Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen zelfvoldane kritiek op evangelischen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen zelfvoldane kritiek op evangelischen

Ds. C. Stelwagen: „Bij jongeren is een hunkering naar de waarachtige zin der dingen

9 minuten leestijd

De aantrekkingskracht van de evangelische beweging op de reformatorische zuil is groot, zo bleek uit de zaterdag in het Reformatorisch Dagblad gepubliceerde resultaten van een enquête. Zijn evangelischen per definitie akerkelijk en arminiaans, of leggen zij misschien tóch bepaalde lacunes bloot in de gereformeerde gezmdte? Tussen deze beide polen bewegen zich reacties vanuit de reformatorische kerken. Een blijvend gesprek met elkaar is van belang. En zeker niet een veroordeling zonder enige vorm van zelfkritiek.

Ds. C. den Boer, studiebegeleider van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond, is al lange tijd met de problematiek van reformatorisch en evangelisch bezig. Hij hoopt dat iemand van ‘zijn’ studenten ooit eens grondig onderzoek zal doen naar dit „hot item".

„Hoe komt het dat jongeren massaal naar jongerendagen gaan, zoals in Utrecht en de ‘Vierhoutenconferentie’ in de Flevopolder?” zo vraagt hij zich af. „Daar vinden ze blijkbaar een stuk geborgenheid als reactie op het gemis aan zekerheid in de maatschappij. Het wijst, denk ik, ook op een tekort in de kerk. Ik ben natuurlijk positief over de kerk, maar er is natuurlijk best een stuk armoede in de kerk en in de prediking".

Levensheiliging

Ten aanzien van het laatste wijst hij erop dat niet alleen de rechtvaardiging centraal moet staan, maar ook het punt van de zekerheid. „We kunnen niet blijven steken in de vragen rond de heilstoeëigening, waardoor we niet toekomen aan de levensheiliging. Het manco ligt soms hierin dat de onzekerheid meer als kenmerk van het ware gezien wordt dan de zékerheid des heils. Doen wij genoeg aan gemeenteopbouw en de kleine kring, naast uiteraard -als de kern- de bediening van het Woord? Het is natuurlijk niet goed dat jongeren vanwege deze zaken te snel de kerk de rug toekeren, maar het kan ook geen kwaad de hand eens in eigen boezem te steken".

Ds. Den Boer verwerpt, ondanks deze zelfkritiek, de evangelische groep als oplossing naast het instituut van de kerk. Allereerst constateert hij in evangelische kring een stuk individualisme, dat natuurlijk ‘in’ is in deze tijd. „Als er in een bepaalde plaats twee hervormde gemeenten zijn van verschillende signatuur", zo wijst hij op een werkelijk bestaande situatie in Nederland, „en je poot er een evangelische gemeente bij, en je noemt dat kerkplanting, dan vind ik dat een totaal verkeerd uitgangspunt. Dat heb ik nooit zo gelezen bij Paulus".

Verder laakt hij de in evangelische kringen voorkomende overdreven nadruk op het gevoel, het ‘uit je dak gaan’, zoals hij onlangs las. „Ook gevoel is ‘in’. Natuurlijk zijn er emoties en de bevinding is zaak van het gevoel, maar niet alléén daarvan. Gevoel, verstand én wil moeten samengaan, anders ga je gemakkelijk zweefvliegen".

Remonstrantisme

Een ander bezwaar tegen de evangelischen is zijns inziens het remonstrantisme. „Je kunt gauw denken dat je een kind van God bent. De vraag van de heilstoeëigening moet een belangrijke vraag blijven. Wanneer er in Johannes 1 gesproken wordt over „Hem aannemen", staat er in vers 13 ook de passage „uit God geboren". Ik heb grote bezwaren tegen de gedachte: Je neemt Christus aan en dan ben je wedergeboren. Dat brengt het gevaar van gearriveerdheid met zich mee: Je bent er, je bent een kind van God en daaraan mag je niet twijfelen. Dat is voor mij net een brug te ver".

Een vierde bezwaar ziet ds. Den Boer in de evangelische visie op de Wet van God. In de evangelische beweging zie je volgens hem toch een soort verhevenheid boven de Wet en het Oude Testament. „Die beide zaken worden beschouwd als een achterhaald iets, waardoor er in het leven alles mee door kan". Ds. Den Boer wijst concreet op het gebruik van de media. Waar liggen de grenzen voor de overdracht van het Evangelie?

Verdraaid Evangelie

Ds. J. van Amstel, christelijk gereformeerd predikant te Ede, heeft in het verleden eens een serie artikelen geschreven over de kerk en de vrije groepen. De problematiek zelf is intussen niet veranderd. Hij erkent dat de aandacht voor beleven en het ervaren, voor vastheid, zekerheid en blijdschap aantrekkelijk is. Het is ook een schriftuurlijk en wettig iets, zo wil ds. Van Amstel onderstrepen. „Maar het gevaar is dat je alles op één hoop gooit en het onderscheid tussen waar geloof en emotioneel bezig zijn verdwijnt".

Ds. Van Amstel vindt dat het arminianisme veld wint wanneer gesteld wordt dat God in feite afhankelijk is van de mens. „De vraag voor wie Christus is gestorven, wordt zo ondergesneeuwd door het evangelisch elan. Bij alle aandrang tot bekering, is het wel God Die roept tot verandering". Verder vindt hij dat in evangelische kring het zicht op het Verbond kwijt is geraakt, de eenheid van het Oude en het Nieuwe Testament. Hij denkt ook aan de liederen. „We moeten schriftuurlijk verantwoord zingen en niet alleen halleluja-liederen".

Toch wil ds. Van Amstel de evangelischen niet enkel negatief benaderen. „Het feit dat men vóór het begin van elke dag op de knieën gaat en in de Bijbel leest, is prijzenswaardig. Ik vraag me af of dat nog functioneert in de gereformeerde gezindte. De aandrang dat het tot een beslissing moet komen inzake de verhouding tot Christus, dat is iets waar de nadere reformatoren en de puriteinen altijd op hebben gewezen, zoals de Schrift ook zegt: heden!"

„Maar het gevaar is dat slechts een paar aspecten van de Schrift de aandacht krijgen. We moeten uitkijken voor een verdraaid Evangelie. Voor het volle Evangelie moet je in de kerk zijn, maar de kerk moet wel het volle Evangelie brengen!"

Moeite met confessie

Ds. A. Moerkerken, docent aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten, heeft onlangs op de jubileumconferentie van het Reformatorisch Dagblad gewezen op de gevaren van de evangelische beweging voor de reformatorische gezindte, met name ook voor het RD. Hij zegt niet te willen generaliseren, zo verklaart hij desgevraagd in een toelichting op zijn gemaakte opmerkingen. ,Xé evangelische beweging bestaat natuurlijk niet. Maar ik blijf wel grote moeite houden met de manier waarop de evangelischen aankijken tegen de confessie, de verschillende belijdenisgeschriften, die mij erg lief zijn. Die visie op de confessie is voor hen meer dan een beduchtheid voor een papieren paus, want er spelen daarin ook wezenlijke bezwaren mee tegen de Dordtse Leerregels. Ik denk aan het feit hoe men bijvoorbeeld aankijkt tegen de dubbele predestinatie".

Ds. Moerkerken denkt dat „de wijze waarop Arminius sprak over geloof en predestinatie, de evangelische beweging meer zal aanspreken dan de visie van Gomarus". De evangelischen staan volgens hem bovendien anders in de cultuur. In hun levensstijl zijn zij „toch wat gemakkelijker", zoals in de omgang met de media. Hoe begaafd iemand als Ouweneel ook is, zo erkent de Goudse predikant, „ik denk toch heel anders over de eschatologie". In de evangelische beweging zit veelal „een flinke scheut chiliasme", zoals blijkt uit de gedachte van een dubbele wederkomst van Christus en de opname van de gemeente.

Drempel lager

Ds. Moerkerken kan uit de gegevens niet opmaken of binnen de Gereformeerde Gemeenten de evange lischen een grote aantrekkingskracht hebben. In de jaren zestig had de pinksterbeweging een behoorlijke aantrekkingskracht op de Gereformeerde Kerken in Nederland. „JVIaar met oame door de opkomst van de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool is de mogelijkheid om kennis te nemen van de evangelische denkbeelden groter en gemakkelijker geworden. De drempel naar elkaar toe is lager geworden. Ook in het voortgezet onderwijs komen reformatorischen evangelische jongeren tegen, die vaak actief propaganda maken voor hun opvattingen".

De predikant zegt „niet te vallen” voor het argument dat evangelischen een soort onbetaalde rekening vormen voor de gevestigde kerken. „Ze hebben wel een bepaalde warmte, maar het lijkt meer de warmte van een elektrische kachel. Ik weet niet of het echte warmte is. Wel moeten we als grote gemeenten oppassen dat we persoonlijke aandacht aan de enkeling blijven geven. Als je uit een grote gemeente afkomstig bent, kan het een grote bekoring hebben om in een kleine evangelische kring te worden opgenomen".

Gebedsgroepen

De diversiteit binnen de evangelische beweging is even groot als die binnen de gereformeerde gezindte, zo moet ds. C, Stelwagen, hervormd predikant in Elspeet en lid van de raad van toezicht van het RD, erkennen. Naast alle kritiek, wil ds. Stelwagen de evangelische beweging ook positief benaderen en daarbij absoluut niet alleen denken aan EO-jongerendagen en dat soort bijeenkomsten, „Die zijn namelijk geheel af te keuren".

Een van de mooiste dingen binnen de evangelische groepen vindt hij de gewoonte dat velen anderhalf uur vóór de dienst in gebedsgroepen bij elkaar komen en „tot God schreeuwen om bediening". „Er is een intense schreeuw tot God dat het niet goed gaat in de kerken en in het land". „Velen in onze kring vinden htt doen van persoonlijke bijbelstudie absurd, alsook het in gebedsgroepen bij elkaar komen. Bij ons gaat alles groot en massaal. Maar waar leven is, zoekt men elkaar op. Dit beschaamt mij vaak. Wij hebben geen reden om vanuit zelfvoldane hoogten allerlei klappen naar anderen uit te delen en op die jongeren af te geven. Laten wij maar eerst van onze hoogten af gaan en eronder komen".

„Natuurlijk minachten evangelischen de zuivere leer, daar heeft ook Martyn Lloyd-Jones op gewezen. Er is zeker wildgroei. Maar laten we eerst de hand in eigen boezem steken voordat wij wijzen op bepaalde gevaren. Als we dat met Mozes doen, zullen we zien dat de hand er melaats uitkomt".

„We kunnen ons toedekken met onze rechtzinnigheid. En nu weet ik wel dat rechtzinnigheid geen scheldwoord is, maar een rechtzinnigheid die niet beweegt, zucht, klaagt en ook roemt, is een gestolde rechtzinnigheid. Ik zie om mij heen jonge mensen met een hunkering naar de waarachtige zin van de dingen. Dan kunnen ze het wel eens verkeerd zoeken, maar zijn wij zélf ook vatbaar voor fundamentele kritiek?"

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Geen zelfvoldane kritiek op evangelischen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken