Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Signa ecclesiae

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Signa ecclesiae

6 minuten leestijd

„En zij waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden". Handelingen 2:42

Het werk van de Heilige Geest, Die met Pinksteren is uitgestort, is niet alleen maar het bekeren van grote en kleine aantallen mensen. Hij werkt zowel in de enkeling als in het geheel van de gemeente. Hoe duidelijk komt dat uit in onze tekst, waar iets wordt gezegd over het leven van de gemeente. Het leven uit genade, het leven uit Christus en de Heilige Geest, het godzalige leven, dat vraagt om gemeenschap. Dat voegt mensen samen. Die bekeerden van de eerste Pinksterdag, met de discipelen en de vrouwen, zij zijn een gemeente geworden. De Heilige Geest schiep ruimte voor Christus en zet de gemeente in het leven met Christus: het leven der godzaligheid.

De Heilige Geest werkt in die gemeente een aantal dingen, die Luther noemde: „signa eccclesiae", dat wil zeggen de kentekenen van de kerk. Dat zijn vier zaken waarin de gemeente volhardt. We mogen dus zeggen dat juist het volharden het kenmerk is van het geloof dat de Heilige Geest werkt. Volharden is: vasthouden aan, standvastig blijven doen, volhouden, onafgebroken bezig zijn met de leer van de apostelen, de gemeenschap, de breking des broods en de gebeden. Het echte geestelijke leven is geen bevlieging, en veel meer dan een ontroering. Het werk van de Heilige Geest wordt gekenmerkt door volharding. Volharden is de dieptewerking van de Geest. Volharden heeft alles te maken met strijd. De strijd die begint als Gods genade door de Geest in ons hart wordt gewerkt. De strijd die de gemeente van toen en nu te voeren heeft. Hoe houd je die strijd vol? Onze tekst wil bemoedigen.

U die denkt de moed op te geven. U valt uzelf zo tegen. U kunt het niet in eigen kracht. Dat is waar. Maar bedenk nu eens dat het volharden ook niet uw vermogen is, maar de gave van de Geest. Hij houdt het vuur brandend. En zij -de gemeente- waren volhardende in de leer der apostelen. Bedoeld is de verkondiging van Christus, zoals dé apostelen die brachten. Denk maar aan Petrus’ toespraak. De verkondiging van Gods grote daden, van de heilsfeiten, de geboorte en het kruis, de opstanding en de hemelvaart van Christus, de uitstorting van de Geest en de wederkomst.

Zij zeiden niet op een zeker moment: Nu weten we alles wel. Nee, zij volhardden in deze leer. Ze konden er niet genoeg van horen, en niet genoeg van krijgen, want de tijkdom van die leer is zo groot: het oude bleef mooi en er werden steeds nieuwe vertroostingen in gevonden. Dit is wel beschamend voor hen die er geen zin in hebben om trouw onder het Woord te komen. Zo mist men toch het eerste kenmerk van het christen-zijn. Geen wonder dat in hun leven het vuur zo gauw uitdooft. Het mist de volharding om naar Gods Woord te horen. Het zaad dat ontkiemt, wordt ver stikt en draagt geen vrucht. Maar hoe anders is het als wij ons bij het Woord mogen houden als leerjongeren van Christus, en de Geest uit die schat oude en nieuwe dingen voortbrengt, om te mogen toenemen in de genade. Wie zich houdt bij en aan het Woord, de prediking van de apostelen, mag wonderen verwachten. Dan worden wij gesterkt in de strijd. Bij deze leer te leven en te sterven, dat is: met Christus te leven en te sterven.

De jonge gemeente volhardde ook in de gemeenschap. Dit is het tweede kenmerk van de kerk waar de Geest Zijn milde regen over uitstort. Het samenkomen onder het Woord, het meer en meer ontdekt worden aan jezelf en verbonden worden aan Christus schept een band: de liefde tot God en elkaar. Als wij in onze tijd zo veel ruzie en onenigheid zien in de gemeenten, dan moeten we tot de conclusie komen dat men niet volhardt in de gemeenschap. Maar de fout ligt verder terug: men hoort wellicht de leer der apostelen nog wel aan, maar men leeft er niet naar. Kortom, er zijn opvattingen en meningen te over, maar er is geen bekering. Hier is nodig niet naar een ander, maar naar onszelf te kijken. Is Christus voor ons het middelpunt van de gemeenschap, of is Hij verwisseld met onze opvatting hoe God moet worden gediend? Christus is het alleen Die door de Geest de kloof tussen God en ons overbrugt. Maar als Hij uit het middelpunt verdwijnt, dan is de gemeenschap met God en elkaar verbroken. De brug die de tegenstellingen overwint, is weg.

Daarom, bekeert u. Met godsdienstigheid komen wij niet tot God en elkaar, maar met Christus alleen. Volharden in de gemeenschap is dan ook het steeds samen terugvallen op het Woord Gods. In verootmoediging, geloof en bekering. Dan verdwijnen twist en wrok en wordt de Heere als uit één mond verheerlijkt en geprezen. Wat is het groot als we daar soms wat van mogen hebben in de samenkomst van de gemeente en in de omgang met elkaar. Dan bloeit de liefde en krijgt de Heere de eer. En dat is toch het oogmerk van de Geest?

De gemeente volhardde ook in de breking des broods. We verstaan daaronder de liefdemaaltijden waar de gemeenteleden elkaar ontmoetten, en het huidige avondmaal. Waarom waren ze daar zo trouw in? Omdat Christus’ bevel en gebod was: Hebt liefde onder elkander, en: Doet dit tot Mijn gedachtenis. Als Hij ons alles waard is, dan is alles hoogst waardevol wat Hij gebiedt. Dat zijn geen inhoudsloze tradities, maar inzettingen die zo waardevol zijn, dat het ondenkbaar is ze niet te onderhouden. Met name in het avondmaal wordt door de gelovigen de band met Christus en Zijn gemeente beleefd. Zijn lijden en dood als de enige grond van onze zaligheid beleden, daar wordt de kennis van zonde en genade verdiept en het geloof versterkt. Daar wordt ook opwaarts in de hemel gezien, waar Christus is. Voor de ware gemeente is het volharden in de breking des broods een onmisbare zaak, waardoor de Geest hen doet beleven dat Christus’ dood verzoent en heelt.

De gemeente volhardde in de gebeden. De persoonlijke én de gemeenschappelijke gebeden. Biddend om de Geest en biddend door de Geest houdt men de Heere en elkaar in het oog. Met onuitsprekelijke zuchtingen bidt de Heilige Geest voor de heiligen tot God. Maar dan ook: door de heiligen. God geeft Zijn kinderen te bidden wat Hij beloofd heeft en volbrengt. De gemeente volhardde in de gebeden. Het meervoud mag ons doen denken aan de verschillende soorten gebeden. De gebeden in de binnenkamer, de gebeden in de eredienst. De voorbeden, de dankzeggingen, de lofprijzingen. Gods kerk waar de Geest werkt is een biddende gemeente. Een gemeente met geen verwachting van zichzelf maar van God, gedurig, volhardend. Hoe staat het met ons? Volharden wij in de signa ecclesiae, de kenmerken van de gemeente? Of zijn we geen gemeente meer, maar een godsdienstige vereniging? Laten wij bidden om de Geest, dat Die onze hof doorwaait, zodat zijn specerijen uitvloeien.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Signa ecclesiae

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken