Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoge Raad: Geen ozb monumentale kerken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoge Raad: Geen ozb monumentale kerken

Vereniging van kerkvoogdijen reageert opgelucht

3 minuten leestijd

DEN HAAG - Gemeenten kunnen geen of slechts mondjesmaat onroerende-zaakbelasting (ozb) heffen op monumentale kerkgebouwen. Dat heeft de Hoge Raad gisteren beslist in een arrest. De aanslag die de Amsterdamse inspecteur der gemeentebelasting de Nieuwe Kerk over 1990 had opgelegd, ging volledig van tafel. F. G. Szabó, directeur van de Nederlandse hervormde Vereniging van kerkvoogdijen, zegt „opgelucht” te zijn.

Eerder had het gerechtshof in Amsterdam de opvatting van de inspecteur gesteund dat er belasting mocht worden geheven naar een waarde van bijna 10,2 miljoen gulden.

„Het object, plaatselijk bekend als Dam 12", zoals de rechter het verwoordt, wordt onderhouden door de Nationale Stichting De Nieuwe Kerk. De advocaat van de stichting, mr. M. Mees, leidde eerder uit de hofuitspraak af dat er aanslagen van wel vijf ton tot een miljoen gulden per jaar konden worden opgelegd, op basis van een herbouwwaarde van 200 miljoen gulden -een bedrag dat overigens veel lager is dan herbouw zou vergen.

Schoenendoos

De problemen met de monumenta le, gezichtsbepalende kerkgebouwen doen zich voor sedert de belastingrechter besliste dat de belastingvrijstelling verviel als niet minstens 70 procent van de inhoud van de kerkgebouwen bestemd is voor de openbare eredienst. De kerkgebouwen worden sindsdien voor de belasting be schouwd als commerciële objecten.

In de praktijk moet de inspecteur uitgaan van de vervangingswaarde van de kerk onder aftrek van waardevermindering wegens functionele of technische veroudering. Maar die waarde mag in het geval van een kerkelijk monument in handen van een stichting nimmer uitgaan boven het nut dat het gebouw voor de stichting heeft. Dat nut is louter dat het blijft voortbestaan als monument. Dat „kan niet in een geldwaarde worden uitgedrukt", meent de Hoge Raad. Het cultuur-historische en estheti

sche belang van het gebouw voor de samenleving, dan wel de bescheiden inkomsten uit verhuur aan derden om de exploitatietekorten te drukken, spelen verder geen rol, meent de hoogste nationale belastingrechter.

De Hoge Raad beantwoordt verder een niet gestelde vraag, namelijk in hoeverre er wel een aanslag onroerende-zaakbelasting mag worden opgelegd als het kerkelijk monument nog in handen is van een kerkgenootschap. Dan gaat de „schoenendoosgrondslag” op: het kerkgebouw mag worden gewaardeerd op de waarde van een goedkoop, vervangend gebouwtje waarin de gemeenteleden hun eredienst ook zouden kunnen houden.

Opgelucht

F. G. Szabó, directeur van de Nederlandse hervormde Vereniging van kerkvoogdijen, zegt „opgelucht” te zijn. „De kerkvoogdijen hebben het in het algemeen al moeilijk genoeg. Veel colleges verkeren immers in financiële problemen. Als dan ook nog een groot bedrag aan onroerende-zaakbelasting moet worden betaald, is het niet meer op te brengen".

De voorlichter externe betrekkingen van de gemeente Amsterdam benadrukt echter dat de uitspraak slechts van belang is voor waarderingen en heffingen tot en met 1996. „In 1997 wordt een nieuwe wetgeving van kracht, de Wet onroerende-zaakbelastingen en waterschapsomslagen. In dit nieuwe waarderingsregime worden rijksmonumenten volgens de waarde in het economisch verkeer gewaardeerd en niet langer volgens de gecorrigeerde vervangingswaarde".

In reactie op deze uitlating stelt Szabó dat het beleggen van erediensten weinig te maken heeft met economische belangen. „Ik mag toch hopen en eigenlijk ook wel aannemen dat een kerkvoogdij die in het bezit is van een kerkgebouw waarin alleen kerkdiensten worden belegd, geen hinder van de nieuwe wet zal ondervinden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 6 June 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Hoge Raad: Geen ozb monumentale kerken

Bekijk de hele uitgave van Thursday 6 June 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken