Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De twee steunpilaren van Feike Asma

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De twee steunpilaren van Feike Asma

George de Vries en Wiggert Wijbrands: „Drijfnat verlieten we vaak na afloop het orgel”

8 minuten leestijd

„Met steeds wisselende registranten kun je geen al te wilde dingen doen. Daarom hebben wij gezegd dat Asma op ons kon rekenen”. Ruim twintig jaar vormden George de Vries en Wichert Wijbrands de steunpilaren van Feike Asma. Ze bewoijderen nog steeds de wijze waarop deze musicus het orgel in zijn vingers had. In navolging van Asma weeklagen ze over de restauratie van de grote orgels die ons land rijk is.

Groots en meeslepend speelde hij zijn muziek. Op kleine orgels kon hij niet uit dé voeten, maar op grote orgels was hij in zijn element. Feike Asma was een musicus om wie niemand -vriend of vijand- heen kon. Wie in zijn omgeving verkeerde, werd meegezogen in zijn speldrift. Dit gold zeker voor zijn vaste registranten: George de Vries uit Haarlem en Wiggert Wijbrands uit Laren. Tijdens het gesprek vullen ze elkaar aan. De oude tijd herleeft: De Vries links van de speeltafel, Wijbrands rechts. Orgelromantiek in verschillende betekenissen.

Er zullen niet veel organisten zijn met een concertpraktijk als Feike Asma. Jarenlang speelde hij in de zomermaanden zes of zeven concerten per week. Dit kwam neer op een concert per doordeweekse avond en een ochtendconcert op zaterdagmorgen in de Rotterdamse Wilhelminakerk. In het .najaar werden platen opgenomen en vroeg in december begonnen de adventsconcerten. Alleen de periode van half januari tot en met maart was wat rustiger.

Hele verplichting

Een organist die zo veel concerten geeft, heeft een hele serie registranten nodig. Asma had die. In Den Haag registreerde bijvoorbeeld Wi m van der Panne, in .^Vmsterdam Cor Stier en elders waren er weer anderen. „Maar”, zo zegt Wiggert Wijbrands, „met steeds wisselende registranten kun je geen al te wilde dingen doen. Dit heeft dus invloed op de programmakeuze. Toen hebben wij gezegd: Je kunt op ons rekenen”.

De twee amateur-organisten namen daarmee een hele verplichting op zich. „Je wist echter dat de man vaste registranten nodig had. We deden het gewoon”, aldus George de Vries. Hij kwam rond 1960 het team versterken, Wijbrands assisteerde al sinds 1958. Het koppel bleef tot 1983 bestaan. „Bij Feike Asma was het allemaal veel en allemaal groot. Hij vroeg dat ook van anderen”. Dit gold voor de grote werken, bijvoorbeeld composities van Vierne, Franck of Reger, die hij speelde. Zowel voor de organist als voor de registrant was dat zwaar werk. Veel van die muziek is bedoeld voor een orgel met diverse speelhulpen, maar die dingen kom je op de Nederlandse orgels niet vaak tegen. Registratiewisselingen om de twee maten waren dus meer regel dan uitzondering: de grote dynamische verschillen in de muziek moesten toch op de een of andere manier tot uiting worden gebracht.

„Het was handenvol registers dicht en handenvol open”. Drijfnat verlieten organist en registranten na afloop het orgel.

„Geloof het of niet, maar zelfs in de zomer zette Feike de autokachel aan om op te drogen. De autoruiten sloegen dan aan vanwege het vocht”.

Klank maken

De Vries en Wijbrands zijn er nog steeds van overtuigd dat in de beheersing van een orgel Asma’s grootheid lag; hij wist precies wat een orgel kon. Klank maken was zijn sterke kant. Wijbrands vertelt van de reactie die Paul van Westering gaf na afloop van Asma’s concert op Van Westerings orgel: „Ik ken mijn eigen orgel niet meer terug!” De Vries vult aan met de reactie van Marius Monnickendam na een concert in de oude St. Bavo in Haarlem: „En dan vertellen ze dat je hier geen Franse orgelwerken kunt spelen. Je hebt het tegendeel bewezen!”

De voorbereidingen voor een concert duurden anderhalf tot twee uur. Vaak zat er dan al een autorit van dezelfde tijdsduur op, want Asma concerteerde van Bolsward tor Maastricht. Files waren ook toen geen onbekend verschijnsel. Het is diverse malen voorgekomen dat er naar alternatieve routes moest worden gezocht, om nog een beetje op tijd bij de kerk te zijn. Het gevolg was dat Asma soms nog met de voorbereidingen bezig was als het publiek de kerk al betrad.

Spanning

Die voorbereidingen dienden om het orgel te verkennen en de registraties uit te proberen. Die hingen namelijk nogal eens af van de bui die de concertgever op dat moment had. Volgens Wijbrands hadden die voorbereidingen ook een andere functie: ze zorgden voor het opladen van de noodzakelijk spanning. „Als je een prestatie moet verrichten, dient er een zekere spanning zijn. Al speel je iets eenvoudigs van Jan Zwart, om het goed te vertolken moet er spanning zijn. Als registrant probeer je je werk zo optimaal mogelijk te doen, want anders sta je het werk van een ander te verknoeien. De daarvoor noodzakelijke spanning bouw je op tijdens de voorbereiding en die ontlaadt zich tijdens het concert. Na afloop heb je een gaatje in je hoofd: er is een leegte”.

Tijdens het concert zat Feike Asma al spelend in de maat mee te knorren. Daartussendoor riep hij de namen van registers die erbij moesten of juist moesten worden ingeschoven, als de registratie tenminste niet op papier was gezet. Als een registratiewisseling iets te lang op zich liet wachten, riep hij: „Waar blijf je nou?” Een enkele keer ging het echt fout. Asma riep dan: „Wat doe je nou!” Het was zelfs beneden in de kerk te horen, al verstond het publiek gelukkig niet wat er gezegd werd. Na afloop zeurde Asma niet ovei^ zo’n misser. „Hij begreep dat het mensenwerk blijft”, verklaart Wijbrands.

Scheve bank

„Je kreeg die man zelden of nooit uit de rails”, zegt George de Vries. Als voorbeeld vertelt hij het verhaal van een concert in Oud-Beijerland. Midden onder Bachs DmoU kwam de koster naar boven: „Ssstt, ssstt!” „Wij dachten dat er iemand overleden was of zoiets, dus Asma stopte met spelen. De koster vroeg echter of de eigenaar van de auto met dat en dat kenteken zijn lichten uit wilde gaan doen en zei daarna: Meneer Asma, gaat u maar verder. Die reageerde heel laconiek: Waar gaan we verder, mannen?”

Een gesprek over het registreren bij Fëike Asma kan urenlang gevuld worden met anekdotes. Over muziek die van de lessenaar waaide en onder Asma’s voeten vertrapt werd. Over een pedaaltoets die afbrak. Over een orgelbank waar iemand van het koor tijdens het concert op kwam zitten, zodat die bank aan één kant brak en Asma op een scheve bank verder moest spelen. Over het contragewicht van de Nasard dat in het orgel naar beneden kwam vallen, zodat iemand voor de verdere duur van het concert dat register moest blijven induwen. Over de Franse orgelbouwer die, vanwege een voetbalprogramma op de televisie, weigerde te komen om het orgel van de Notre Dame bij te stemmen. „Doe het zelf maar”, zei hij, en dan dook Wiggert maar weer de kast in.

Gevoelige aanslag

Toch willen de heren zich niet in anekdotes verliezen, want dat zou de grootsheid van Asma geen recht doen. Het zou ook te veel voer voor de verguizers, die Asma in rijke mate bezat, zijn. Een wildebras, die je een orgel beter niet kon toevertrouwen, noemden ze hem. Voor de Vries en Wijbrands staat het vast dat dit alles slechts broodnijd en pure jaloezie was. „Ondanks de naam van wildebras had hij juist een heel gevoelige aanslag”, bena drukt Wiggert Wijbrands. Hij wijst ook op het merkwaardige verschijnsel dat Asma in de protestantse orgelwereld wel verguisd werd, maar onder rooms-katholieke musici veel waardering vond. De naam van Marius Monnickendam viel reeds. Ook prof Hendrik Andriessen roemde Asma vanwege de vertolking van zijn werken.

Weeklacht

Tijdens het gesprek is er één onderwerp waarover de beide heren in vuur en vlam raken. Op de vraag naar hun pers’oonlijke voorkeur voor een bepaald orgel breekt een weeklacht los over de manier waarop veel beroemde orgels bij restauraties zijn behandeld. Volgens hen is bijna steeds het grootse, dat Feike Asma ten gehore wist te brengen, verdwenen. „In de lutherse kerk in Den Haag wilde Asma niet meer spelen. Tijdens opnamen zijn we een keer weggegaan uit de St. Janskerk in Gouda, hoewel er volgens de planning meer werken gespeeld zouden worden. Zutphen had vroeger een mooi orgel, maar daar is niets van over. Al die orgels zijn bewust veranderd, dat is het kwalijke ervan!” toornt Wijbrands.

Feike Asma zag het al tijdens zijn leven gebeuren. Hij streed ertegen met woord en pen, maar meestal zonder resultaat. Bijna alle grote orgels van Nederland gingen op de helling. Asma’s registranten gaan in zijn voetsporen. Ze constateren verheugd dat er ook op de conservatoria weer Romantiek gespeeld mag worden. Over de ontwikkeling van de orgelrestauraties zijn ze minder optimistisch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1996

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De twee steunpilaren van Feike Asma

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1996

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken