Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkelijk gebonden zorg keert terug

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkelijk gebonden zorg keert terug

7 minuten leestijd

De maatschappelijke hulpverlening is geseculariseerd. In de grote fusiegolf van het maatschappelijk werk, kruiswerk en gezinsverzorging tijdens de jaren tachtig en negentig gingen protestants-christelijke stichtingen op in algemene, neutraal geachte, instellingen voor thuiszorg. Daar zou de identiteit voldoende zijn gewaarborgd. Dat blijkt op veel plaatsen tegen te vallen. De roep om identiteitsgebonden zorg wordt sterker. Het protestantse kruiswerk, opgezet en gesteund door de kerken, is bezig aan een comeback.

De bestuursleden van het Diaconaal Maatschappelijk Werk in Sliedrecht weten erover mee te praten. Begin dit jaar startten de diaconieën van drie kerken uit de gereformeerde gezindte het initiatief in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Het aantal deelnemende kerken groeide inmiddels tot veertien. Maatschappelijk werkster mevrouw

M. Karten ontving vanaf januari zoveel hulpaanvragen, dat ze al gauw een wachtlijst van zo’n twintig personen had, naast de achttien tot twintig probleemgevallen die de maatschappelijk werkster gemiddeld kon helpen in haar twintigurige werkweek. Marian was voorheen werkzaam b’ij De Vluchtheuvel, de instelling voor maatschappelijk werk van de Gereformeerde Gemeenten, en bij De Waardse Rading, de algemene instelling voor thuiszorg in de Alblasserwaard.

Het bestuur van het Diaconaal Maatschappelijk Werk (DMW) besloot onlangs tot de aanstellen van een tweede (deeltijd) maatschappelijk werkster, Anja van Bergeijk. Met haar komst is de wachtlijst van het DMW niet verdwenen, maar wel geslonken tot vijf hulpaanvragen.

Ook elders

De Alblasserwaard is niet de enige regio waarin de kerken uit de rechterflank van de gereformeerde gezindte behoefte hebben aan eigen maatschappelijk werk. Ook in het noordoosten van Utrecht oriënteert een aantal diaconieën uit Amersfoort en Woudenberg zich op de mogelijkheid om kerkelijk maatschappelijk werk te starten.

In de duin- en bollenstreek (Alphen aan den Rijn, Katwijk aan Zee, Lisse en Leiden) zijn vertegenwoordigers uit de gehele breedte van de gereformeerde gezindte al een fase verder. Zij zijn bijna klaar met het onderzoek naar de mogelijkheden om kerkelijk maatschappelijk werk op te zetten.

In de Alblasserwaard was een groeiende behoefte aan maatschappelijk werk op bijbelse grondslag. Dat kwam vooral na de verschillende fusies waarin het maatschappelijk werk, het kruiswerk en de gezinsverzorging in elkaar opgingen. De geschiedenis van de ontkerkelijking van de maatschappelijke zorg is een verhaal dat voor veel regio’s kan wordpn herhaald.

Sluipenderwijs

Het maatschappelijk werk in Sliedrecht en omgeving vindt zijn oorsprong in een initiatief van de diaconieën van de kerken in de jaren vijftig. Sluipenderwijs verminderde de christelijke identiteit: er was te weinig christelijk personeel, de directie holde het christelijke karakter uit, de kerken stonden qua identiteit niet op één lijn, gingen overstag met de fusies en werden daarbij bestuurlijk uitgeschakeld.

In 1985 werd de “P” geschrapt uit de naam van de Protestantse Stichting voor Maatschappelijke Dienstverlening. Dat was een voorwaarde die de gemeente Papendrecht stelde voor de fusie met het Algemeen Maatschappelijk Werk. De andere voorwaarde was dat het bestuur werd ‘gedemocratiseerd’, waardoor de kerken bestuurlijk aan de kant werden gezet.

„Het gebeurde allemaal te snel”, zegt DMW-voorzitter A. Bons nu. Hij was destijds vertegenwoordiger van de huidige christelijke gereformeerde Bethelkerk in Sliedrecht in de raad van toezicht van het protestantse maatschappelijk werk. „Eerlijk gezegd moeten we ook zeggen dat we als diaconieën een beetje hebben zitten slapen”.

De invloed van de kerken verdween helemaal toen de nieuwe instelling in 1992 fuseerde met het interkerkelijk maatschappelijk werk van de Vijfheerenlanden tot hét Bureau voor reguliere algemene dienstverlening en thuisverzorging, BRAT. De kerken werden verbannen naar een raad van toezicht die één keer per jaar bij elkaar kwam. „De leden daarvan worden dan bedolven onder een stortvloed aan informatie en denken dan gauw: Het zal wel goed gaan”, zegt Bons.

De nieuwe stichting, inmiddels de Waardse Rading geheten, lijkt zich weinig aan te trekken van de kerkelijke achtergrond van de inwoners van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Zo ontsloeg ze in 1994 een evangelische maatschappelijk werker die zijn levensvisie te veel zou laten meewegen in zijn werk. En bij de start van het DMW zei directeur E. Klaui van de Waardse Rading dat de identiteit van de bevolking om een algemene instelling vraagt.

Dat het inderdaad niet nodig was geweest de christelijke instellingen voor rriaatschappelijk werk op te laten gaan in de algemene thuiszorgorganisaties, bewezen veertien protestants-christelijke organisaties voor maatschappelijk werk en gezinsverzorging. Zij gingen niet mee in de grote fusiegolf van de jaren tachtig en houden tot nog toe het hoofd boven water. Ze verenigden zich in de Federatie van Protestants-Christelijke Instellingen voor Thuiszorg en Maatschappelijke Dienstverlening.

Verontruste kerken

Toen in 1992 de laatste invloed van de kerken was verdwenen, richtten vertegenwoordigers van een aantal verontruste kerken in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden de Initiatiefgroep Identiteit Christelijke Hulpverlening op. Deze besloot na een ‘marktonderzoek’ een instelling voor christelijk maatschappelijk werk op te richten: het DMW.

Aanvankelijk werd het initiatief gedragen door de twee christelijke gereformeerde kerken van Sliedrecht en de hervormde gemeente van Giessendam-Nederhardinxveld. Al snel kwam daar de hervormde gemeente van Boven-Hardinxveld bij. Inmiddels nemen ook de gereformeerde gemeente en de, (evangelische) christengemeente uit HardinxveldGiessendam, de hervormde gemeenten van Alblasserdam, Bleskensgraaf, GrootAmmers, Hei- en Boeicop, Papendrecht en Sliedrecht en de christelijke gereformeerde kerken van Alblasserdam en Noordeloos deel. Ook de oud gereformeerde gemeente van Hardinxveld-Giessendam en de hervormde diaconieën van Kinderdijk en Wijngaarden dragen financieel hun steentje bij.

Hoe breed het nieuwe werk moet worden, is nog niet duidelijk. „We hebben alle honderd kerken in de regio aangeschreven”, aldus Bons, „tot de rooms-katholieke parochies toe. Eén kerk bleek vooral geïnteresseerd te zijn in terminale thuiszorg”.

Of de rooms-katholieke interesse het protestantse karakter van het nieuwe werk niet bedreigt? „U moet weten dat de roomse parochies getalsmatig hier heel klein zijn”, zegt mevrouw Karten. „Zij zouden, als ze een bestuurszetel kregen, water bij de wijn moeten doen”, aldus Bons, „maar we willen geen kerk uitsluiten”.

Grondslag

De discussie over de grondslag is nog niet beslecht. „Er is een discussie over de toevoeging van de Drie Formulieren van Enigheid. Persoonlijk zou ik het betreuren als we door deze toevoeging het werk niet zo breed mogelijk zou kunnen worden opgezet”, aldus secretaris P. van Wijngaarden. „Het gaat tenslotte om de hulpverlening”.

Bons wijst erop dat de relatie met de stichting Schuilplaats, waar de Drie Formulieren van Enigheid in de grondslag staan, de identiteit van het nieuwe werk waarborgt. „We betrekken onze maatschappelijk werksters van Schuilplaats. Dat is ook voor de cliënten een vertrouwde naam. Maar we moeten er wel voor zorgen dat er niet te weinig in de statuten komt”.

Overigens doet Schuilplaats meer voor het DMW. De Veenendaalse stichting voert de sollicitatiegesprekken, doet de salarisadministratie en probeert bij de landelijke en gemeentelijke overheid subsidie tos te peuteren. „Maatschappelijk werk is een plaatselijke taak. De gemeenteraad beslist over het aantal uren maatschappelijk werk”, aldus directeur G. van Brenk van stichting Schuilplaats.

„We gaan bij alle gemeenten in de regio langs na de vaststelling van de begroting over 1996. Dan heeft ons werk overwinterd. De gemeenten kunnen gezien de grote behoefte die er is aan deze hulp, er moeilijk onderuit. Bovendien is 1998 een verkiezingsjaar voor de gemeenteraden”, aldus Van Brenk.

Medio 1997 krijgt het DMW een stichtingsvorm. In de herfst zal het maatschappelijk werk zich reeds op de Wegwijsbeurs presenteren om meer bekendheid te krijgen. Verder zal het DMW nogmaals een bijeenkomst beleggen om predikanten en andere ambtsdragers te informeren over het werk.

Op het bordje

Ondertussen blijkt uit de sterk groeiende hulpvraag de nood onder de bevolking. Niets menselijks is de gereformeerde gezindte vreemd: problemen als incest, depressie en relatieproblemen komen op het bordje van de maatschappelijk werksters. „We krijgen geen simpele gevallen”, aldus mevrouw Karten. Materiële problematiek komt nog nauwelijks aan de orde.

Verwijzing naar en overleg met gliagg De Poort komen zeker voor, zoals bij actuele incest, ernstige vormen van verslaving en homofilie. Volgens mevrouw Karten doet deze tweedelijns instelling veel wat strikt genomen bij het maatschappelijk werk (eerstelijns) thuishoort. „Deze terreinverbreding blijkt bij bepaalde identiteits-, huwelijks- of relatieproblemen”. Volgens Van Wijngaarden komt dit mede door de achterstand in de christelijke hulpverlening.

Ook met De Waardse Rading is er „goed collegiaal overleg”. Bons acht zelfs een opname in deze algemene stichting mogelijk. „Als dat met behoud van de identiteit kan, moeten we die mogelijkheid openhouden”.

Nieuwe initiatieven

De Alblasserwaardse initiatiefgroep bezint zich ondertussen op nieuwe initiatieven. Zo zijn er besprekingen met de stichting Christelijk Streekziekenhuis Gorinchem over een eventueel samengaan. Deze ‘lege’ stichting bestaat uit bestuursleden van het Gorinchemse Prinses Beatrix-ziekenhuis, dat ook een algemeen karakter heeft gekregen.

De deelnemers aan de nieuwe stichting Christelijke Zorg zullen nadenken over het starten van een of andere vorm van christelijke zorg. Terminale thuiszorg, een sterfhuis (hospice), het bundelen van plaatselijke (diaconale) initiatieven voor thuiszorg of een christelijke instelling voor gezinsverzorging behoren volgens Van Wijngaarden tot de mogelijkheden. „Wij sluiten nog niets uit. We zien wel wat komt bovendrijven. Ook dat is een geloofszaak”.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 september 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Kerkelijk gebonden zorg keert terug

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 september 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken