Bekijk het origineel

„Noch de RPF, noch deSGP, noch het GPV istoeaan fusie”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Noch de RPF, noch deSGP, noch het GPV istoeaan fusie”

13 minuten leestijd

Als er een terrein is waar de verzuiling van onze samenleving enigermate tot uitdrukking komt, dan is dat de politiek. Hoewel veel mensen zijn losgegroeid van hun maatschappelijke herkomst, zijn de structuren in stand gebleven. Hoe kijken politieke leiders van RPF, SGP en GPV, respectievelijk Van Dijke, Van der Vlies en Schutte, aan tegen de verzuiling in het algemeen en de verdeeldheid in hun achterban in het bijzonder?

De politici hebben eerst behoefte om het begrip verzuiling te definiëren. De RPF’er Van Dijke heeft een definitie opgesteld in de vorm van een catechismus’vraag: „Wat nut ons de (reformatorische) zuil? Antwoord: Het biedt elkaar, met name de zwakken, bescherming, hulp en steun, opdat het Woord van God rijkelijk, zonder enig beletsel onder u woont, de wereld duidelijk onderkend wordt en wij als een levend getuige, de onbekeerden zo tot Christus mogen leiden”.

Van der Vlies denkt bij verzuiling meer aan het sociologische begrip, namelijk het organiseren van gelijkgezinden rond een bepaald thema of bepaalde doelstelling. „Mijn kanttekening bij de definitie van Van Dijke is dat kerken in mijn visie niet onder het begrip verzuiling vallen”.

Schutte kiest een heel andere invalshoek: „Ik kan met het begrip verzuiling in de huidige tijd en toegespitst op de gereformeerde gezindte niets. Verzuiling Vvas er toen de samenleving in een aantal groepen uiteenviel. Die tijd is grotendeels voorbij. Wat ik nu zie aan christelijk organisatieleven wil ik niet met de negatief geladen term verzuiling betitelen. Ik benader het vanaf de andere kant: je leeft als christen te midden van een groep christenen binnen je gemeente, de gemeenschap der heiligen. Dat bepaalt je plaats in de samenleving en voor het realiseren van bepaalde doelen zoek je primair contact en samenwerking met die gelijkgezinden”.

Positief

Van Dijke voelt zich aangesproken: „Verzuiling heeft ook positieve aspecten gehad en wij mogen toch best dat positieve benadrukken?” Schutte: „Het heeft ongetwijfeld positieve effecten gehad, maar ik ben er niet aan toe om te beweren dat de verzuiling op zich positief was. Als je uitgaat van de vraag hoe de samenleving er behoort uit te zien ten opzichte van God de Heere, dan is een verzuilde samenleving die voor een groot deel niets met God en Zijn geboden te maken wil hebben niet positief. Er is een roeping van Godswege aan de hele samenleving en alle mensen Hem te dienen en Zijn Naam groot te maken”.

Van der Vlies ziet de verzuiling als een „noodoplossing”. „Je zou als christen met je overtuiging voluit in de samenleving moeten kunnen participeren, daar je boodschap neer kunnen leggen en mensen moeten inwinnen. Als je je met gelijkgezinden terugtrekt, is het gevaar groot dat de nood van de wereld op de achtergrond raakt. De andere kant is dat de ‘zwakken’ in onze samenleving bescherming behoeven. Ik denk daarbij aan onderwijs, bejaardenzorg en mensen met een handicap”.

Zondige verdeeldheid

Van Dijke deelt de opvatting dat de verzuiling een noodoplossing is. „Het heeft een plaats moeten krijgen. De zuil heeft naar mijn opvatting hier en daar toch een te veel verinnerlijkt karakter gekregen”.

Kunt u daar voorbeelden van noemen?

Van Dijke: „Ik zou me daar niet in willen verliezen, maar het positief benaderen. Als de samenwerking zich namelijk verbreedt, zie je dat er veel meer van uitgaat. Ik denk aan een Evangelische Omroep, een Evangelische Alliantie, een Evangelische Hogeschool. Dat zijn initiatieven die voor hen die buiten de zuil staan erg aanspreken”.

De GPV-voorman benadert het ook nu vanuit de Kerk. „God geeft je de taak om in Zijn dienst te leven in gemeenschap met medechristenen. Die gemeenschap beleef je in de eerste plaats in het lichaam van Christus, de Kerk. Daar is gebrokenheid en daar ligt ook de wortel van het probleem waar we het over hebben. Als je samen wilt werken, kun je niet voorbij aan het feit dat er een zondige verdeeldheid is tussen degenen die het lichaam van Christus vormen. Kijk van daaruit naar hetgeen samen kan. Maar er is wel onderscheid. Gaat het om activiteiten die nauw verbonden zijn aan de dienst van God, dan doe je dat met gelijkgezinden. Is de doelstelling beperkter, dan kunnen ook anderen meedoen”.

„Soms moetje erkennen datje in eigen kracht iets niet kan. Ik denk bijvoorbeeld aan een omroep. Aan de Evangelische Omroep zitten mooie kanten. Anderzijds komen dingen die wezenlijk zijn voor de gereformeerde confessie daar niet aan de orde”.

Vakantie

De noodzaak van kerkelijke eenheid moet in de visie van Schutte meer leven. „We worden daarin geconfronteerd met kerkelijke onmacht en ongehoorzaamheid. Er is geen samenlevingsverband zo nauw met Christus verbonden als de Kerk. Als we het zouden mogen beleven dat we op een gehoorzame wijze in lijn met Schrift en belijdenis kunnen komen tot kerkelijke eenheid, dan komen de vragen waar we nu mee bezig zijn in een heel ander licht te staan”.

Vindt u dat er genoeg initiatieven zijn om degenen die op grond van Schrift en belijdenis bij elkaar horen bij elkaar te brengen ?

Van der Vlies: „Ik heb daar een en andermaal aandacht voor gevraagd, maar er gebeurt in mijn ogen te weinig. En waar het dan gebeurt -en dat mag je wel in het hart raken- zijn er enorm veel moeilijkheden. Dat kan ik ook niet verhelpen. Er is een opwekking of een reveil voor nodig, zodat degenen die bij elkaar horen ook bij elkaar komen. Je ziet dat de Tweede Wereldoorlog zo’n functie heeft gehad. En de oorlog is koud afgelopen en men betrekt het eigen bastion weer. Datzelfde geldt ook voor vakanties in het buitenland. Mensen zijn dan zo interkerkelijk als het maar zijn kan, maar zodra ze hun dorp binnenrijden, kan er opeens een heleboel weer niet. Ik kan daarbij niet opgewekt kijken. Dit is zondig”.

Van Dijke is het hier helemaal mee eens. Hij vindt echter niet dat er pas samengewerkt kan worden binnen organisaties en instellingen als er kerkelijke eenheid is.

Van der Vlies voegt daaraan toe dat er in de laatste tientallen jaren positieve samenwerkingsvormen tot stand zijn gekomen. Hij denkt daarbij aan hulpverlening in de Derde Wereld en aan de volksgezondheidssector. „Dat zijn dan ook fora waarop mensen elkaar beter leren kennen en mogelijk een stimulans zijn voor andere processen”.

Van der Vlies brengt in dit verband voorzichtig naar voren hoe verschillend er met de waarheid wordt omgegaan. „Ik bedoel dat niet dogmatisch, maar in beleving voor het aangezicht des Heeren. Dat brengt mensen uit diverse kerken binnen de SGP samen. Dat geestelijke klimaat is toch van belang. Ik ben zelf Nederlands hervormd en voel me geestelijk slechts verwant met een deel van de kerkleden, landelijk gezien”.

Heeft het gescheiden optrekken van de gereformeerde gezindte daar ook niet mee te maken ? Men erkent elkaar niet of slechts ten dele als broeders en zusters in de Heere.

Van der Vlies: „Ik wil dat zeer terughoudend benaderen, ik ga niet oordelen over wie dan ook. Ik denk dat er inderdaad binnen ‘mijn’ kerk mensen zijn waarvan ik me afvraag of het wel broeders of zusters zijn. Wat betreft het gescheiden optrekken van de gereformeerde gezindte denk ik dat we niet moeten ontkennen dat er verschillen zijn in geestelijk klimaat en dat die medebepalend zijn voor de wijze waarop men tegen anderen aankijkt”.

Toekomst

Wat verwachten de drie heren van de toekomst voor de verschillende organisaties en instellingen binnen de gereformeerde gezindte? Van Dijke: „Mijn taxatie is dat met name de jongere generatie zich zal gaan richten op de breedte van de gezindte. Dat spreekt mij ook zeer aan. Ik verwacht dan ook meer gezamenlijke initiatieven op het gebied van onderwijs. gehandicaptenzorg, hospices en dergelijke”.

Van der Vlies: „Naarmate een organisatie langer bestaat, ontstaat de dreiging dat het een doel in zichzelf wordt. Dat wil ik amputeren. We moeten de nood van de noodoplossing blijven ervaren. Uiteindelijk moet iedereen de Heere vrezen. Het gehele volk moet bij de Bijbel leven. Ik zie op dit moment een zekere innerlijke kracht in de organisaties, waardoor ze zeker voorlopig blijven voortbestaan. Ik denk dat de nood van de tijd in toenemende mate gezamenlijk optrekken nodig maakt. Ik denk ook dat de jongeren ons vaker ter verantwoording zullen roepen over de vraag waarom we op de verschillende terreinen van het leven gescheiden optrekken”.

Schutte: „Ik vind het moeilijk om met stelligheid over de toekomst te spreken. Heel belangrijk is wat Gods Geest zal werken. Als we dat negeren zijn we niet op een christelijke wijze bezig. God heeft ook gezegd hoe Hij wil werken, namelijk door Zijn Woord. Dat moeten we vasthouden. Daarom blijf ik bij mijn stelling dat hoe concreter en begrensder het doel is, hoe breder de samenwerking kan zijn. Laten we echter niet vergeten dat verbreding ook verwatering van principes tot gevolg kan hebben”.

Samenwerking

Mijnheer Van Dijke, u bent voorstander van brede samenwerking. Ziet u ook gevaren ?

„Absoluut. Het gevaar van verwatering is groot. Daarom moeten we elkaar blijven aanspreken op de vraag: Wie is Christus voor u? Dat is het centrale punt in de samenwerking. Als we dat loslaten komt de dood in de pot”.

De voormannen zijn zeer positief over de wijze waarop de instellingen uit hun achterban de regering, de ministeries en de fracties in de Tweede Kamer benaderen. Organisaties uit het onderwijs, de gezondheidszorg en de sociaal-economische hoek weten de weg naar het Haagse goed te vinden.

Van der Vlies zou graag zien dat binnen de ouderenzorg meer afstemming en coördinatie plaatsvindt: „Door de komende regionalisering van de zorg is dat zeer noodzakelijk”. Van Dijke vindt dat RMU en GMV meer gezamenlijk moeten doen, eventueel met het CNV.

Politiek

In de politiek komt het gescheiden optrekken van de gereformeerde gezindte ook tot uitdrukking. Kan daar in de toekomst ook meer samen ?

Van der Vlies: „Dat is niet het gemakkelijkste thema. Je moet allereerst een visie hebben op je eigen bestaan en bestaansrecht. De SGP is de oudste partij en destijds mede opgericht als een protest tegen de verwatering in de Anti-Revolutionaire Partij. Ik vind dat de SGP een legitieme plaats heeft met een eigen programma en visie. Dat bestaansrecht is er nu nog”.

Van Dijke durft de stelling aan dat de oprichting van zijn partij een noodgreep was. „De RPF is een vehikel om ons doel te bereiken. Zodra er een beter voertuig is, doen we er graag afstand van. Dat zeg ik overigens zonder denigrerend te zijn over de partij, want het is heel waardevol wat er in de loop van de jaren is gegroeid. Maar als ik nu onderdak zou moeten vinden voor al ‘mijn’ inzittenden bij een andere partij, kom ik wel in de problemen”.

Zou oprichting van de RPF ook nu nog noodzakelijk zijn?

„Ik heb de bange vrees van wel. Als we nu tot oprichting zouden moeten overgaan, dan zou dat misschien wel bij de andere partijen het denkproces bevorderen”.

Kerkcriterium

Schutte ervaart het als een voorrecht en een rijkdom om „op het brede terrein van de christelijke politiek te mogen werken op de prachtige basis van Schrift en confessie. Als leden en vertegenwoordigers kunnen we elkaar daarop aanspeken. Dat is het mooiste en het beste, zoals prof. Trimp eens zei. Maar dat is niet een norm voor alle tijden en plaatsen. Gods Geest kan ook hierin werkzaam zijn en wonderen verrichten. Ik denk persoonlijk aan de mogelijke eenheid tussen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken. Als dat werkelijkheid wordt, gebeurt er iets groots dat enorme gevolgen kan hebben voor de kerkelijk kaart van ons land”.

Van Dijke heeft in dit verband een vraag aan Schutte: „Zou het GPV het voor zijn rekening durven nemen om het bestaan van de RPF noodzakelijk te maken?” Schutte: „Het is altijd moeilijk om over als-situaties te spreken. Ik denk dat, als onze partij in de jaren zeventig meer het oog had geslagen op de betekenis van Schrift en confessie en wat minder het kerkcriterium had benadrukt, het wellicht anders zou zijn gegaan”.

Blokkade

Vindt u, mijnheer Schutte, niet dat samenwerking -onder meer op politiek terrein- de gesprekken op kerkelijk terrein kan stimuleren? U benadrukt steeds de noodzakelijkheid van kerkelijke samenwerking, terwijl Van Dijke juist vanaf de andere kant wil werken.

„Het kan voordelen hebben dat je elkaar beter leert kennen. Door de samenwerking hier in de Kamer leren wij elkaar ook meer waarderen. Het gevolg van die benadering kan echter ook zijn dat je de kern uit het oog verliest en dat de samenwerking steeds breder wordt”.

Van Dijke haakt erop in: „Daar moetje zeer beducht voor zijn. Overigens ben ik het met Schutte eens dat we naar kerkelijke eenheid moeten streven, maar dat hoeft de route naar meer samenwerking op maatschappelijk terrein niet te blokkeren”.

Van der Vlies: „In de kern ben ik het met deze benaderingen eens. De SGP is een interkerkelijke partij. Kerkelijk is er helaas een gescheiden optrekken en kunnen we niet met elkaar avondmaal vieren, als we daaraan al deelnemen. Niettemin zijn velen het wel van ganser harte eens met de politieke doelstellingen van de partij”.

Cultuurverschillen

Is ook hier niet het verschil in geestelijk klimaat er de oorzaak van dat de partijen naast elkaar blijven functioneren?

Van der Vlies: „Daarom is de optie van zelfstandige partijen die daar waar even mogelijk is met elkaar samenwerken een formule die precisering en intensivering behoeft”.

„Amen, broeder”, zo voegt Van Dijke zijn collega toe. „Het hebben van een eigen partij mag geen reden zijn om gescheiden te zijn van degenen die dezelfde God liefhebben”.

„Ook ik ben het daarmee eens”, stelt Schutte. „We moeten echter wel in alle eerlijkheid zeggen dat cultuurverschillen zich kunnen vertalen in inhoudelijke politieke verschillen. De SGP denkt toch anders over de geestelijke vrijheid en de godsdienstvrijheid dan wij”.

Van Dijke: „Als je één fractie zou vormen, wil dat niet zeggen datje over alles gelijk moet denken en bij alles hetzelfde moet stemmen”.

Schutte: „Dat is geenszins ideaal en er gaat een verkeerd signaal van uit als je dan verschillend stemt. Bovendien, als je gaat spreken over één fractie in de Tweede Kamer, spreek je over een voorportaal van fusie en ik heb begrepen dat daar noch de RPF, noch de SGP, noch het GPV aan toe is”.

Van der Vlies is het daarmee eens: „Als je één fractie hebt, doet een verschillend stemgedrag af aan je profiel”.

Van Dijke: „Maar in de praktijk gaat het verschillend stemgedrag niet om zaken die direct de kern raken van je politieke doelstelling?”

De SGP-voorman is het daar niet mee eens: „Kijk eens naar de geestelijke verzorging in de krijgsmacht en de Winkeltijdenwet”.

„Ik erken dat de SGP op het punt van het theocratisch gedachtengoed anders denkt”, stelt Van Dijke. „Dat mag van mij ook in het stemgedrag tot uitdrukking komen. Dat is niet ideaal, maar wel te verkiezen boven het geheel gescheiden optrekken”.

De SGP-voorman reageert: „Ik denk dat mensen graag een landelijk referentiekader willen hebben. Daarom moeten we elkaar niet gaan beconcurreren. We willen onze eigen identiteit behouden. Dat was toch ook de boodschap van de laatste RPF-federatieraad?”

Kiesdeler

Komt er pas dan in de Tweede Kamer één fractie als de kiesdeler omhooggaat?

Van der Vlies: „Dat moet dan ernstig worden bezien. Dan krijg je een andere afweging als tot nu toe. Dan moet je tegenover elkaar zetten: of niks of het gezamenlijke geluid. Doorgaans kiest de partij dan voor samenwerking: Zie Europa, zie verschillende provincies en gemeenten. Maar ik ken ook voorbeelden dat het strandde”.

Van Dijke: „Mijn bezwaar is dan datje het overlaat aan negatieve druk. Het heeft niet mijn voorkeur om het op die manier tot stand te laten komen. Maar misschien is het wel nodig vanwege de hardigheid van onze harten”.

Schutte: „Als christen draag je verantwoordelijkheid in de situatie waarin God je doet leven. Als God andere en wellicht beperktere mogelijkheden geeft, moet je nagaan hoe je je verantwoordelijkheid het beste kunt vormgeven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Noch de RPF, noch deSGP, noch het GPV istoeaan fusie”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 mei 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken