrachtigheid die compleet een wonder is, een gave van God. Waarin de Heere Jezus Zijn Woord waarmaakt: Ik ben met u allen, dag in dag uit.

Allen

Heel de gemeente is met aller instemming bijeen. Niet omdat men nu eenmaal hetzelfde karakter had of hetzelfde ‘gevoel’ en men zich om de een of andere reden daar ‘thuisvoelde’, zoals dit vandaag nogal bepalend is. Er blijkt nogal wat variatie te zijn onder hen die zo eendrachtig bijeen zijn. We weten niet alles van deze gemeente van ongeveer 120 leden. Toch laat de Schrift er ons wel iets van zien, doordat deze uitdrukkelijk namen nbemt. Daarin ontvan gen we hemels onderwijs. Let maar eens op de mensen die genoemd worden.

Over Petrus zou heel veel te zeggen zijn. Over de Rotsman, met al zijn initiatieven. Maar die ook met al zijn spontaniteit zijn Heiland verloochend heeft.

Naast hem worden de zonen van Zebedéüs genoemd: Jakobus, de vurige, die straks als een van de eersten zijn leven moet geven voor Gods Koninkrijk. En Johannes, een fijnbesnaard iemand, die het diepe woord schreef: „Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, vol van genade en waarheid”.

Andreas, die meer op de achtergrond zijn werk deed, maar ondertussen het middel was om zijn broer Petrus naar Jezus te leiden. Filippus, die nogal eens redeneert en meer dan eens vermaand moet worden en toch tegen Nathanaël kan zeggen: „Kom

Vrouwen

Wie kent Thomas niet, de man die zo moeilijk kon geloven en zo tobde met zijn twijfels, maar die wel de eerste was om ronduit te belijden: „Mijn Heere en mijn God!” Bartholoméüs (Nathanaël), die man die als oprecht bekendstaat. Matthéüs (Levi de tollenaar), die vanuit de Schriften laat zien Wie Jezus Christus is als de beloofde Messias.

En verder de praktisch ingestelde Jakobus, die in zijn brief duidelijk laat weten dat geloof zonder werken niets betekent. Judas, de strijder in Gods Kerk, die een indringende brief schreef En zo kunnen we doorgaan. Al die mannen, in hun grote verscheidenheid, zijn eendrachtig bijeen. Behalve deze mannen worden ook de vrouwen genoemd. Ze lopen niet voorop, maar zijn wel eensgeestes met de genoemde mannen. Een enkele wordt genoemd: de moeder van Jakobus en Johannes, die met vreemde vragen tot Jezus kwam. Maria Magdalena, met een gekleurd verleden, maar die mocht leven van Gods genade. En als laatste wordt Maria, de moeder van Jezus, genoemd. Wat stond ze haar Zoon soms in de weg. Toch kan van haar gezegd worden dat ze al Gods woorden in haar hart bewaarde.

Als we naar de gemeente van toen zien, ontdekken we ook de andere broers van Jezus, die met Hem gespot hebben, maar toch ook tot geloof zijn gekomen. En wat is nu het wonder? Dat in deze grote verscheidenheid er een eenheid valt op te merken, dat deze allen eendrachtig bijeen zijn. Niet maar even, maar dagelijks!

Eendracht maakt...

In de wereld kan gezegd worden: eendracht maakt... macht. In de Kerk des Heeren geldt: eendracht maakt... klein. Want als deze allen eendrachtig bijeen zijn, is dat het kenmerkende dat zij volharden in het gebed. Met z’n allen zijn ze op de knieën te vinden, zodat er niet een opvalt. Ze verwachten het niet van elkaar, maar verwachten het samen alleen maar van de Heere. Eendrachtig geloven ze het Woord van de Heere en daarom blijven ze in Jeruzalem bijeen. Want daar zal de vervulling van Gods beloften plaatsvinden. Vanuit het geloof leven ze, vanuit dat geloof bidden ze, vanuit dat geloof verwachten ze.

Prof G. Wisse heeft eens gezegd: „Het leven op Gods belofte wordt zalige armoede!” Samen zien ze op tot de Heere, samen verwachten ze alles alleen van de Heere. Samen steunen ze op Zijn Woord en samen bidden ze eendrachtig, aanhoudend en indringend om de vervulling van Zijn beloften. Ze zijn als het ware niet bij de Heere vandaan te slaan. Ze blijven bij Hem, zoals er letterlijk staat. Ze blijven de Heere verwachten en hopen op Zijn Woord! In Handelingen 4:24 treft het ons dat men ook daar eendrachtig de stem tot God verheft.

Dat houdt in dat eendracht en volharding bijeen horen. Dat eendracht en gebed onlosmakelijk verbonden zijn. Dat dat de kracht van deze gemeente is. Hoe meer eendracht, des te meer gebed. En omgekeerd: hoe meer gebed, des te meer eendracht. Ze blijven ook bij de leer van de apostelen, zo moet erbij worden opgemerkt. Want waar het een is, is het ander. Dicht bij de Heere is dicht bij Zijn Woord en dicht bij Zijn Woord is dicht bij elkaar. Zo waren ze bijeen en zo bleven ze bijeen.

Dicht bij de Heere

Wanneer de gemeente zo eendrachtig bijeen is, is de gemeente dicht bij de Heere. Dan blijkt ook dat de Heere dicht bij Zijn gemeente is. Wanneer de gemeente eendrachtig bijeen is, wordt de belofte van de Heere vervuld. Allen worden vervuld met de Heilige Geest. En juist wanneer allen worden vervuld met de Heilige Geest is men eendrachtig bijeen. Zo werkt de Heere. Eendracht wordt niet door mensen gemaakt, al kan deze wel door mensen worden beschadigd en verbroken.

Eendracht is uit God en brengt dicht bij God.

Waar een mens dicht bij de Heere is, daar zijn ook de eenheid en de eendracht. Dan ‘klikt’ het. Dan hoefje niet zolang met elkaar te praten, om het (uit)eindelijk enigszins eens te worden op papier, om vervolgens ‘uitleggers’ te hulp te roepen hoe het bedoeld was. Wie dicht bij de Heere leeft, is eensgeestes met anderen, wie ze ook zijn, die datzelfde leven kennen. Een ongeestelijk mens verstaat niet wat | | van de Heilige Geest is. Heeft geen weet van deze eendrachtigheid. Kan alleen maar letten op eenvormigheid en op eentonigheid. Levert daarom wezenlijk geen bijdrage aan de eensgezindheid.

Maar waar de Heilige Geest werkt en werkzaam is, daar mogen mensen nog zo verschillend zijn wat afkomst en karakter betreft, er is iets wat hen samenbindt. De Heere bindt hen samen in een eenheid en daarom een eendrachtigheid, die helemaal uit God is. Deze eendrachtigheid wordt dan beleefd, met name in het volharden in het gebed. Deze eendrachtigheid zoeken ze ook, door te letten op wat wezenlijk verbindt. Samen wordt men bijeengehouden door de tere vreze des Heeren, dicht bij de Heere.

Wie ver van God de weelde zoekt, kan niets van de eendrachtigheid ervaren, want de eenzaamheid wordt z’n deel. De Heere trekt Zich terug wanneer wij van de Heere af leven. Wanneer er onenigheid en oneerlijkheid is, trekt de Heilige Geest Zich terug en verschraalt het leven van de gemeente, omdat de Heilige Geest wordt bedroefd. De Heilige Geest heeft geen gemeenschap met het vlees! De Geest werkt in een eendrachtige gemeente, zo blijkt uit Gods Woord en tegelijk is het waar dat wanneer wij de Geest in ons laten werken, de eendracht bewerkt wordt.

Bijeen

Er zijn in deze tijd veel bijeenkomsten. Je kunt het haast niet bijhouden. Je komt tijd tekort om al deze bijeenkomsten te bezoeken. Bijeenkomsten kunnen stimulerend werken, gebedsbijeenkomsten kunnen in dienst van do Heere staan. Maar zijn we, wanneer we bijeen zijn, werkelijk bijeen? Paulus heeft het over samenkomsten die niet dichter bij de Heere brengen, omdat er verdeeldheid is, twist, tweedracht, waarbij ieder zijn leus heeft en elk een eigen groepsgebeuren kent. We kunnen, vanuit een zekere ‘leegheid’, proberen deze op te vullen met allerlei ‘bijeenkomsten’, zonder bijeen te zijn. Wij wérken het niet.

We zijn en blijven volstrekt afhankelijk van de Heilige Geest om bijeen te komen, bijeen te zijn en bijeen te blijven. Misschien moeten we het nog helemaal leren dat alles uit God is. Dat we eerst, ook als gemeenten, onze armoede moeten belijden en met de tollenaar bidden: wees ons, zondige gemeente(n), genadig! Want we kunnen met de ‘verrukking’ over ‘onze’ bijeenkomsten meer het beeld van de farizeeër in de gelijkenis vertonen dan van de tollenaar.

Als we bijeenkomen... zijn we dan ook bijeen? Eendracht kunnen we niet maken, wel breken!

Hoe meer we met de eerste christelijke gemeente eendrachtig bijeen zijn, des te meer zullen we eendrachtig volharden in het gebed en de leer van de apostelen. Dicht bij het Woord van de Heere. Wie dicht bij de Heere is en blijft, die is dicht bij de ander die bij deze ene Heere is. Die belijdt (en beleeft) van harte: Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk; de gemeenschap der heiligen. Die is bijeen en blijft bijeen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Eendracht maakt... klein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken