Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KERK-EN-WERELD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KERK-EN-WERELD

4 minuten leestijd

Hiemamaats

De dood is het einde niet. Christenen weten dit uit Gods Woord. Nu wijlen dr. W. C. van Dam trachtte ooit de geloofwaardigheid van deze waarheid te vergroten. Hij schreef een boek over bijna-doodervaringen. En vandaag houdt uitgeverij Ankh-Hermes in Deventer een minisymposium over dat zelfde onderwerp. Motto: “Een glimp van de hemel”.

Tijdens de conferentie klinken signalen van verschijnselen die het geloof aan een hiernamaals bevestigen. Toch hebben zij met de christelijke belijdenis niet veel te maken. Het besproken thema betreft uitsluitend de hemel. Maar mensen die de Bijbel serieus nemen, weten (schroomvol en voorzichtig) ook van een hel. De in een vooraankondiging geschetste belevenissen zijn eenzijdig van aard. Cardioloog Van Lommei somt gevoelens op die tijdens de bijna-doodervaring aan de orde komen. Afzonderlijk of in combinatie met elkaar zou het gaan om „gevoelens van rust en vrede” en „het ontmoeten van een wezen van Licht en Liefde”. Van Lommei: „De angst voor de dood is dan ook totaal verdwenen”.

Een arts met de naam Sluis spreekt in soortgelijke bewoordingen. Hij heeft het over „diepe vrede en liefde die ermee gepaard gingen. De dood was niet de ultieme vijand, die de geneeskundige tot het (juist daarom) vaak ook bittere einde blijft bestrijden”. Oorzaak van het „bittere einde”, zo lijkt Sluis te willen zeggen, vormt juist de eindeloze medische behandeling.

Woord spreekt anders

Verzet tegen deze voorstelling van zaken blijft geboden. Niet alleen omdat dergelijke beweringen de drempel naar het doden dreigen te verdringen. Dat ook. Voorstanders van euthanasie zullen zich graag door uitspraken van dit minisymposium laten leiden. Mijn weerstand wortelt in het Woord van God. Dat spreekt niet uitsluitend over een vredig sterfbed. Lukas 16:23 vertelt van een rijke die in de hel zijn ogen ophief, „zijnde in de pijn”. Dat is geen fantasie. De Heere Jezus ontleende zijn beelden voor gelijkenissen aan de werkelijkheid. Volgens Lukas 12:5 zei Hij immers ook: „vreest Dien, Die... macht heeft in de hel te werpen”.

Gods Woord spreekt nadrukkelijk over de dood als „laatste vijand, die te niet gedaan wordt”. Dit betekent dat niet ieder mens een uiteinde heeft met „diepe vrede en liefde”, waarbij angst voor de „ultieme vijand” onnodig blijkt. Maar alleen degenen die door het geloof „gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, zullen door Hem behouden worden van de toom” (Romeinen 5:9).

Geen bewijs

De arts Moolenburgh tekent tijdens het minisymposium „de ware explosie van bijna-doodervaringen en engelenontmoetingen in onze eeuw” als reactie op „een nieuwe religie die in de vorige eeuw haar oorsprong heeft en die evolutieleer wordt genoemd”. De massaal optredende ervaringen van een andere wereld vormen dan de „noodzakelijke herstelbewegingen” die deze valse leer moeten corrigeren.

Zo’n opmerking doet beginselvaste gereformeerden goed. Ja toch? Mensen die zich graag sterk maken tegenover Charles Darwin en de moderne wetenschap zijn gelijk aangedaan door sympathie voor meneer Moolenburgh.

Toch kunnen christenen niet veel met de stellingname van de dokter. Want die biedt geen enkel bewijs van hun belijdenis. Het geloof dat de mens, althans de ziel van de mens, onsterfelijkheid bezit, is zeer verbreid. Dat heeft geen specifiek christelijk karakter. Eerder mogen wij er een algemeen verzet in zien tegen de dood als zodanig. Protest. Niet alle sprekers in Deventer oordelen overigens gelijkluidend. Zelfs niet over „licht en liefde” en „rust en vrede”. Ina Vonk, een van de andere referenten-met-ervaring, signaleert juist „onzekerheid en verwarring”. Om dat kwijt te raken moeten mensen met de handen in de aarde gaan „wroeten”. Zo ontstaat er „innerlijke rust. Het lijkt wel of de natuur ons helpt om bij onszelf te komen”.

Bijbel is enige bron

De overleggingen van het minisymposium doen mij denken aan een oude man. Hij was bij zijn overlijden (in 1985) bijna 65 jaar getrouwd. Lang leefde hij in ernstige bekommering over zijn eeuwig heil. Benauwd wegens zijn voortdurend zondige aard. Maar met een glimlach op de lippen ging hij heen. Beide armen als in verlangen uitgestrekt naar omhoog. Hij leefde niet op het fundament van ervaringen. Maar bij Gods Woord. Als de enige bron van goddelijke openbaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

KERK-EN-WERELD

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken