Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afgeluisterd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afgeluisterd

4 minuten leestijd

Gouden Eeuw

Helaas ging het Nederlandse muzikale repertoire van de zeventiende eeuw voor het grootste deel verloren. Er bleef gelukkig wel wat ovei. Vanguard Classics zette vier componisten uit de Gouden Eeuw, die met name muziek in Italiaanse stijl componeerden, op cd. Van Jan Verrijt (ca. 16101650) uit Oirschot is slechts de bundel “Flammae divinae” met achttien motetten en twee missen bewaard. Deze bundel slaat internationaal helemaal geen gek figuur. Meesterlijk combineert Vetrijt traditioneel

coritrapunt met de virtuoos-concertante stijl. In zijn “Fili, ego Salomon” gebruikt hij ook nog een Italiaans genre: de geestelijke dialoog. Koning Salomo vraagt zijn zoon naar diens zonden. Als die toegeeft, stelt de koning hem gerust; hem zal vergeven worden. In het cd-boekje staat in plaats van „hem” overigens „hij”, terwijl een dansant refrein en het slotkoor toch al voor de nodige dramatische effecten zorgen.

Het werk van Benedictus (Buns) A. S. losepho (ca. 1642-1716) is relatief goed bewaard. Van de negen opusnummers zijn er zeven compleet. Ze bestaan voor een groot deel uit kerkmuziek voor liturgisch gebruik. In het werk van deze priester speelt Matia een grote rol. De Maria-antifoon “Salve regina” keert in iedere bundel terug. Op de cd wordt de antifoon op een zeer expressieve (c.q. Italiaanse) manier met een grote bezetting uitgevoerd, losepho’s Magnificat (Lofzang van Maria) kenmerkt zich door bondigheid en eenvoud van expressie.

Carolus Hacquart (ca. 1640-1701?) vestigde zich in 1679 in Den Haag, waar hij zich onder meer ophield aan het hof Zijn concertante motet “Domine, Deus meus” is dan ook opgedragen aan Willem III. Hacquart liet ook nog een bundel met tien sonates voor twee en drie violen en continuo na. De sonata quinta is niet zozeer virtuoos, maar wel rijk aan contrapunt en aan melodieuze lijnen.

Servaes de Konink (1654-1701) was in Amsterdam actief als muziekleiaar en theatercomponist. Ook De Konink is zeer op de hoogte van recente Italiaanse ontwikkelingen. In het Mariamotet “Mortales sperate” blijkt dit vooral uit twee aria’s en het sterk toegenomen aandeel van de instrumenten, die een voortdurende dialoog aangaan met de zangers. Uitvoetende op de cd is het Ensemble Bouzignac Utrecht, onder leiding van Erik van Nevel.

N.a.v. “Four Dutch Composers of the Golden Age”. Vanguard Classics, Rembrandt Series, 99126. Tera Holman

Tournemire

Een cd-opname van het grootste otgelwerk van Charles Tournemire, “l’Orgue Mystique”, gecomponeerd in de jaren 1927-1932, kan een grootscheepse onderneming worden. Tournemire was een van de belangrijkste twintigste-eeuwse Franse organisten. Hij componeerde voor iedere zondag en feestdag waarop het orgel in de rooms-katholieke liturgie wordt bespeeld, een serie composities. In totaal schteef hij een reeks orgelwerken voor 51 dagen van het kerkelijk jaar. Elke dag voorzag hij van vijf delen. In totaal bestaat dit gigantische opus van Tournemire uit ruim 250 delen. Daarmee is het uiteraard een van de grootste cycli uit de gehele orgelliteiatüur. Een integrale opname past op circa twaalf cd’s! Op deze eerste cd werden door Tjeerd van der Ploeg 21 delen uit de cyclus rond Pinksteren vastgelegd. Hij bespeelt het bekende oigel in de St. Pierre te Douai (1922) van de Parijse orgelbouwer Mutin, de opvolger van Cavaillé-Coll.

Charles Tournemire studeerde onder meer bij Franck. In 1898 werd hij benoemd tot organist aan de St. Clotilde in Parijs, het orgel van zijn leermeester. Hij componeerde aanvankelijk in een stijl die voortborduurde op die van Franck, maar was daarnaast voortdurend op zoek naar vernieuwingen. Zijn composities wijzen duidelijk in de richting van Duruflé en Messiaen. Evenals Vierne maakte hij uitstapjes naar harmonisch ver verwijderde terreinen. Mede daardoor ligt zijn muziek niet altijd gemakkelijk in het gehoor. Veel van zijn werken gaan pas goed tot onze verbeelding spreken wanneer we de muziek meer keren beluisterd hebben.

Het otgel te Douai is zeei geschikt voor deze bijzondere muziek. Het heeft een warme, grondtonige klank. Het beschikt over een rijk geschakeerd palet aan registratiemogelijkheden. De akoestiek is gunstig, de opname ruimtelijk. Het booklet verschaft op een kernachtige wijze zinvolle informatie (met goede foto’s) ovei de componist, de muziek en de musicus. Dit eerste initiatief verdient navolging. Wat mij betreft komen de beoogde volgende volumes er allemaal.

N.a.v. “L’Orgue Mystique, Charles Tournemire, vol.l”, Mutinorgel te St. Pierre te Douai,Tjeerd van der Ploeg. VLS Records, VLC 0595. drs. J. A. van Pelt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Afgeluisterd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken