Bekijk het origineel

Drie gezichten van het Drents-Friese “Wbud

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Drie gezichten van het Drents-Friese “Wbud

Nationaal park in wording blijkt op sommige plekken een hoorn des overvloeds

7 minuten leestijd

Het Drents-Friese Woud, na de Veluwe het grootste aaneengesloten natuurgebied in Nederland, moet binnen twee jaar de status van nationaal park hebben. „We kunnen gebruikmaken van ervaringen met het nabij gelegen Dwingelderveld", vindt mevrouw M. A. J. Jager-Wöltgens, voorzitter van het overlegorgaan dat de oprichting in goede banen leidt. Een vluchtige kennismaking met drie kerngebieden in het toekomstige reservaat. Drie verschillende gezichten.

Berkenheuvel, aan de zuidkant van het Drents-Friese Woud, behoort tot de aantrekkelijkste bossen van Drenthe. Opzichter R. Schuiling hoeft weinig moeite te doen me daarvan te overtuigen. Terwijl een plensbui ons onder een paraplu gevangen houdt, mag de van dorst smachtende kraaiheide zich wat hem betreft dronken drinken. Hopelijk gaat de inmiddels lelijk van kleur verschoten dwergheester daardoor weer groen zien. Kraaiheide hoort immers niet bruin, maar altijd groen te zijn. Smaragdgroen.

Schuiling praat zó over kraaiheide dat je het plantje ook voor geen goud meer wil missen (en je schoenen zonder morren kletsnat laat regenen). Van zijn kant zal hij er alles aan doen om het voor altijd als vaste vloerbedekking in het grovedennenbos te laten liggen. Juist de combinatie “kraaiheide-grove den” is in Nederland immers zeldzaam. Zuidelijker in Europa zul je het tevergeefs zoeken.

„We moeten dit voedselarme bos zo beheren dat de kraaiheide er blijft. Binnenkort laten we runderen los om de bochtige smele en andere grassen kort te houden. De grazers zullen er ook voor zorgen dat de natuurlijke opslag van loofbomen niet te uitbundig wordt en met hun blad de kraaiheide verstikt". Als hij vervolgens laat weten dat wellicht in de toekomst ook edelherten voor dit karwei worden losgelaten, glinsteren zijn ogen. De mijne een seconde later.

Boommarter

Niet op alles heeft Schuiling greep. Rankende helmbloem en braam tieren bijvoorbeeld dankzij een stikstofrijke atmosfeer welig. Nee, hij is meer ingenomen met het feit dat zaadjes van eik en beuk, berk en vuilboom overal spontaan ontkiemen. Wat kan er in honderd jaar toch veel veranderen. Een eeuw geleden lag hier hoofdzakelijk hei en stuivend zand. Vanaf de Bosweg kon je het kerktorentje van Diever haarscherp in de lucht zien prikken. Nu belemmeren vooral oude, grove dennen, ooit aangeplant om Limburgse mijnen te helpen stutten, het uitzicht.

De beheerder-Natuurmonumenten kreeg het landgoed in de jaren zevenrig in bezit- is in het voormalige producriebos aan het “dunnen". Een leek zal het nauwelijks opvallen. Stammen krijgen aan de voet rondom een cirkel in de bast gesneden, waardoor vitale sapstromen tot stilstand komen. De boom gaat staande ten onder, verrot ter plekke. Ondertussen profiteren spechten van dit proces. In net vermolmde hout huizen allerlei lekkere insectenhapjes. Elders in het bos hakken de vogels hun broedholen, die ook de zeldzame boommarter goed blijken te bevallen.

„Deze methode, waardoor je open plekken creëert en de zon kans geeft om op de bosbodem te schijnen, berokkent de omgeving geen schade. Het past beter in de kringloop van een gezond bos. Met vellen en het gesleep met boomstammen verniel je veel te veel".

Maanlandschap

Schuüings laatste opmerking krijgt al gauw zeggingskracht. Berkenheuvel met zijn smalle bospaden en tientallen groene stuifzandbulten acht ik een paradijs bij de aanblik van het Aekingerzand. Een troosteloos maanlandschap ligt voor m’ n voeten. Tientallen stronken vertellen zwijgend het voor mij nog ongeloofwaardige verhaal dat Staatsbosbeheer hier een interessant natuurontwikkelingsproject is begonnen: het terugbrengen van een zandverstuiving.

Eentonig bos stond hier in 1989. Tweehonderd hectare grove dennen, aan het begin van deze eeuw geplant om de Kale Duinen (zo lag het Aekingerzand in de volksmond op de tong) te knevelen. Rond 1850 waren de verstuivingen zo groot dat ze vrij uitzicht op Friesland gaven en had de wind er vrij spel. Toen Staatsbosbeheer zes jaar geleden rigoureus begon te kappen, stonden niet alle omwonenden te juichen. Vooral zij die vroeger de zandvlakte nog als een reële bedreiging hadden meegemaakt, volgden de ingreep met argusogen. Maar ook menige wandelaar en fietser zag de kaalslag met verbijstering aan.

Het ach en wee over deze ’ natuurvernieling’ is volgens ing. W. Brink inmiddels verstomd. De reacties krijgen zelfs een positieve ondertoon. „Het is toch wel mooi geworden", hoort het districtshoofd steeds vaker. Vanaf de splinternieuwe uitkijktoren (gemaakt door moeilijk opvoedbare knullen uit een internaar in Appelscha, met hout uit productiebossen van Staatsbosbeheer) doe ik ook moeite deze chaos mooi te vinden. Schoonheid moetje leren zien.

Brinks filosofie kan ik volgen. Bomen belemmerden wind, dus die moesten verdwijnen. De schapen, die het vandaag niet in hun kop halen om te blaten, happen vervolgens grassprietjes en elk nieuw ontkiemend boompje weg. Zo krijgt de wind weer vat op deze “atlantische woestijn", waar ook de Vledder Aa uit de bodem borrelt. HeidepoUen kunnen weer bloeien. Boomleeuwerik, duinpieper en gekraagde roodstaart vliegen in mijn kijker.

Een geoorde fuut zorgt dat de Grenspoel niet in het verhaal wordt vergeten. „Dit ven was zo ernstig vervuild door de stikstofrijke mest van kokmeeuwen, dat we die helemaal hebben uitgebaggerd". Over de resultaten van deze ingreep kan ik mij buigen: drijvende egelskop, oeverkruid, waterlobelia, veeTstengelige waterbies, snavelzegge, waterdrieblad, allerlei veenmossen. De zwarte stern, dodaars en wintertaling houden zich vandaag schuil.

Schoolvoorbeeld

Het Drentse Landschap, dat in Drenthe zelf nog niet genoeg bekend is, heeft veel energie in het herstel van de vochtige heide op het Doldersummerveld gestoken. „Het lijkt een monotoon gebied, maar als je erin duikt, is het een van de rijkste heidevelden in onze provincie", zegt Aaldert Kikkert, rayonhoofd van de sympathieke stichting. Wat nu een schoolvoorbeeld van een uitgestrekte en goed ontwikkelde heide- en bosgebied is, was eerst een grote, vergraste vlakte. „In 1980 woedde er een brand, die het Doldersummerveld in één dag van alle opslag ontdeed. Op zo’n moment ervaar je zoiets als een ramp. De as bemestte de grond, grassen grepen hun kans. We hebben toen Schoonebekers (een heideschaap, WHS) en Limousins (runderen) losgelaten. Ze fungeren bij ons als vliegwiel van het systeem. Ze verschralen het veld".

Je hoeft niet dwars door het gebied te banjeren om de resultaten van de begrazing te aanschouwen. Zelfs vanaf een geasfalteerd fietspad laten veel bijzondere soorten planten en dieren zich observeren. Pijpenstrootje verstikt de boel niet meer. Pitrus steekt juist de kop op, want Het Drentse Landschap dempte vijf sloten, waardoor de heide een stuk soppiger werd.

Knoopmieren

Kikkert reikt me rapporten aan, die aantonen dat de vergrassing tot een derde is teruggebracht. Tien zeldzame plantensoorten, die op de Rode Lijst prijken, namen in tien jaar tijd toe. Eenarig wollegras, wilde tijm, heidekartelblad, bruine snavelbies zie ik genoemd, en beenbreek, liggende vleugeltjesbloem, gevlekte orchis. Er kwam zelft een elfde soort bij: moeraswolfsklauw. Vogels vertonen eveneens een rooskleurig beeld. 111 soorten, oftewel ruim de helft van alle in Nederland broedende soorten, vliegen in het Doldersummerveld rond. Paapje, grauwe klauwier, kneu en nachtzwaluw zijn sprekende namen. De kraanvogel pleistert er elk jaar een poosje.

Di t Drenthe lijkt op een hoorn des overvloeds. Adders, de zeldzame zandhagedis, de heikikker, ook heel bijzonder. Net van de pers rolde het rapport over 27 soorten dagvlinders die er zijn waargenomen, waaronder kommavlinder, koevinkje, groentje en het gentiaanblauwtje. Bij de laatste weet je dan ook dat de klokjesgentiaan er bloeit en dat binnen een cirkel van drie meter nesten van knoopmieren liggen.

Ingrijpen betekent overleven, zeggen de beheerders van het Drents-Friese Wold. Dat lijkt haast zonder God te lukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Drie gezichten van het Drents-Friese “Wbud

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken