Bekijk het origineel

Uitgelezen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uitgelezen

4 minuten leestijd

Cottage-tuinen

Menige tuinliefhebber kijkt met plezier in de vakantiefolders van Engeland. Met name de zogeheten cottage-tuinen vallen steeds weer op. In Nederland kunnen we kennismaken met deze bijzondere vorm van tuinieren. Uitgeverij Terra bracht onder de titel “Landelijk tuinieren” een uitgave op de markt van de bekende tuinspecialist Geoff Hamilton. Hij laat, met behulp van kennis uit het verleden en zijn brede ervaring, de mooiste cottage-tuin ontstaan.

In het boek worden twee typen tuin helemaal uitgewerkt. Een eenvoudige tuin en een meer bewerkelijke tuin. Elke fase, van het bedenken en het ontwerpen tot de aanleg en de beplanting, beschrijft hij. We zien vanaf het lapje kale grond zo’n tuin als het ware ontstaan. Allerlei praktische tekeningen en instructies voor banken, broeibakken en compostbakken kunnen we aantreffen. In een uitgebreid plantendeel komen alle ouderwetse favorieten aan bod, zodat de authentieke cottage-sfeer ook in eigen tuin te realiseren is. In deel drie wordt uitgebreid ingegaan op de moestuin.

Vanuit het verleden is bekend dat de tuin diende om het gezin van de arbeider te voeden. Door de armoede was het bewerken van een stukje grond een mogelijkheid om in leven te blijven. Ook de kloostertuinen speelden toen een belangrijke rol. Daar werden juist allerlei geneeskrachtige kruiden en kruiden voor stoofpotten en soepen geplant. Die doelstelling geldt niet meer voor vandaag, maar wat is er nu leuker om op een lapje grond groente en fruit voor de eigen consumptie te verbouwen? Smaak en versheid zullen velen versteld doen staan. Een hoekje met klein fruit, zoals bessen, bramen en frambozen, is ook een mogelijkheid. Wanneer een muur afwezig is, kan een zuil gebruikt worden. In het boek is een bouwtekening van een obelisk te vinden waar bramen tegenaan kunnen groeien. Voor kinderen is het planten van aardbeien een goed idee; eigenlijk mogen die vruchten in geen enkele cottage-tuin ontbreken. Door veredeling zijn allerlei rassen sterk verbeterd, zodat ook de amateur ze goed kan kweken. Door de overzichtelijke en praktische aanpak nodigt het boek uit om ideeën direct in praktijk te gaan brengen. Een mooi uitgevoerd en veelzijdig tuinboek!

N.a.v. “Landelijk tuinieren”, door Geoff Hamilton; uitg. Terra, Zutphen, 1995; 256 blz.; ƒ 49,90.

G. Kuiper-Maaskant

Kleine tuinen

De meeste tuinontwerpers gaan er van uit dat de lezer een paar hectare grond tot zijn of haar beschikking heeft. Daar zijn dan ook voldoende ideeën voor aan te leveren. Maar wat te doen met een perceeltje van zes bij zes meter, of een plaatsje in de binnenstad door vier muren omsloten of een tuin die vijf meter breed en twintig meter lang is? Zes ontwerpers, van wie de meeste hun sporen op het gebied van tuinarchitectuur royaal verdiend hebben, leveren samen dertig ontwerpen voor dit soort ‘moeilijke gevallen’: Jean Bishop, John Brookes, Jane Fearnley-Whittingstall, Jean Goldberry, Dan Pearson en David Stevens gaan elk op eigen wijze de vierkante, de lange smalle, de korte brede, de kleine en de moeilijk gevormde tuin te lijf.

Dat levert ongelooflijk creatieve en boeiende ontwerpen op. De meeste tuinen zijn ook werkelijk aangelegd en functioneren düs in de praktijk. In aquarel zie je een blik in de tuin en de tuin van bovenaf. Apart wordt een beplantingsschema gegeven en getipt hoeveel planten per soort aangeschaft moeten worden. De meeste ontwerpers leiden de aandacht van de begrenzing af door in de vierkante tuinen met cirkels te werken, lange smalle tuinen in kamers te verdelen, of zelfs met spiegels te werken. In een stadstuintje omsloten door hoge muren, werd een stenen trap gemaakt met treden die als zitplaats kunnen dienen, zodat je halverwege de trap toch opeens in de zon zit. Bovendien was met de trap meteen het gevoel van ‘opgesloten te zijn’ verdwenen. Bij elk ontwerp wordt uitgelegd waarom de architect voor dit ontwerp koos. Daarbij spelen ligging, grondsoort, maar vooral ook de wensen van de cliënt een grote rol. Alle tuinen zijn in volle bloei geschilderd. Behalve dat je je afvraagt hoe zo’n tuin er op een foto zou uitzien, rijst de vraag hoe de aanblik buiten de bloeitijd is. Dat laten de ontwerpers aan de fantasie van de lezer over. Waarom ook niet?

N.a.v. “De leukste ontwerpen voor dekleinere tuin”, samengesteld door Tony Laryea; uitg. Terra, Wamsveld, 1996; 128 blz.; ƒ 29,90.

Marianne Witvliet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Uitgelezen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken